Ik ben opgegroeid als koningszoon. Vanaf het moment dat ik kon lopen, is me geleerd de zwaarste dingen te weerstaan. Toen ik vijf was, nam vader mij en Aleran mee naar het arme gedeelte van de stad, waar tientallen bedelaars ons aan de voeten vielen met hun smeekbeden. We mochten ze niks geven.
Toen ik dertien was, nam Vader ons mee naar een veldslag. Tijdens het gevecht zaten we verstopt in de tent, en na afloop liet vader ons over het slagveld lopen waar tientallen stervende en nog veel meer al verloren soldaten lagen. Ze smeekten om verlossing, om een zegen, om financiële zekerheid voor hun families thuis.
We mochten niks geven, niks zeggen, zelfs niet glimlachen. Zestien toen vader voor het eerst meisjes van plezier op me af stuurde en dat met regelmaat bleef doen, met de boodschap dat ik er niet op in mocht gaan. Wat ze ook deden, ik mocht me niet laten afleiden tijdens huiswerk en trainingen.
Verleidingen weerstaan is belangrijk, omdat je geloofwaardigheid verdwijnt als je bij de kleinste dingen toegeeft. Als je eenmaal begint, kan je niet meer stoppen en liggen je zwaktes open en bloot op tafel voor de vijand om tegen je te gebruiken. Sinds kleins af aan wordt die les er bij me ingestampt, en ik ben er goed in.
En toch ga ik bijna ten onder aan Emmeline.
Zoals ze tegen me aangevleid ligt, bijna in slaap, met die pruillip en die hertenogen. Maar wat we doen is fout, en ik moet ergens een grens trekken.
En dus schud ik mijn hoofd. "Het spijt me, Emma. Ik zal blijven tot je slaapt, maar dan moet ik gaan." Ik strijk met een duim over haar teleurgestelde gezicht. "Morgen heb ik verplichtingen, dus zorg dat je gezien wordt. Dan trek je geen aandacht. Zorg dat je rond achten weer hier bent." Ik kus haar, en verlies opnieuw bijna het vertrouwen in mezelf om weg te gaan. "Dan dineren we samen."
Ze duwt haar onderlip nog verder naar buiten. "Kan ik je echt niet overtuigen?"
Ik grinnik. "Ga nou maar slapen, Emmeline."
Ze nestelt zich nog dichter tegen me aan, alsof ze probeert me gevangen te houden, en trekt het tegenstrijdige gezicht dat ze me dit kwalijk neemt. "De volgende keer dat jij vraagt of ik blijf, ga ik ook weg."
"Mh-mm..." Ik begin met haar haren te spelen, en het duurt niet lang voordat ze in slaap valt. Als het vuur bijna is opgebrand, maak ik mezelf voorzichtig van haar los, kus haar voorhoofd als ze halfslapend protesteert, en vertrek.

Zo gaat het een twee weken door. We zien elkaar wanneer we kunnen - soms overdag, soms 's ochtends of 's avonds. Nooit langer dan een dagdeel, of met een korte pauze er tussen, om geen argwaan te wekken. Er zijn dagen dat we elkaar niet zien. Dan hebben we allebei verplichtingen die we niet kunnen blijven afzeggen. Nu de bruiloft dichterbij komt, moet Emma lessen volgen bij mijn moeder om de Franse etiquette te leren in plaats van de Britse, Franse dansen, alle namen van hertogen en baronnen en alle mensen die er toe doen in het land. Alles zodat ze een goede indruk maakt op haar trouwdag. Ze wordt verassend veel betrokken bij de voorbereidingen en moeder lijkt zowaar naar haar op te warmen. Tot drie keer toe nodigt moeder haar uit om met ons te dineren, wat me de stuipen op het lijf jaagt omdat Emma wordt opgedirkt op een goede indruk te maken. Het wordt daardoor bijna onmogelijk om niet te staren, maar ik kán niet staren omdat ik er van overtuigd ben dat moeder de blik zal herkennen.
De derde keer dat we met zijn allen dineren, is het vier dagen geleden dat we elkaar samen hebben gezien. Maar vanavond zijn we allebei vrij en het kost me moeite om mijn eten niet met onbeleefde hoeveelheid naar binnen te schuiven.
Uiteindelijk komt het moment dat Emma zich excuseert en niet veel later doet moeder hetzelfde.
"Emmeline was mooi vanavond." merkt Eschieve op, terwijl ze haar kom custard leeg veegt met haar vinger. Als moeder dat zag...
Ik glimlach en knik. "Aleran is een gelukkig man." zeg ik plichtsgetrouw.
Mijn zusje rolt met haar ogen. "Ik zou willen dat hij wegbleef. Het is zo lekker rustig."
Ze is weg voordat ik een fatsoenlijk antwoord kan formuleren, maar ik kan er niet om rouwen. Zo snel als ik kan zonder aandacht te trekken, begeef ik me naar de vertrekken waar Emma op me wacht. Ze opent de deur, al gekleed in haar nachtjapon en koningsblauwe kamerjas. Ik krijg amper een begroeting over mijn lippen voordat ik haar kus, nog voor de deur goed en wel gesloten is.
Ik hoor haar naar adem happen, maar ze gaat zonder enig aarzelen mee in de kus.
"Ik heb je gemist." fluistert ze na een poosje. Haar wangen zijn roze en ze durft me niet aan te kijken terwijl ik me uit mijn zware tuniek werk, waarna ik hem vervang door een linnen blouse die losjes om mijn lijf valt.
Ik kus haar opnieuw bij wijze van antwoord. 'Gemist' is bijna een understatement. Zonder Emma voel ik me niet compleet. Pas als ze weer in mijn armen ligt, voelt het weer alsof het klopt.
Ik begeleid haar, al zoenend, naar het bed, waar ik haar neerleg en vervolgens over haar heen kruip.
We zijn nooit verder gegaan dan enkel zoenen, meer dan bewust van eventuele gevolgen, maar sinds die eerste nacht zijn onze kussen intenser en langer geworden. Ik ben niet trots op het feit dat ik mijn bezoek al meer dan eens vroegtijdig heb afgebroken, omdat ik niet zeker wist of ik me kon beheersen.
Vanavond komt de gedachte van eerder weggaan niet eens in me op. Ik wil hier zijn, met haar...
Ik kus een pad van haar lippen naar haar nek. Haar meisjes gebruiken nieuwe zeep, met lavendel en kamperfoelie, en ik adem de geur in. Haar handen in mijn haar, over mijn schouders en mijn rug, vingertoppen tegen mijn huid als ze mijn borstkas vind en mijn blouse open hangt.
Mijn adem stokt bij het gevoel en dit is waar ik normaal zou stoppen. Maar ik wil niet en ik doe het niet. Ik wil haar beminnen, voor altijd. Mijn hand kruipt naar de halsopening van haar japon, en...
"Lucien!" Ze grijpt mijn pols. Onmiddellijk word ik uit mijn Emma-trance getrokken. Ze kijkt me geschrokken aan. In minder dan een seconde sta ik naast het bed, onzeker over wat ik met mezelf aan moet.
"Dat kunnen we niet doen, Lucien." fluistert ze. Haar wangen zijn vuurrood, maar of het is door opwinding of schaamte durf ik niet te zeggen.
"Weet ik." Mijn keel is droog. "Jezus, weet ik. Het spijt me, Em. Ik had niet..." Ik schud mijn hoofd, en begeef me naar de salontafel voor een goed glas wijn. En een tweede. De opwinding, het verlangen zit nog steeds in mijn lijf en ik kijk Emma aan met een blik tussen wanhoop en schaamte. Aleran komt over tien dagen terug. Over twee, drie weken is de bruiloft. En ik sta hier, met onchristelijke gedachten over de verloofde van mijn broer. "Ik... Ik denk dat ik beter kan gaan." De woorden uitspreken doet zeer, maar het verlangen wint het van verstand. Want waar mijn hoofd zegt dat ik het hier en nu definitief moet eindigen, ligt mijn hart op mijn tong. "Voor vanavond, in ieder geval."

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen