Foto bij 025 - Emmeline

"Lucien..," verzucht ik, als hij langzaam naar de deur loopt. Hij draait zich naar me om, de deurklink al in zijn handen. Zijn blik is vragend. "Het is niet dat ik het niet wil. Ik kan mijn gevoelens ook met moeite bedwingen, maar het mag niet."
Hij glimlacht en knikt. "Zeg dat nou niet, Emma. Nu wordt het nog moeilijker om de deur uit te lopen." Ik weet dat hij het gaat doen, hij zal zijn hart nooit zo volledig laten winnen. Wat we nu doen is verkeerd, maar het kan niet ontdekt worden tenzij iemand ons betrapt. Als we verder gaan dan dit kunnen de consequenties enorm zijn.
"Tot morgen, Lucien," antwoord ik dan maar, waarna hij de kamer verlaat.

De week die daar op volgt verloopt hetzelfde als de twee ervoor. We zien elkaar in het geheim, een aantal uren achtereenvolgend.
We voeren regels in, voor onszelf, om niet over onze grenzen te gaan. Het is moeilijk om ze vol te houden, maar het lukt ons.
Ik ben nog regelmatig in staat om alles aan hem te geven, om mijn gehele toekomst te riskeren, maar we hebben allebei net genoeg wijsheid over in ons verliefde lichaam om dat te ontwijken.
      Ondertussen gaat het in het kasteel enkel nog over de spoedige terugkomst van de koning en zijn zoon. Er is nieuws ontvangen dat zij niet ver meer zijn, en het stemt iedereen gelukkig.
Iedereen, behalve mij. Ik wil niet dat hij terugkomt, maar nu ik zeker weet dat het gaat gebeuren moet ik me er bij neerleggen.
Mijn bruiloft komt steeds dichterbij, de onderonsjes met Lucien moeten stoppen. We kunnen niet de kans lopen dat Aleran, of iemand anders, er achter komt.
In zijn afwezigheid zijn we roekeloos geworden, maar dat kan niet meer. Dat mag ik niet meer zijn, dat zal me te veel kosten.
Het is de avond voor de verwachte terugkeer van het gezelschap. De stemming in het kasteel is uiterst goed, er zijn maar twee vertrekken waar die anders is. Die waar ik in verblijf, en die van Lucien.
We voelen allebei dat het het einde van ons geluk is, in ieder geval dat van mij. Ik vertel mezelf keer op keer dat Lucien zijn geluk wel weer zal vinden.
Hij is een prins, de vrouwen liggen aan zijn voeten. Er moet er minstens eentje zijn waar hij liefde voor kan voelen.
Mijn eigen geluk zal niet bestaan zodra de kroonprins weer in het kasteel is, maar daar heb ik me volledig bij neergelegd. Natuurlijk ben ik er onrustig onder, en overweeg ik bij de gedachte alle opties waardoor ik onder een leven met Aleran uit kan komen, maar ik ben wijs.
Ik heb een land om te vertegenwoordigen, macht om te verspreiden. Als ik niet van Aleran kan houden, dan hopelijk wel van de kinderen die ik met hem zal krijgen. Met hen zal ik het anders doen dan onze ouders het met ons deden.
      De deur van mijn vertrekken gaat open en Lucien staat binnen. De spanning tussen ons is te voelen.
Normaal gesproken is dat enkel romantische spanning, maar de aankomst van mijn verloofde voegt nu een laag verdriet toe. We zeggen niets, hij neemt me enkel in zijn armen.
Hij is zacht, zijn omhelzing warm, en hij drukt zijn lippen tegen mijn voorhoofd. Dan kust hij me, vol passie. Ik voel al zijn emoties in de kus, die minuten lijkt te duren. Ik wil niet dat het ophoudt, omdat ik weet, ik voel dat het onze laatste kus zal zijn.
Zijn handen liggen om mijn middel, de zijne om zijn nek, geen enkele millimeter ruimte tussen onze twee lichamen. We willen zo dicht mogelijk bij elkaar zijn, voor een laatste keer.
Als onze lippen elkaar verlaten moeten we beiden even op adem komen, alsof het besef van ons afscheid alle lucht uit ons lichaam heeft weggenomen.
"Lucien...," ik weet zijn naam nog net uit te brengen terwijl ik hem aankijk. "Ik...."
Hij knikt en veegt een traan van mijn wang waarvan ik niet wist dat hij er was. Ik voel me verdoofd door alle emoties die in mijn lichaam aanwezig zijn.
"Ik weet het, Emma." Ik twijfel aan zijn woorden. Er is zoveel dat ik hem zou willen vertellen, en ik denk niet dat hij alles weet. "Ik denk dat het beter is dat we gaan. Jij terug naar jouw vertrekken, ik naar de mijne."
Het enige dat ik kan doen is knikken. Hij zal de eerste zijn die vertrekt, ik een paar minuten later, om geen argwaan te wekken bij de mensen die we eventueel tegenkomen.
Als hij naar de deur loopt voel ik een stuk van mijn hart afbreken en tot stof vergaan. Het voelt alsof ik hem nooit meer zal zien, terwijl het tegendeel waar is. Ik zal hem nog elke dag zien, maar ik mag hem nooit meer liefhebben.
"Ik zal je missen, Emma." En met die woorden is hij vertrokken.
Meer tranen dan ik wist dat ik in me had ontsnappen terwijl ik naar de dichte deur staar. "Ik hou van je..." verlaat mijn lippen als een fluistering die hij nooit zal horen.

De volgende ochtend is het al vroeg tijd om op te staan. Niet veel langer nog tot Aleran terug is, dus ik moet volledig opgedoft worden om mijn verloofde met open armen te verwelkomen. Armen die gisteren nog om iemand anders heen lagen.
Het is buiten al warm, de zon verlicht en verwarmt ons allen. Om me heen zie ik vrolijke gezichten, maar dat van mij is vervalst. Ik glimlach wel, maar het kost me heel veel moeite.
Ik heb Lucien nog niet gezien. Het zal me niets verbazen als hij probeert onder deze verplichting uit te komen, iets dat hem niet zal lukken. Werkelijk iedereen die ook maar een beetje belangrijk is binnen de kasteelmuren staat buiten, hij kan niet ontbreken.
      Het geluid van paardenhoeven haalt me uit mijn gedachten. Ze zijn er.
Mijn hart komt bijna uit mijn borstkas zetten terwijl ik diep adem haal. Naast me hoor ik de koningin mopperen tegen haar dochter, die niet recht genoeg staat, en daarna voegt een bekende stem zich bij het gesprek. "Eschieve, als je zo blijft staan ga je nooit een man vinden." Ik kijk naar links en zie Lucien, een zelfde glimlach als de mijne om zijn lippen. Hij ontwijkt al het oogcontact, en dat is maar goed ook. Ik heb het gevoel dat iedereen kan zien, kan voelen, kan merken dat er iets tussen ons speelt. Speelde.
De paarden komen steeds dichterbij, en ik herken Aleran meteen. Hij grijnst breed, dol op alle aandacht.
Het duurt even voordat hij volledig afgestapt is, en dan loopt hij meteen op mij af. Niet omdat hij me gemist heeft, maar omdat dat hem ingefluisterd is. Hij moet doen alsof dat wel zo is. Laten zien dat hij me onder controle heeft.
Ik glimlach geforceerd als hij me kust en in zijn armen neemt. De omhelzing is ruw, de knopen van zijn tuniek drukken in mijn ribben en borst en zijn kus voelt vol dwang, maar als de toekomstige koningin die ik ben laat ik hiervan niets zien aan de mensen om me heen.
Het wordt nu tijd om volgens de regels te spelen.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen