Foto bij 029 - Emmeline

Ik ben dol op dansen.
Nee, ik was dol op dansen. Het bewegen op muziek, even alles om je heen vergeten en je mee laten slepen door de tonen.
Nu moet ik echter netjes dansen, me voorbeeldig gedragen. Vroeger werd losbandig gedrag nog wel eens door de vingers gezien, maar vanaf nu worden al mijn bewegingen nauwlettend gevolgd. Een verkeerde beweging kan een golf aan oproer teweeg brengen.
In mijn hoofd ben ik nog steeds bezig met Aleran's speech. De woorden die hij sprak, te mooi en te liefdevol om werkelijk uit zijn eigen brein te komen.
Ik hoefde dan ook maar een keer naar Lucien te kijken om het te beseffen. Hij heeft de woorden geschreven, stuk voor stuk, voor zijn broer.
Dan neemt iemand mijn broer's plaats in. Mijn hart slaat een slag over als ik besef dat het Lucien is.
Natuurlijk kan ik hier niet met hem zijn zoals ik had gewild, maar we hebben in ieder geval even samen de tijd. Drie minuten, misschien, en het is oppervlakkig, maar het is beter dan niets.
Hij glimlacht, en ik merk dat mijn gezicht op meteen oplicht.
"Lucien." Hij zet de eerste pas in, en meteen bewegen we soepel over de dansvloer. "Emma."
"Wat een prachtige speech, vond je niet?" Ik weet dat er mensen zijn die ons kunnen horen, de toekomstige koningin zal altijd afgeluisterd worden. Dus moet ik mijn woorden verhullen in normale spraak, zodat niemand ook maar iets vermoedt. "Ik was ontroerd door de passie in zijn woorden."
Hij knikt en kijkt begripvol. "Dat zal hem vast heel erg goed doen. Hij wilde niets liever dan dat je wist hoe hij zich voelt. Wat hij voor je voelt."
"Hij weet dat die gevoelens wederzijds zijn," beaam ik, "en dat ik van hem houd met heel mijn hart. Dat er niets is dat ik liever zou zijn dan de zijne."
De glimlach op zijn gezicht wordt nog groter terwijl de muziek langzamer wordt.

De rest van de dag bestaat uit formaliteiten en meer feest.
Net zoals gisteren gaat alles langs me heen. Het enige moment dat ik volledig bij bewustzijn was was tijdens de dans met Lucien.
      Mijn ouders zijn trots op me. Ze zijn blij en kunnen niet wachten op hun eerste kleinkind, aangezien Louis nog niet veel succes heeft gehad. Mijn broer overleefde twee huwelijken, in tegenstelling tot zijn vrouwen, die beiden overleden tijdens de geboorte van hun kind. Mijn broer werd twee keer weduwnaar, en is tot op de dag van vandaag kinderloos. Dat heeft hem zijn passie gekost, zijn liefde. Hij lijkt zich over het gehele idee heen gezet te hebben, en is ook niet wild enthousiast over mijn huwelijk.
Ze vertrekken in de vroege ochtend, nadat alle festiviteiten afgelopen zijn. Ze hebben een land te regeren, kunnen zich niet te lang ophouden met hun gehuwde dochter. Mijn moeder geeft me, vlak voordat ze instapt, verscheidene tips over het verwekken van een kind, en het tevreden houden van mijn echtgenoot. Het lukte haar om zes kinderen te baren, maar zij had een liefhebbende man. Ik hoop dat mij ooit hetzelfde gegund wordt.
      De nachten zijn lang. Aleran botviert al zijn lusten op mij, daarbij geen rekening houdende met mijn wensen of gevoelens.
Hij is ruw en hardhandig. Hij weet wat hij wil, en hij zal het krijgen zelfs als ik niet dezelfde lusten heb. Het gaat nu om mijn man.
Zijn handen glijden over mijn lichaam, vergrijpen zich aan mijn haren, mijn heupen, mijn borsten, mijn billen en mijn dijen. Pinnen mijn polsen boven mijn hoofd.
Er ontstaan blauwe plekken op de plekken waar zijn lichaam zich met het mijne samensmelt. Het kost me moeite om geen pijn te tonen als ik 's ochtends opsta.
Zodra hij voldaan is laat hij zich naast me neervallen en valt hij in slaap, zijn lichaam zo ver mogelijk van het mijne. Hij doet niet eens meer zijn best om te doen alsof hij me liefheeft zodra we alleen zijn.
Slapen doe ik amper, ik lig op mijn rug wakker naast een snurkende man, mijn gedachten afdwalend.

Na een week, misschien meer, aan moeilijke dagen en nog zwaardere nachten, sta ik voor de spiegel in onze vertrekken.
Mijn kleermaaksters zijn net geweest, en hebben een lading aan nieuwe jurken voor me achtergelaten. Alsof ik daar nog iets aan heb.
Aleran laat me amper mijn vertrekken verlaten, en als we hier samen zijn heb ik weinig tijd om me op te doffen. Kleding raakt meteen de vloer, Aleran krijgt wat hij wil en wanneer hij het wil - en dat is blijkbaar seks, en op elk moment van de dag.
Op een van de tafels, naast een set naaigaren, naalden en stof, ligt een grote schaar. Terwijl ik naar mezelf kijk in de spiegel vinden mijn trillende vingers het ding.
In mijn lange haren zitten knopen groter dan ik ze ooit heb gezien. Ze komen van het eeuwige piekeren, waarbij ik mijn vingers in mijn haren draai tot ik ze er amper nog uit krijg.
In een vloeiende beweging zet ik de schaar in mijn haren, net onder mijn sleutelbeenderen. Als sneeuwvlokken vallen er honderden kleine, donkerbruine lokken op de grond, tot alles een lengte heeft. Het zal maximaal tien centimeter zijn, maar nu is het weg.
      "Oh nee, prinses...," in de deuropening staat een van mijn kleermaaksters. Ze kijkt naar mij, naar het haar op de grond, de schaar in mijn handen, en weer naar mij. "Oh nee, oh nee.."
In een soort blinde paniek begint ze de vloer schoon te maken, terwijl een andere, net binnen gekomen bediende, de schaar uit mijn handen neemt. Alsof ze bang zijn dat ik mezelf iets aan zou doen.
"Er is niets aan de hand, het is maar haar...," zeg ik nog, maar de vrouw lijkt volledig overstuur.
"Oh, de prins zal zo boos zijn." Hoor ik haar onder haar adem mompelen, nerveus.
Ik stoot een lachje uit. "Als de prins al boos wordt is dat mijn verantwoordelijkheid, niet de jouwe. Jullie mogen gaan."
      Als Aleran nog een half uur later de vertrekken inkomt, wordt hij inderdaad boos. Hij hoeft maar even naar me te kijken en ik zie zijn bloed koken.
"Emmeline..." hij zet een aantal stappen in mijn richting. "Wat heb je gedaan?"
Ik kijk hem vragend aan. "Mijn haar? Het was dood, en vol knopen. Er zat niet veel anders op dan...,"
"Wat begrijp je niet aan ons huwelijk, Emmeline? Je bent mijn vrouw. Voor elke stap die je zet, elke slok die je neemt, elk woord dat je spreekt, heb je mijn toestemming nodig."
Ik haal diep adem. "Ik wist niet dat..."
De man zet een aantal grove stappen naar de deur, zwaait die open, en grist de eerste de beste bediende uit de gang. Hij is een vriendelijk uitziende jongeman, misschien maximaal achttien, mijn leeftijd, en lijkt volledig verward over wat er hier gebeurt. Evenals ik.
"Ik weet niet of jullie het fenomeen kennen in Schotland, Emmeline, maar Leith hier is nu jouw whipping boy." Terwijl hij volledig oogcontact met mij houdt slaat hij de jongen in zijn gezicht, met vlakke hand. Een keer. "Dit is voor het feit dat je aan me twijfelde." Nog een keer. "En dit is voor het feit dat je me niet gehoorzaamde."
Hij lijkt te beseffen dat hij mij geen fysieke pijn kan doen, in ieder geval niet op deze manier, zonder dat het aandacht trekt, dus botviert hij zijn woede op een onschuldige jongen, die geen spier verrekt. Alsof hij het gewend is.
"Ik hoop dat dit duidelijk genoeg is."

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen