Foto bij 032. - Lucien

Ik weet niet of mijn boodschap haar bereikt heeft. Of dat ze hem begrepen heeft. Of dat Kenna hem überhaupt heeft doorgegeven. Het is zenuwslopend. Zelfs Winoc wordt zenuwachtig van me.
Twee, drie dagen gaan voorbij zonder antwoord. In die tijd ga ik eindeloos over de lijst met namen die ik van mijn ouders heb gehad. Sommige herken ik, van vroeger, van staatsbezoeken. Anderen zijn me volledig onbekend. Tot mijn schrik zie ik dat de prinses uit Turkije er ook op staat. Los van het feit dat ze bijna acht jaar ouder is, hoef ik die gevoelens niet te herleven. Zij is sowieso geen optie.
Ik heb geen idee wie ik zou moeten uitnodigen. Ik ken geen van de vrouwen goed genoeg om een mening te vormen. Bijna alsof ik gewoon twee namen moet prikken en ze moet uitnodigen voor de zomer. Heel romantisch allemaal.
Ik wil geen van deze vrouwen. Ik wil Emma.
Misschien heeft ze mijn boodschap gehad maar besloten niet te antwoorden. Wil ze het niet meer riskeren, of is ze klaar met me. Ik zou het haar niet kwalijk nemen. Als ze me dat alleen zou vertellen... Ik heb liever dat mijn hart gebroken wordt dan dat ik niet weet waar het aan toe is.
Met een kreun laat ik me achterover op mijn bed vallen. Zes maanden. Zes maanden geleden was mijn leven rustig, zonder poespas, zonder ingewikkelde gevoelens. Als mijn ouders me toen die lijst hadden gegeven had ik simpelweg de mooiste uitgekozen en stond er waarschijnlijk binnen het jaar nog een huwelijk op de planning. Maar helaas. Emma kwam voorbij en gooide alles in het honderd. Met een tweede, nog miserabelere kreun leg ik een arm over mijn ogen.
Er wordt aangeklopt. Ik geef geen antwoord, geen behoefte aan bezoek. De deur gaat toch open.
"Het wordt je geraden dat je me goed nieuws brengt." mompel ik.
"Ik geloof dat ik dat doe." Winoc klinkt speels. Ik haal mijn arm van mijn ogen en kijk hem sceptisch aan.
"Als je een grapje maakt..."
Hij houdt het gevouwen stuk papier tussen wijs- en middelvinger, een irritante grijns op zijn gezicht. Het werkt aanstekelijk. Ik gris het stukje papier van hem vandaan en vouw het open. Het duurt even voordat ik de boodschap heb ontcijfert, en in alle eerlijkheid voel ik me er niet veel beter door. Twee minuten? Dat is praktisch onmogelijk. Daarbij, als ik eenmaal binnen ben staan de wachten weer voor haar deur. Wat als ze ons horen? Zij weten ook dat het Aleran niet kan zijn.
Ik gooi het briefje in het vuur en staar terwijl de vlammen er aan likken. Het leven was zo veel eenvoudiger als onbezonnen prins die het woord verliefdheid amper kende.

Helaas heb ik niet lang om mijn keuze te maken. Aleran is niet lang weg. Maar de risico's knagen aan me. Die wachten staan er niet voor de leuk, ik wil niet denken aan de bedreigingen die Aleran naar hun hoofd in gesmeten, mochten ze een fout maken.
Aan de andere kant is het misschien de enige kans die ik in lange tijd ga krijgen. In een pogingen mijn gedachten op een rijtje te krijgen (dat lijken ze nooit meer te zijn) maak ik een wandeling door het paleis.
Als ik richting de tuinen ga, nota bene wachtend tot de twee uur voor de volgende ronde van Emma's wachten voorbij zijn, kom ik mijn moeder tegen. "Lucien, lieverd!" zegt ze opgetogen. "Op weg naar buiten? Ach, moet je doen. Het is een prachtige dag."
"Ik ben allergisch, moeder." herinner ik haar met een glimlach.
"Dat heeft je nooit eerder tegen gehouden. Doe het anders voor Emmeline."
Mijn hart slaat een slag over. "Emmeline?"
Moeder kijkt enigszins verdrietig. "Ik heb haar sinds de bruiloft amper gezien. Ik snap dat Aleran snel een zoon wil, maar het helpt niet om haar opgesloten te houden. Een ongelukkige vrouw zal geen levend kind baren."
"Moeder, Aleran wil niet dat ik in haar..."
"Onzin!" onderbreekt ze me. In een halve seconde gaat ze van liefhebbende moeder naar regerend koningin. "Aleran is er niet, en in zijn afwezigheid zal de familie voor haar zorgen. Je bent zijn broer, en ik zal het niet hebben dat een pasgetrouwde vrouw alleen op haar kamer zit. Zijn bevelen gaan niet boven die van mij. Ik zal de wachten haar laten halen." Ik wil op mijn knieën vallen en haar voeten kussen. En toch ben ik er niet gerust op.
"Als Aleran er achter komt, Moeder. Hij is zo opvliegend sinds zijn terugkomst uit Calais..."
Ze wuift het weg. "Dan blijf ik er bij. Op afstand, zodat die arme meid zich niet bekeken voelt. Jullie waren vroeger zulke goede vrienden, Lucien." Haar gezicht verzacht weer. "Het is niet makkelijk om uit je eigen land weggerukt te worden en te trouwen met een praktisch vreemde."
Met een schok realiseer ik me dat mijn moeder zich in Emma moet herkennen. Zij is immers van origine Spaans, op jonge leeftijd uitgehuwelijkt aan mijn vader. En hoewel ze nooit bijzonder warm is geweest naar Emmeline, ben ik blij te zien dat ze ook niet wil dat haar nieuwe schoondochter wegkwijnt. Een klein stemmetje brengt de angstaanjagende gedachte dat ze misschien wat weet, maar dat is onmogelijk. Ik duw het weg, en glimlach breed.
Wie ben ik, om mijn moeder de koningin iets te weigeren?
Twintig minuten later wordt Emma door twee wachten naar de tuinen begeleid. Ze willen meelopen, maar moeder houdt ze met ferme hand tegen. Het gebeurt niet vaak dat de koningin directe bevelen geeft, en er wordt enigszins verdwaasd maar meteen gehoorzaamd. Emma loopt naar me toe en ik doe alle moeite om mijn gezicht in de plooi te houden, laat staan haar in mijn armen te nemen en te zoenen.
"Je haar is korter." stoot ik uit. Ze schiet in de lach, heel even maar.
"Praat me er niet van."
Misschien is het door het zonlicht dat ze er niet zo slecht uitziet als ik had verwacht. Misschien, denk ik egoïstisch, is het door mij dat ze er beter uitziet dan ik had verwacht. Ik begeleid haar naar de tuinen. Mijn moeder loopt een meter of vijftien achter ons, ver genoeg dat we zachte gesprekken kunnen hebben zonder te worden verstaan. Zolang we het maar niet teveel doen, zolang we de schijn maar ophouden.
"Ik zat op je te wachten." zegt ze zachtjes. Het is maar goed dat ze aan mijn linkerkant loopt - met mijn gespalkte hand is het onmogelijk om die van haar te pakken. "Ik was bang dat je niet zou komen."
Ik glimlach. "Ik was aan het wachten tot ik kon komen... Mijn moeder had blijkbaar andere plannen." Ik bijt op mijn lip, deels omdat mijn volgende woorden heel gevaarlijk zijn, deels omdat er een nies aan zit te komen. "Vannacht." beloof ik haar, om vervolgens een aantal vogels op te schrikken met een oncharmant luide nies.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen