Foto bij 033 - Emmeline

Vannacht. Het woord klinkt me als muziek in de oren.
We zullen heel eventjes samen zijn, alleen. Begrijp me niet verkeerd, ik ben de koningin eeuwig dankbaar dat ze me uit mijn vertrekken liet halen.
De buitenlucht doet me goed, maar het is Lucien's gezelschap dat me op de been houdt.
"Wat heb je met je hand gedaan?" vraag ik dan. Zijn gespalkte hand viel me al eerder op, maar ik wilde er niet meteen naar vragen.
Lucien lacht zachtjes en schudt zijn hoofd. "Daar spreken we niet over."
"Toe, Lucien..," ik kijk hem aan, "vertel me wat je hebt gedaan. Ik krijg zo weinig mee van wat er in het kasteel gebeurt, jij zou geen geheimen voor me moeten hebben."
Hij stoot een zucht uit en lacht daarna. "Prima. Ik sloeg tegen een muur."
"Je...," ik kan het niet laten om te lachen. Lucien heeft altijd een vreemde manier gehad om met zijn boosheid om te gaan, maar dit slaat wel alles. "Oh, hemel, Lucien."
Hij lacht ook, zachtjes. Natuurlijk heb ik zo mijn vermoedens wat voor zijn woede zorgde, maar die zal ik nooit in het openbaar uitspreken.
Voorzichtig kijk ik om, om te zien hoe dichtbij de koningin is. Ze loopt ondertussen ongeveer twintig meter achter ons, genietend van de zon. Ze lijkt niet erg op ons te letten, iets dat me goed doet. De koningin is niet wantrouwend naar ons.
"Hoe gaat het met je, Emma?" vraagt Lucien dan, zo zacht mogelijk. Ik kijk hem kort aan en zie bezorgdheid in zijn ogen, die ik zo snel mogelijk weg wuif.
"Goed.. ja, goed," ik glimlach geforceerd. "Ik vind het fijn om buiten te zijn."
Ik weet dat dat niet is waar hij naar vraagt, maar ik kan geen kwaad woord spreken over mijn echtgenoot. Niet hier, niet op klaarlichte dag.

Zodra ik weer binnen ben kruipen de uren voorbij.
Ik dineer met de koningin, zij en ik zijn de enigen aan de tafel. Ze gaf aan behoefte te hebben aan tijd met haar schoondochter, en ik ging akkoord.
Natuurlijk beangstigt het gevoel dat ze me een op een wil spreken me. Wat als ze iets doorheeft?
      Dat is gelukkig niet zo. Het enige waar ze over praat is mijn huwelijk en mijn nageslacht. Ze raadt me verschillende technieken aan om zo snel en voorspoedig mogelijk in verwachting te raken. Ik neem alles in me op en knik naar elk gecompliceerde advies.
Ze belooft haar bedienden een vloedgolf aan flesjes en zalfjes te brengen, elke nog beter dan de vorige.
Er staat druk op me. De koning, hoe machtig en succesvol ook, begint de grip op het koningschap te verliezen. Het zal misschien nog een jaar duren tot hij aftreedt, en Aleran de troon zal bestijgen. Vanaf dat moment wordt er enkel nog naar hem gekeken, met een schuin oog naar mij.
Zolang ik geen kroonprins kan leveren ben ik waardeloos.
Ik hoorde, ooit, een verhaal over een vorstin die met de kroonprins van Denemarken trouwde. Hun huwelijk was succesvol, maar de vrouw wist enkel dochters op de wereld te brengen. Het zorgde voor een groot schandaal binnen het gehele rijk, en na opstanden onder het volk werd de kroonprins van zijn recht op de troon ontzien, en vervangen door zijn broer, die het wel lukte om zoons te krijgen.
      "Emmeline?" de koningin kijkt me vragend aan. Ik sla mijn hand voor mijn mond.
"Oh, mijn excuses. Ik was.. mijn gedachten dwaalden af. Pardon."
Ze glimlacht en legt haar hand op de mijne. "Maak je niet te druk, Emmeline. Het zal allemaal voortvarend verlopen."

Ik ben alleen in de vertrekken die ik met Aleran deel. Het vuur knispert zachtjes, en ik lees een boek op ons bed.
Helaas kan ik me niet focussen op de woorden, het enige waar ik aan kan denken is Lucien's bezoek. Ik weet niet wanneer hij komt, maar hoop dat hij het goed uitgedacht heeft. Er is maar een korte tijd waarin hij ongezien mijn vertrekken in kan komen, al is die langer dan overdag. 'S nachts zijn de wachten lakser.
Ik heb zelf nog nooit geprobeerd om weg te komen, te angstig voor de represailles, maar het zou kunnen als ik het goed genoeg zou regelen.
De rest van de avond spendeer ik met lezen, het drinken van wijn en door de vertrekken lopen. Ik bestudeer mezelf grondig in de spiegel.
Bepaalde plekken op mijn armen zijn van blauw in rood veranderd, anderen hebben een meer groenige kleur. Die op mijn dijen zijn nog steeds blauw, evenals die op mijn heupen. Een enkele doet me nog verschieten als ik er op druk. Ik ben altijd al gevoelig geweest, mijn huid laat bij het minste al een blauwe kleur zien.
Zuchtend laat ik de stof weer zakken. Het is absurd, maar ik heb al geaccepteerd dat dit mijn leven is.
Zelfs al weet ik Aleran een zoon te geven, hij zal niet verzadigd zijn tot hij minstens vier kinderen heeft. Voor andere lusten kan hij naar andere vrouwen trekken, het zou me niets verbazen als dat al in de werken staat. Zolang hij voorzichtig is en geen bastaardkind verwekt is dat voor ons beiden het beste.
      De gedachtenstroom stopt als ik, zacht, vier kloppen op de deur hoor. Lucien.
Zo snel als ik kan loop ik naar de deur, die ik op een kier open. Zodra ik zie dat het ook werkelijk Lucien is, en niet iemand die op miraculeuze wijze onze correspondentie heeft onderschept, open ik de deur verder. Het kost me moeite om hem niet meteen naar binnen te trekken.
Hij is er. Ik heb zo lang verlangd naar zijn aanwezigheid, alleen wij twee, zijn armen om me heen en zijn lippen op de mijne, en nu is hij er.
Ik vergeet Aleran, ik vergeet alle druk die er vanuit beide koninklijke families op me gezet wordt, ik vergeet dat ik prinses ben.
Zodra de deur dichtvalt neemt hij me in zijn armen en kust hij me. Het voelt als jaren geleden, maar oh zo vertrouwd. Ik kan niet veel anders doen dan er in meegaan, terwijl ik hem zo dicht mogelijk tegen me aan trek.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen