Foto bij 035 - Emmeline

Zodra Aleran weer thuis is begint het leven zoals ik net kende weer opnieuw.
Hij geeft me iets meer vrijheid, ondertussen, waarschijnlijk in opdracht van zijn moeder. Ik krijg de vrijheid om te wandelen, mijn dames te spreken en mag zelfs bij sommige gelegenheden aanwezig zijn.
De nachten zijn nog steeds lang, en Aleran wordt elke dag een beetje ongeduldiger.
Lucien zie ik nog steeds zo af en toe, maar aangezien Aleran het kasteel al weken niet meer verlaten heeft hebben we geen tijd samen. Niet zoals we zouden willen, in ieder geval.
      Buiten het kasteel vindt een zomerfeest plaats. Er wordt muziek gespeeld, er zijn verschillende activiteiten voor alle kinderen en er varen bootjes over het water. Hier en daar genieten mensen op kleden van het eten, dat her en der bereid wordt, en wordt er wijn gedronken. Dit alles om een belangrijke partner en goede vriend van de koning te verwelkomen, de koning van Portugal. Hij heeft zijn gehele gezin meegebracht en zal de hele week onderhandelen met de Franse koning over zaken die mij, in Aleran's woorden, 'niets aangaan'.
De sfeer is aangenaam, zeker omdat Aleran zijn vader op de voet volgt en weinig tijd heeft om mij nauwlettend in de gaten te houden.
Samen met mijn drie dames zit ik op een kleed, een karaf rode wijn in het midden. Een parasol is opgezet door een bediende, die geïnstrueerd was dat de Schotse dames snel zouden kunnen verbranden. We kijken naar de spelende, rennende kinderen en de bootjes over het water.
Hier en daar zien we stelletjes, en zelfs alle werklui lijken het naar hun zin te hebben. Er wordt op een dag als deze meer druk op ze gezet, maar iedereen is vrolijk en vriendelijk.
Mijn oog valt op een klein jongetje, een jaar of twee, die aan de hand van een vrouw voorzichtige stapjes zet over het gras. Ik herken hem als de zoon van een van de belangrijke mannen binnen het kasteel, en moet glimlachen als ik het jongetje hoor kirren uit plezier.
"Voor je het weet heb jij er ook een, Emma," oppert Lola, die een druif eet terwijl ze mijn blik volgt. "Een prachtig jongetje met donkere krullen en bruine ogen."
Een glimlach ontstaat op mijn gezicht. Dat het kind dan van Aleran is, doet er in dit verhaal veel minder toe. De eerste paar jaren zal hij toch nog niet veel waard zijn in Aleran's ogen, en heb ik mijn zoon helemaal voor mezelf. Onbewust vouw ik mijn handen over mijn buik.
Eerst waren het enkel waterige symptomen, een licht vermoeden, maar toen mijn maandelijkse periode uitbleef en mijn misselijkheid toenam wist ik het zeker. Ik heb het nog met niemand gedeeld, zelfs niet met Aleran. Heel eventjes is dit kind alleen van mij, een geheim voor alle mensen om me heen. Een liefde alleen tussen mij en dit kind.
Ik houd al meer van hem dan ik ooit van zijn vader zal houden, maar het gevoel is zo mooi dat ik alle misere even vergeet. Het voelt alsof ik eindelijk een doel heb, alsof mijn leven eindelijk kleur heeft gekregen.

De volgende dag loop ik alleen door de tuinen. Het weer is nog steeds prachtig, en bedienden werken hard om alle restanten van gisteren op te ruimen.
Aleran is al sinds de vroege ochtend in een bespreking met de zijn vader en de Portugese koning, waardoor ik alle tijd heb om alleen te zijn. Ach, alleen kun je het niet meer noemen. Het voelt alsof ik een grote lading levenslust en energie heb gekregen door het kleine wonder dat in me groeit.
      Mijn wandeling brengt me naar de stallen van het kasteel. Het ruikt er naar hooi en stro, een geur die ik maar al te goed ken van thuis.
Vroeger speelden Lucien en ik hele dagen verstoppertje, en ik herinner me de keer dat ik me in een van de grote hopen stro verstopte. Het duurde voor mijn gevoel uren voordat ik gevonden werd, volledig bedekt in stof en stro, wat me een preek van mijn moeder opleverde.
Ik dacht slim te zijn, omdat Lucien met zijn allergieën nooit in een strobaal zou gaan zoeken. Dat was ook zo, tot mijn oudere broer hem meehielp. Die kende mijn voorliefde voor de natuur en het werken van mijn brein al te goed tegen die tijd, en hielp Lucien eindelijk met het vinden van mijn verstopplek.
      Ik hoor het geluid van hoeven op de stenen ondervloer terwijl ik weg sta te dromen. Als ik opkijk zie ik daar Lucien, zijn paard overhandigend aan een van de staldienders. Hij ziet me niet meteen, waarschijnlijk te druk bezig met het inhouden van zijn adem zodat hij geen allergische aanval krijgt, maar als hij me wel ziet glimlacht hij. "Emma.."
"Lucien.. hoe was je rit?"
Hij haalt zijn schouders op. "Ik moest even wat stoom afblazen. Er zijn teveel mensen binnen die muren, ik had ruimte nodig om te denken."
Ik knik. Dat is exact waarom ik meestal naar buiten ga. Binnen lopen overal mensen, zijn er altijd mensen die iets van je nodig hebben.
Net als ik een volgende vraag wil stellen voel ik een pijnscheut door mijn liezen gaan. Ik heb er al eerder een zoals deze gevoeld, maar die was stukken zwakker. Een sissend geluid verlaat mijn lippen terwijl ik mijn nagels in mijn handpalm druk.
"Emma, gaat het goed?" Ik hoor Lucien's stem wel, maar het wordt heel eventjes zwart voor mijn ogen en mijn mond wordt droog.
Misschien heb ik gewoon frisse lucht nodig, besef ik. Als ik een paar stappen naar buiten zet wordt de pijn minder, maar blijft hij aanwezig. "Lucien.." het kost me moeite om woorden te vormen. "Kun je me naar Kenna's vertrekken begeleiden, alsjeblieft?"
      Al die tijd probeer ik niet op hem te leunen, alles om geen aandacht te vragen of argwaan te wekken bij de mensen om ons heen.
Angst bekruipt me. Ik heb verhalen gehoord, ik ken alle gevaren. Mijn moeder vertelde me genoeg over haar mislukkingen, haar teleurstellingen. In mijn hoofd kan ik enkel bidden. Alstublieft, God, wilt u mijn kind sparen.
Er staan geen wachten voor Kenna's vertrekken, en ik weet dat ze een onderonsje heeft met een mogelijke toekomstige echtgenoot. Haar relatie met Winoc lijkt sterk te zijn, maar de druk vanuit haar ouders is sterker en zorgt er voor dat ze, in ieder geval voor het publiek, bezig moet zijn met het vinden van een rijke man.
Nadat ik Lucien opdraag de deur op slot te doen krijg ik de kans om hem in zijn ogen aan te kijken. "Emma, wat is er aan de hand? Ik ga een arts halen.."
"Nee." Mijn stem is sterk, en blijkt niet te trillen. Het is geen smeekbede, het is een bevel. Ik laat hem geen arts halen.
Ik lig op de chaise lounge terwijl ik de oudroze stof van mijn jurk hef. De witte stof die blootgegeven wordt is grotendeels rood gekleurd, evenals een deel van mijn beider benen. "Emma..." Lucien staat nog steeds bij de deur, maar doet nu een aantal stappen dichterbij. Of hij weet wat er gebeurt weet ik niet, maar voordat ik ook maar iets uit kan brengen zijn daar de tranen.
Het enige lichtpuntje in mijn leven, naast de man die nu hier vol afgrijzen naar me staat te kijken, is niet meer.
"Mijn....," oh, mijn stem trilt en mijn handen ook. Er is denk ik niets aan mij dat niet trilt. Ik wil dat hij me vasthoudt en me vertelt dat het allemaal goedkomt, al geloof ik daar nu zelf niet meer in.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen