"Que Dieu m'aide." fluister ik bij het aanzicht van Emma's rode onderrokken. Onbewust sla ik een kruis op mijn borstkas, slechts een seconde voordat ik in reflex naar Emma toeschiet omdat ze op het punt lijkt te staan om flauw te vallen. Tranen rollen over haar wangen. Eén keer eerder heb ik dit meegemaakt, bij mijn eigen moeder, en op dat moment hing haar leven aan een zijden draadje.
Maar Emma grijpt mijn arm als ik ook maar de minste beweging maar richting de deur. "Je kan niet weggaan." snikt ze.
Ik hoop dat de paniek niet al te veel van mijn gezicht te lezen. Ik doe pogingen haar te troosten, maar wat zeg je tegen een vrouw die zojuist een kind is verloren? Ze snikt tegen mijn schouder. Het kan niet anders dan dat we gezien zijn op ons gehaaste pad naar binnen, en het kan niet lang duren voordat ze op zoek gaan naar haar.
"Emma." zeg ik, biddend dat ze de urgentie in mijn stem oppakt. "Ik moet een arts voor je halen. Ik zorg dat ik zo snel mogelijk terug bent, maar..."
"Nee!" Ze schudt driftig haar hoofd. Haar handen zitten onder het bloed en ze ziet nog steeds lijkbleek.
"Jezus, Emma!" Ze schrikt van de woede in mijn stem. "Ik ga jou niet laten sterven omdat je zo nodig niet alleen wil zijn. Ik ben zo snel mogelijk terug."
Ze blijft protesteren, maar ik negeer haar en haal de deur van het slot zonder de rest van mijn omgeving te registreren. Ik hoor een kreet en draai me met een ruk om. Kenna, met Winoc die op een kleine afstand van haar staat met een knalrood gezicht.
"Oh, godzijdank." verzucht ik. "Kenna, Winoc, allebei naar binnen. De situatie spreekt voor zich. Ik kom terug met een arts."
Kenna's schrik maakt onmiddellijk plaats voor bezorgdheid. "Hoogheid, uw handen..." Ik volg haar ogen en zie dat mijn handen eveneens onder het bloed zitten.
"Naar binnen." beveel ik, voor ik er vandoor sprint.

Het duurt niet lang voordat iedereen behalve Kenna en de arts uit de kamer worden geweerd. Winoc is vertrokken, bang dat er vragen gesteld worden waarom hij hier was. Ondertussen heeft het nieuws ook mijn moeder bereikt en ik zie dat het haar moeite kost om de kamer niet binnen te stormen. Ik heb haar nog nooit zo angstig gezien. Ik weet dat het niet de bedoeling is dat ik hier ben. Aleran kan elk moment aankomen, en ik ben niet klaar voor de vragen die gesteld gaan worden. Maar het idee om Emma hier achter te laten is nooit in me op gekomen. Zo nu en dan hoor ik een hartverscheurende snik, en bij de zoveelste stort mijn moeder in. Ik hou haar vast tot ze zichzelf weer in de hand heeft.
Na wat een eeuwigheid lijkt, gaat de deur open en kijkt Kenna door het kiertje. "De arts zegt dat ze het zal redden." De arme meid klinkt doodvermoeid. "Ze heeft aangegeven bezoek te willen ontvangen, maar de arts beveelt maar één persoon tegelijk." Vanzelfsprekend is dat mijn moeder, aangezien Aleran nog steeds ontbreekt. Kenna sluit de deur en ik fluister haar een dankjewel toe.
Ik ben me volledig bewust van het feit dat Emma wil dat ik haar bezoek. Maar dat kan niet zonder argwaan te wekken. Dus ik klop aan en als Kenna opendoet, leg ik een vinger op mijn lippen om te voorkomen dat ze iets zegt. "Als jullie zo weer alleen zijn, vertel haar dan dat ik van haar houd." fluister ik. Het meisje bloost, maar knikt en sluit de deur weer.
Ik ben de gang nog niet uit of ik kom Aleran tegen. Zijn gezicht staat op onweer. Ik ga voor hem uit de weg, maar hij heeft andere plannen - hij blokkeert me de weg. "Waarom was je bij haar?"
"Pardon?" vraag ik met oprechte verwarring.
"Geen grapjes, Lucien!" grauwt hij. "Jij hebt haar naar haar vertrekken gebracht. De wachten hebben je gezien. Waarom was je bij haar?!" Zijn gezicht is vlakbij het mijne. Hij ruikt naar alcohol, maar niet in zoverre dat ik denk dat hij dronken is.
"We kwamen elkaar toevallig tegen bij de stallen." zeg ik zo kalm mogelijk, maar ik voel mijn vingertoppen nu al tintelen. "Ze vroeg hoe mijn rit was geweest toen het misging. Ik was simpelweg de dichtstbijzijnde persoon.
"Ik dacht dat ik je had gezegd uit haar buurt te blijven."
"Het was stom toeval, Aleran!" snauw ik. "Ik snap niet waar je druk om maakt, ik heb haar nooit aangeraakt! Ga in godsnaam naar haar toe, als je zo graag zeker wil weten dat ze een miskraam heeft gehad in plaats dat ze met mij lag te neuken."
Voor ik heb doorheb, ramt hij zijn rechtervuist tegen mijn gezicht. Ik hoor mijn neus kraken en hap naar adem voordat de pijn in alle hevigheid door mijn hoofd schiet. Ik proef onmiskenbaar bloed, maar ik heb geen tijd om ook maar enigszins te herstellen - Aleran landt een tweede stomp in mijn maag. Hij grijpt me bij mijn kraag om te voorkomen dat ik op de grond val. Hij spuugt in mijn gezicht.
"Je blijft uit haar buurt, Lucien. Ik zie je wel kijken. Maar ze is van mij, hoor je me?! Van mij!"
Er razen duizend dingen in mijn hoofd die ik tegen hem wil zeggen, maar geen van hen zullen veel goeds doen. De pijn maakt het moeilijk om na te denken.
"Waarom zou ik haar willen?" weet ik uiteindelijk uit te brengen. Aleran, die waarschijnlijk een bijtende reactie terug verwachte, lijkt van zijn stuk gebracht.
"Wat?"
Met een holle lach spuw ik bloed op de vloer. Het doorslikken brengt ongeluk. "Waarom zou ik haar in godsnaam willen, Aleran? Als ik alle keuze van de wereld heb?" De leugens prikken op mijn tong. "In godsnaam, waarom zou ik dat opgeven terwijl er in de bordelen tientallen meisjes zitten die duizend keer mooier zijn dan zij? Die alles voor me doen, nog voordat ik er om vraag?" Ik lach weer, gemaakt en nep maar hopelijk overtuigend genoeg. "Ik hoef haar niet, Aleran! Je mag haar hebben! De enige interesse die ik in haar heb is vriendschap. En wat heb je daar tegen, behalve dat ze de gesprekken die jij niet wil horen, niet meer hoeft te horen? Dan heeft ze ze met mij!" Aleran kijkt nog steeds een beetje beduusd. Ik hoop dat hij dit niet doorspeelt aan Emma, en als hij dat wel doet, dat ze zich bedenkt dat ik er niks van meen.
Meende ik het maar. Het zou alles zoveel makkelijker maken.
"Jezus, Aleran. Ik heb alle vrijheid van de wereld en ik geniet ervan. Ik wil geen koning worden, nu niet en nooit niet. Dat mag jij allemaal doen. Graag zelfs! Emmeline mag je ook hebben. Ze is niks bijzonders, waarom zou ik alles wat ik nu heb riskeren voor háár? Het enige wat je riskeert als je Emmeline en mij vrienden laat zijn, is een makkelijker leven voor jezelf! Een gelukkige vrouw krijgt geen miskramen, dat weet jij net zo goed als ik."
Aleran lijkt het te overwegen. Godzijdank dat hij niet het grootste licht is. Het is vervlogen hoop om te denken dat hij ineens toe gaat staan dat Emma en ik elkaar zo vaak zien als dat we zouden willen. Maar het zou al zo erg schelen als hij haar iets vrijer laat... Al is het zonder mij. "Dit is het levende bewijs, Aleran." push ik nog even door. "Emmeline is niet zo gelukkig als ze zou moeten zijn. Anders had ze geen miskraam gekregen."
Aleran geeft antwoord op zijn eigen manier: hij duwt me zo ruw van zich af dat ik met mijn rug tegen de muur klap, en vertrekt naar zijn vertrekken.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen