Foto bij 037 - Emmeline

De pijn is onbeschrijfelijk.
En dan heb ik het voornamelijk om de geestelijke pijn. Voor de lichamelijke pijn ben ik al snel immuun geworden, hij veranderde niet en bleef exact dezelfde sterkte aanhouden, waardoor het lichaam er al snel aan went.
De geestelijke pijn, echter, als ik de koningin en Kenna aan mijn bed zie staan.
Ik bied mijn schoonmoeder, de grootmoeder van mijn overleden kind, zo vaak mijn excuses aan dat de woorden niet eens meer als woorden voelen, enkel als een samenraapsel van klanken.
De vrouw kan niet veel meer doen dan mijn hand vasthouden en mijn smeekbedes aanhoren.
Dan komt Aleran binnen. Hij kijkt woedend, maar lijkt iets te verzachten bij het zicht van zijn moeder. Bij haar moet hij haar beter voordoen. Bij haar kan hij niet de ongevoelige man zijn die hij bij mij is.
Het duurt hem veel te lang om naar het bed te komen. Zijn ogen spuwen even vuur naar Kenna, die vluchtig een aantal stappen opzij doet.
De koningin laat mijn hand los en streelt even over mijn hoofd. De leegte van haar hand wordt meteen opgevuld door Aleran, die met zijn ruwe hand de mijne vastpakt.
Hij laat zijn ogen over mijn gelaat glijden, alsof hij probeert te controleren alsof dit allemaal wel echt is, of mijn gevoelens gemeend zijn.
"Weten ze wat er gebeurd is?" Hij vraagt het niet aan mij, maar aan zijn moeder, die naast hem staat.
Ze slikt en wrijft even over haar zoon's schouder. "Dit gebeurt soms, Aleran. Het menselijk lichaam is een prachtig iets, maar ook onvoorspelbaar."
De man lijkt iets te verzachten en veegt met een duim tranen van mijn gezicht. De zachtheid van zijn aanraking verbaast me, iets dat er alleen maar voor zorgt dat ik opnieuw huil.
"Het is nog vroeg, Aleran. Jullie zijn nog geen drie maanden getrouwd, jullie kind heeft iets meer tijd nodig om bij jullie te komen," spreekt de koningin haar zoon toe.
Hij snuift, maar houdt zijn mond.
"Geef het een week, dan kunnen jullie het opnieuw proberen."
"Een week?" Hij klinkt geschokt en bijna geïrriteerd. Dan gebeurt er iets dat ik niet verwachtte - de koningin geeft haar zoon een tik op zijn vrije hand.
"Je vrouw is net haar kind verloren, Aleran. Haar lichaam heeft haar in de steek gelaten, ze heeft tijd nodig. En ze heeft van jou nodig dat je niet aan jezelf denkt, maar aan haar."

Dat kan hij maar met moeite opbrengen.
Zodra alle mensen vertrokken zijn zit hij naast me, op ons bed. Het lijkt wel alsof hij niet weet wat hij moet doen in deze ruimte, alsof hij maar twee functies van het bed kent. We zitten in stilte, geen van ons zegt een woord.
Er wordt eten gebracht, en samen eten we in stilte. Dan vertrekt hij, wederom zonder een enkel geluid te maken. Hij laat me achter, in verdriet en pijn, zonder een verklaring.
Niet veel later wordt er op de deur geklopt. "Prinses, uw dames zijn hier."
"Laat ze maar binnen," weet ik zwakjes uit te brengen. Er ligt een bedkruik op mijn buik, ik lig zo stil mogelijk om geen onnodige pijn te veroorzaken.
De vrouwen komen binnen, voorzichtig, alsof ik besmettelijk ben. Of breekbaar.
Even blijven ze aan de rand van het bed staan, maar ik gebaar ze te gaan zitten en dat doen ze dan ook, aarzelend. Alsof ze Aleran's blik op ze voelen branden.
"Emma..." begint Greer, al snel bijgevallen door de rest. "Hoe gaat het met je?"
Een van de meest waardeloze vragen die je aan een vrouw kunt stellen die net haar eerste kind verloren is. Ik moet dan ook zachtjes lachen, om de ironie in de situatie. En om hoeveel pijn ik voel door enkel die vraag.
"Ik ben net mijn kind verloren, ik denk dat het in te beelden is hoe ik me voel," mompel ik, terwijl ik mijn hand uitreik om het glas water van het tafeltje naast mijn bed te pakken. Er schiet een pijnscheut door mijn lichaam, en mijn dames zien me verschieten. Kenna overhandigt me het glas en helpt me enkele slokken te nemen, voor ze het weer wegzet.
"Het spijt ons zo erg, Emma. We zouden allemaal je pijn overnemen, als we dat zouden kunnen."
Ik knik voorzichtig. "Er is niets meer te veranderen aan deze situatie. Ik ben vooral blij dat ik geholpen kon worden en dat ik nog leef." Dat is een leugen. Toen Lucien het had over me niet laten sterven, wilde ik tegen hem schreeuwen.
Dat hij me maar moest laten sterven. Dat ik dat wilde, nu ik niet eens mijn enige doel weet te volbrengen. Dat het voelt alsof mijn leven niets waard is als dit me niet eens lukt. Dat ik al genoeg verpest heb, genoeg risico's gelopen heb, dat ze beter af zijn zonder mij. Maar ik zei het niet, ik hield mijn mond.
"Aleran nam het zijn broer niet in dank af dat hij je hielp," mompelt Lola, die meteen merkt dat ze haar mond voorbij gepraat heeft als Kenna haar een por geeft.
"Wat?" vraag ik, dwingend. "Wat is er gebeurd?"
Kenna zucht terwijl ze Lola aankijkt, en haar gebaart dat ze nu dan maar met het hele verhaal over de brug moet komen.
"Het laatste dat ik hoorde was dat hij hem flink toegetakeld heeft. Niemand weet precies waarom, maar ik hoorde dat hij bloedde."
Het kost me alle kracht die ik nog in mijn fragiele lichaam heb om niet opnieuw te gaan huilen, of om strompelend door de gangen te gaan tot ik Aleran of Lucien tegenkom, om verhaal te halen.
Het enige dat ik doe is antwoorden met een zwakke "oh."

Mijn dames hebben me al een tijd alleen gelaten als de deur opent, en Aleran binnenkomt. Ik zit nog steeds in mijn bed, niet in staat om zelfstandig te gaan liggen zonder te veel pijn te voelen.
"Waarom heb je Lucien geslagen?" hij leek niet door te hebben dat ik nog wakker was, maar zijn gezicht schiet al snel van verbaasd naar verbouwereerd.
"Ik hoef aan mijn vrouw geen verantwoording af te leggen." Hij schudt de tuniek van zijn schouders en gooit het ding over een stoel.
"Lucien heeft me geholpen, Aleran. Zonder hem was ik waarschijnlijk doodgebloed."
"Ik had hem verteld niet meer in je buurt te komen, Emma," zijn stemgeluid wordt harder. "Je bent mijn vrouw, ik wil geen praatjes."
"Hij is enkel mijn vriend, Aleran. Dat ziet iedereen. Ik ben je vrouw, ik heb alles gegeven voor mijn relatie met jou"
"Dat jullie enkel vrienden zijn heb ik nu vaak genoeg gehoord," verzucht hij, met zijn rechterhand zijn nek masserend. "Lucien heeft me duidelijk gemaakt dat hij geen interesse in je heeft, dat er duizenden vrouwen zijn die zijn voorkeur hebben. Hij hoeft je niet."
De woorden doen pijn, natuurlijk, en heel even geloof ik ze. Ik zou ze momenteel zelf ook denken. Maar dan denk ik aan Lucien. Hoe hij me vasthield, hoe hij me kuste, hoe hij zichzelf moest bedwingen om me niet te beminnen.
Hij is slim, en listig. Hij weet precies wat hij moet zeggen om zijn broer niet volledig tegen hem te krijgen. Ik vraag me af wat Aleran had gedaan als hij ook maar iets meer het idee had gehad dat Lucien iets voor me voelt. Ik denk dat Lucien dat niet had kunnen navertellen.
"En ik geef hem geen ongelijk," de man legt zijn hand op de deurklink. "Wat heb ik aan een vrouw die me niet eens nageslacht kan geven? Ik slaap vannacht ergens anders, zodat je voelt hoe teleurgesteld ik in je ben."

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen