Foto bij vijf.

‘Goed. Dan gaan we nu naar de afdeling om een kijkje te nemen.’ Andrews neemt het voortouw en loopt voor ons uit. Braaf volgen we hem en hij loopt achter de balie langs. In plaats van naar links te gaan om de kleine afdeling af te lopen, loopt hij naar rechts en opent een deur. ‘Omdat hartchirurgie leven of dood is, hebben wij een voorafdeling hier. Normaal zal je op een afdeling tegenkomen dat artsen en chirurgen heel ergens anders zitten dan waar hun echte afdeling is en ze veel op en neer lopen van afdeling naar eigen plek. Omdat wij vaak en snel ter plaatse moeten komen als er iets mis is, is het voor ons relevant dat we er binnen twee minuten kunnen zijn en niet binnen vijf of tien, dan kan het namelijk al te laat zijn voor onze patiënten. Vandaar dat hier de échte afdeling is.’ Andrews drukt op een grote, grijze knop waar heel groot ‘’deur open’’ opstaat en de deuren gaan open. Ik word omringt door geluid, vrouwen die in witte pakken deur in en deur uit lopen. Ik zie heel veel kamers en deuren. Ik zie mensen aan toeters en bellen liggen. Sommige aan slangetjes in een blauw jasje, sommige zonder slangetjes in een blauw jasje en sommige in hun gewone kleding.
‘Oh, pardon!’ Ik schrik van een vrouw in een wit pakje dat eraan komt. Ze loopt vooruit met haar armen naar achter. Achter haar sleurt ze een heel bed. Er ligt een vrouw in, ik schat haar een leeftijd van zestig. Er loopt een man naast en achteraan het bed loopt weer een meisje in een wit pakje. Een stukje jonger dan het meisje dat ervoor loopt. Ik stap opzei en met volle vaart rijden ze door. ‘Dit bedoel ik dus met een maandag. Dan is het druk omdat er verschillende opnames zijn. Deze patiënten die er vandaag zijn hebben wij een maand geleden al gezien. Die gesprekken voeren we dus ook. We hebben aan de andere kant onze spoed zitten. Dit zijn vier kamers die alleen gevuld mogen zijn voor een spoedgeval. Dus iemand die vandaag belt en ook vandaag geholpen moet worden. Meestal gaan deze mensen dan de volgende dag naar huis, of ze gaan naar een andere kamer op de vaste afdeling.’ We knikken dat we Andrews begrijpen. Zodra we het eerste blok voorbij zijn zie ik een glazen deur. Er zit een slot op met een lichtknopje. Ik denk dat je deze alleen kan openen met een speciale druppel of een pasje. Ik zie allerlei bakken en twee karren met laptops. Ik zie ook allemaal kasten en spuiten waar verschillende inhoud in kan. Ik zie hier en daar rolletjes verband liggen en naalden. Ik gok dat dit de medicatieruimte is.
Als we doorlopen zie ik een keuken en toevallig ook een oudere vrouw in een wit pakje een kop koffie inschenken. Ik zie twee vrouwen achter een computer zitten, zei hebben in tegenstelling tot alle mensen die ik tot nu toe heb zien lopen geen wit pakje aan, maar een zwarte wijde broek met een lichtblauw blouseje. ‘Dit zijn voedingsassistentes.’ Legt Andrews uit. Een van de vrouwen kijkt op en knikt naar ons. ‘Onze nieuwe chirurgie leerlingen.’ De vrouw glimlacht en stapt naar ons toe. ‘Thea, ik werk hier vijf dagen in de week dus mij zal je vaak zien.’ Glimlacht ze. We knikken en alle drie stellen we ons netjes aan Thea voor. ‘Als je dus vragen hebt over voeding, kom gerust naar me toe. Niet met medische termen aankomen, daar snap ik geen worst van.’ Ik hoor Luke en Finn grinniken om haar woordgrap en ik kan zelf ook geen glimlachje onderdrukken.
Zodra we voorbij de keuken zijn komen we uit bij een balie. Er zit een mollige vrouw met een brilletje op druk achter haar computer. ‘Lara, heb jij kamer twaalf al gedaan?’ Roept ze. Er komt een meisje met een zwarte paardenstaart, ook in een wit pak de hoek om. ‘Ja, net! Mevrouw Van der Wall, krijgt over een uur haar pacemaker.’ De vrouw achter de balie knikt. ‘Dit is Angela. Zei zal alle papieren op gaan nemen van ons en in het systeem zetten. Maar daar zorgen de verpleegkundige voor.’ Lacht Andrews. ‘Waar zorgen wij voor, dokter?’ Er komt een meisje bij Andrews staan. Ze is lang, slank en heeft een ontzettend mooie paardenstaart. Haar gezicht zit wel onder de make-up, maar ze blijft mooi. ‘Alles, wat dat betreft. Karlijn. Jullie zijn onze rode draad.’ Andrews geeft haar een glimlach en kijkt dan weer naar ons. ‘Dit is een van de verpleegkundigen.’ Karlijn stelt zich nu ook aan ons voor. ‘Dus, jullie zijn onze toekomst chirurgen?’ Vraagt ze met een grijns. ‘Jup.’ Lacht Finn. ‘Dat gaat heel wat beloven. We hebben een grondig tekort aan jonge, knappe dokters. Andrews is al over zijn tijd heen.’ Andrews lacht om de flauwe grap van Karlijn. Ik voel dat ik blosjes op mijn wangen krijg van haar woorden, ondanks dat ze het duidelijk op Finn en Luke gericht heeft. ‘Goed, dan gaan we nu weer door.’ Onderbreekt Andrews, waarna hij omdraait en weer richting de uitgang van de afdeling loopt. Ik heb nu al hoofdpijn van alle informatie en we zijn er pas een halve dag…

Reacties (2)

  • IrisThePiris

    yess snel verder! x

    2 jaar geleden
  • TAMOCHi

    YOU’RE BACK YAY
    Love it girl ! <3
    ‘x

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen