Foto bij 002

She found
the colors to paint him
where the world
had left him gray.
- Atticus

Harry Styles


Ik wreef vermoeid over mijn gezicht terwijl ik mijn kamer verliet, en vervolgens over de overloop en via de bouwvallige trap naar beneden wandelde. Ik vergat de vierde trede te ontwijken en zakte bijna met mijn voet door het gat in het rotte hout.
“Fuck.” gromde ik hees; ik kon me nog net staande houden door de leuning te grijpen. Zweetdruppels parelden op mijn grauwe huid, en trillend blies ik wat lucht naar buiten. Hoofdschuddend wandelde ik verder.
Ik was intussen al meer dan drie maanden terug in Londen. Ik herinnerde me mijn moeders reactie op mijn terugkomst slechts gedeeltelijk; ik had me nadat ik met mijn vliegtuig geland was eerst wat moed ingedronken in de smerige pub om de hoek voor ik haar had opgezocht. Het huis had er exact uitgezien zoals ik het vier jaar ervoor had achtergelaten, enkel vervallener en nog slechter verzorgd. Sinds Mikes dood had ze geen extra geld meer opgestuurd gekregen, en had ze het belachelijk kleine, smerige rijhuisje nog minder kunnen onderhouden dan voorheen.
Ik wist nog dat ik aangeschoten had aangeklopt, en dat ze de deur nietsvermoedend had geopend, enkel om haar onverzorgde, fucked up zoon voor haar neus te vinden. Wat had ik dan moeten doen? Ik was Amerika ontvlucht, weg van El Paco’s toorn en mijn verdoemde prinsesje; ik had geen andere plek gehad om heen te gaan. Waar anders zou ik een dak boven mijn hoofd gevonden hebben?
Ze had me onmiddellijk herkend, en compleet in shock was ze achteruit gestruikeld met haar hand tegen haar hart. Verder wist ik niet enorm veel meer; het was te lang geleden en ik had me op dat moment te belabberd gevoeld. Ik meende me een hoop geroep en getier te herinneren. Tranen en een paniekaanval, terwijl ze zich aan de met vochtplekken bedekte muur in de smalle hal had vastgehouden. En dan hoe ik haar uitgemergelde figuur had opgevangen toen ze bijna door haar smalle benen was gezakt.
“Harry?” had ze gepiept. Met een korte, schaapachtige knik had ik haar me achteruit laten duwen.
“Wat doe je hier, in godsnaam? Waar ben je geweest? Ik had je nodig! Ik had mijn zoon nodig!” had ze volledig van de kaart gegild, voor ze me naar binnen had getrokken en de deur met een klap dichtgegooid had, alsof ze me er zo van kon weerhouden weer te vertrekken.
“Ik wist niet of je me nog wilde. Na Mike…”
Lily had het me altijd gezegd. Ze had gelijk gehad. Mijn moeder had me nooit gehaat. Maar ze had het me evenmin vergeven dat ik na de dood van haar oudste kind uit haar leven was verdwenen. Nu nog nam ze het me kwalijk, vermoedde ik. Ze had amper kunnen overleven zonder mij, hier in de smerigste uithoek van Peckham, de vuilste, armste buurt in Londen.
In het gesprek dat ze me uren na mijn aankomst verplicht had laten voeren met haar, had ik haar alles opgebiecht: mijn schuldgevoel na Mikes zelfmoord, de neerwaartse spiraal waarin ik terechtgekomen was, de drugs, het vandalisme, het geweld, het boksen. En dan de fatale climax: Finns dood. Als vanzelf vertelde ik vervolgens alles over Lily. Mijn licht, mijn leven.
Ze had gehuild, constant, tot lang nadat ik uitverteld was. Maar ze had me wel in haar huis verwelkomd - wanhopig, bijna.
Het veranderde allemaal niets voor me. Ze had niets meer teruggekregen dan een schim van de zoon die ze ooit had gehad. Sinds ik haar had achtergelaten in haar grote prinsessenkamer, was mijn leven uiteen gebarsten. Het enige wat mijn bestaan betekenis had gegeven, was weg.
Ik wankelde de kleine, uiteenvallende keuken binnen en liet me neerploffen op een houten stoel. De zitting kraakte vervaarlijk onder mijn gewicht. Mijn moeder draaide zich om van waar ze bij het aanrecht koffie aan het zetten was en keek me met prominente wallen onder haar ogen aan. Ik haalde mijn hand afwezig door mijn warrige bruine krullen. Een maand geleden had ik het allemaal laten afknippen. Ik wist niet goed waarom; misschien was de herinnering aan hoe Lil mijn lange plukken haast reflexmatig rond haar slanke vingers draaide wanneer we knuffelden te pijnlijk geweest? Hoe dan ook, in een impulsieve bui had ik mijn onhandelbare bos haar gereduceerd tot het makkelijker te onderhouden korte kapsel dat ik nu had.
"Je ziet er slecht uit." zei ze slechts. Ik antwoordde niet, maar staarde levenloos door het kleine, vuile ruitje naar buiten. Ik zag enkel ons afgebladderde, vernielde houten hekken en de onverzorgde vierkante meter lang gras die onze tuin moest voorstellen. Mijn moeder slaakte een verslagen zucht en zette een tas zwarte, hete koffie voor mijn neus.
Het geluid van kleine kindervoetjes op kille tegels haalde me uit mijn gedachten. Ik richtte mijn vermoeide ogen op en zag de enige persoon om wie ik in dit klotehol nog gaf naar binnen huppelen met een vuile, oude knuffelbeer in haar handjes. Hij was ooit de mijne geweest, toen ik ongeveer zo oud was geweest als Grace nu was.
"Hawy!" kraaide de drie en een halfjarige toen ze mij zag. Ik glimlachte zwak en leunde achteruit toen ze naar me toe getrippeld kwam.
Ze keek me aan met grote groene ogen - dezelfde kleur als de mijne.
"Kom hier, prinses." gromde ik. Ik greep haar onder haar oksels en tilde de peuter moeiteloos op mijn schoot. Onmiddellijk knuffelde ze me met schattige, kirrende geluidjes. Ik kuste haar zachte bruine krulletjes teder.
Hoofdschuddend keek mijn moeder me aan, maar ze zei niets en ging op de stoel aan de andere kant van de tafel zitten. Ik wist dat ze het haatte dat ik een betere band met Grace dan met haar had. Maar het meisje had de voorbije jaren geen vaderfiguur gekend. Ik wist dat mijn moeder niet van plan was dat van haar af te nemen, ook al was ik allesbehalve een rolmodel.
Hoewel het me met enorm veel moeite gelukt was enigszins af te kicken van drugs, kon ik een illegaal lijntje coke hier en daar in het Londense uitgaansleven toch niet altijd laten. Daarbij kwam ik geregeld midden in de nacht stomdronken thuis, met één of ander ordinair meisje dat ik ergens had opgepikt. En nog geen week geleden had mijn moeder me voor de vierde keer in drie maanden moeten ophalen in het politiekantoor omdat ik opnieuw gevochten had. Al het geld dat ik verdiende met mijn shitty job - inmiddels de derde sinds ik hier gearriveerd was, ging ofwel naar het onderhouden van mijn gezin, ofwel naar de borg die schandalig genoeg op regelmatige basis betaald moest worden om me uit de cel te houden. Ik was de controle volledig kwijt.
"Had je auwie vannacht?" vroeg het jonge kind op mijn schoot me met grote ogen en een open, rozige mondje. Ik fronste.
"Je maakte auwie-geluiden. Samen met een meisje." knikte ze hevig, alsof ze me van haar standpunt probeerde te overtuigen. Onmiddellijk siste mijn moeder mijn naam woest, terwijl mijn mondhoek lichtjes omhoog krulde.
"Ik had geen auwie, baby. Ik ben oké." zei ik. Ze stak haar duim in haar mond en nestelde zich met een tevreden knik tegen me aan. Vermoeid zuchtend keek ik de furieuze vrouw voor me aan. Haar donkerblonde plukken krulden rond haar rood aangelopen gezicht.
"Ik heb haar direct buitengegooid toen we klaar waren, oké? Ik zie haar niet meer terug." fluisterde ik. Ze snoof en klemde haar handen rond de gammele houten keukentafel.
"Nee, natuurlijk zie je haar niet meer terug. Je ziet geen van hen ooit nog terug. Is dat hoe je de rest van je leven wilt spenderen?" gromde ze op zachte toon. Ik kneep mijn ogen tot spleetjes.
"Denk je dat het mijn keuze is mijn leven in deze kutplek te vergooien? Hmm?" snauwde ik.
"Let op je woorden!" blafte mijn moeder. Grace slaakte een diepe zucht en knuffelde me steviger met haar kleine, mollige armpjes. Slaperig keek ze naar me op.
"Hawy?" Ik knikte en streelde haar krullen uit haar ronde gezichtje.
"Wil je me nog eens vewtellen ovew je pwinses?" vroeg ze slissend. Mijn gefrustreerde gezichtsuitdrukking verzachtte, en met een zwak lachje humde ik.
"Tonen!" eiste ze, nog voor ik kon beginnen aan mijn verhaal. Ik slikte en staarde haar aarzelend aan, voor mijn blik verschoof naar mijn versleten portefeuille op tafel. Ze reikte ernaar in mijn plaats en graaide met haar kleine handjes in de zakjes.
"Oké, oké! Geef hier." gromde ik. Ik rukte het uit haar grip, de waarschuwende blik van mijn moeder negerend, en opende het. Mijn ademhaling haperde toen ik keek naar de enige foto die ik van Lily had. Ik had hem zelf niet eens genomen. Liam had hem mij gegeven toen ik afscheid had genomen in de loft. Sophia had haar schoonheid in een onbevangen moment vastgelegd op camera, tijdens één van Louis' vele feestjes op de loft. Het was de nacht dat ze dat moordend sexy jurkje had gedragen. Dezelfde nacht dat ze me voor het eerst goed had laten voelen... Ik kon me haar onschuldige onwetendheid nog herinneren wanneer ik naar de foto keek. Ze lachte vrolijk, met blonde krullen dansend rond haar engelengezichtje, en keek over haar schouder met haar grote, prachtige ogen naar iets achter zich. Ik beeldde me altijd in dat ze haar betoverende blik op mij gericht had.
"Mooi." kirde Grace. Ik lachte humorloos en knikte kort.
"Hmmm. Ze is het prachtigste meisje ter wereld. Weet je nog waarom?" Grace knikte trots.
"Ze is een engel!" lachte ze.
"Ja. De mooiste van allemaal. Maar op een dag hebben ze haar gestolen. Weggenomen van waar ze thuishoorde." zei ik zacht. Ze keek me onder de indruk aan, ook al had ze het verhaal al tientallen keren gehoord.
"En omdat niemand hier mag weten dat ze anders is, kan ze op aarde niet leven als een engel." Ze knikte begrijpend en luisterde volledig in vervoering gebracht naar mijn woorden; haar duim rustte vergeten in haar mondje.
"Dus hier is ze een prinses." Graces ogen lichtten op.
"En enkele maanden geleden was ze ontsnapt uit haar kasteel. Ik heb haar gevonden." glimlachte ik zwakjes, na een diepe zucht vervolgend: "En ik heb haar gehouden."
"Want je bent heeeeeel vewiefd op haar!" zei het kleine meisje. Ze haalde haar duim met een ploppend geluidje uit haar mond en spreidde haar kleine armen zo ver mogelijk. Ik knikte en tikte kort op haar minineusje.
"Heel erg, ja. En zij op mij. Maar de boze koning en koningin, die haar ontvoerd hadden, wilden haar terug. Dus ze hebben haar van me afgenomen."
"Weg..." concludeerde de peuter fluisterend.
"Hmmm. Ze hebben haar naar de hel gebracht en haar er gevangengezet. Nu moet ze met de duivel trouwen en kan ze als engel nooit meer terug naar waar ze hoort." Een huivering trok door Graces kleine lichaampje, en ontzet staarde ze me aan. Elke keer opnieuw deed ze alsof ze het verhaal voor de eerste keer hoorde.
"Dat is wel genoeg. Grace, ga je schoentjes halen in de hal, oké? Dan breng ik je naar school." snauwde mijn moeder. Ik zuchtte en leunde achteruit toen het meisje van mijn schoot gleed en onhandig weg wandelde.
"Vertel haar geen leugens." vermaande de uitgeputte vrouw recht tegenover me toen mijn kleine zusje uit het zicht verdwenen was.
"Het zijn geen leugens." zei ik verveeld, terwijl ik naar het pakje sigaretten reikte op tafel. Ik haalde één uit en wilde het al in mijn mond steken, maar vliegensvlug griste mijn moeder het uit mijn hand.
"Je weet dat je binnen niet mag roken." zei ze. Ik rolde met mijn ogen en vouwde mijn handen ineen op mijn naakte borstkas.
Ik wist dat de onverwachte komst van haar dochter haar leven niet makkelijker had gemaakt. Vlak voor Mike en ik naar New York vertrokken waren, had een smerige onenightstand haar zwanger gemaakt. Ze wist niet eens hoe ze de fucking nietsnut moest contacteren; na de dronken seks had hij zijn biezen gepakt en was hij verdwenen. Het enige wat ik wist, was dat ze de dronkaard had gevonden in de bar waar ze toen 's nachts nog werkte. Negen maanden later was Grace geboren en had ze haar job er moeten opgeven om voor haar dochter te kunnen zorgen. Ik vermoedde dat abortus zelfs nooit een optie was geweest, hoewel het onderhouden van een kind bijna onmogelijk had gebleken. Haar beide zonen waren immers uit haar leven verdwenen; wie had ze nog gehad om om te geven? Hoe dan ook, ik had pas geweten dat Grace überhaupt bestond toen ik hier drie maanden geleden gearriveerd was. Eerst had het kleine mormel me geen fuck kunnen schelen, maar ik had haar er niet van kunnen weerhouden me rond haar kleine vingertje te winden. Inmiddels had ze zich volledig in mijn hart genesteld. Ze deed me op zoveel manieren aan Lily denken: ze was even koppig en slim. En nieuwsgierige naar elk fucking ding rond haar.
Daarbij, ik kon niet negeren dat ze een soort troostende vervanging voor Mike vormde. Hoewel ik mijn broer nooit zou vergeten, hielp het toch dat Grace ons huis weer kon vullen met hoop en dromen. Ik mocht kinderen dan wel haten, en plande nooit er daadwerkelijk zelf te hebben, ik gaf om haar.
Shit, ik herinnerde me dat ik haar had gezien, nog voor mijn moeder me had kunnen vertellen dat ik er een zusje bijgekregen had. Heel even had de angst me bekropen, toen ik de overduidelijke gelijkenis tussen ons had opgemerkt. Was Jenny toch bevallen van ons kind, en had ze het achtergelaten bij mijn moeder?
Soms durfde ik mezelf dan wijs te maken dat ik en Lily een Grace hadden. Een perfect klein meisje met mijn ogen en haar gouden hart. Ik wist echter dat het kwam door mijn sterke verlangen naar Lil, niet door een drang een familie met haar te vormen.
Ontspannen zakte ik wat onderuit; fuck, ik wilde slapen. Ik had me zelden zo slecht gevoeld. Elke dag leek ik miserabeler te worden.
"Waar ben je in godsnaam mee bezig, Harry? Zie je niet dat je jezelf volledig ziek aan het maken bent? De drugs en de alcohol en het slaapgebrek... En het helpt niet dat je Lily moet missen."
"Rose." verbeterde ik haar met een snauw.
"Whatever. Je gaat kapot zonder dat meisje." Daar gingen we weer. Ik zweeg.
"Harry, hoor je wat ik zeg? Je hebt haar nodig. Ik weet heel goed hoeveel ze voor je betekent. Ik merk het aan de manier waarop je over haar spreekt."
"Ik heb geen zin om over haar te praten." bromde ik.
"Wees niet zo koppig! Hoe blij ik ook ben je terug te hebben, je weet net zo goed als ik dat terugkeren naar New York de enige manier is om jezelf te redden! Waarom vecht je niet voor haar?" Ze stond recht en boog met haar trillende handen op het tafelblad naar me toe. Gefrustreerd klemde ik mijn tanden op elkaar.
"Omdat ik niet voor haar kan vechten. Als ze me opnieuw vinden bij haar, kan ik het vergeten. En zij nog veel meer. Ik heb je uitgelegd hoe haar wereld werkt." snauwde ik.
"Maar op deze manier kan het toch niet verder? Denk aan hoe het nu met haar gaat, Harry! Ze zit vast aan die andere jongen, terwijl het duidelijk is dat jij de juiste man voor haar bent!"
"Ze is net achttien geworden, shit. Zo'n vaart zal het wel niet lopen. Ze heeft zeker nog enkele jaren voor ze zich met fucking Marcus moet verloven. Daarbij, ik ben niet de juiste man voor haar." gromde ik. Ik ging wankelend rechtstaan en plukte mijn sigaret van tussen haar gespannen vingers.
"Ik ben fucked up. Lily's hele wereld is glitter en glamour. Het contrast tussen ons kon niet groter zijn. We zijn fucking wit en zwart, oké? Hoeveel ik ook van haar hou, het lot zal ons altijd tegenwerken. Omdat ik nog geen tiende ben van wat ze verdient." mompelde ik, terwijl ik duizelig naar het vuile raam wandelde en het openduwde; de versleten scharnieren protesteerden krijsend. Ik greep de lucifers van de vensterbank en ontvlamde één met een geoefende beweging van mijn pols.
"Harry, dat is niet wat ik bedoelde met buiten roken!" zeurde mijn moeder. Ze snelde naar me toe, maar ik had het vuur al tegen het puntje van mijn sigaret gehouden en een lange trek genomen toen ze woest voor me halt hield.
"Ik wil niet weten hoe je er vanbinnen uitziet. Volledig bevuild door al je verslavende middelen." beschuldigde ze me. Ze balde haar handen tot vuisten.
"Waarom klink je zo verbaasd?" mompelde ik ongeïnteresseerd.
"Ik dacht dat je veranderd was toen je drie maanden geleden terugkwam!" Ik snoof en keek haar spottend aan.
"Veranderd? Waarom zou je dat denken? Je weet hoe ik ben. Hmmm? Twee druppels water mijn fuck up van een vader."
"Dat heb ik nooit beweerd!" kaatste ze de bal met een ontzette blik in haar groene ogen terug. Ik reageerde niet en nam nog een lange trek, kort naar het miserabele stukje grond achter ons huis turend, en de vulgaire graffiti op het houten hekken, ongetwijfeld aangebracht door enkele jeugdige vandalen.
"Je weet dat Mike je niet zou willen zien op die manier." prevelde ze. Ik richtte mijn vlammende blik op haar ineengedoken figuur.
"Hou Mike hierbuiten." siste ik. Ik blies de rook uitdagend in haar gezicht. Kuchend wuifde ze het weg.
"Kijk dan naar jezelf! Ziek en verzwakt, en compleet weggeteerd! Nog een paar maanden en ik ben allebei mijn zonen kwijt als je niet snel iets doet!" reageerde ze fel. Ik stak mijn sigaret tussen mijn lippen en keek weer naar buiten. Lusteloos plaatste ik mijn handen op het smerige aanrecht.
"Wat wil je dat ik doe, hmm? Mijn grote liefde achternagaan? Haar wegkapen als haar prins op het witte fucking paard? En haar dan weer kwijtraken? Weer zien hoe haar vader haar in elkaar slaat en vervolgens verkoopt aan die zieke asshole? Afgeslacht worden omdat ik als een vuil stuk stront aan Amerika's kostbaarste prinsesje heb gezeten? Nee, bedankt." gromde ik. Ze rukte mijn sigaret uit mijn mond, duwde het uit in de wasbak en schudde haar hoofd fel; fuck, ze leek bezeten.
"Nee, Harry! Ik wil dat je knokt! Dat je overleeft! Zoals je altijd hebt gedaan! Ik herken de man voor me niet eens meer! Je was altijd die sterke, onverslaanbare vechter die geen angsten kende! Waar is hij gebleven, hmm?"
"Bij Lily." mompelde ik simpel, net toen Grace, half aangekleed, weer naar binnen gerend kwam.
"Klaaw!" riep ze trots. Mijn moeder slaakte een laatste wanhopige zucht, maar schudde toen haar hoofd en wierp haar dochter een geforceerde glimlach toe.
"Heel goed, schat. Ik breng je zo naar school, oké?" Grace knikte en wandelde naar me toe. Met haar guitige lachje sloeg ze haar armpjes rond mijn been.
"Harry..." probeerde mijn moeder een laatste keer, maar ik schudde mijn hoofd en keek haar fronsend aan.
"Ik haal haar wel op vanmiddag." onderbrak ik haar ruw, aangevend dat het onderwerp afgesloten was door over iets anders te beginnen. Ik ging door mijn knieën en tilde Grace moeiteloos op. Met mijn armen rond haar minilijfje plaatste ik haar op mijn heup.
"Je hoeft niet..."
"Ik laat haar geen minuut langer in die fucked up school dan nodig is, ja? Die opvang trekt er op niets. Kijk naar wat dit hele milieu met mij gedaan heeft. Ik haal haar op, einde discussie." Ik kreeg de kans niet iets anders te zeggen, want Grace sloeg haar mollige handje snel voor mijn mond.
"Lelijke woowden!" zei ze. Ik tuitte mijn lippen speels tegen haar palmpje en blies wat lucht naar buiten, zodat ze zich met een giechel lostrok en haar hoofdje in mijn nek verstopte.
"Oké, goed." zuchtte mijn moeder verslagen. Ze wist dat ik gelijk had.
Grace was slim. Uitzonderlijk slim, zelfs. Ik had geen intentie haar te laten bevuilen door de mentaliteit in onze smerige wereld. Over mijn fucking lijk dat het perfecte meisje in mijn armen een kopie van haar grote broer zou worden: ik zou haar zolang ik kon ver weghouden van geweld en gevaar en alle andere ordinaire bullshit waarmee ik als kleine jongen al te maken had gekregen. Ik zwoor haar te beschermen. Haar de best mogelijke toekomst te geven.
Ik richtte mijn ogen op mijn zusje en fronste gekweld. Had ik de liefde van mijn leven ook maar veilig kunnen houden...
"Komaan, lieverd. Tijd om te gaan." mompelde mijn moeder. Ik drukte nog een kusje op haar hoofd, maar zette het tegenpruttelende meisje toen zuchtend neer op de grond.
"Moet jij ook niet vertrekken? Straks ben je te laat op je job." Ik knikte en kruiste mijn armen voor mijn borstkas, terwijl ik keek naar hoe Grace de keuken weer uit marcheerde met een schattig zwaaitje in mijn richting.
"Ben je vannacht thuis?" vroeg mijn moeder hoopvol. Ik schudde mijn hoofd.
"Nee, feestje bij Will." mompelde ik. Met een teleurgestelde blik in haar ogen knikte ze.
"Zeker dat het een goed idee is te gaan? Je hebt duidelijk rust nodig." Ik snoof slecht eens. Ik had geen fucking rust nodig. Ik had Lily nodig, dat was alles. Niets anders kon me nog redden. Ik was enkel aan het wachten tot iets in mijn ellendige leven me fataal zou worden en het lot me uit mijn lijden kon verlossen. En zolang ik geen verlossing kende, verdronk ik me maar in seks en alcoholmisbruik en feesten in de hoop dat het de ondraaglijke kwelling van mijn gebroken hart zou verdoven.
"Ik ben oké." loog ik, op ruwere toon dan bedoeld. Ze slikte.
"Goed dan..." prevelde ze. Aarzelend boog ze al voorover om een me een kus op de wang te geven, maar ik ontweek haar liefdevolle gebaar en wendde mijn gezicht met opeen geklemde tanden af. Ik voelde haar immense teleurstelling in de weinige ruimte tussen ons vibreren, maar ik negeerde het meedogenloos.
"Wel, dan... Dan vertrek ik. Tot... Tot vanavond." stotterde de vrouw die me meer nodig had dan ze mogelijk onder woorden kon brengen. Ik was er niet voor haar. Ik was er nooit geweest. Kort knikkend richtte ik mijn ogen weer op ons miserabele tuintje. Ik had mijn handen tot vuisten gebald.
In de deuropening pauzeerde ze nog heel even.
"Ik hou van je, Harry." fluisterde ze, wanhopig snakkend naar een antwoord - het maakte niet uit wat, zolang het een teken van leven was; maar ik antwoordde niet. In de plaats liet ik mijn gebroken moeder met een gesmoorde snik vertrekken.
Er was geen Harry meer om van te houden.

Uren later stond ik uitgeput en vermoeid tegen de muur achter de supermarkt waar ik voorlopig werkte geleund, met een sigaret in mijn mond en een frons tussen mijn wenkbrauwen. Ik tuurde naar het troosteloze landschap rond me: vervallen pakhuizen vol graffiti op het niet onderhouden stuk land, met in het midden de smerige, louche winkel waar ik mijn miserabele dagen vulde.
Dit was waar ik hoorde. Op plekken als deze had ik mijn tienerjaren gevuld met vechten en roken en het verneuken van alle kansen op een mooi leven. Mike had me nog proberen te redden, maar het had geen fuck uitgemaakt. Het leek alsof het in de sterren geschreven had gestaan dat ik op een dag terug zou keren, als Peckhams verloren zoon. De eerste maand nadat ik opnieuw opgedoken was in Londens gevaarlijkste buurt, had iedereen het erover gehad. Nu was het nieuwe eraf, en was ik opnieuw geïntegreerd in de shitty samenleving rond me. Alsof ik nooit een ander, sprookjesachtig leven had gehad in de armen van mijn engel. Ik was blij dat ze het allemaal niet wisten. Het ging niemand hier een fuck aan.
Ik nam nog een trek en keek verstoord op toen de gedeukte deur aan mijn rechterkant geopend werd en Beth, mijn collega, naar buiten geslenterd kwam. Ze grijnsde haar tanden bloot en kneep haar zwartomrande, te fel opgemaakte ogen tot spleetjes.
"Derde pauze al, Styles? Ik hoop dat de baas je niet ontdekt, of je kan het vergeten. Hij is al kwaad genoeg dat je de klanten constant afsnauwt." Ik reageerde niet en keek naar het leegstaande, gammele pand voor ons. Rotte houten planken waren scheef voor de ingeslagen ramen getimmerd. Vulgaire teksten ontsierden de afgebrokkelde bakstenen nog meer.
"Vannacht hebben ze er weer één te pakken gekregen in het park hierachter. Steekwonde. Hij was veertien." mompelde Beth, terwijl ze evenzeer een sigaret tussen haar dunne, zwart gestifte lippen stak. Haar Cockney-accent was prominent. Ze deed evenmin moeite om haar ordinaire achtergrond te verbergen.
"Heb je een vuurtje?" Ik haalde mijn aansteker uit mijn achterzak en ontstak het met een soepele beweging van mijn duim. Ze keek me vanonder haar neppe wimpers aan toen ze dichterbij kwam en het puntje van de sigaret in haar mond tegen de vlam hield.
"Eigen fout. Iedereen weet dat je 's nachts niet door Peckham moet lopen als je jezelf niet kan verdedigen." mompelde ik. Ze humde en kwam voor me staan.
"Mmmh. Zoals jij? Iedereen zegt dat je vorige week hebt gevochten met een jongen uit de Black Gang." Fronsend nam ik nog een trek.
"Geen idee wie hij was of uit welke bende hij kwam." prevelde ik, terwijl grijze rook mijn neus verliet. Ze lachte ongelovig.
"Je hebt fucking veel geluk gehad als het verhaal klopt, Harry. We weten hier allemaal dat je zo'n mannen beter vermijdt." Ik reageerde niet, ook niet toen ze haar handen op mijn buik legde en zuchtte, haar sigaret vergeten tussen haar lippen.
"Maar tegelijk... Er wordt gefluisterd dat je zelf zo gevaarlijk bent." Ze boorde haar scherpe, fake nagels door de dunne stof van mijn T-shirt in mijn borstkas. Ik zuchtte verveeld en duwde haar handen weg.
"Klopt het dat ze je in hun bende willen? Dat ze je allemaal willen? Alle groepen die 's nachts door de buurt zwerven?" vroeg ze met wijde pupillen. Niet onder de indruk staarde ik het meisje voor me aan.
"Waarom vraag je dat, Beth? Hmm? Windt het idee je op?" siste ik. Ze overbrugde de weinige afstand tussen ons en blies een rookwolk uit in mijn gezicht.
"Denk je dat ik zo gemakkelijk ben? Dat ik val voor de jongens voor wie ze me altijd gewaarschuwd hebben?" Ik snoof en wurmde me uit haar greep.
"Fuck off. Je bent fucking goedkoop en je weet het. Gebruik me niet om je zielige fantasieën te voeden." Ze maakte een verontwaardigd geluidje.
"Zielige fantasieën? Zo zielig vond je mijn fantasie niet toen je me twee weken geleden nam op Wills feestje!" protesteerde ze. Ik gooide mijn peuk op de grond en stampte hem uit.
"Ik was fucking dronken." gromde ik.
"Je bent zo ordinair, Harry! Je steekt je pik in alles wat loopt, maar nu voel je je plots te goed voor me?" Ik schudde mijn hoofd en negeerde haar terwijl ik de deur weer opende. Het kon me geen fuck schelen wat ze over me zeiden of dachten. Het was net als in The Bronx. Zeker hier, aangezien ik vier jaar weggeweest was en op mysterieuze wijze weer in Londens kutmilieu was opgedoken, waren vragen over mijn motieven gerezen. En ik was altijd een van die te mijden jongens geweest, al sinds ik een tiener was en met de verkeerde mensen optrok. Ik had me echter nooit beziggehouden met al die gang-bullshit. Ze waren geen haar beter in New York. Ze hadden me in Amerika nooit vertrouwd omdat ik nooit de nood had gevoeld me als een loyaal stuk crapuul bij één aan te sluiten, of mijn groepje als een van de eindeloze gevaarlijke New Yorkse bendes te profileren met een naam en doelgerichte criminele motieven. Het was fucking belachelijk. Zo'n mannen teerden enkel op hun reputatie; de angst en wantrouwen van de rest van de stad. Het had niets te maken met moed, of een talent voor vechten. Enkel laffe meedogenloosheid. En een kinderachtige honger naar roem en faam. Ik wilde niets van dat alles.
Waar bracht het hen immers? Waar had het Mack, of El Paco, of John gebracht? Fucking nergens. Ik wilde geen vertrouwen, of bondgenoten in deze klotewereld. Iedereen moest me met rust laten. Ik wist niet eens of het klopte dat de Black Gang me probeerde in te lijven nu ik terug was. Ik had ze altijd gemeden toen ik hier jaren geleden had gewoond. Het gangsterleven had me toen al niet aangesproken. En dat ik met een van hen een aanvaring had gehad, wilde niet zeggen dat ik opeens droomde van een leven als een berucht bendelid.
Ik vermoedde dat mensen, ook al was het buiten mijn wil om, net daarom zo geïntrigeerd waren door me: ik weigerde deel uit te maken van de groep waarmee ik me toch associeerde. Mijn gebrek aan interesse en ontzag werd geïnterpreteerd als een vorm van rebellie, als een dappere afwijzing van het terroristische regime in de achterbuurten waarin ik opgegroeid was. Het was heel normaal voor een vechter als ik me aan te sluiten bij een georganiseerde, criminele groep. Maar ze zagen het als een vorm van arrogantie, als bijna heroïsche onoverwinnelijkheid dat ik mijn eigen pad koos, en onaangedaan mijn leven in de dreigende wereld rondom me leidde. Ik haatte het: overal waar ik kwam maakten ze een legende van me. Mijn pogingen onder de radar te blijven hadden altijd het omgekeerde effect.
Lily had me ooit gezegd dat ik het niet kon tegenhouden. Dat ik die charismatische, onweerstaanbare aura rond me had. Met adoratie in haar prachtige ogen had ze me soms toegefluisterd dat ik als de zon was, schijnend op een troosteloze wereld, en dat mensen niet anders konden dan naar me kijken en me bewonderen. Ze had me altijd overschat...
Maar ik leek een zekere aantrekkingskracht op mensen uit te oefenen - dat kon ik perfect toegeven met al mijn zelfingenomenheid, ook al had ik er nooit naar verlangd. Om te kunnen overleven had ik enkel kracht en lef nodig. Hooguit respect. Geen bijna mythologische reputatie.
Ik slenterde door de bijna lege winkel naar een van de lange gangen, waar drie dozen vol goedkope, smerige snoeprepen op me lagen te wachten. Ik woelde kort door mijn ongewassen, korte krullen, en hurkte ernaast neer.
"Styles!" hoorde ik echter onmiddellijk. Ik zuchtte vermoeid en keek langzaam naar rechts; mijn dikke, latino baas stormde woest in mijn richting.
"Wat?" gromde ik.
"Wat bedoel je: 'wat'? Waar was je net?" Ik haalde mijn schouders op en keek weer naar de dozen voor me. Ik sneed het plakband behendig open met het zakmes in mijn achterzak.
"Naar het toilet." loog ik moeiteloos.
"Mierda! Bullshit, jongen!" Hij liep rood aan, terwijl hij over me heen gebogen zijn vinger naar me uitstak. Met een verveelde zucht stond ik recht.
"Je mag blij zijn dat ik je een kans heb gegeven! Niet iedereen zou zomaar een fuck up in dienst nemen, hoor je me? Ik had kunnen weten dat ik je niet kon vertrouwen! Fucking nietsnut!" raasde hij. Ik balde mijn handen tot vuisten, en probeerde me wanhopig Lily's kalmerende aanraking in te beelden, zoals altijd wanneer ik de laatste maanden de controle verloor. Het hielp niet; de laatste tijd bijna nooit meer... De herinneringen aan haar zachte vingertoppen en zoete kus werden elke dag minder en minder levendig.
"Ik hou je winkel draaiende, asshole. Of denk je dat ik niet besef dat ik al je fucking werk doe terwijl je jezelf op je dik achterste zit af te rukken in je kantoor?" snauwde ik woest. Gechoqueerd staarde hij me aan.
"Wat was dat? Wat durf je tegen mij te zeggen? Smerige klootzak! Imbécile!" raasde hij vervolgens. Hij duwde tegen mijn borstkas en negeerde mijn ontzette vloek toen ik tegen het rek achter me landde. Mijn zakmes viel kletterend op de grond.
"Je bent niets waard! Hoor je me? Nada!" Voor ik wist wat ik deed, had ik hem met een moeiteloze beweging ruw van me af gegooid. Hij struikelde achteruit en graaide met piepende ademhaling achter zich, op zoek naar steun. Tientallen dozen cornflakes tuimelden naar beneden, op zijn kalende, paars aangelopen hoofd.
"Weg! Uit mijn winkel, hijo de puta! Ik wil je hier niet meer zien!" tierde hij. Onrustig ging mijn borstkas op en neer.
Fuck, wacht... Was hij me aan het ontslaan? Mijn moeder zou me vermoorden: een derde op de klippen gelopen job?
Hij wees met een trillende vinger naar de deur.
"Shit, man, doe normaal! Je kan me hiervoor toch niet buiten smijten? Voor een extra pauze?" snauwde ik. Iets in me zei dat mijn reactie het er niet beter op maakte, maar ik was te kwaad om nog normaal te kunnen reageren.
"Een extra pauze? Je bent consequent onbeleefd tegen mijn klanten, je bent ongehoorzaam, en je kent je plaats niet! En nu val je je eigen baas verbaal en fysiek aan? Wat dacht je dan? Je bent loco als je gelooft dat ik je nog in dienst wil!" schreeuwde hij. Ik schudde mijn hoofd fel. Ik had hem aangevallen? Hij had mij verdomme eerst in de rekken geduwd! Wat had hij dan verwacht?
"Ik heb het geld nodig, fucker!" grauwde ik.
"Buiten!" herhaalde hij op donderende toon, nu haast zwaaiend naar de uitgang. Nog enkele tellen bleef ik hem ongelovig en furieus aanstaren, maar toen rukte ik mijn badge met een reeks gefrustreerde vloeken van mijn zwarte T-shirt, brak het met een bevredigend gekraak in twee en gooide het in zijn walgelijke gezicht.
"Fuck, al goed! Fucking klootzak!" raasde ik, mijn zakmes van de grond grissend. Ik schopte nog eens hard tegen de dozen vol snoep naast me, voor ik langs hem stormde; ik bleef niet om te luisteren naar zijn obscene reactie op mijn belediging. Beth keek me verbluft aan toen ze net op het moment dat ik de personeelsruimte in beende door de buitendeur weer naar binnen kwam.
"Harry?" Ze snakte naar adem toen ze me mijn spullen woest zag verzamelen.
"Wat is er...?"
"Ontslagen." zei ik slechts. Ze slaakte een diepe zucht, maar ik negeerde het en haalde de weinige spullen die ik hier liggen had uit de kapotte, afgebladderde locker. Woest ramde ik het dicht, voor ik mijn portefeuille in mijn achterzak stak en mijn jas mee griste.
"Uit mijn fucking weg!" gooide ik gefrustreerd in Beths gezicht. Ik zag niets dan oncontroleerbare waanbeelden van mijn handen rond mijn baas' dikke, vettige nek, terwijl ik door zijn winkel stampte. Razend stak ik mijn middelvinger naar hem uit toen ik hem een reeks nieuwe, Spaanse scheldwoorden hoorde krijsen. Hij was de ravage in het gangpad met zijn mollige vingers in zijn weinige haar aan het opmeten.
Ik smeet de gammele deur zo hard mogelijk dicht op weg naar buiten; het glas beefde vervaarlijk in het versplinterde hout. Buiten moest ik me na enkele stappen wankelend vasthouden aan de muur. Ik trilde vervaarlijk.
"Fuck." siste ik, terwijl ik duizelig naar de vuile stenen onder mijn voeten tuurde. Hurkend probeerde ik op adem te komen.
Shit, ik was zo verzwakt...
Hoe kwaad mijn baas me ook had gemaakt, hij had wel gelijk gehad: ik was een fuck up. Helemaal niets waard. Fysiek was ik volledig verrot, mentaal een wrak... Wat had ik nog over om voor te leven?
Compleet verslagen en doelloos strompelde ik weg over de stoep, op weg naar waar dan ook. Het kon me allemaal geen fuck meer schelen...

--
Met Harry gaat het dus ook niet zo goed.;)
xxx

Reacties (5)

  • CrazyUnicornLuf

    harry is een fucked up...
    dan onmoet hij lily weer en alles komt goed(A)(toch?)

    1 jaar geleden
  • Smexy

    Ohjee, dit is niet goed. ):

    1 jaar geleden
  • Sunnyrainbow

    Nee ik hoopte dat hij zou vechten..:(

    1 jaar geleden
  • JoTOMLINSON

    Ooh no

    1 jaar geleden
  • Teal

    Ohhh shit

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen