Ik loop naar binnen en ik zie mijn moeder al aan de balie staan. Ik kom Maud brengen. Hoor ik haar zeggen. De vrouw achter de balie kijkt mijn moeder aan en vraagt om mijn achternaam. De Vries. Maud de Vries zegt ze. Ik loop naar mijn moeder toe en ga naast haar staan. Met een diepe zucht zet ik de koffer neer en kijk de vrouw aan. Gevonden zegt ze. Hier heb je je sleutel van je kamer en je rooster. Je hebt nu nog een half uur om je koffer op je kamer te zetten en je moeder gedag te zeggen, daarna moet je je weer hier melden om je telefoon in te leveren en andere spullen waar je contact mee kan hebben. Verbaasd kijk ik de vrouw aan. Mijn mobiel? Echt niet! die blijft bij me! Hoe moet ik anders contact hebben met mijn vrienden? De vrouw kijkt me met een strak gezicht aan en zucht. Elke vrijdag heb je een half uur om te bellen met de vaste telefoon. Boos kijk ik mijn moeder aan. Dit meen je niet! Je gaat me hier echt niet achter laten!! Mijn moeder zegt niks pakt de sleutel die de vrouw heeft gegeven en vraagt aan haar op welke verdieping we moeten zijn. Hier links dan de eerste trap aan je rechter hand en dan op de 3e verdieping. Kamer 318 zegt ze. Mijn moeder pakt mijn koffer en loopt alvast richting de kamer. Boos loop ik achter haar aan. Als je mij hier echt achter laat spreek ik nooit meer met je! zeg ik boos. Weer reageert mijn moeder niet en loopt gewoon door. Dit vind ik zo vervelend en dat weet ze van me. Als we bij de kamer aangekomen zijn opent ze de deur en zet mijn koffer in de kamer. Zo zegt ze leuke kamer! Met wat foto's kan je het al een heel stuk eigen maken. Ik heb zelf een foto van je vader mee genomen. Ze haalt een foto lijstje uit haar tas, en dan zie ik dat dat mijn lievelings foto is van mij en mijn vader. Ik heb al heel lang niet naar die foto gekeken, het deed me te pijn. Ze zet de foto op het nachtkastje en loopt dan naar het kleine bureautje dat ook op de kamer staat. Hier kan je prima aan je school opdrachten zitten en tot rust komen en eens goed nadenken wat je me wel niet allemaal hebt aangedaan. Ik draai me om en kijk naar mijn moeder. Ik zie tranen in haar ogen staan maar ik ben te boos op haar dat ze mij hier echt achter laat om haar een knuffel te geven. Als je een potje gaat janken kan je maar beter gelijk gaan, jij bent de gene die mij hier heen brengt! Meteen heb ik spijt over hoe bot het uit mijn mond kwam, maar ik ben te eigenwijs om mijn excuus aan te bieden. Mijn moeder loopt naar de deur, kijkt nog 1 keer over haar schouder en loopt dan de kamer uit. Met een zucht ga ik op mijn bed zitten en kijk de kamer rond. Nu merk ik pas op hoe klein het eigenlijk is en ik krijg het meteen benauwd. Ik kan niet tegen kleine ruimtes, ik kijk in mijn tas om mijn puffer te vinden maar ik raak alleen maar meer in paniek als ik deze niet kan vinden. Het zweet breekt me uit en ik heb het gevoel alsof alle muren op mij af komen. Snel gris ik naar mijn koffer en haal deze over hoop. Geen puffer... in paniek haal ik heel de kamer overhoop op zoek naar mijn puffer... Ik schrik me dood als ik geklop op mijn deur hoor. Even sta ik stil en dan ik loop naar de deur. Met paniek in mijn ogen kijk ik wie er voor mij staat. Het is het blonde meisje van daarnet. Gaat alles goed? vraagt ze. Ik hoorde veel geluid dus ik dacht ik ga even kijken. Met moeite krijg ik over mijn lippen dat ik mijn puffer niet kan vinden en meteen schiet ze de kamer in. Ik help je wel ga jij maar even zitten en rustig worden dan zoek ik je puffer wel. Omdat ik te veel in panniek ben en bijna geen lucht krijg ga ik maar op de stoel zitten. Ik heb hem! hoor ik haar zeggen. Snel loop ik naar haar toe en pak de puffer uit haar hand. Ik neem een diepe hijs en ik merk dat ik weer meer lucht krijg. Ik ben Rosie zegt ze terwijl ze haar hand uit steekt. Overrompeld van wat er net gebeurd is pak ik haar hand aan. Maud zeg ik. Maud zegt ze me na. Leuke naam! Ik ben je overbuurvrouw. Ik zit in kamer 320 zegt ze iets te vrolijk. Niet voor lang mompel ik iets te hard. Ik zie aan haar dat ze het heeft gehoord maar ze negeert me. Ik ben ook gestuurd om je te begeleiden de eerste 2 weken. En volgens mij moet je over 5 minuten beneden zijn om je telefoon en andere spullen in te leveren. Kom ik kijk even met je mee zegt ze. Dat hoeft niet hoor ik doe het zelf wel. Ik ben hier toch weer binnnen een week weg. Rosie begint te lachen en verbaast kijk ik haar aan. Is dat grappig? vraag ik. Ja zegt ze. Niemand is hier binnen een week vertrokken dus ik denk niet dat dat je gaat lukken zegt ze. Nou ik wel hoor no way dat ik hier blijf in dit gedrocht. Oke zegt ze, dat wil ik dan nog wel eens zien. Ze draait zich om en loopt naar de deur. Kom je? vraagt ze. Waar heen? Naar de grote hal, je spullen inlever. Je bent hier echt niet binnen een week weg dus doe het nou maar voordat je straks buiten afval staat te ruimen. Vies kijk ik haar aan. Afval? Ja je hebt hier straftaken als je iets niet op tijd doet dus geloof me dat wil je niet. Snel pak ik mijn spullen en loop achter haar aan naar de grote hal.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen