Foto bij 042. - Lucien

Ik weet niet wat me overkomt. Emma, op haar knieën voor me, terwijl ze... ze...
Ik kan amper nadenken. Het is niet de eerste keer, maar alle andere keren waren meisjes van plezier, getraind om te verleiden en te behagen. Verzonnen namen, alsof dat ze in bescherming nam. Maar nu, met Emma... Het is zoveel keer beter. De kamer draait en mijn knieën worden week.
"Emma..." Mijn hoofd valt tegen de muur. Ze is voorzichtig en onervaren, maar het maakt allemaal niet uit. Het is ongelooflijk.
Het duurt dan ook niet lang voordat golven van genoegen door mijn lichaam trekken en mijn lijf zijn hoogtepunt bereikt.
Ik zak door mijn knieën, naast haar op de grond, hijgend, grijnzend, terwijl ik probeer te begrijpen wat er zojuist is gebeurd. Emma kijkt me verwachtingsvol aan.
"Mon Dieu, Emma." fluister ik halflachend. Meer kan mijn brein op dit moment niet comprimeren.
Ze lacht, zenuwachtig, maar ik zie een glitter van bezorgdheid in mijn ogen. Ik hou hoofdschuddend mijn hand op ten teken dat ze zich niet druk moet maken.
"Dit is de reactie die je wil hebben, mon amour." Ik kus haar. Als ze nog veel langer blijft, zal Aleran naar haar op zoek gaan. Als hij ons vindt in deze setting...
"Ik zie je snel." beloof ik haar. Ze knikt, kust me nog eens, en verdwijnt dan.
Ik gun mezelf een kwartier om op adem te komen, voordat ik mezelf fatsoeneer en de ruimte verlaat.

"Er liggen verschillende nieuwe outfits voor je klaar bij de kleermakers. Ben je al geweest om te passen?"
"Ja, moeder." Ik loop achter haar aan met mijn handen in mijn zakken. Zoals gewoonlijk maakt ze zich meer druk om alles, dan ik.
"En je hebt de begroetingen in hun eigen taal geleerd?"
"Eén van hen is Frans, moeder, en de ander Italiaans - een van de talen die me van jongsafaan is geleerd. Dat moet wel lukken."
Ze geeft me een giftige blik over haar schouder.
Ik zucht, en besluit er maar in mee te gaan. "Ja, moeder."
"En geen wijn! Ik wil niet dat je naar alcohol ruikt bij het ontmoeten van een potentiele bruid."
Zo gaat het een poosje door. Ik volg mijn moeder, die op een drafje door het paleis gaat om alles voor de zoveelste keer te checken. Onnodige poespas wordt nagevraagd en bevestigd. Ontwerpen voor bloemstukken worden afgewezen.
Ik ben gestopt met luisteren. Ik wil niet dat deze vrouwen komen, maar ik heb niet echt een keuze.
"Lucien!"
"Huh?" Ik stop halverwege een stap - mijn moeder staat vlakvoor me met een ijzige blik in haar ogen, maar die verzacht al snel.
"Ach lieverd, morgen moet je niet zo dromen. Je zal het ze naar hun zin maken, ik weet het zeker."
"Ja, moeder..."
Ze legt een hand tegen mijn wang. "Ik weet dat het niet ideaal is. Als het aan jou was, zou je trouwen met een meisje uit het woud en samen de dagen jagend slijten. Of een meisje met wie je dagen in de bibliotheek zou zijn, tot jullie alle kennis ter wereld tot jullie hebben genomen." Het is de zoveelste keer dat ik me afvraag of ze iets weet van Emma en mij. Ik duw de gedachte weg met het idee dat ze me dat zou vertellen.
"Alle vrouwen op die lijst, moeder... Ze zullen alles doen om me te verleiden. En dat doen ze door alles te doen wat ik ze vraag, of door simpelweg in een hoekje te gaan zitten borduren terwijl hun kamermeisjes hun haar borstelen. Dat wil ik niet, moeder."
"De ware zit er vast tussen, Remí."
"En anders moet ik de mooiste uitkiezen, zeker?" Ik klink net zo bitter als ik me voel. Mijn moeder glimlacht naar me.
"Liefde kost tijd, Lucien. Kies degene met wie je beste klik hebt, en het zal vanzelf uitgroeien tot iets moois."
Ik wil Emma. denk ik. "Qui, maman." zeg ik.

Iedereen die iets betekent is uitgelopen naar de binnenplaats van het paleis om de vrouwen te ontvangen. Ik sta, gehuld in crèmekleurige kledij met bloedrode details en een cape in een tint lichter dan mijn ogen, vooraan. Het is immers mijn bezoek. Ik ben dankbaar voor de cape die half over mijn linkerzijde heenvalt - hij verbergt het feit dat ik mijn vuist gebald houd in zenuwen en volledig nutteloos protest. Ik werp een blik op mijn moeder - ze lacht me aanmoedigend toe.
Na wat een eeuwigheid lijkt te zijn, gaan de poorten met luid trompetgeschal open.
De delegatie is redelijk klein. De meeste van hen zullen niet langer dan een week blijven voordat ze teruggaan naar hun eigen land. Na een korte stoet soldaten te paard komt de koets binnengerold. Mijn hart draait overuren.
Ze is beeldschoon. Haar haren zijn diepzwart, maar hebben een rode gloed in het licht van de zon. Haar huid is olijfkleurig, haar lichaam lang en smal. Ze zal niet veel kleiner zijn dan ik. Maar het zijn haar ogen die de aandacht trekken - stormgrijs, afstekend bij haar donkere huid en nog donkerder haar. Ik vermoed dat er is doorgespeeld wat ik zou dragen vandaag - de donkerrood van haar jurk staat haar niet alleen prachtig, maar sluit ook nog eens perfect aan op de details van mijn eigen kleiding.
Misschien is dit allemaal zo erg nog niet. Zelfs al zal ik waarschijnlijk nooit van deze vrouwen kunnen houden zoals ik van Emma houd...
De zenuwen lijken mijn lijf te verlaten en met nieuw gevonden zelfvertrouwen stap ik op de jonge vrouw af. Ik bied haar mijn hand aan. Ze glimlacht duizelwekkend en pakt hem aan. Ik buig, en kus de rug.
"Signora Rosanella Marsilia Angioli, principessa d'Italia. È un onore ricevere te, spero ti sentirai il benvenuto a casa mia."
Ze buigt zoals vrouwen dat doen - ze ligt haar rok een beetje op, en zakt licht door haar knieën. "Grazie, mio caro principe." De Italiaanse taal bezorgt me kippenvel.
Ik begeleid haar naar waar mijn ouders en de rest van de familie staan, die ze eveneens begroet, waarna ze aansluit in de rij. Emma's blik ontwijk ik. De delegatie die met Rosanella is meegekomen verspreid zich en al snel is het alsof er nog niemand is aangekomen. Na ongeveer twintig minuten, klinkt er opnieuw trompetgeschal en begint het hele riedeltje van voorafaan.
Hertogsdochter Aimée Vauquelin is al even mooi. Blond, met blauwe ogen en een zacht gezicht. Ze is was jonger dan Rosanella - net achttien, en weet zichzelf nog iets minder een houding te geven dan de Italiaanse, maar haar onschuld raakt me meteen. Het zou me niks verbazen als haar vader jongens haar hele leven lang uit haar buurt heeft gehouden. Ze kijkt me aan met grote ogen als ik haar hand kus en haar begroet in haar moedertong. Een zenuwachtige glimlach danst op haar lippen.
"Souffle, mon cher." zeg ik haar zachtjes. "Tu te débrouilles bien, c'est un honneur de t'accueillir chez moi. Venez rencontrer ma famille."
Het voorstelrondje gaat voorbij en mijn moeder glimlacht alwetend naar me. Ik hoor het haar denken: Zie je nou wel. Zo erg is het allemaal niet. Het zijn sterke, lieve vrouwen die je veel te bieden hebben. Emma kijk ik nog steeds niet aan, en ik heb geen idee of ze wel naar mij kijkt.
Maar ik weet simpelweg niet of ik dit spelletje kan blijven spelen als ik haar gezicht nu zie.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen