Foto bij 044. - Lucien

Rosanella en Aimée zijn nu drie dagen op het paleis. Het welkomstfeest was een groot succes, maar mijn bezoeksters waren beiden moe van het lange reizen en excuseerden zich niet al te laat op de avond. Sindsdien heb ik ze nog maar weinig gezien - moeder heeft ze zich opgeëist, om ervoor te zorgen dat ze het paleis en de regels kennen, en zodat ze zonder al te veel druk kunnen wennen aan een nieuwe omgeving. Ik kan me alleen maar indenken hoe het is om hier te zijn - misschien verblijven ze enkel een maand, zoals gepland, maar voor hetzelfde geld wil ik dat ze langer blijven of stuur ik ze allebei eerder weg. Het is allemaal aan mij. Zenuwslopend moet het zijn. Vrouwen hebben het niet makkelijk, vrouwen van hoge stand al helemaal niet.
Vandaag staat de wandeling door de tuinen op de planning. Vanochtend met Rosanella, en later op de middag met Aimée.
Mijn hoofd zit bij Emma. Ook haar heb ik maar weinig gezien. Ik heb haar niet bewust ontweken, maar wie weet doet ze dat wel bij mij. Ik wil het haar niet kwalijk nemen, maar ik doe het toch: ik moet immers ook toekijken hoe zij en Aleran het getrouwde stel uithangen.
Een scherpe pijn in mijn dijbeen. Ik sis, en zie de kleermaker lichtelijk geschokt kijken. Hij biedt zijn diepe verontschuldigingen aan na de speldenprik, maar ik wuif het weg. Ik heb erger gehad. De blauwe plekken op mijn gezicht zitten er nog, heel lichtjes, maar kunnen verborgen worden met de hulp van make-up. Mijn bezoeksters weten van niks.
Gehuld in een donkere pantalon en een blouse gedecoreerd met gouddraad begeef ik me naar de tuinen. De hete zomertemperaturen zorgen voor lichtere kledije en ik ben meer dan dankbaar. De zware tunieken die we op officiele gelegenheden dragen, zoals bij het ontvangst, staan me nooit zo aan. Ze benemen me teveel bewegingsvrijheid. Na een paar minuten komt Rosanella aan, gehuld in een donkergroene jurk en een verrassend diep decolleté. Ik ben beleefd genoeg om niet te kijken, maar man genoeg om wel een blik te werpen.
"Principessa Rosanella," begroet ik haar met een glimlach.
"Prince Lucien." Ze glimlacht terug. Haar Frans is niet feilloos, maar goed genoeg om het te verstaan, en daarbij spreek ik prima Italiaans. Ik bied haar mijn arm aan, ze neemt hem zonder aarzeling aan. Haar donkere haar is gekruld en half opgestoken, met lichtroze parels die het zonlicht vangen.
"Ik hoop dat je eerste dagen in het paleis warm zijn geweest."
"Dat zijn ze." Ze knikt. "Uw moeder is een fantastische vrouw."
"Ach, spreek me toch niet aan met "u". Ik ben je gelijke, Rosanella, niet je meerdere."
Ze bloost, lijkt wat te willen zeggen, maar bedenkt zich dan. Tijdens onze wandeling vertellen ik haar over de bloemen die we hebben en vraag ik naar haar thuisland. Ze geeft gedwee antwoord en lijkt zich oprecht te vermaken, maar elk woord dat ze spreekt, klinkt alsof het tientallen keren is geoefend. Niet alsof ze het meent, maar alsof ze het antwoord kiest dat mij het meeste zal bekoren. Ik weet niet zeker of het de zenuwen zijn, of dat het simpelweg is hoe de Italianen zulke dingen doen. Ik probeer er niet te veel aandacht aan te besteden. Vlakvoor de lunch nemen we afscheid van elkaar, want het is de bedoeling dat ze de lunch deelt met mijn ouders.
Aangezien ik er degelijk uit moet blijven zien, dood ik de tijd door te lezen. Uiteindelijk komt het moment dat Aiméé de wandeling met me gaan maken.
Ze is gehuld in een zachtblauwe kleur, die haar ogen complimenteert. Haar blonde haar valt over haar schouders en ze is bescheiden bedekt. Ze is in alles het tegenovergestelde van Rosanella.
De wandeling verloopt voor het grootste deel in stilte. Ze is duidelijk nog niet gewend aan de omgeving, aan mij, aan alles wat er op haar afkomt. Zo nu en dan lacht ze om een opmerking die ik maak en ruikt ze aan de tientallen bloemen die ons hier omringen, maar ze kijkt me nooit aan en er komt maar weinig uit haar mond. Het kost me moeite om niet in haar buurt met mijn ogen te rollen. Zelfs al kan ik het haar niet kwalijk nemen, het is wel irritant.
Uiteindelijk komt er ook aan deze wandeling een einde, en ben ik voor de komende achtenveertig uur weer vrij. Morgen zullen de meisjes vrij hebben en ben ik niet toegestaan contact te zoeken.
Het maakt me niet uit. Morgen is er een week verstreken sinds het onderonsje van mij en Emma in de bibliotheek, wat betekent dat ze morgen weer terug is in de bibliotheek.

Het verloopt precies zoals de vorige keer. Aleran denkt dat ik het bos in ben, en net zoals de vorige keer is het Winoc. Ik ben naar onze penningmeester gegaan om ervoor te zorgen dat hij elke eerste dag van de maand een bonus krijgt, na alles wat hij voor me heeft gedaan. Hij weet nog van niks.
Ik wacht Emma net zoals vorige week op in de bibliotheek, vang haar tussen de muur en mijn lijf en kus haar voordat ze me goed en wel kan begroeten.
"Lucien!" Ze kijkt me verbaasd aan. Haar handen liggen weer op mijn borstkas, en hoewel ik in haar ogen zie dat ze wel beter weet, duwt ze me niet van zich af. "Ik dacht dat je met..."
Ik onderbreek haar met een tweede kus. "Geen sprake van. Daar gaan we het niet over hebben."
Dat hoef ik haar niet nog een keer te vertellen. Ze kust me en gooit haar armen om mijn nek om me dichterbij te krijgen. Het duurt niet lang voordat ik haar meeneem naar hetzelfde hoekje als zij me de vorige keer heen bracht. Haar blik staat vragend en ik grijns.
"Ik ben je nog wat verschuldigd..." Ik leun met mijn rug tegen de muur, en trek haar met haar rug tegen mijn borstkas. Mijn lippen vinden haar nek. Haar geur is me inmiddels meer dan bekend en de blauwe plekken in haar hals lijken te verminderen. Ze zucht gelukkig als ik de huid kus en bijt. Mijn handen glijden over haar lichaam - langs haar borsten en haar middel, naar haar heupen. Ik bedank wie dan ook voor het hete weer, aangezien dat ervoor heeft gezorgd dat alle vrouwen lichtere jurken dragen met een stuk minder onderrokken.
"Zeg me als ik moet stoppen." vertel ik haar zachtjes. Ik wil niks doen waar ze niet op zit te wachten. Ze verstijft als ik haar rok begin op te liften, en hoewel de aanraking van vingertoppen op de warme huid schokken door mijn lijf stuurt, stop ik.
"Nee." Ze klinkt smekend. "Niet stoppen."
Ik grijns, en kus haar nek en alle huid die ik daar kan bereiken. Voorzichtig vinden mijn vingers waar ze naar zoeken, dat wat tot voorkort alleen voor Aleran was bedoeld, maar waar ik zo ontzettend naar heb verlangt. Onverkoombaar reageert mijn eigen lijf bij het voelen van de warme, zachte huid, maar dit gaat om Emma en haar geluk. Mijn andere arm leg ik om haar middel, om haar wat extra steun te geven. "Ontspan." fluister ik in haar oor. "Zoals ik al zei... Ik ben je wat verschuldigd."

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen