Foto bij 045 - Emmeline

Ik leun tegen Lucien's lichaam, er vanuit gaande dat ik hem waarschijnlijk platdruk door het gewicht, terwijl golven van euforie door mijn lichaam stormen.
Het gevoel is me volledig onbekend maar ik begrijp plotseling volledig wat Kenna beschreef, en wat er keer op keer in het dagboek geschreven staat. Mijn hele lichaam lijkt in vuur en vlam te staan en alle gedachtes die ik had worden door het gevoel aan de kant gespoeld.
Ik wil zijn naam zeggen, keer op keer, maar er komt geen geluid uit mijn keel. Ik ben te druk bezig met het ervaren van dit moment, spreken is daarbij enkel een afleiding.
Als het verstand langzaam terug mijn lichaam in ebt voel ik alles ineens heel intens. Mijn ogen, die al die tijd gesloten waren, openen en ik kijk naar Lucien.
De man van wie ik houd, de man aan wie ik mijn ziel en zaligheid heb gegeven. En voor ik het weet huil ik.
Niet van verdriet, maar van puur geluk. Dit moment kan niemand ons ooit nog afnemen.
"Emma?" Lucien lijkt mijn tranen opgemerkt te hebben, niet zo gek ook aangezien ze waarschijnlijk op zijn blouse beland zijn. "Je.."
Ik kus hem om hem de mond te snoeren, daarna glimlachend door mijn tranen heen. "Tranen van geluk, Lucien." Opnieuw kus ik hem, en doe een poging om hem zo dicht mogelijk bij me te hebben. Onze lichamen lijken bijna in elkaar over te lopen, ik proef het zout van mijn tranen op zijn lippen.
Dan, na elkaar veel te kort vastgehouden te hebben, moet ik hem loslaten. Het is bijna tijd om terug te gaan, anders wordt Aleran achterdochtig.
"Ik moet gaan." Het doet me pijn om het te zeggen, om hem te laten gaan. Terug naar de vrouwen die op hem wachten. "Ik zal je missen."

Lucien's dames zijn ondertussen ongeveer twee en halve week in het kasteel, en het lijkt ze beide goed te vergaan.
Of een van de twee Lucien's favoriet is durf ik niet te zeggen, aangezien hij bijna gedwongen wordt om beide vrouwen even veel aandacht te geven.
We hebben elkaar niet meer een op een gezien, de afgelopen weken. Ons onderonsje in de bibliotheek was de laatste keer, de weken die daar achteraan kwamen waren vol. De koningin wilde mijn adviezen voor allerlei dingen die Aleran me nooit zou laten beslissen, en nodigde me steeds meer uit voor koninklijke bijeenkomsten.
Daarnaast moesten Aleran en ik nog een verlies lijden - midden in de nacht keerde de pijn terug, minder hevig, maar met hetzelfde resultaat.
Deze keer wist ik niet dat ik in verwachting was, en was het aangezicht van bloed iets dat me tot op het bot liet trillen. Aleran hield, onder dwang van zijn moeder, de hele nacht mijn hand vast terwijl de arts me verzorgde.
Ondertussen wordt het vertrouwen van Aleran in mij met de dag kleiner. De koningin spreekt hem regelmatig moed in, maar het lijkt hem weinig goed te doen.
Waar hij net naar me opwarmde en me af en toe als zijn vrouw leek te zien in plaats van zijn bezitting, is hij nu weer koel en zakelijk.
Het nieuws werd niet naar buiten gebracht, waardoor alleen de koningin, Aleran en ik op de hoogte zijn van de tweede mislukking. Nieuws als dit zou veel te veel onrust opleveren.
      Lucien heeft een vrije dag, en de koningin vroeg mij om de dames mee naar buiten te nemen. Vrouwelijk gezelschap zal ze goed doen, sprak de koningin me toe, en zal er voor zorgen dat ze dingen loslaten die ze niet aan een man of een oudere zullen vertellen. Ik ken hun situatie, ze kunnen zich in mij vinden.
Dus zitten we op een kleed, vlak bij de fontein, met verscheidene versnaperingen voor ons. Aimée zegt niet veel, en even denk ik dat het door de taalbarriere komt, maar ook in het Frans is ze geen volwaardig gesprekspartner.
De Italiaanse vrouw spreekt wel, maar elk woord dat ze zegt lijkt gerepeteerd. Het duurt een half uur voordat beide dames naar me opwarmen, nadat ik hen hun derde glas wijn inschenk.
"Prinses Emmeline," begint Rosanella, "hoe bevalt uw huwelijk met kroonprins Aleran?" Ik heb haar nu al meerdere malen duidelijk proberen te maken dat ze me geen u hoeft te noemen, maar ze weigert zich aan te passen en ik heb de energie niet om haar te blijven corrigeren.
"Het is.. bijzonder. Aleran en ik zijn erg verschillend, maar we gaan goed samen. Hij houdt mij met beide voeten op de grond, en we leren elke dag meer van elkaar te houden." Ik glimlach en neem een slok uit mijn glas.
"En toch heeft u hem nog steeds geen kinderen gegeven," deze vraag, of eerder opmerking, lijkt niet gerepeteerd. De wijn heeft zijn effect op haar, dat is duidelijk, en ik merk dat ook Aimee deze vraag niet aan had zien komen, en zich bijna verslikt in haar wijn.
"Dat is correct. We zijn nog niet erg succesvol geweest, maar er is niets om je zorgen om te maken."
Ik zou bijna zweren dat ik haar met haar ogen zie rollen, maar besluit er niets van te zeggen. Het is nou eenmaal mijn taak om de dames op te warmen, en daar hoort eerlijkheid bij.
"En..," opper ik dan maar, "wat vinden jullie van prins Lucien?"
Het Franse meisje bloost. Ja, dat zou ook mijn reactie zijn als iemand me naar hem zou vragen. Ik weet hoe charmant hij is, hoe aantrekkelijk hij is, en hoe makkelijk het is om naar hem te verlangen.
"Hij is...," het is voor het eerst dat ik haar vrijwillig haar mond zie openen. "galant. Een echte charmeur."
Rosanella beaamt haar opmerking en voegt er aan toe. "En vreselijk knap. Ik hoop telkens dat hij me kust, maar dat heeft hij nog steeds niet gedaan."
"Lucien is een voorzichtige man. Het duurt even voor je door zijn muren heen breekt."
Dat komt waarschijnlijk omdat hij zijn kussen ergens anders haalt, maar dat gaat deze dames niet aan. Alhoewel, het verbaast me dat hij nog steeds niets geprobeerd heeft. Hoe verliefd we ook zijn, na twee weken geen liefdevolle aanraking word ik al bijna gek.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen