Die avond dineer ik met Rosanella. Ze lijkt sinds aankomst nog steeds niet te ontspannen, praat nog steeds met me met geoefende zinnetjes, maar soms vind ze een onderwerp zo interessant dat ze dat een beetje verliest. Dan gaat ze sneller praten en houdt ze niet meer op, soms gaat ze zelfs over op ratelend Italiaans dat ik amper bij kan houden. Op die momenten doet ze me een beetje aan Emma denken, maar het duurt nooit lang. Met haar opvoeding is het avontuur uit haar geslagen.
Aimée, daarentegen, lijkt het avontuur nog te bezitten. Ze is simpelweg te verlegen en angstig om het echt aan te gaan. Gesprekken voeren, of simpelweg tijd samen, met haar is nog ingewikkelder met Rosanella.
"Rosanella." onderbreek ik haar plotseling. Mijn irritatiegrens is bereikt. Ze kijkt me een beetje geschrokken aan, haar glas wijn halverwege naar haar mond.
"Mio Principe?"
Een zucht ontsnapt me. Ze noemt me zelden bij mijn naam. Ze is ontzettend gefocust op het me naar de zin maken, en ik ben er klaar mee. En dus, met het risico dat ik haar gevoelens kwets, spreek ik haar er op aan. "Stel, Rosanella, dat ik je mijn bruid maak." Ze bloost hevig. "Blijf je dan met me praten alsof je geen gevoelens, geen meningen hebt? Zeg je me alleen wat ik wil horen? Ik heb een glimp gezien van je echte persoonlijkheid, maar hij blijft nooit hangen." Ik neem een slok wijn, zoekend naar de goede woorden. Rosanella kijkt betrapt naar haar handen in haar schoot. "Ik snap dat iemand vanuit huis uit je op het hart heeft gedrukt dat je er alles aan moet doen om het me naar de zin te maken, maar ik heb liever dat je jezelf bent dan dat je aanpast naar wat je denkt wat ik wil dat je bent."
"Prins Lucien, ik..." Ze bijt op haar lip. Ze is kwetsbaarder dan ik haar ooit heb gezien de afgelopen dagen. Ik hoop heel even dat ik haar wakker heb geschud. "Als uw echtgenoot is het mijn taak u te bekoren. Niet om u een extra zorg te zijn."
Met nog een zucht leg ik mijn mes neer, eetlust vergaan. "In dat geval raad ik je aan om terug naar huis te gaan. Het spijt me, Rosanella."
Twee dagen later stuur ik ook Aimée naar huis. Mijn moeder kijkt verdrietig bij hun vertrek, maar beaamt dat ze beiden niet goed bij me pasten.

Ik geef twee nieuwe namen door aan mijn ouders, zodat ze de uitnodigingen kunnen versturen. Eén van hen is een prinses uit Prussia, wiens verloofde is omgekomen in een veldslag, en de ander is baronsdochter uit Ierland - ze is het nichtje van de koning van Engeland. Er wordt ze allebei gevraagd om tegen het begin van de herfst naar Frankrijk te komen.
Nog een keer een groots ontvangst. Nog een keer een welkomsfeest. Ik neem me voor om simpelweg één van deze vrouwen uit te kiezen, tenzij ze het echt te bond maken. Dan hoef ik alleen nog maar de bruiloft te overleven en kan ik verscheept worden naar het zuiden van Frankrijk, om daar in alle rust de legers te leiden.
In alle frustraties van de afgelopen tijd, struin ik midden in de nacht door het paleis in de hoop wat afleiding te vinden. Alleen op mijn kamer liggen heeft nu al helemaal geen zin. Net als ik heb besloten om de tuinen dan maar in de nacht te verkennen, komt het gestalte van Aleran naar buiten gestrompelt.
"Lucien!" roept hij jolig, wat me meteen vertelt dat hij dronken is. Fantastisch.
Er is geen plek om me te verstoppen, dus ik wacht af tot hij naar me toe is komen zwalken. Van een afstand van een meter of vijf kan ik de alcohol al ruiken. Wat heeft hem hier toe gedreven? Aleran is zelden echt dronken.
"Je had gelijk." Hij slaat een hand op mijn schouder; ik krimp ineen.
"Gelijk?"
"Over Emmeline." De alcohol maakt hem minder verstaanbaar, maar haar naam zou ik overal herkennen. Maar het feit dat iets omtrent Emma hem tot deze staat gebracht heeft, zet mijn nekharen rechtovereind. "Je... je moet haar niet willen." Hij lacht. "Ik was stom om haar ooit te willen! Het huwelijk is een gevaarlijk iets, broertje. Begin er niet aan!"
Ik slik mijn woorden in. Een discussie met Aleran terwijl hij dronken is, is een van de domste dingen die je kan doen. Naast het stompen van een muur en verliefd worden op de prinses die is verloofd met je broer.
"Weet... Weet je wat ze zouden moeten doen?" Hij grijnst naar me - zijn hand ligt nog steeds op mijn schouder en hij leunt zwaar op me. "Ze zouden die hoeren aan een test moeten onderwerpen. Eerst neuken, en een zoon baren. En dan trouwen." Ondertussen hikt hij van het lachen, al zie ik niet wat er zo grappig is aan zijn woorden. "Weet je tenminste zeker of ze goed is in bed, ook! Ik mis de hoeren, Lucien. De échte hoeren. Die konden een man tenminste laten schreeuwen van genot. Misschien ga ik er vanavond wel heen!"
Het kost me al mijn kracht om hem niet neer te slaan. Dronken of niet, Aleran is nog steeds sterker dan ik.
"Zeker omdat ik Emmeline weer niet mag aanraken." Zijn woorden worden ineens giftiger. "Christus, Lucien, wat had ik haar graag getest voordat ik met haar trouwde! Als ik dit had geweten, had ik haar teruggestuurd naar dat land van d'r." Hij spuwt op de grond. Misschien, met een goede klap tegen de zijkant van zijn hoofd, sla ik hem buitenwesten... Het wordt steeds verleidelijker.
"Als je... wat geweten had?" vraag ik, heel voorzichtig.
Wanneer hij me aankijkt, staat zijn blik zo ijskoud dat mijn hart even stil lijkt te staan. Alle overdenkingen van hem slaan verlaten mijn lijf - aan deze blik te zien is Aleran klaar om te moorden. "Ze is wéér een kind verloren." spuugt hij. Alle joligheid van even eerder is verdwenen. "Wat heb ik aan een vrouw die geen kind kan baren! En Moeder die haar maar beschermt... Poh! Ik zal een kind bij haar verwerken al moet mijn zoon opgroeien zonder moeder."
Hij lijkt vergeten te zijn dat ik er ben - hij strompelt er vandoor, naar de poorten. Het zou me niks verbazen als hij inderdaad naar het bordeel gaat. Ik denk er niet teveel bij na. Mijn hoofd draait. Ik wil hem achterna gaan, hem de nek omdraaien. Ik wil naar binnen rennen om Emma te troosten, haar vast te houden, en haar te beloven dat Aleran haar nooit meer pijn wil doen. Ik wil mijn moeder smeken dat ik niet hoef te trouwen. Alles overvalt me in zo'n mate dat ik er misselijk van wordt.
Ik vind mijn weg terug naar mijn vertrekken. Winoc kijkt me bezorgd aan, en volgt me naar binnen. "Hoogheid..?"
"Breng me een pen." hijg ik. Mijn adem komt in stoten, mijn hart krampt samen. De muren lijken op me af te komen. Winoc doet wat hem wordt gevraagd, maar de frons op zijn gezicht blijft. Ik ruk een pagina uit een willekeurig boek en weet met moeite de juiste letters te vinden. Ik vouw hem twee keer dubbel en geef hem dan aan Winoc. "Zorg dat Emma die krijgt."
"Lucien, wat is er aan de hand?" Hij lijkt in tweestrijd, of hij mijn vriend moet zijn of mijn wacht. Ik schud mijn hoofd, schenk mezelf een glas whiskey met trillende handen, om het in één keer achterover te slaan.
"Zorg dat Emma die boodschap krijgt!" Ik probeer mijn ademhaling te regulieren, maar het lijkt allemaal weinig zin te hebben. Winoc, niet overtuigd, loopt achteruit de kamer uit, en rent er dan vandoor om de brief aan Emma te geven.
Zodra hij weg is zoek ik mijn ruiterskleding bij elkaar, schrijf een brief aan mijn ouders dat ik een paar dagen weg moet en instructies aan Winoc dat hij tot mijn terugkomst Emma onder zijn hoede neemt, en ren dan in een waas naar de stallen. Dankbaar dat de wapenopslag daar ook is, grijp ik mijn boog en haal dan Malin uit de stal. Ik spoor hem aan, totdat hij niet sneller kan, en laat het paleis en de paniek achter me, terwijl mijn boodschap aan Emma in mijn hoofd nagalmt.


Blijf hopen. Mijn hart is het jouwe, ik kom terug voor je. LR.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen