Foto bij Scar 20

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
Een minuut of tien lang, misschien wel een kwartier, blijft een of andere speciaal opgeleide gast die denkt dat hij heel erg veel beter is dan ik met me praten, maar dan hoor ik iemand iets roepen.
'Er komt iemand naar buiten!'
Ik sta op en ondanks dat de man me tegen probeert te houden, kan hij met zijn studie psychologie op dit gebied niet tegen me op.
Zonder om te kijken loop ik hem straal voorbij, mijn blik ademloos op de deur gericht. Iemand loopt door de deurpost. Een gijzelaar, trillend, haar handen in de lucht. Meteen zie ik dat ze een bomvest omheeft en direct herken ik aan de manier van lopen een kleine afwijking in het been, waardoor de persoon bijna onopvallend iets strompelt.
Het is Paige.

Ik verslik me bijna in de lucht. Ze gebruiken haar om te onderhandelen.
In het zwakke licht waar ze in staat zie ik hoe haar wenkbrauw bloedt en hoe de blote huid bij haar keel en polsen rood zijn van de worsteling. Haar kleren zijn gescheurd. Ze staat ongeveer vijf meter buiten de deur stil.
Ik sta achter een barricade waarachter de schutters zich kunnen verschuilen en hun wapen op kunnen laten rusten, maar op een of ander idioot moment overweeg ik serieus over de omheining te springen en naar haar toe te gaan.
Het slaat nergens op. Zo lang ken ik haar niet eens. Het zou me niet zó veel moeten schelen. Maar dat doet het wel.
Ze begint met bevende stem te praten, net geen schreeuwen. Ik kan het goed horen.
‘Tony Johnson wil dat het benodigde geld voor de operatie voor zijn zieke dochter Sarah Johnson op zijn bankrekening gezet wordt en dat Sarah haar behandeling krijgt,' zegt ze met bijna schokkende stem. 'Als dit over een half uur nog niet gebeurd is, zal hij beginnen met elk kwartier een gijzelaar te doden.’
Daar gaat het om. Een man die het geld niet heeft om zijn dochter te redden en het zo probeert. Mijn sympathieke helft vindt het bijna zielig dat we in een maatschappij leven waar een man dit als enige optie ziet, maar de rest van mijn brein is alleen gefocust op het feit dat Paiges leven in gevaar is.
Naast mij hoor ik iemand verslag uitbrengen aan Marco.
‘Het type bom is alleen krachtig genoeg om haar te doden, maar niet iemand anders. Het is waarschijnlijk bedoelt om te voorkomen dat ze gaat vluchten.’
Ik slik en word om de een of andere reden boos, maar verdring mijn woorden. Hij praat over haar leven alsof het een object is.
Paige vangt mijn blik en begint te ratelen. ‘Nathan. Er zijn kinderen,' snikt ze bijna. 'De jongste is twee en er is een meisje van zeven die... ze heeft hulp nodig... het is niet goed... alsjeblieft... doe iets... ik...’
Dan lopen er twee mensen uit het restaurant. Een van de gijzelnemers en een jonge gijzelaar: een meisje van niet ouder dan veertien. Ze huilt en schreeuwt iets richting de barricade. Op het moment dat iemand iets terug schreeuwt, realiseer ik me dat het een kennis moet zijn. De man dwingt haar op haar knieën en plaatst het geweer tegen haar achterhoofd.
Hij schiet. Het meisje is op slag dood.
Ik hoor de toeschouwer opnieuw iets uitroepen en kijk automatisch opzij. Het is een vrouw, waarschijnlijk haar moeder of een andere naaste, die met twee man tegengehouden moet worden van er naartoe rennen.
Er komt een misvormde kreet uit Paiges mond en ze valt op haar knieën neer naast het lichaam. Ze schreeuwt tegen de man dat dat niet de afspraak was, dat het meisje zou mogen blijven leven als zijzelf met de politie ging praten. De gijzelnemer trapt haar achteloos op de grond, zo hard en ruw dat ik haar van deze afstand nog moeilijk hoor ademhalen.
‘Laat dit een waarschuwing zijn. Het half uur gaat nu in,’ zegt de man en draait zich om, loopt weer weg.
Paige wordt vanwege het bomvest gedwongen om op de open plek te blijven zitten, waarschijnlijk als herinnering aan ons wat er gebeurd als we het geld niet overmaken.
Ik wil tegelijkertijd wel en niet naar haar kijken. Ze huilt en ik heb haar nog nooit zo gebroken gezien, zelfs niet toen ze die paniekaanval had, nu al meer dan een maand geleden.
Marco legt waarschuwend een hand op mijn schouder, vangt waarschuwend mijn blik.
Niet doen. dragen zijn ogen mij op, mocht ik op een bepaald niveau van plan zijn om naar haar toe proberen te gaan.
‘Maak het geld over,’ zeg ik dan en ik klink verrassend schor.
‘Zo makkelijk is dat niet en dat weet je. Bovendien is het niet volledig mijn keus,’ herinnert hij mij eraan en ik kijk hem geërgerd aan.
‘Het is verdomme wél zo makkelijk! Hij wil het geld voor zijn dochters behandeling en dan laat hij ze gaan!’ schreeuw ik en er komt iemand aanlopen om me weg te halen, maar Marco gebaart dat dat niet hoeft.
‘Nathan,' sist hij waarschuwend, zijn kaken op elkaar geklemd. 'Gedraag je.’
Moedeloos schud ik mijn hoofd en kijk hem met een brok in mijn keel aan.
‘Er zijn mensen doodgegaan,' breng ik met haperende stem uit. 'Ze hebben dat meisje vermóórd.’
Mijn vriend lijkt wat te verzachten.
‘Ik weet het, Nathan. Ik zal doen wat ik kan.’
Maar ik wil niet dat hij doet wat hij kan. Ik wil dat hij doet wat moet gebeuren. En zelfs nog meer.
'Laat me helpen,' vertel ik hem en hij kijkt me moeilijk aan.
'Nathan...' verzucht hij en ik weet het antwoord al.
Fel krijg ik terug, maar weet niets te zeggen, aangezien hij gelijk heeft.
Hij haalt nerveus een hand door zijn blonde haar.
'Ik moet nu gaan', zegt hij,' Doe... doe niets doms.'
Ik knik en hij loopt weg, na mij nog een keer een bestuderende blik te gunnen. Heel lang wacht ik. Af en toe maak ik oogcontact met Paige, maar ik weet niet wat ik moet zeggen en zij is daar niet toe in staat. En dan is het halfuur afgelopen.
Dezelfde gijzelnemer komt weer naar buiten, maar ditmaal met een ander slachtoffer.
We zijn te laat.

Reacties (2)

  • MissEL

    Als je zo hopeloos bent dat je zelfs begint te vermoorden...

    1 jaar geleden
  • BethGoes

    NEE! GVD! NEE! GVD! NEE! GVD! ZEG NIET DAT HET WEER EEN KIND IS!

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen