25.

(2024)

Styles nam Martin mee de veranda op, zodat hij in de gaten kon houden wat er in de kamer gebeurde terwijl hij hem ondervroeg. Voor zover hij had gezien sinds hij in Lassiter was, ging de technische recherche grondig te werk. Tamara stond erom bekend dat ze de tijd nam. In heuse zindelijke stijl waren haar stem en bewegingen loom en gracieus, maar die schijn was bedrieglijk. Als Tamara iets over het hoofd zag, dan bestond het eenvoudig niet.
      Rowan was uiterlijk haar tegenpool: lang, mager en rusteloos, met een zwart gevoel voor humor waarachter een scherp intellect schuilging. Hoe ongedwongen Tamara en Rowan ook leken, ze vormden een mooi team. Ze waren fanatiek, wat voor Styles een teken was dat ze betrokken waren.
      Martin gebaarde met zijn hoofd in de richting van Styles’ auto. “Misschien heeft ze de boel zelf wel overhoop gehaald.”
      “Ms. Callaghan heeft het juist gemeld.”
      “Dat zegt nog niks.”
      Styles keek achterom. Audrey zat nog steeds in zijn wagen, haar raampje open om de zwakke bries binnen te laten. Ze kon hen woordelijk volgen. “Audrey, doe je handen eens omhoog.”
      Ze waren slank en elegant. “Nee, zij was het niet.” Hij hield een plastic zakje omhoog met de duimafdruk die ze van de knuppel hadden gehaald die in de slaapkamer was achtergelaten. “De knuppel is gebruikt door een grote vent die te dom was om handschoenen aan te trekken.”
      “Het kan me niet schelen of ze het wel of niet heeft gedaan.” Martin kruiste zijn armen voor zijn borst. “Ze mag ergens anders haar heil gaan zoeken.”
      Styles blik dwaalde door de kamer en bleef hangen op een lichtere plek in het tapijt, waar een karpet onder de salontafel had gelegen. De zon viel er in een scherpe hoek op en benadrukte een doffe vlek. Hij stapte naar binnen en zakte door zijn hurken. “Tamara, hier ligt bloed.”
      Het was niet veel - net voldoende om een paar vezels te bevuilen - maar genoeg om een veroordeling rond te krijgen. Tamara wachtte tot Rowan klaar was met foto’s nemen, opende toen een kleine papieren envelopje en haalde een schaar uit haar kist.
      Martin stapte de deuropening in.
      Met ogen die vuur schoten keek Tamara de hoteleigenaar aan. “Wegwezen of ik laat je in de boeien slaan.”
      Styles duwde zich overeind en Martin verviel in gemompeld Cajun. Kalm knipte Tamara de vezels af die ze nodig had, pakte ze op met een pincet, liet ze in de envelop vallen en labelde die. “Misschien heeft de dader zich gesneden tijden zijn feestje?”
      “En misschien is de aarde plat.” Het was altijd mogelijk dat het vloed van de vandaal afkomstig was, maar aangezien zowel het mas als het karpet ontbrak, leek dat Styles stug.

Een half uur later was de technische recherche vertrokken. Martin was eindelijk afgeleid door een net gearriveerde touringcar en er was een opsporingsbericht uitgevaardigd voor het kamermeisje dat de kamer had moeten schoonmaken. Styles leidde Audrey de overhoop gehaalde woonkamer in.
      Hij dacht niet dat het kamermeisje betrokken was bij het misdrijf; het was waarschijnlijker dat ze naar de chaos had gekeken, zich had gerealiseerd dat ze problemen zou krijgen met Martin en er tussenuit was geknepen. Hij was echter geïnteresseerd in wat ze kon hebben gezien. Zeker in het licht van het feit dat er niet op één maar op twee plekken braaksporen waren aangetroffen.
      Martin had gezworen dat er niets aan de deuren had gemankeerd voordat Audrey de kamer had gehuurd en Styles neigde ernaar hem te geloven. De hoteleigenaar mocht dan een jengelaar zijn, hij was ook nauwgezet en de sporen waren vers geweest. Het stelde hem wel voor een lastige situatie. Een inbraak was nog aannemelijk; twee op dezelfde dag niet meer.
      Audrey bleep net over de drempel staan en nam de verwoestingen op. Ze was nog steeds wat beverig, maar nu ze van de eerste schok was hersteld, was ze in staat een detail te onderscheiden dat haar normaal gesproken nooit zou zijn ontgaan. “Mijn laptop is weg. Hij stond op de eettafel.”
      Styles pakte zijn notitieboekje en maakte een aantekening. “Merk, type?”
      “Weet ik niet uit mijn hoofd. De papieren zaten in de hoes en-”
      “...en die heeft hij uiteraard ook meegenomen. Verder nog iets kwijt?”
      De zweem van humor in Styles’ zijn stem drong tot haar door. Hij had dit aan een agent kunnen overlaten, maar vanaf het moment waarop hij was gearriveerd, had hij zich over haar ontfermd en een barrière opgeworpen waar Martin niet overeen kwam. Na de manier waarop ze hadden kennis gemaakt en de gelatenheid waarmee ze eergisteravond bij hem thuis was vertrokken, moest Styles wel de meest onwaarschijnlijke beschermengel zijn die ze ooit had ontmoet. “Tja, mijn halve leven. Ik was praktisch vergroeid met die laptop.”
      Ze liepen om de tafel heen, behoedzaam langs een klodden bosbessen yoghurt stappend die in het tapijt was gedrongen. De keuken lag vol muesli, in de badkamer waren alle toiletspullen op de grond gesmeten en haar shampoo en conditioner waren als ketchup op de wanden gespoten.
      In de slaapgedeelte bleek al haar kleding aan flarden te zijn gesneden, net als haar koffer. In het voorbijgaan raapte Audrey van alles op, de koffer als afvalbak gebruikend. Martin zou professionele schoonmakers inschakelen, maar het idee dat vreemden aan haar persoonlijke spullen zouden komen, stond haar tegen.
      Styles schoof een lege lade terug in de kast en begon haar te helpen. Hij wierp een handvol reepjes kant in de kapotte koffer. “Zo te zien heeft hij echt de onderste steen boven gehaald.”
      Audrey voelde dat haar wangen gloeiden. Dat kant was ooit lingerie geweest.
      Toen Styles zijn telefoon ging, kwam hij overeind en liep de kamer uit terwijl hij hem beantwoordde. Het lage register van zijn stem dreef vanuit het woongedeelte binnen. Ze gooide het gescheurde beddengoed in een hoek en bleef intussen meeluisteren. Ze had er al een hele poos niet aan gedacht, maar ze merkte dat het een geruststellend idee was een man in de buurt te hebben. Puur door zijn aanwezigheid had Styles op de een of andere manier de schok van de aanval geneutraliseerd, de impact verzacht, zodat ze alles geleidelijk had kunnen verwerken.
      Een half uur later was de ergste rommel opgeruimd en was Audrey erachter wat er nog meer ontbrak: een klein sieraden buideltje met oorringetjes, een diamanten hanger die ze met haar eenentwintigste verjaardag van haar adoptieouders had gekregen en een bedelarmband. In theorie waren de juwelen vervangbaar en ze waren allemaal gedekt door de verzekering, maar de hanger en de bedelarmband hadden grote emotionele waarde voor haar.
      In de sierlijke armband stond haar naam gegraveerd. Catlyn Callaghan had het haar gegeven op de dag dat de adoptie was goedgekeurd, de dag die haar officiële verjaardag was geworden. Elk jaar had ze een nieuw bedeltje gekregen en het was voor Catlyn altijd net zo’n hoogtepunt geweest als voor Audrey om de nieuwe aanwinst uit te pakken.
      Het doekje waarmee ze de badkamer had schoongemaakt in de wasmand gooiend stapte Audrey de woongedeelte weer in. Ze was beverig. De dag was al vervelend begonnen met haar escapade vanochtend vroeg en hij was er niet beter op geworden. De armband had enorm veel voor het betekend. Elk bedeltje was zorgvuldig uitgekozen en met liefde geschonken; een teddybeertje op haar zevende verjaardag, een balletdanseresje in har jaar dat ze eindelijk uit de rolstoel had gemogen en weer had leren lopen. In totaal waren het er veertien geweest, de laatste voor haar eenentwintigste verjaardag en ze vertegenwoordigen stuk voor stuk mooie herinneringen.
      Nadat Styles zijn telefoon had weggeborgen, keek hij haar vorsend aan. “Wat is er?”
      “Mijn sieraden zijn verdwenen.”
      Deze keer vroeg hij niet of de verzekering het zou dekken. Hij moest aan haar gezicht hebben afgelezen dat het verlies nergens mee goed te maken viel.
      In plaats daarvan loodste hij haar naar een stoel op de veranda en ging iets warms te drinken voor haar maken. Opgelucht dat ze de kamer uit was, in de frisse lucht, ging ze zitten en nipte vervolgens gehoorzaam van haar tweede kopje, hete, zoete koffie. Intussen noteerde Styles haar beschrijving van de ontbrekende juwelen, af en toe even zijn telefoon beantwoordend, die om de paar minuten leek over te gaan.
      De suiker en de zwoele bries - de kalmte ook waarmee Styles sprak - brachten haar wat tot bedaren. Het enige lichtpuntje van vandaag was dat ze, omdat ze niet langer deuren langs had hoeven gaan, al haar geld en creditcards bij zich had gedragen, dus die had de dief niet weten te bemachtigen. Al had ze nu behalve wat er in haar handtas zat niets meer dan de kleren aan haar lijf.
      Haar mond vertrok, zo mierzoet was de koffie. Ze bracht het bekertje naar de keuken, samen met dat van Styles, spoelde ze af en zette ze in de vaatwasser. Vervolgens ging ze op weg naar de receptie om de rekening te voldoen. Styles stak zijn telefoon weg en kwam achter haar aan en niet voor het eerst kwam het in haar op dat hij veel te hoog in rang was voor deze taak. Campbell had opgemerkt dat hem hierop afsturen vergelijkbaar was met het inzetten van een kanon om een mus uit de boom te schieten.
      Ze nam zijn profiel op. “Je hoeft niet op me te pakken. Ik kan Martin wel aan.”
      “Hoort allemaal bij de service.”
      Hij hield de deur van het kantoor voor haar open en ze stapte de krappe ruimte in, overdreven blij met zijn aanwezigheid terwijl ze afrekende. Op het moment dat de receptioniste haar kaart door het apparaat haalde, stak Martin zijn hoofd om de deuropening van een kleine kamer waarin hij leek te wonen, om zich na één blik op Styles gauw weer terug te trekken.
      Eenmaal buiten begeleidde Styles haar terug naar haar auto. Met een frons bestudeerde hij de nieuwe huurwagen. “Rijd maar achter mij aan. Ik zoek wel een ander logeeradres voor je.”

Het logeeradres bleek een bed & breakfast met een apart gastenverblijf, gerund door een echtpaar uit New England dat onlangs naar Lassiter was verhuisd. Styles had er gelogeerd toen hij hier net was komen wonen, terwijl hij had overwogen of hij een appartement in het centrum zou kopen of in het huis op Plaisance Street zou trekken.
      In deze tijd van het jaar hielden de Knight’s het gastenverblijf doorgaans vrij voor familie die langs wilde komen, maar het stond toevallig leeg en als Audrey wilde, kon ze het voor een week huren.
      Het was klein, modern, volledig uitgerust onderkomen op het terrein van de Knight’s, met een eigen hofje. Ze mocht het zwembad gebruiken en net voorbij het achterhek lag een park waar ze mooie wandelingen kon maken.
      Magda Knight gaf haar een rondleiding door het huisje terwijl Styles de garage in verdween, waar Barry bezig was een truck te ontmantelen.
      De inrichting was licht en ruimtelijk, met antieke meubelen en rustgevende crème tinten, een ideale achtergrond voor Magda’s hobby, schilderen.
      Het duurde niet lang voor Audrey een cheque uitschreef voor de volle week. Nadat ze de kleine badkamer had gebruikt om zich op te frissen en haar haren te kammen, die geleidelijk los waren geraakt uit haar knot, liep ze naar de Ford, onderweg de grote tuin bewonderend. Het contrast van de keurig onderhouden omgeving hier met dat van haar gesloopte hotelkamer had niet groter kunnen zijn. Ook verschilden de Knights als dag en nacht met Martin. De opluchting om niet alleen bij hem maar ook bij de chaos weg te zijn was overweldigend.
      Nog steeds was ze wat gedesoriënteerd en beverig door de schok en bovendien had ze sinds de lunch niets meer gegeten. Ze moest iets binnen krijgen en ze had een rustige plek nodig om alles op een rijtje te zetten, maar voordat ze daaraan kon beginnen, zou ze eerst inkopen moesten doen. Hoe mooi en verwelkomend het huisje ook was, er lag niets te eten in.
      Terwijl ze naar haar auto liep, stapte Styles de garage uit, zijn mouwen opgerold en zijn jasje over zijn arm. Kritisch nam hij haar op. “Geen stok vandaag?”
      “Ik heb pijnstillers geslikt.”
      Haar been deed nog steeds zeer, maar het was draaglijk; twee luie dagen en de rekoefeningen hadden wonderen verricht.
      “Als je zin hebt, neem ik je wel mee uit winkelen.”
      Toen ze haar wenkbrauwen optrok, hield hij het rechterportier van zijn wagen voor haar open. “Na vijven krijg ik toch geen salaris meer.”
      Op haar horloge kijkend zag Audrey met een lichte verbazing dat het al kwart voor zeven was. Ze naam plaats, dankbaar dat ze zich niet zelf door het drukke verkeer heen hoefde te worstelen. Ze was nog bezweter en klammer dan anders, maar het had geen zin een douche te nemen voordat ze schone kleren had.
      Styles reikte naar de achterbank en een vleugje van zijn aftershave plaagde haar neus. Onwillekeurig merkte ze op het hij er ondanks de hitte fris uitzag.
      Hij gaf haar een mueslireep aan, nog koud van de kleine koelbox op de achterbank en scheurde er voor zichzelf ook een open.
      Het water liep Audrey in de mond terwijl ze het folie eraf trok en de verleidelijke geur van pinda’s en chocolade haar reukzin bereikte. “Kun jij soms gedachten lezen?”
      “Ik ben een padvinder, ik ben overal op voorbereid.”
      De zijdelingse blik die hij haar bij die woorden toewierp was gekleurd met onverwachte humor en Audrey’s buik kriebelde met een soort spanning dat ze in jaren niet had gevoeld. Ze kon zich vergissen, maar even was ze er zeker van geweest dat Styles met haar flirtte.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen