Foto bij Agent Holemen: Nox Aeterna [Part 4]

Room 19

Ik werd wakker in een ziekenhuisbed.
      Daardoor wist ik dat er iets mis was. Ik had het niet zo op ziekenhuizen. Het licht leek altijd te fel.
      In plaats van mijn normale kleding droeg ik een ziekenhuishemd. Mijn haar hing los, wat ik nogal irritant vond.
      De kamer waarin ik lag was verlaten. Ik had op zijn minst verwacht dat Clint er zou zijn, want hij is zo’n type dat ongerust naast iemand zijn bed ging zitten.
      Ik stond op en liep op blote voeten naar de gang. Daar bleek het ook volkomen verlaten te zijn. Het licht knipperde. Het bleek dat ik in kamer 19 lag, maar verder was er geen aanwijzing naar wat er aan de hand was.
      ‘Hallo?’ riep ik aarzelend.
      Geen antwoord.
      ‘Is daar iemand?’
      Nog steeds niets. Ik doorzocht de andere kamers. Leeg.
      Ik keek door meerdere ramen, maar ik kreeg alleen maar zwart te zien, alsof iemand een zwart scherm voor het gebouw had gezet.
      Dit was voor mijn doen zelfs al vreemd. Waar was iedereen? En hoezo was het opeens donker in New York?
      Maar misschien was dit New York niet. In ieder geval niet de mijne. In mijn hoofd begon een verontrustende gedachte te vormen: wat als ik opnieuw in de andere dimensie was? Maar dat was onmogelijk. Ik werd net wakker. Als ik me in de andere dimensie bevond, zou dat moeten betekenen dat Lynn hier ook ergens was.
      Ik ging opnieuw een kamer binnen, al wist ik dat ik daar waarschijnlijk ook leegte zou vinden. In plaats daarvan stond er in het halfduister een tafel waar een paar dingen op lagen.
      Ik liep ernaartoe en zag dat het zwaard van Perseus, Harpe, en het diadeem dat ik met de Winchesters heb gevonden er lagen. Daarnaast was er ook een briefje.
      Je zult deze nodig hebben stond erop.
      Het was met blauwe inkt geschreven op een stuk lijntjespapier, misschien uit een schrift gescheurd. Het handschrift herkende ik niet. Een deel leek aan elkaar geschreven te zijn, zoals ‘zult’, terwijl een paar andere letters juist los waren, ‘deze’ leek bijvoorbeeld uit twee delen te bestaan.
      Iemand met verstand van handschriften zou hier waarschijnlijk een interessante persoonlijkheid in zien, maar ik had geen idee.
      Tegen een muur aan stond er nog iets. Door het duister kon ik niet helemaal zien wat het was, maar het leek iets groots en rond te zijn. Het glansde een beetje en er leken bloemen in gegrafeerd te zijn. Ik liep ernaartoe en raakte het aan.


Room 3, Metro-General Hospital, New York City, New York, 1:15 PM EST, January 16th 2016

Ik werd wakker in een ziekenhuisbed.
      Daardoor wist ik dat er iets mis was. Ik had het niet zo op ziekenhuizen. Het licht leek altijd te fel.
      Op het eerste moment begreep ik niet wat er mis met me was. Ik zag nergens verband zitten en ik had zelfs nog mijn eigen kleren aan.
      Ik probeerde overeind te zitten en meteen verschenen er zwarte vlekken voor mijn ogen. De duizeligheid keerde helemaal terug. Met een grom ging ik weer liggen.
      Naast me schrok er iemand wakker. Het bleek Clint te zijn, die op een stoel zat en knipperend met zijn ogen probeerde om aan het licht gewend te raken.
      ‘Ah,’ zei hij. ‘Je bent wakker.’
      Altijd heel observerend is die man.
      ‘Wat,’ begon ik langzaam, ‘is er allemaal gebeurd?’
      Clint keek me ongerust aan. ‘Hoe voel je je?’
      ‘Helemaal fantastisch,’ antwoordde ik chagrijnig. ‘Heb je iets te drinken voor me? Het liefst iets sterks.’
      Clint pakte een glas water dat op het nachtkasje naast mijn bed stond en gaf het me. Ik pakte het aan met trillende handen.
      ‘Ga je me nou nog vertellen wat er aan de hand is?’ vroeg ik terwijl ik probeerde om uit het glas te drinken zonder het te laten vallen.
      Clint keek nog steeds bezorgd naar me. ‘Rebecka, ik denk dat je me iets moet vertellen.’
      ‘Ik ben niet ziek,’ zei ik snel. ‘Denk ik, tenminste.’
      ‘Ze hebben je onderzocht en ze konden niets vinden,’ zei Clint. ‘Je bleef alleen heel lang bewusteloos. Ik dacht…’ Hij schudde zijn hoofd.
      ‘Clint,’ zei ik. Ik wilde zijn hand pakken, maar ik vreesde dat ik dan het glas zou laten vallen. ‘Ik ga niet dood. Ik beloof het je.’
      Hij had een treurige blik. ‘Je weet dat je dat niet kan beloven.’
      ‘Ik zal proberen om niet dood te gaan,’ verbeterde ik mezelf. ‘Maar dan moet jij hetzelfde doen.’
      ‘Ik beloof het,’ zei hij, ‘op voorwaarde dat je me vertelt wat dit allemaal betekent.’
      ‘Het is een lang verhaal,’ zei ik. ‘Ik zal het je allemaal vertellen nadat dit gedoe afgelopen is.’
      ‘Daar houd ik je aan.’ Hij haalde diep adem. ‘Je bent meer dan een halve dag buiten westen geweest.’
      Meteen zat ik weer rechtop, de duizeligheid negerend. ‘Wát?’
      Clint nam het glas van me over voordat ik er iets mee zou kunnen doen, zoals tegen een muur gooien. ‘Het is nu de volgende dag, in de middag. De gordijnen zijn dicht omdat ik je niet direct van streek wilde brengen. Wat is het laatste dat je je kan herinneren?’
      Ik fronste. ‘We werden aangevallen door een monster.’
      Clint keek verbaasd. ‘Eh, inderdaad. Maar dat gebeurde pas nadat Rivka en ik jou hierheen gebracht hadden. Iedereen heeft het overleefd, maar…’
      ‘Vertel me alsjeblieft niet dat Lynn dood is,’ zei ik.
      Hij haalde zijn schouders op. ‘Ze is verdwenen. Dat blijkt haar hobby te zijn.’
      ‘Shit,’ zei ik. ‘Net nu we haar weer gevonden hadden. Hoe zit het met de monsters?’
      ‘Oh ja, dat is ook een raar verhaal. Het zijn er steeds meer geworden, maar ze zijn niet meer vijandelijk. In plaats van mensen aan te vallen, zwerven ze maar rond en zorgen ze voor verkeersopstoppingen, om dan opeens weer te verdwijnen door zo’n gat tussen de dimensies.’
      ‘Wacht, ze doen helemaal niets?’
      ‘Nee. Een paar van onze agenten probeerde eentje te vangen. Lukte niet. Het lijkt me dan ook nogal moeilijk om een extradimensioneel wezen te pakken te krijgen. Een van hen merkte wel op dat het monster nogal slaapdronken leek. Gehypnotiseerd, bijna.’
      ‘Huh,’ zei ik, want ik snapte er niets van. ‘In ieder geval fijn dat ze niemand iets aan doen.’
      ‘Elk voordeel… heeft zijn nadeel,’ zei Clint wijs. ‘Doordat er geen aanvallen zijn, hebben we ook helemaal geen kans op sporen van Lynn, omdat zij meestal achter die dingen aanging.’
      Bijna vloekte ik opnieuw. ‘Wat doen we nu dan?’
      ‘Wachten tot ze opduikt of tot de resultaten binnenkomen,’ zei een nieuwe stem. Dr. Helen Cho liep de kamer binnen. ‘Sorry dat ik onderbreek. Hoe voel je je?’
      ‘Prima,’ zei ik. ‘Wat voor resultaten?’
      ‘We zijn bezig met het onderzoeken van je cellen op moleculair en dimensioneel niveau,’ vertelde ze. ‘Maar ik heb nog een beetje bloed nodig.’ Ze hield een spuit met een enorme, en dan ook echt énorme naald omhoog.
      ‘Oh néé,’ zei ik. ‘Niet daarmee! Je hebt letterlijk meer dan 12 uur gehad om bloed van me af te tappen en dan kom je nu opeens daarmee aan zetten? Dacht het niet!’ Vlug keek ik om me heen, op zoek naar vluchtroutes. Helen stond zelf voor de deur, maar misschien kon ik het raam uit springen.
      ‘Het hoeft niet, hoor,’ zei ze. ‘Ik denk dat het zo ook wel gaat lukken.’ Om de één of andere reden had ze haar blik gefixeerd gehad op het glas water dat Clint op het nachtkastje had gezet, wat ik nogal vreemd vond. Ze keek weer weg toen ze mij zag kijken.
      Ik haalde vragend een wenkbrauw omhoog.
      Ze kuchte. ‘Dan ga ik maar weer.’ Ze verdween de gang op.
      ‘Wat was dat nou weer? Heb je die freaking naald gezien?’ raasde ik door. ‘Wie denkt ze dat ik ben, Superman met zijn ondoordringbare huid?’
      Clint fronste. ‘Wie is Superman?’


Room 15, Metro-General Hospital, New York City, New York, 2:44 PM EST, January 16th 2016

Er was een uur verstreken en ik begon me nu toch aardig te vervelen. Volgens Clint en de dokters hier was het beter dat ik in bed bleef, maar ik voelde me prima. Ik vroeg me af of ik Lynn niet om tips had kunnen vragen, want ik wilde hier toch best wel graag ontsnappen.
      Ik had Clint gevraagd of de anderen niet bij me langs konden komen, maar volgens hem moest ik ‘rusten’. Het versterkte alleen maar mijn voorgevoel dat de anderen misschien niet helemaal gezond en wel van het monster weg waren gekomen. Dat zorgde er dan weer voor dat ik helemaal niet meer kon rusten.
      Ik ijsbeerde de kamer rond en overwoog mijn opties. Uit het raam springen ging hem niet worden. We zaten op de vierde verdieping en ik wilde niet een been breken. Via de gang ontsnappen kon ook niet, want ik was ervan overtuigd dat er op z’n minst twee agenten van SHIELD rondliepen en alles in de gaten hielden. Het plafond had ik al gecontroleerd, maar via de ventilatie ontsnappen was onmogelijk. Helaas was ik niet zo lening als Clint.
      Zuchtend probeerde ik een ander gevoel te onderdrukken. Het was moeilijk te beschrijven, maar het leek alsof ik om de één of andere reden doorhad waar Lynn was. Het leek alsof ik een innerlijke radar had waar ze op was verschenen.
      Misschien was er toch wel iets mis met me. Ik bedoel, niemand zou me geloven.
      We moesten haar hoe dan ook vinden als we dit probleem met monsters en gaten tussen dimensies wilden oplossen. En als niemand me geloofde, zou ik het zelf maar moeten doen.
      Ik probeerde de deur, maar die was op slot. Ik bonkte met mijn vuist erop.
      Aan de andere kant klonk een chagrijnige stem. ‘Wat?’
      ‘Ik weet waar Lynn is,’ zei ik, hopend dat de deur geopend zou worden, ik de eigenaar van de stem een dreun kon verkopen en zo naar de uitgang kon rennen. Het was nogal een wanhopig plan, maar ik had niets beters.
      ‘Nou, vertel?’ zei de stem ongeduldig.
      Ik aarzelde. ‘Ik kan het niet echt uitleggen, maar jullie moeten me hieruit halen.’
      Een zucht. ‘Ik vrees dat dat niet kan. Bevel van hogerop.’
      ‘Wat?’ zei ik verbluft. ‘Waarom? Is dat voor mijn eigen veiligheid? Of die van jullie?’
      Stilte. En het bleef stil.
      Dit was toch ongelooflijk! Dus er waren wat mensen van hogerop die over me gehoord hadden en besloten hadden dat het niet slim zou zijn om me naar buiten te laten? Terwijl ik helemaal in orde was? (Nou ja, voor het grootste gedeelte.)
      Dan moest ik zelf maar een manier verzinnen. Ik herinnerde me hoe ik in mijn droom van de ene plek naar de andere teleporteerde. Als ik dan toch gek werd, kon ik het net zo goed proberen.
      Ik ging voor de deur staan, sloot mijn ogen en zette een stap naar voren…


Columbus Avenue, New York City, New York, 2:50 PM EST, January 16th 2016

…en kwam terecht in de miezerregen in een verlaten steeg in New York. Ik opende mijn ogen toen ik de plotselinge kou voelde. Stomverbaasd keek ik om me heen. Was ik nou serieus geteleporteerd? Of was dit een droom?
      Ik zette een stap naar voren en voelde me opeens heel duizelig worden. Iets warms lekte uit mijn neus. Bloed.
      Ik besefte dat ik ook geen jas bij me had. Lekker dit. In ieder geval ben ik wel het ziekenhuis uit, dus dat is iets.
      Na een paar keer diep adem gehaald te hebben, verdween de duizeligheid. Ik stapte de steeg uit en ik besefte toen ik om me heen keek dat ik slechts een paar blokken van het ziekenhuis verwijderd was. Zo’n vijf minuten met de auto, schatte ik. Met andere woorden, ik moest opschieten. Ik had een voorsprong, maar het zou niet lang meer duren voordat de rest achter me aan zou komen.
      Ik besloot Liliths raad op te volgen en de metro te pakken.


86th Street Lexington Avenue, New York City, New York, 3:32 PM EST, January 16th 2016

Na een rit in de metro, die ook nog eens vertraging had, stond ik eindelijk weer bovengronds. Ik probeerde me opnieuw te oriënteren en te bepalen waar ik heen moest. Zoals gewoonlijk was het druk, maar in de verte zag ik het silhouet van een monster bewegen. Niemand in de omgeving trok zich er iets van aan. De mensen hier waren dan wel wat gewend, maar dit vond ik toch wel grappig.
      Ik ging het monster achterna, de straat volgend en hopend dat het me naar iets goeds kon brengen.
      Na de straat in de richting van Central Park gevolgd te hebben, kwam ik uit op 5th Avenue. Ik sloeg linksaf en liep verder totdat ik voor het Met stond, oftewel het Metropolitan Museum of Art. Het monster was weg. Hij was óf het museum in gegaan om kunst te bekijken, óf het was verdwenen naar een andere dimensie.
      Lynn was hier hoe dan ook geweest. Misschien was ze naar kunst gaan kijken. Of misschien dacht ze dat ze, nu ze hier toch was, een reisje langs alle hotspots kon maken.
      Ze was hier in ieder geval niet meer en ik voelde hoe het spoor doorging, wat betekende dat mijn zoektocht nog niet geëindigd was.
      Ik keek met een verontruste blik naar de grijze hemel boven me en ging toen verder.

Het komende paar uur was ik bezig met het doorkruisen van New York, het bezoeken van musea en het verbergen van mezelf met behulp van mijn vochtige hoodie, die ik over mijn hoofd had getrokken uit vrees dat mensen van SHIELD me volgden. De zon was inmiddels bezig met ondergaan en ik begon deze zoektocht inmiddels zat te worden. Zonder die sandwich die ik tussendoor met contant geld gekocht had, was ik allang opgehouden en terug naar het ziekenhuis gegaan.
      Dit verstoppertje dat Lynn onbewust of niet met me speelde vond ik niet meer leuk.
      Net toen ik bedacht dat ik beter kon stoppen, zag ik plotseling een monster stilstaan op een kruising. Hij was onverwacht klein vergeleken met de rest, hij was net zo lang als ik. Als hij zichtbare ogen had gehad, zou ik kunnen zeggen dat het net leek alsof hij me aanstaarde. Toen het merkte dat ik naar hem keek, ging het haastig ervandoor, auto’s en lantaarnpalen aanstotend. Ik besloot om hem maar achterna te gaan.
      Zo’n uur later was het ondertussen nacht en stond ik voor een verlaten warenhuis, ergens in de wat mindere buurten van Hell’s Kitchen. Het monster sleepte zichzelf met zijn rubberachtige tentakels naar binnen en verdween in de duisternis.
      Aarzelend staarde ik naar het donker en doorzocht ik mijn zakken. Ik vond een kleine zaklamp in mijn hoodie en besloot om die maar aan te zetten.
      Voorzichtig liep ik door de deur, die half uit zijn scharnieren hing. Het eerste wat me opviel was de muffige geur, het tweede de enorme smeerboel. Overal op de muren, die waarschijnlijk ooit wit waren geweest, zat graffiti dat weer bedekt was door dat zwarte, slijmerige spul dat de monsters als bloed schijnen te hebben.
      Ik volgde het monster een aantal trappen op. Onderweg kwam ik delen van andere monsters tegen en het zwarte spul werd steeds meer, totdat de hele vloer ermee bedekt werd. Het plakte aan mijn schoenen, wat ik echt heel goor vond.
      Op de vijfde verdieping, de hoogste verdieping, besloot ik een kamer te betreden. Het was er donker en ik hoorde haar eerder dan dat ik haar zag.
      ‘Je had hier niet moeten komen.’
      ‘Lynn?’ probeerde ik voorzichtig. De duizeligheid was weer licht bij me aanwezig, als een soort radio op de achtergrond.
      Mijn ogen raakten gewend aan de duisternis en ik dacht dat ik vaag Lynns gestalte kon onderscheiden.
      ‘Hoe heb je me gevonden?’ zei ze. Haar stem klonk anders, viel me opeens op.
      ‘Ik… heb eigenlijk geen idee. Vrouwelijke intuïtie?’
      Geschuifel. ‘Het wordt erger. Jij hebt dat net zo goed door als ik.’
      Zoals gewoonlijk had ik geen idee waar ze het over had. ‘Uh…’
      Ik kon voelen dat ze me aanstaarde. ‘Heb je het niet door? De dimensies, de grenzen… Nog even en ze zijn één. Deze wereld is in gevaar en wanneer het moment daar is zal jij de enige zijn die tussen het behoud van de wereld en complete verwoesting in staat. En dat is nú al begonnen, kijk maar naar jou.’
      What the hell. Dat was iets te veel om naar binnen te werken. ‘Luister, de mensen van SHIELD zijn echt keihard bezig om dit allemaal op te lossen. We kunnen je helpen.’ Ik probeerde om met mijn zaklamp erachter te komen waar Lynn zich bevond. ‘Maar dan moet je niet de hele tijd verstoppertje spelen.’
      Lynn stapte in de lichtbundel van mijn zaklamp en van schrik liet ik het bijna vallen. ‘Ik vrees dat ik niet meer te redden ben.’
      De linkerkant van haar gezicht en hoofd, dat deel dat eerst in het verband zat, was volledig bedekt met het zwarte spul. Het leek bijna te pulseren. Haar linkeroog was inktzwart en er druppelde een zwarte vloeistof uit, als donkere tranen. De rechterhelft van haar gezicht zat onder de schrammen, maar leek verder normaal. Desondanks had ik de indruk dat het niet lang zou duren voordat ook dat deel er monsterlijk uit zou zien.
      Ze grinnikte, een krassend geluid. ‘Hi.’
      Perplext stond ik naar haar te kijken. Dus daarom wilde ze niet gevonden worden. Maar wat nu dan? Was ze nog te redden? Of stond ik nu tegenover iets dat meer monster dan mens was?
      Lynn haalde haar schouders op, alsof ze mijn gedachten gehoord had. ‘Er is geen lijn tussen monster en mens,’ zei ze. Toen hoestte ze en er droop zwart slijm uit haar mond. ‘Trouwens,’ zei ze schor, ‘jou zou ik toch nooit iets aandoen. Je bent veel sterker dan ik.’
      Vanuit mijn standpunt was dat een stuk anders. ‘Ik weet echt niet waar je het over hebt. En laat me je alsjeblieft naar het ziekenhuis brengen, want dan kunnen ze misschien hier iets aan doen en dan ben je ook veiliger.’ Daarbij voegde ik er niet aan toe dat ik rillingen kreeg van hoe ze me aankeek met dat zwarte oog.
      Uit haar blik viel weinig uit te halen. Toen stapte ze opeens naar voren en greep me bij de arm. ‘Het dak,’ beval ze. ‘Het is maar een paar meter boven ons. De grond is van grind.’
      Net toen ik wilde vragen wat ze daarmee bedoelde, voelde ik de omgeving veranderen. Het werd donker en toen waren we opeens ergens anders.
      Ik voelde grind onder mijn voeten en een frisse wind die me plotseling omhulde. We stonden op het dak en in de verte kon ik lichtgevende wolkenkrabbers zien, die oprezen in de donkerblauwe lucht.
      Lynn liet mijn arm los. ‘Dat vermoedde ik al.’
      Ik voelde iets warms uit mijn neus lopen en deed inmiddels niet meer de moeite om erachter te komen wat het was. Blijkbaar was ik voor de tweede keer geteleporteerd op één dag. Dat kon niet gezond zijn.
      Ik liet mezelf op mijn knieën vallen en haalde diep adem. Ik voelde me anders. Sterker, om de één of andere reden.
      Lynns blik viel op me. ‘Heb je al naar de lucht gekeken?’
      Ik keek omhoog. De nachtelijke hemel was nu verlicht met bewegend poollicht, maar het was niet helemaal natuurlijk. Ik concentreerde me en het leek net alsof ik door het licht heen iets anders zag. Een andere wereld, misschien.
      ‘Nog even,’ mompelde Lynn. ‘De grenzen tussen jouw dimensie en de mijne worden steeds zwakker. Als we er niets aan doen, gaat alles mis.’
      ‘En wat precies gaan we doen?’ wist ik naar buiten te krijgen.
      Lynn haalde haar schouders op – of misschien was het een stuiptrekking. ‘Geen idee.’
      Ik was ondertussen dit gedoe over dimensies spuugzat. Allebei konden we vrij weinig doen, maar ik wist heel goed wie ons kon helpen.
      En als Lynn niet naar hen toe wilde, dan moest ik haar maar dwingen. Ik bedoel, ik was toch al ongezond bezig die dag, dus dan kon ik er nog wel een schepje bovenop doen.
      Ik stond op en greep Lynn bij een arm. ‘Wat-’ begon ze.
      ‘Houd eens even je mond,’ kapte ik haar af. Ik deed mijn ogen dicht en voordat Lynn tegen kon stribbelen, teleporteerden we alweer naar een andere plek.

Reacties (2)

  • GossipGirl21

    Mooi geschreven.

    2 jaar geleden
  • Snakey_Crowley

    Room 19

    Is dit een verwijzing naar de dag waarop ik geboren ben of iets anders? I dunno. Much mystery

    Ik werd wakker in een ziekenhuisbed.

    In al mijn jaren van een ongeluksvogel zijn is dit mij eigenlijk nog nooit overkomen.

    Ik had op zijn minst verwacht dat Clint er zou zijn, want hij is zo’n type dat ongerust naast iemand zijn bed ging zitten.

    True AF

    Ik keek door meerdere ramen, maar ik kreeg alleen maar zwart te zien, alsof iemand een zwart scherm voor het gebouw had gezet.

    Well someone loves black

    In plaats daarvan stond er in het halfduister een tafel waar een paar dingen op lagen.
    Ik liep ernaartoe en zag dat het zwaard van Perseus, Harpe, en het diadeem dat ik met de Winchesters heb gevonden er lagen. Daarnaast was er ook een briefje

    Well that's convenient

    Het was met blauwe inkt geschreven op een stuk lijntjespapier, misschien uit een schrift gescheurd. Het handschrift herkende ik niet. Een deel leek aan elkaar geschreven te zijn, zoals ‘zult’, terwijl een paar andere letters juist los waren, ‘deze’ leek bijvoorbeeld uit twee delen te bestaan

    Uh is this a joke to me? Because that's litterally how I write... Creepy. Tho ik niet scheur, dat is zo lelijk.

    Iemand met verstand van handschriften zou hier waarschijnlijk een interessante persoonlijkheid in zien, maar ik had geen idee.

    *From a distance* "SHERLOCK!!!!"

    het leek iets groots en rond te zijn. Het glansde een beetje en er leken bloemen in gegrafeerd te zijn

    Is this from something? Is this a reference?

    Naast me schrok er iemand wakker. Het bleek Clint te zijn, die op een stoel zat en knipperend met zijn ogen probeerde om aan het licht gewend te raken.
    ‘Ah,’ zei hij. ‘Je bent wakker.’
    Altijd heel observerend is die man.

    Yup that's Clint. Also I love the sass here

    ‘Helemaal fantastisch,’ antwoordde ik chagrijnig. ‘Heb je iets te drinken voor me? Het liefst iets sterks.’

    Me

    Clint keek nog steeds bezorgd naar me. ‘Rebecka, ik denk dat je me iets moet vertellen.’

    I'M GAY

    Clint keek nog steeds bezorgd naar me. ‘Rebecka, ik denk dat je me iets moet vertellen.’

    I'M PREGNANT WITH YOUR KID

    Clint keek nog steeds bezorgd naar me. ‘Rebecka, ik denk dat je me iets moet vertellen.’

    I'M GONNA DIE

    Clint keek nog steeds bezorgd naar me. ‘Rebecka, ik denk dat je me iets moet vertellen.’

    I KILLED THE PRESIDENT

    Ze hebben je onderzocht en ze konden niets vinden,’ zei Clint. ‘Je bleef alleen heel lang bewusteloos. Ik dacht…’ Hij schudde zijn hoofd.
    ‘Clint,’ zei ik. Ik wilde zijn hand pakken, maar ik vreesde dat ik dan het glas zou laten vallen. ‘Ik ga niet dood. Ik beloof het je.’
    Hij had een treurige blik. ‘Je weet dat je dat niet kan beloven.’
    ‘Ik zal proberen om niet dood te gaan,’ verbeterde ik mezelf. ‘Maar dan moet jij hetzelfde doen.’
    ‘Ik beloof het,’ zei hij, ‘op voorwaarde dat je me vertelt wat dit allemaal betekent.’

    AWH, THE FEELS! Is it okay to ship this? Also best wel nice geschreven. Het klinkt niet cliché dus NICE

    Clint nam het glas van me over voordat ik er iets mee zou kunnen doen, zoals tegen een muur gooien.

    This is so me, I would do that.

    ‘Het is nu de volgende dag, in de middag. De gordijnen zijn dicht omdat ik je niet direct van streek wilde brengen. Wat is het laatste dat je je kan herinneren?’

    I UNDERSTOOD THAT REFERENCE! Als dit een verwijzing is naar Captain America that is.

    ‘Ze is verdwenen. Dat blijkt haar hobby te zijn.’

    10/10

    ‘Nee. Een paar van onze agenten probeerde eentje te vangen. Lukte niet. Het lijkt me dan ook nogal moeilijk om een extradimensioneel wezen te pakken te krijgen.

    NO SHIT SHERLOCK

    ‘We zijn bezig met het onderzoeken van je cellen op moleculair en dimensioneel niveau,’ vertelde ze. ‘Maar ik heb nog een beetje bloed nodig.’ Ze hield een spuit met een enorme, en dan ook echt énorme naald omhoog.
    ‘Oh néé,’ zei ik. ‘Niet daarmee! Je hebt letterlijk meer dan 12 uur gehad om bloed van me af te tappen en dan kom je nu opeens daarmee aan zetten? Dacht het niet!’ Vlug keek ik om me heen, op zoek naar vluchtroutes. Helen stond zelf voor de deur, maar misschien kon ik het raam uit springen.

    1. JEEZ, when did you become an expert in moleculair and dimensional shit?
    2. Ik ben niet bang van naalden
    3. Rebecka is right tho, heel veel tijd om bloed af te tappen. She even could have hired a vampire
    4. I would totally jump out that window

    ‘Wat was dat nou weer? Heb je die freaking naald gezien?’ raasde ik door. ‘Wie denkt ze dat ik ben, Superman met zijn ondoordringbare huid?’
    Clint fronste. ‘Wie is Superman?’

    Really nice thought of that Superman part. Well done (*Audience claps*)

    Uit het raam springen ging hem niet worden. We zaten op de vierde verdieping en ik wilde niet een been breken.

    Ik denk dat er kans is dat je wel meer breekt. But make a fliip!

    Na een rit in de metro, die ook nog eens vertraging had, stond ik eindelijk weer bovengronds.

    Het is openbaar vervoer, wat verwacht je.

    Hij was óf het museum in gegaan om kunst te bekijken, óf het was verdwenen naar een andere dimensie.

    Obviously dat eerste. At least I would.

    kon voelen dat ze me aanstaarde. ‘Heb je het niet door? De dimensies, de grenzen… Nog even en ze zijn één. Deze wereld is in gevaar en wanneer het moment daar is zal jij de enige zijn die tussen het behoud van de wereld en complete verwoesting in staat. En dat is nú al begonnen, kijk maar naar jou.’

    DORMAMMU, I've come to bargain! Sorry dat was mijn gedachte tijdens het lezen van dit stukje.

    Ik voelde iets warms uit mijn neus lopen en deed inmiddels niet meer de moeite om erachter te komen wat het was. Blijkbaar was ik voor de tweede keer geteleporteerd op één dag.

    Yup, dit is mijn leven. Op de randomste momenten een bloedneus te krijgen. Fijn dat Rebecka dat ook heeft...

    Ik was ondertussen dit gedoe over dimensies spuugzat. Allebei konden we vrij weinig doen, maar ik wist heel goed wie ons kon helpen.

    *Crosses her fingers and chants: "Let it be Doctor Strange. Let it be Doctor Strange"

    Ik bedoel, ik was toch al ongezond bezig die dag, dus dan kon ik er nog wel een schepje bovenop doen.

    Me. Every. Fucking. Day

    Overall weer een fantastisch hoofdstuk! Muchas Gracias!

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen