’Leo, Leo!’
Het
was zomervakantie, de week na de voorstelling waar ik niet mee met had kunnen doen, en mijn voet was al bijna helemaal genezen.
Nadat Barker zo onverschillig was geweest over mijn gezondheid, waren Ten en Tyler naar Paul gegaan die vervolgens ook met Barker was gaan spreken. Eerst, vertelde Paul, had hij hetzelfde verhaal verteld als aan Tyler en Ten over geldschulden en dan soms zulke dingen moesten gebeuren. Maar toen was Paul echt kwaad geworden, en had hij het er bijna met geweld ingeslagen dat hij niet zo strikt op mijn dieet mocht zijn.
Ondanks dat ik nog steeds merkte dat ik minder opgeschept kreeg in de kantine, en Barker me soms langer door liet werken, had Pauls bezoek toch geholpen en hoefde ik geen maaltijden meer over te slaan.
‘Ja?’ Ik pakte Milo en Sky bij hun halsbanden toen ze luid begonnen te keffen. ‘Hey hey, het is Tyler maar.’, suste ik.
‘Ben je nog lang bezig?’ ‘Nee, hoezo?’ ‘We hebben een vet gave grot gevonden. We willen gaan kijken, en ik vroeg me af of je mee zou willen.’ ‘Graag! Wacht even, dan ruim ik alles op.’
Met ‘we’ had ik Tyler, Emily en Brian verwacht. Misschien Ten of Kenny er bij. Maar buiten bij de tent stond Tyler met een hoopje jongeren die ik nog nooit eerder had gezien op me te wachten. ‘Eh.. Hoi.’, mompelde ik verlegen.
‘Jongens, dit is Leo, het broertje van Emily. En Leo, dit zijn mijn vrienden van school. Ze kwamen even hier langs voor de verandering.’ ‘O-Oké.’ Één meisje giechelde.
Tyler wees naar het giecheldende meisje. ‘Dat is Allison. Die jongen daar is Jasper, die naast hem heet ook Jasper en daar is Meiy.’ Ik groette de meisjes en de twee Jaspers. ‘Zullen we gaan?’ Ik liep gauw een beetje ongemakkelijk achter het groepje vrienden aan.
Na een tijdje kwam Meiy naast me lopen. ‘Dus... Je werkt in het circus?’ Ik knikte en schopte een steentje weg. ‘Rijd jij ook motor, net als Tyler?’ Ik schudde mijn hoofd. ‘Wat doe je dan?’ ‘Acrobaat. En hondentrainer.’ ‘En hebben jullie vaak een voorstelling?’ Ik haalde mijn schouders op als antwoord. Ze glimlachte naar me, hield haar hoofd een beetje schuin en zei: ‘Jij praat niet zo veel, hè?’ Ik grinnikte een beetje beschaamd terwijl ik over de achterkant van mijn nek wreef. ‘Ik denk dat je gelijk hebt.’, mompelde ik.
‘Jongens, we zijn er!’, riep Tyler. Meiy knipoogde naar me voordat ze naar voren rende.
‘Jemig, wat is het donker en diep daarbinnen!’, bewonderde de zwartharige Jasper. De blonde Jasper stootte hem tegen zijn arm en zei: ‘Het lijkt jou huis wel, Jassie.’ ‘Ik leef niet in een grot, jij bent de trol hier, hoor.’ Tyler sloeg beide jongens tegen het achterhoofd, greep de meisjes bij hun armen en riep naar mij:’Kom mee, Leo. We laten die kleuters wel hier.’ Meteen renden de Jaspers achter Tyler de grot in, en ik volgde als laatste.
Tyler liep voorop omdat hij een zaklamp had, en iedereen schuifelde achter hem aan om hem niet kwijt te raken. Het was prettig en koel in de grot, vergeleken met buiten. Af en toe scheen hij in een spelonk, maar er was niks interssants te zien buiten lege bierflesjes en verfrommelde chipszakken. Blijkbaar waren er dus al eens eerder mensen geweest.
‘Au, Jasper, je staat op mijn voet!’, piepte Allison. ‘Welke?’ ‘De lelijke.’ ‘Ze heeft het over jou, Jassie.’ ‘Echt niet, kijk zelf lekker uit waar je loopt.’ Terwijl de twee jongens zaten te kibbelen, voelde ik een hand om die van mij sluiten. ‘Wie ben jij?’, hoorde ik Allison fluisteren. ‘Leo.’, fluisterde ik terug. ‘Oké.’ Ze liet mijn hand los en greep mijn mouw. ‘Ik vind het hier eng.’, gaf ze toe.
Ik wist niet zo goed hoe ik er mee om moest gaan, dus mompelde ik terug: ’Geen zorgen, het zal niet lang meer duren.’ Ze klampte zich nog iets steviger vast. ‘Kijk’ Ik wees in de verte om haar gerust te stellen. ‘Daar is het daglicht al weer.’ Het moest vast een soort oude tunnel zijn geweest waar we doorheen hadden gelopen, in de plaats van een grot.
‘Guys!’ Toen we bij de opening aangekomen waren, begon Tyler het laatste stukje te rennen. ‘Moet je zien, jôh!’ We renden achter hem aan en Allison liet gauw mijn arm los voordat we in het hete daglicht stapten.
De uitgang van de tunnel werd omringt door droge struiken met kleine, gele bloemetjes er in. Ook een klein paadje daarna was omringt en overwoekerd door struiken, maar daarna...
‘Wow!’ We stonden in een prachtige open plek in het bos, vol met gekleurde bloemen en zoemende insecten. Tot mijn verbazing was er zelfs een soort vijver, wat verder naar beneden langs de heuvel. ‘Wat een geweldige plek!’, riep Meiy. ‘Laten we hier onze lunch eten!’
Dus, zo gezegd zo gedaan, zaten we even later tussen de heide en de bloemen onze lunch te verorberen. Blijkbaar hadden de jongens al van tevoren een lunch meegenomen omdat ze al verwacht hadden dat we niet voor de lunch terug zouden zijn.
‘Ik moet hier een keertje terugkomen met Emily.’, zei Tyler opgewekt tegen me. Ik wiebelde met mijn wenkbrauwen en Tyler sloeg me tegen mijn achterhoofd. ‘Vies kind. Ik bedoelde gewoon om te picknicken of zo.’ Ik grijnsde en herhaalde op sarcastische toon: “Picknicken.” ‘Je bent ongelofelijk.’ ‘Jij en Emily zijn ongelofelijk.’ ‘Jij ben Brian zijn ongelofelijk.’ Pas een paar seconde nadat hij dat gezegd had realiseerde hij hoe verkeerd dat klonkt, en zei gauw: ‘Niet op zo’n manier! Oh God Leo, blijf alsjeblieft van mijn broertje af.’ Ik lachte en sloeg Tyler tegen zijn arm. ‘Alsof ik anders zou willen! Jij mag Brian lekker houden, hoor.’ ‘Mooi zo.’

Tyler knipte zijn zaklamp weer aan en we slopen weer achter elkaar aan door de opening van de tunnel. Terwijl het gelige licht door de tunnel scheen, zag ik opeens iets wat ik op de heenweg nog niet opgemerkt had. Ik boog voorover en greep iets wat in de opening van een spelonk lag en liet het aan Tyler zien. Het was een grijze hoed met een zwarte band en met een klein veertje aan de band bevestigd. ‘Leg maar terug, Leo. Die is vast van een of andere zwerver die die is verloren.’

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen