Klein snackje tussendoor!

      Hoewel de afstand naar het circus schijnbaar niet al te ver was, leek de reis alsnog lang te duren. Zolin zat al aan zijn derde en laatste koekje, Aileen lag onder een geïmproviseerde tent tegen de hoge zon. Het zou nog anderhalf uur duren voordat ze er zouden zijn, maar de twee konden wel een pauze gebruiken. Het kwam dan ook als een soort zegen toen er een oase in de verte verscheen.
      "Babak, zouden we even kunnen stoppen? Ik wil me graag even afkoelen." Aileen kwam bezweet onder de linnen doeken vandaan, net iets te oververhit om door te hebben dat Babak waarschijnlijk geen Lidroons sprak. Haar hoofd was gelukkig al rood door de warmte, maar Babak lachte al geruststellend en sprak in een hevig accent, "Een korte stop is goed."
      Zodra de slee stopte, sprong Aileen er dan ook direct uit om wat water uit de oase over haar gezicht te gooien. Niet veel later stond Zolin ook al tot aan zijn knieën in het water. Hij was wat minder bescheiden met zijn manier van afkoelen, want hij plofte schaamteloos met zijn kont in het water, "Het is heet, hè? Ik had niet gedacht dat die bomen in Cilvenas zoveel zonnestralen tegenhielden."
      "Pfft. Zeg dat wel. Ik kan wel een propere schaduw gebruiken." Aileen zuchtte en smeerde wat extra water over de blote plekken tussen haar uitrusting. Ook al leek het alsof de zon het water meteen deed verdampen, was de koelte alsnog erg welkom. Het sissende geluid van het koude water op het hete metaal was daarbij stiekem ook wel amusant.
      "De zon helpt. Door de zon zijn er weinig monsters overdag." Babak sloot zich aan bij de twee in de oase en friste zichzelf ook op, "Ze houden niet van hitte of kou, de monsters, dus Caerulon en Albandor zijn veilige landen. Nou ja, tot de schemering is dat hier. Tot de zomer is dat in Albandor."
      "Wat voor monsters lopen er dan precies rond? Floersturers?", vroeg Aileen voorzichtig. Babak keek haar aan en knikte met zijn hoofd, "Gevallen krijgers… Ze worden opnieuw tot leven gebracht en tegen ons ingezet. In Caerulon worden soldaten als heilig gezien, ze verdienen een rustplaats in een tombe, maar door iets vinden ze alleen onrust. Wij kunnen de bron niet vinden, maar iets brengt ze opnieuw tot leven en stuurt ze naar ons. In de winter komen er ergere monsters, grote misvormde beesten die hele huizen kunnen verwoesten. Zij... zijn geen turers, nee, verschijningen eerder. Hoogstwaarschijnlijk door boze aanhangers van de vadergod. De woestijn geeft ons hoe dan ook voordelen, er is veel vlak zand en weinig stad of voedingsstoffen, maar andere landen hebben minder geluk. Daarom zijn er zoveel vluchtelingen. Caerulon is een tussengebied voor hen, dus onze taak is om de steden en handelsroutes te beschermen. Zodat men veilig kan reizen."
      "Was Caerulon altijd al zo gefocust op vechten?" Zolin mengde zich in het gesprek, "De architectuur van Um-Qawja is buitengewoon… Ik merk snel zulke dingen op met mijn gaven. De stad lijkt niet defensief opgesteld."
      "Klopt. Um-Qawja was een artistieke stad, evenals veel andere grote steden hier. Vroeger kwamen er veel muzikanten en kunstenaars studeren aan onze academie, maar onze ligging tijdens de oorlog was slecht. Veel studenten vertrokken naar veiligere gebieden, en maar goed ook, want er was een tijd waar monsters erg dichtbij kwamen. Koning Adonya vocht echter met het koninklijke leger nét buiten de stadspoorten en won na een aantal jaren door zijn doorzettingsvermogen en moed. Nu is Um-Qawja, Adonya's Moed, een strategisch fort en de koning en zijn nakomelingen hebben de verantwoordelijkheid het te beschermen."
      "Dat is eigenlijk wel jammer… Ik had de stad graag in volle glorie gezien." Aileen sloeg haar ogen neer, waarop Babak zijn schouders ophaalde, "Het doel van de stad is veranderd, maar de mensen niet. Zodra het weer veilig is, zullen de studenten terugkeren en is alles als vanouds. Maar goed. Genoeg gesproken, laten we gaan. Het circus is in mijn woonplaats en ik heb daar een afspraak gemaakt. Als ik niet op tijd ben, wordt mijn vrouw boos."
      Babak lachte om zijn eigen grap, en de twee avonturiers lachten al snel mee, waarna ze met z'n drieën terugliepen naar de slee, klaar om de reis af te maken.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen