De woestijn was een meer dodelijke vijand geweest voor zijn leger dan de vijandige legers waar ze tegenover hadden gestaan. Vele mannen hadden de reis door de Gedrosische woestijn niet overleefd, wat Alexander zichzelf erg kwalijk nam. Hij had het beste met hen voor en wilde zo veel mogelijk van hen in leven houden. Het feit dat ze gesneuveld waren aan natuurkrachten die hij ook had kunnen omzeilen, vond hij moeilijk te verwerken. Hij had gedacht dat het wel moest lukken om met zijn leger de woestijn te doorkruisen, ze hadden genoeg rantsoenen ingeslagen. Toch had de hitte en het weinige water behoorlijk wat van zijn mannen het leven gekost.
Nu, bijna twee jaar na de slag van Hydaspes, waren ze weer terug in Susa. Ook de rest van de tocht was niet gemakkelijk geweest en hoe verder ze terug in bekende gebieden kwamen, hoe meer geruchten Alexander hoorde over satraps, gouverneurs over zijn gebieden, die zich niet hadden kunnen gedragen, terwijl hij op veldtocht was naar India.
‘Vind ze,’ had hij tegen enkele van zijn mannen gezegd, hen die hij zo’n taak toevertrouwde. Na een tijd kwamen ze terug met de satraps en Alexander liet enkelen van hen executeren.
‘Zij zijn een voorbeeld! Zij lieten zien hoe je niet moet regeren in mijn naam en ze moesten dit met de dood bekopen. Houd je dus aan mijn wetten!’ De satraps die hun arrestatie overleefd hadden lieten daarna geen wanstaltig gedrag meer zien, zolang Alexander nog leefde en ook andere satraps die van deze daad hadden gehoord, dachten wel twee keer na voor ze een misdaad wilden begaan.
Toch bleef nog steeds veel niet zo soepel lopen. Alexander wilde zijn trouwe soldaten belonen en degenen die oud of gehandicapt waren met verlof sturen. Toch werd dit niet zo goed opgepakt door zijn leger. In de afgelopen tijd had Alexander veel Perzische manschappen in zijn leger opgenomen en ook enkelen van hen hoge posities gegeven, alleen werd dit niet gepikt door de meeste van zijn macedonische soldaten. Het allerliefst wilden zij een volledig macedonisch leger, alleen was Alexander het daar niet mee eens. Met alleen Macedoniërs kon hij zijn leger niet vullen. Dan zouden er te weinig mannen overblijven en moest hij het wel met Perzen aanvullen. En om hun vertrouwen te behouden had hij wel enkelen van hen hoge posities moeten geven. Alleen zo kon hij een eensgezind leger hebben.
Hoewel hij een uitleg had gegeven, bleven zijn macedonische manschappen rebelleren. Hij kon ze maar niet onder de duim krijgen, dus besloot hij om veel van zijn soldaten in hoge posities te ontheffen en deze titels aan Perzen te geven. Daar zouden ze wel van leren, want Alexanders woede was gewekt toen het zo door bleef gaan.
‘Is dit wel het juiste om te doen?’ had Hephaistion hem nog gevraagd, maar hij kreeg slechts een snauw van Alexander toegeworpen. Hij was in een bui waarin hij weigerde naar anderen te luisteren en slechts zijn eigen zin wilde doordrijven.
Gelukkig voor hem pakte zijn plan goed uit en stonden al gauw de mannen die uit de gratie waren gevallen in de rij om vergiffenis te vragen en hun oude titels en posities weer terug te krijgen.
De volgende dag riep Alexander het belangrijkste deel van zijn leger bijeen om een mededeling te doen aan hen.
‘Gisteren zijn er een hoop mannen bij mij geweest om om vergiffenis te vragen voor hun wanstaltige gedrag.’ Een paar gezichten in de menigte vertrokken om deze verwoording, maar iedereen hield zijn mond. Niemand protesteerde. Ze hadden hun les geleerd.
‘Gelukkig voor hen ben ik zeer vergevingsgezind en om te vieren dat we weer een eenheid zijn, heb ik besloten om een feestmaal te organiseren voor iedereen hier!’ De menigte barstte in een luid gejuich uit en Alexander grijnsde breed. Hoewel Hephaistion anders had beweerd, was zijn plan toch geslaagd. Iedereen had voor hem gekropen en nu maakte hij alle mannen blij met de aankondiging van een feestmaal. Alexander was trots op zichzelf en op dit moment vond hij het toch wel even jammer dat hij over een tijd afstand moest doen van zijn positie en zijn rijk. Hij zou nog zoveel kunnen bereiken. Maar Zeus had andere plannen met hem, misschien wel grootser dan hij ooit alleen zou kunnen bereiken in een sterfelijk leven.
Later die dag was dan ook een groots feestmaal aan de gang waarbij duizenden mannen aanwezig waren. Uitgelaten dronken en aten ze. Ze maakten grappen en lachten. Even leek iedereen een te zijn, Macedoniër of Pers.
‘Op deze overwinning en moge er nog velen volgen!’ tooste Alexander, nu in bijzijn van slechts zijn meeste vertrouwde genraals. Later die avond zou hij zich weer tussen de gewonere mannen gaan begeven.
De mannen juichten en Hephaistion keek hem trots aan. Zijn vrije hand legde hij op Alexanders schouder.
‘Ik zou eigenlijk gewoon moeten stoppen met aan jou twijfelen.’ Hephaistion sprak zachtjes zodat de anderen hun gesprek niet duidelijk konden horen, al hoefde hij weinig moeite te doen. De mannen brulden er toch doorheen. ‘Want telkens doe je toch weer het goede en slagen al jouw gestoorde plannen. Ik vraag me echt af hoe je het doet.’ Hephaistion grinnikte zachtjes, maar Alexander barstte niet gauw daarna in een schaterlachen uit.
‘Wat weet je het toch weer prachtig te verwoorden,’ wist hij tijdens het lachen uit de brengen en ook Hephaistion begon steeds harder te lachen. Het was allemaal niet eens zo heel erg grappig, maar de wijn had hen jolig gemaakt. Het duurde dan ook niet lang voor ze allebei de slappe lach hadden. Ze bleven er nog een tijdje in hangen, maar niemand keek hen raar aan. Het was feest en overal werd er gelachen. Er waren mensen die verder heen waren dan Alexander en Hephaistion.
‘Maar, ik heb nog wat meer ideeën gekregen de laatste tijd en ik wil wedden dat je dit idee ook gestoord gaat vinden,’ zei Alexander toen hij eenmaal weer was uitgelachen. Het had even geduurd, maar nu kon hij weer een volle zin uitspreken zonder weer in lachen uit te barsten.
‘Kan het nog gestoorder worden met die ideeën van jou?’ merkte Hephaistion op en hij grijnsde breed, niet meer in de bui om serieus te doen. Hierdoor werd Alexanders poging tot serieus zijn vernietigd en ook hij begon weer te lachen.
‘Weet je wat, ik vertel je dit morgen wel. Laten we het nu gewoon gezellig maken en samen feesten!’ En feesten deden ze. Tot diep in de nacht.

Reacties (1)

  • SonOfGondor

    Aw, dingen lijken zo goed! Voor nu....

    2 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen