Let's go!
Kijken hoeveel we kunnen uploaden tot november er is (ahaha), anders moet ik dan alles in 1x erop gooien.

      De volgende ochtend stond er een simpel ontbijt klaar. Babak en zijn vrouw zorgden voor thee en brood met jam of kaas. De leden van de karavaan waren echter nog brak door hun capriolen van de vorige nacht en zaten dus zelf aan een stevige bak koffie. Enkel Thórir ontbrak aan het gezelschap, maar Farhad leek zich daar niet erg druk om te maken. De elf zou vanzelf wel op tijd verschijnen, meende hij ondanks zijn kater.
      Zolin en Aileen hadden hun spullen al stilletjes in een van de rijtuigen geladen, dus nadat ze hun boterhammen op hadden, hoefden ze alleen nog maar langs Orchis voor hun beloofde feestkleding. En de watermeloen, uiteraard. Alleen was de sfeer tussen de twee vrienden niet bepaald om te pruimen.

      "Hé!" De donkere elf groette ze al meteen bij het hek, maar zodra hij zag dat de twee ietwat somber keken, veranderde zijn houding direct. De glimlach verdween van zijn gezicht en maakte plaats voor een bezorgde blik. Direct sprong hij over het hek en kwam hij naar de twee toe, "Is er iets gebeurd? Wat is er aan de hand?"
      "Niks." Zolin fronste en liet zijn ogen vallen op de pakketjes die achter het hek lagen, "Zijn dat de kostuums?"
      Orchis trok een grimas door de straffe reactie en keek vragend naar Aileen, maar het meisje schudde ook alleen maar met haar hoofd en mompelde zachtjes, "Laat het."
      "Oké dan…" Voorzichtig klom de elf terug om de pakketjes aan hen te overhandigen. Aarzelend staarde hij nog even naar Zolin, maar er kwam geen woord uit de chagrijnige elf. De ongemakkelijkheid was van Orchis' gezicht af te lezen toen hij een watermeloen liet groeien en het in Zolins handen schoof. De jongen bleef enkel leeg voor zich uit staren. Met een lichte zucht legde Orchis zijn hand op Zolins schouder en gaf er twee zachte klappen op, "Kop op, jonge kwartel. Waar je ook mee zit, we hebben allemaal last van deze situatie. Daarom moeten we door de zure appel heen bijten en doorgaan. Haal die magiër uit Albandor en je bent weer een stapje dichter bij het redden van de wereld."
      Hoewel Orchis het goed bedoelde, bleef Zolin chagrijnig met zijn armen over elkaar zitten. Hierdoor beet de Cilven bezorgd op zijn lip en verscheen er een wanhopige blik in zijn ogen. Hij wist niet hoe hij de priesterjongen kon opbeuren, hoe graag hij het ook wilde. Achter hen hoorden de drie de karavaan al aankomen, waardoor Orchis uiteindelijk toch een kans zag. Hij wierp een korte blik op Thórir en wenkte daarna meteen naar hem, "Hé, woyera! Leer je broeder hier eens over jullie 'hirtha'!"
      "Wat zeg je tegen mij, samr?!" De blonde jongen sprong van de kar en kwam al op hen afgestormd. Beschermend trok hij Zolin achter zich, alsof hij hem beschermde tegen een aanvallend monster. Nadat hij een strenge blik wierp naar Orchis, keerde hij terug tot Zolin en bromde hij diep, "Heeft hij iets gemeens tegen je gezegd? Luister niet naar hem, brothir, die myrkzils zijn niet te vertrouwen. Orchis of niet. Maar goed, hirtha. Kom, we gaan." Met een paar stevige schouderklopjes trok Thórir Zolin al mee naar de kar, trots dat hij hem verlost had van die kwaadaardige Cilven. Orchis lachte alleen maar een beetje in zichzelf en hielp Aileen met het inladen van de kostuums.
      Zodra alles gereed was en de karren begonnen te rijden, keerde hij zich een laatste keer tot de twee en verhief zijn stem tegenover Zolin, "Dan, tot over een paar dagen! Vergeet niet om langs Aiyana's kerk te gaan, zuidelijk van Lyzov!"
      Zolins ogen schoten direct open door de tip en Orchis zwaaide de karavaan lieflijk uit.

      "Verdomde myrkzils. Ruzie zoeken met Viriden." Thórir gromde door zijn gesmak heen. De drie hadden de watermeloen al na een half uur opengesneden, want deze Caeruulse middag leek buitengewoon heet te zijn. Daarnaast was het ook verbazingwekkend dat Zolin niet degene was die het grootste deel naar binnen werkte. Zijn rasgenoot zat nu namelijk al schrokkend aan zijn derde schijf. Ondanks het druipende sap van zijn kin, wist Thórir zich verstaanbaar te maken, "Als hij je dwars zit, moet je het gewoon zeggen, brothir. Wij Viriden kijken alleen op anderen neer, anders houden we ons hoofd geheven."
      "Nee, het was iets anders, maar het is al goed. Denk ik…" Zolin zuchtte en nam lusteloos een hapje uit zijn meloenpartje. Daardoor keek Thórir wat moeilijk en beet hij op zijn lip, "Wat dan? Is het erger dan het feit dat de wereld waarschijnlijk binnenkort vergaat door boze onsterfelijke goden? Zolin, zeg mij na. Hirtha."
      "Hirtha…" Het was meer mompelen dan zeggen, maar zodra de priesterjongen het woord had gezegd, knikte de andere elf trots, "Dat is beter. Wij Viriden hebben geen tijd om te mopperen over triviale dingen. We moeten helder blijven en ons richten op ons doel."
      Aileen moest haar lach inhouden toen ze hoorde hoe de kleinzielige huurling het ironische advies uitdeelde. Thórir merkte het gelukkig niet op en kwam in plaats daarvan met een nieuwe vraag, "Over doelen gesproken. Wat moeten jullie twee eigenlijk in Albandor doen?"
      "We gaan naar het verjaardagsfeest van de jonge prins," mompelde Zolin nonchalant, zijn eerste volledige zin van de middag, waardoor de andere elf verward omdraaide en de twee niet zo edele vrienden nog eens goed bestudeerde. Na een grondig onderzoek keek hij alleen maar nog vreemder op, "Jullie twee almogs, uh, gewone lui? Naar die mysterieuze prins? Dat terzijde, hoe weet je überhaupt zeker dat er een openbare huldiging komt?"
      "We hoorden het alleen maar van Orchis. Schijnt dat ik uitgenodigd ben." Aileen trok haar wenkbrauwen op alsof ze verbaasd was, maar Thórir fronste alleen lichtjes.
      "O'Connell, hè?" De elf ging recht zitten en keek nogmaals naar Aileen. Hij tuitte zijn lippen al peinzend en haalde vervolgens zijn schouders op, "Dacht dat hij geen nageslacht achter had gelaten, maar hirtha, mij maakt het niet uit. Je bent een rothin die met dé Orchis bevriend is, en je draagt zelfs een speer ondanks het stigma rondom de genocide. Voor mijn part ben je de koningin van Elaedan."
      "Thórir, rechterflank!" Farhads stem klonk vanaf de voorste kar en de lichtblonde elf ging meteen rechtop staan, drie pijlen in zijn hand. Hij keek vlug over het gebied om hen heen en gromde, "Verdomme... Farhad! Stop de karren! Het is een hinderlaag! De tweede groep komt vanuit het noorden, vanuit de rotsen!"
      Zijn ogen vielen op de hoop stenen in de verte, welke leken te bewegen zodra de karavaan stilstond. Zonder zijn ogen van de noordelijke rotsen af te laten wijken, schoot de elf een pijl richting de rechterflank, welke een van de bandieten op de voorste linie raakte. Hij luisterde voor een reactie en vloekte zodra hij de paardenhoeven dichterbij hoorde galopperen. Met een klik van zijn tong draaide Thórir zijn hoofd naar rechts en schoot hij de overige twee pijlen op het paard van de leider, waardoor het steigerde en de bandiet van het zadel viel. De rest van de groep zette echter door, alsof het gevaar betekende dat er meer kostbare bezittingen te jatten waren. Vervolgens klonk er ook een geschreeuw vanuit de rotsen, waar een tiental bandieten van tussen de stenen kwam gesprongen en ook richting de karavaan begon te rennen.
      "Beetje hulp, misschien?!", schreeuwde Thórir naar Zolin, op zijn tong bijtend om geen denigrerende woorden te gebruiken. De andere elf schoot geschrokken overeind en pakte ook zijn boog tevoorschijn, "Juist! Sorry!"
      "Jij pakt noord, ik stop de rechtse groep!"
      "Begrepen!" Aarzelend ging hij naast de andere Viriden staan en schoot hij een onzekere en gammele pijl richting de rotsen, bedoeld om de bandieten daarmee af te schrikken. Tegenover de razendsnelle en accurate schoten van Thórir, bleek Zolin beduidend slechter in het afvuren van pijlen. Hij miste vaker dan hij raakte en de pijlen die raak waren geschoten, werden met gemak door de vijanden uit hun eigen pantsers getrokken. De noordelijke groep merkte de zwakke plek in de verdediging van de karavaan en zette vaart achter hen aanval, waardoor ze nu wel erg dichterbij kwamen. Thórir schoot ondertussen met gemak de laatste drie van zijn kant neer, maar toen hij zich omdraaide, schrok hij meteen.
      "Aan de kant, myrkzil!" Met een grom duwde hij Zolin aan de kant en klom hij op de rand van de kar, waarna hij soepel over de dakjes richting de overige bandieten sprintte. Vanaf het laatste dak schoot hij nog snel vijf mannen neer, om vervolgens zijn boog in Farhads schoot te gooien en zijn zwaard te trekken. Met een schreeuw sprong hij middenin de overgebleven vijanden en stak hij de voorste bij zijn landing neer. In een vloeiende beweging trok hij zijn zwaard uit de borstkas van zijn slachtoffer en wendde zich tot de rest van de groep, waar hij een volgende onoplettende bandiet aan zijn lemmet reeg. Er klonk een flinke scheur toen Thórir zijn zwaard snel uit de man zijn schouder rukte. Hij draaide zich om en verdedigde zich moeiteloos tegen een aanval van een gemeen bandietenduo, welke hem van twee kanten probeerden te raken. Ze deinsden bang achteruit zodra Thórir met een frons het bloed van zijn wapen schudde en opnieuw in een aanvalshouding ging staan. De een hakte hij raak met zijn zwaard, welke diep door de zij van de bandiet sneed, waarna hij met zijn andere hand naar zijn dolk greep en daarmee de ander in de nek stak. Het was nu duidelijk waarom de hele karavaan maar met één huurling reisde. Deze elfenjongen telde makkelijk zat voor tien.
      "Wauw..." Zolin stond versteld door Thórirs vechttalent en liet onbewust de pijlen in zijn hand op de bodem van de kar kletteren. Hij zakte langzaam terug op zijn plek en keek toe hoe de laatste drie bandieten geraakt werden. Thórir, bedolven onder het bloed en wel, trok chagrijnig een aantal pijlen uit de lichamen voor hergebruik en haalde ook zijn boog weer op voordat hij terug bij Zolin en Aileen in de kar klom.
      "Ik haat het als ze niet meteen opgeven." Met een zucht plofte hij neer op zijn plek en graaide hij Zolins pijlen van de grond, waarna hij ze terug aan hun rechtmatige eigenaar gaf. Hoewel hij Zolins prestaties met een nijdige blik geobserveerd had, zei Thórir gelukkig niks erover en koos hij ervoor om in plaats daarvan zijn eigen bloederige pijlen schoon te wrijven. Netjes klopte hij ze een paar keer recht op het bankje van hun kar, waarna hij ze soepel in zijn koker liet glijden. Met een vies gezicht keek hij naar zijn bebloede zwaard, waarna hij die ook weer begon te poetsen, mopperend mompelend, "En we zijn nog niet eens op de bergpas…"
      "Thórir." Aileen wachtte tot de elf haar aankeek voordat ze verder ging, "Je sprak over een stigma? Ik hoorde al eerder iets over mijn wapenkeuze… wat is daarmee?"
      "Weet je dat niet?", vroeg hij met een opgetrokken wenkbrauw, waarna hij naar haar speer gebaarde, "De speer was het officiële wapen van de rothin… de roodharige generaals van Elaedan, welke door hun magische krachten werden vervolgd door de laukr, uh, Cilven. Uit respect draagt niemand meer een speer, door mijn leraar werd zelfs het oefenen met een speer als taboe gezien. Alleen, jij bent zelf roodharig, dus vandaar dat ik zei dat je speer niet ongewoon was."
      "Ah… ik had geen idee..." Aileen wreef met haar duim over de gegraveerde planten in haar wapen, "Dat verklaart de reactie van Saira toen ik voor dit wapen koos. Ik vraag me af of het opvalt als ik de speer openlijk draag..."
      "Hé, hirtha. Wat maakt iemand anders dat nou uit?" Thórir gaf haar een geruststellende grijns en haalde zijn schouders op, "Trek je er niets van aan. Het is jouw wapen, niet? Niemand kan jou beschuldigen van respectloos gedrag als je het wapen van je eigen volk draagt. En stuur ze anders maar langs mij!"
      "...Juist. Je hebt gelijk." Aileen knikte langzaam en legde haar speer weer netjes neer, nu iets meer vastberaden over haar wapenkeuze. Toen Thórir knipoogde en nonchalant achterover hing, leek hij, ondanks de bloedvlekken op zijn kleding, toch niet zo'n slechte gozer te zijn. Met een glimlach leunde Aileen ook weer tegen de zijkant van de kar en staarde ze naar de lucht. Misschien werd dit toch nog een leuke reis.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen