'Je hebt zoveel prijsgegeven, en toch blijf ik hongerig.', Ik keek op van mijn boterham en ontmoette haar ogen. Ja, die vielen meteen op.
'Is dat zo?', Vroeg ik ontwijkend, als ze meer vragen had, dan was ik vrijwel zeker over het pad die ze zouden nemen. Vragen die hun vingers in het verleden zouden steken. Een verleden waar ze niks vanaf wist. Ja, het was duidelijk waarom ik had besloten om te verhuizen, maar mijn diepste geheimen waren nog steeds de mijne. Ze knikte en legde haar hand op de tafel.
'Dus ga je me nog zo lang hongerig laten? Je weet dat het niet lief is om me te laten wachten.', Haar stem droeg de noten van een symfonie waarvan ik wilde dat ik de tonen voor de rest van mijn leven kon horen. Die stem was werkelijk verleidend.
'Ik weet,', Ik pauzeerde en sloot mijn ogen half. 'dat je heel nieuwsgierig bent. Maar ook dat dit van mij is, en het tijd nodig gaat hebben.', Ik had ondertussen mijn eten weg kunnen werken, hoe afleidend ze ook was. Ze hield haar hoofd schuin en liet haar vingers door haar lange haren glijden.
'Tijd?', Vroeg ze me uiteindelijk. De manier waarop haar lippen bewogen en de tint van haar ogen vertelden me duizend verhalen over wat ze wilde.
'Ja, tijd.', Zei ik afgeleid terwijl ik het bord in de gootsteen zette en met mijn rug tegen het aanrecht leunde. De middagzon viel door het raam achter me en leek net te stoppen voor haar voeten. Alsof het gezworen had om ze niet aan te raken, om niet nog langer een gedeelte van haar te aanbidden. Een goed idee eigenlijk, ze was gevaarlijk. Nee, ze zou me geen pijn doen, ze zou me niet verraden. Ze zou me opnemen in haar wereld, tot er niks meer van me over was. En ik wilde het, ik nam het aan en liet het komen. Ik liet het zo dichtbij dat zelfs de kleinste stap rampzalige gevolgen kon hebben.
'We hebben de rest van ons leven nog de tijd voor dingen.', Ze stond op en ging naast me staan, haar arm raakte me lichtjes toen ze haar glas neerzette. Ik had gedacht dat ze door zou lopen en zou gaan studeren, of naar buiten zo lopen en een boek zou gaan lezen. Dat waren haar dingen, maar dat deed ze niet. Ze draaide zich half naar me om en gaf me een glimlach die haar tanden ontblootte. Ze had net zo goed een vampier kunnen zijn, misschien had ik dan mijn afstand genomen voordat ze haar gezicht in mijn nek zou verbergen. Maar dat deed ik niet, ik bleef doodstil staan terwijl ze haar armen als een kooi om mijn lijf sloeg en ze haar hoofd op mijn schouder legde. Ik wilde mijn handen op haar rug leggen, ik wilde iets doen, maar mijn lijf leek een standbeeld wat voor eeuwig in deze omhelzing wilde blijven.
'Laat het los. Ik ben hier.; Fluisterde ze, haar stem de zachte ondertoon die de stilte doorbrak. En op dat moment wilde ik het, ik wilde de demonen van het verleden opsluiten. Ik wilde de onzichtbare hand die zich telkens weer om mijn keel sloot van me af schudden. Maar tegelijkertijd wilde ik het haar niet aandoen. Nee, een meisje zo puur als de volle maan op een heldere zomernacht. Dit is geen verdriet voor jou.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen