Steek joeg door haar lichaam. Ze had te lang in dezelfde houding gezeten om goed te kunnen doorrennen, iedere spier leek in brand te staan. Maar ze had geen keuze. Ze moest doorgaan, opgeven stond gelijk aan de dood.
      Doordat het donker was geworden, kon Tess zich maar moeizaam oriënteren. Ergens in dit dorp stond de auto. Maar waar? En kon ze daarin komen voordat de mannen haar overhoop schoten?
      Fluitend ketste er een kogel af op een stuk van het trottoir vlak naast haar voet. Kutzooi. Grommend zette ze de ene voet voor de andere, maakte ze zigzaggende bewegingen die cruciaal waren om niet als een schietschijf voor beginners te dienen, maar die tegelijkertijd haar voorsprong verkleinden. De tas bonkte tegen haar rug bij iedere sprong die ze maakte. Hem wegdoen kon ze niet, dan was dit alles voor niets geweest. Bovendien zouden haar achtervolgers het daar echt niet bij laten. Ze hadden bloed geroken.
      Opeens was er een helse pijn in haar schouder. Ze vloog voorover, haar knieën schraapten over de grond.
      Opstaan, opstaan! gilde ze tegen zichzelf. Ze krabbelde overeind, haar schouder voelde alsof die was afgescheurd. De tas schuurde ertegenaan, ze snikte onophoudelijk.
      Dit kon haar einde niet zijn. Nog niet.
      Daar! Haar auto! Ze zette nog een tandje bij en waagde het op één enkele sprint. Nog twintig stappen, nog tien… Ze tastte met haar hand in haar broekzak, haar tanden knarsten door de pijn. God wat doet dit pijn. Haar vingertoppen raakten het inmiddels warm geworden metaal, klemden om de sleutel…
      Met een sissend geluid zakte de auto een stuk naar beneden. Met een snelle blik over haar schouder keek Tess achterom. Ze waren zo dichtbij… Als ze de sleutel in het slot deed en de deur openzwaaide dan raakten ze haar geheid. Rechtstreeks of enkele tellen later via de voorruit.
      Maar ze kon bijna niet meer. Ze zag al donkere vlekken voor haar ogen en haar longen klapten bijna uit haar lijf.
      Je móét Tess, je móét.’
      En dus rende ze verder, verbeet de pijn en probeerde via steegjes van zich af te schudden. Ze bereikte het einde van het dorp. De omgeving was daar dichter begroeid en ze verstopte zich tussen een paar struiken. Ze moest wel, ze was kapot. Ze ademde tegen haar arm in de hoop dat ze haar niet hoorden. Het maakte haar nog benauwder.
      Maar je móét.
      Angstige tellen wachtte ze af. Haar hart hamerde in haar borst, in haar keel, in haar hoofd, alsof haar hele lichaam gevuld was met angstig bonkende harten en ze zou sterven zodra ook maar één ermee ophield.
      De wond in haar schouder schrijnde bij iedere ademhaling. Het deed zo verdomd veel pijn dat ze het uit wilde krijsen, maar dat kon niet. Ze klemde haar kaken op elkaar en wachtte af. Lange, lange minuten kropen voorbij.
      Ze hoorde hun voetstappen, hun ademhalingen, hun stemmen. Langzaam verwijderden die zich van haar. Heel voorzichtig durfde ze wat meer zuurstof toe te laten. Hoop toe te staan.
      Een kort ogenblik geloofde ze dat ze dit kon overleven. Toen gingen de drie mannen uit elkaar en begonnen ze tussen de struiken en de bomen te zoeken.
      Haar lippen trilden. Een snik drukte ertegenaan, maar ze hield hem binnen. Ze móést. De vermoeidheid, de pijn en de angst wrongen haar uit en trokken haar oogleden naar beneden.
      Misschien moest ze zich doodhouden. Dan keken ze niet meer naar haar om. Haar bewustzijn zakte langzaam weg, ze dreigde het volledig te verliezen toen een nieuw geluid tot haar doordrong.
      Het geronk van een motor.
      Ze tilde haar oogleden gingen weer op. Voor het eerst in haar leven wenste ze dat het Daryl Dixon was die daar op die motor zat.

Reacties (2)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen