||Diana Cassandra Volturi

Ik maak geen aanstalten om op de vlucht te slaan. Paul wist dat ik het was, die hier aan het jagen was. Hij moet het gehoord hebben aan de bewegingen die ik maak, of mijn geur. Het maakt echter niet uit, want ik sla niet op de vlucht voor hem, hoe confronterend het ook mag zijn dat mijn lippen besmeurd zijn met bloed en er een hert twee keer zo groot als ik aan mijn voeten ligt.
      Ik wacht tot de wolf zich omdraait, met een verafschuwend uitdrukking op zijn gezicht, of op z’n minst een teleurgestelde blaf laat horen, maar beide situaties gebeuren niet. Het enige wat Paul doet is in mijn ogen staren, zonder een duidelijk emotie langer dan een seconde te laten zien.
      Dan, na een paar minuten, laat hij een blaf horen. Het klinkt niet gemeen, noch aardig, maar zeker niet aanvallend of verafschuwend, dus dat is positief. Het klinkt meer als een soort bevel, of vraag. Waarschijnlijk probeert hij me duidelijk te maken dat ik hier moet wachten.
      Paul in zijn wolvengedaante loopt langzaam weg, tot hij in de bosjes is opgegaan.
      In de tijd die hij gebruikt om terug te transformeren, pak ik het reusachtige hert beet en gooi ik het zover dat het beest ergens tweehonderd meter verderop met een harde klap op de grond terecht komt.
      Waarschijnlijk wil Paul praten, althans dat is waar ik op hoop, en ik denk dat een leeg gezogen hert in het midden nogal een moodkiller is. Ik dump het dier later wel in een moeras waar geen hond komt.
      Een seconde later komt Paul, zo goddelijk en zonder shirt als altijd, de bosjes uitgestruind. Het is wonderbaarlijk wat een paar dagen aan je geheugen kan doen. De scherpe hoeken van zijn gezicht, verzacht door zijn roestbruine, egale huid en zijn spieren die ervoor kan zorgen dat een meisje flauw kan vallen.
      Dan kruizen onze blikken elkaar en een zachte zucht rolt over mijn lippen. Ik kan uren verdrinken in die chocoladebruine poelen zonder werkelijk te stikken. Het is een trance die keer op keer weer plaats vindt en keer op keer sterker wordt. In zijn ogen zijn zoveel dingen te lezen, maar degene die het makkelijkste eruit te halen is is liefde.
      In een paar stappen heeft Paul de meters tussen ons overbrugd en neemt hij mijn ijskoude, sterke, maar kleine handen, in die van hem, die warm en ruw en mannelijk zijn. Een fractie van een seconde later drukt hij zijn lippen op de mijne.
      Verschillende dingen gebeuren op hetzelfde moment. Mijn hart is dood, ik ben ondood, maar mijn hersenen sturen voluit genotsstofjes door mijn lichaam die ervoor zouden moeten zorgen dat mijn hart overuren zou gaan werken. Ondanks dat mijn hart niet werkt, voel ik hoe mijn maag salto’s begint te maken en mijn knieën beginnen te knikken. Pauls borst raakt de mijne en op meerdere punten stroomt zijn warmte mijn lichaam in, de ervaring nog prettiger makend.
      Verschillende geuren dringen mijn neus binnen. De natuurlijke geur van wolven, een geur die me inmiddels niets meer doet, aangezien ik er gewend aan ben geraakt, maar ook de geur van musk, het bos en Pauls aftershave.
      Een prettige rilling kruipt over mijn rug en een hand wurm ik uit die van Paul om zijn gezicht aan te raken. Iedere vierkante millimeter probeer ik te scannen en op te slaan, terwijl Pauls hand mijn middel vindt en me nog dichter tegen hem aan trekt.
      Ik hoor zijn hartslag te keer gaan en op hetzelfde tempo razen verschillende gedachten door mijn hoofd. Dat ik nog nooit zoiets ooit gevoeld heb, maar dat ik niet wil dat het eindigt.
      Dan trekt Paul zich terug. Ademloos.
      Natuurlijk, hoe stom kan ik zijn. Dat ik theoretisch gezien geen zuurstof nodig heb, betekent niet dat Paul ook zo lang zonder kan.
      Pauls voorhoofd leunt tegen de mijne. Ik op mijn tenen, en hij lichtjes voorovergebogen. Dan breekt er een glimlach door op zijn gezicht, eentje die de mijne matcht en hij drukt een kus op mijn neus.
      ‘Er is zo veel dat ik je nog moet vertellen,’ glimlacht Paul en hij had de situatie niet beter kunnen omschrijven.

Reacties (2)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen