||Diana Cassandra Volturi

‘Tijden waren gewoon anders, neem ik aan,’ zegt Paul schouderophalend. Zijn blik is gericht op onze verstrengelde handen en ik volg zijn blik haast automatisch.
      ‘Het waren andere tijden,’ knik ik instemmend op zijn woorden. ‘En het zijn nog steeds andere tijden. Als je je aansluit bij de Volturi, dan zit een dieet van dier er niet bij. Het is daar anders. Niet dat ze het erg zouden vinden als mijn voorkeur uit zou gaan naar dier, ik was een veel te belangrijke pion in hun spel, maar het is nooit in me opgekomen. Zeker niet omdat het je zwakker maakt.’
      ‘Was je alleen een pion?’ vraagt Paul zachtjes, maar aan zijn stem zit een ruwe rand die mijn gedachten op hol laat slaan. Hij veegt een lok uit mijn gezicht en ik laat mijn blik afdwalen naar het zand waar we in zitten.
      ‘Iedereen ziet de Volturi als de slechte jongens, maar in werkelijkheid zijn ze dat niet.’ Ik zie hoe Paul zijn neus afkeurend optrekt en quasi beledigt geef ik hem een duw. ‘Echt niet. Ze houden orde, met de Roemenen aan de macht zou het al snel dag, dag mensheid zijn.’
      Het is duidelijk dat Paul het niet volgt. Hij heeft zijn gezicht in een moeilijke frons getrokken en friemelt nerveus met zijn vingers. Ik glimlach oprecht, zijn onwetendheid schattig vindend.
      ‘Voordat de Volturi tot stand kwam, was er een Roemeense coven aan de macht en ze deden niet echt hun best om ons soort in verborgenheid te houden,’ leg ik kort en bondig uit. Natuurlijk is er veel meer over te vertellen, maar dat wil ik Paul niet aandoen. ‘Maar waar het op neer komt, Paul, is dat ik weet hoeveel mensenlevens gesloopt heb in mijn eerste paar eeuwen. Je moet echter wel realiseren dat in die tijd een dieren dieet niet eens bestond. Carlisle heeft dat pas halverwege 1600 uitgevonden, ik was toen al zeshonderd jaar op deze wereld. En natuurlijk probeer ik het niet goed te praten, maar als ik buiten Volterra ging jagen, was dat altijd op mensen die bloed aan hun handen hadden. Hoe dan ook, de realisatie van het slopen van levens was een van de redenen om me op dieren te storten.’
      Paul knikt zonder een woord te zeggen, de woorden in zich opnemend. Zijn duim draait geruststellende rondjes over de rug van mijn hand en een dunne glimlach staat op mijn gezicht. Ik focus op het geluid dat de zee maakt, het geruststellende op en neer gaan van de golven die onze voeten bijna raakt.
      ‘Je zegt een van de redenen,’ merkt Paul dan op. Zijn ogen vinden de mijne en met een glimlachje knik ik. ‘Wat zijn de andere reden?’
      Een langgerekte zucht verlaat mijn lippen. Het lijkt erop dat het tijd wordt om mijn echte gevoelens op de tafel te gooien, voor als Paul het nog niet door had. In een tijd waar eeuwigheid een normale term is, ben ik niet degene die alles gehaast wil doen, maar dat komt waarschijnlijk omdat ik nogal ouderwets ben.
      ‘Met ouderwets is niets verkeerd,’ glimlacht Paul, zijn vingers een schroeiend spoor op mijn wang achterlatend.
      Ik glimlach ongemakkelijk, het was niet de bedoeling om die gedachten hardop uit te spreken, maar blijkbaar kan zelfs een vampier zulke dingen overkomen.
      ‘Dan lijkt het erop dat ik nu nog een legende op tafel moet gooien, aangezien jij ook eerlijk ben geweest,’ zucht Paul zachtjes.
      Direct ben ik op mijn hoede. Ik trek mijn wenkbrauwen vragend op, benieuwd naar wat Paul me te vertellen heeft.

Reacties (3)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen