Foto bij H.89.

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
Terwijl zijn linkerhand iets boven mijn heup rust, legt hij zijn rechter heel voorzichtig aan de zijkant van mijn gezicht en zijn vingers strijken heel zachtjes langs een litteken op mijn jukbeen.
Ik kan me meteen herinneren hoe hij daar gekomen is, hoe ik zo verschrikkelijk bang was toen ik het bloed voelde.
Een korte rilling kan ik niet binnenhouden en heel voorzichtig drukt hij zijn lippen op het kleine stukje littekenweefsel, alsof hij de herinnering weg kan kussen.
‘Ik beloof je het je.’ fluistert hij dan zachtjes tegen mijn huid.

Ik zie een drukke weg.
In de vele auto’s rijden mensen die ik ken.
Ik zie mijn moeder, mijn vader, mensen die ik ken van school.
In een van de wagens zie ik James Grint rijden en in een ander Geoff LeNoir.
Ergens in het midden van de drukke autobaan staat Ammay, opgesloten tussen de razende voertuigen, angstvallig zoekend naar een uitweg van het gevaar.
Dan ziet ze mij en ik zie dat ze huilt, haar grote ogen bang staan, waarna haar gezicht ineens vertrekt van de pijn.
Haar handen glijden naar de plek waar mijn moeder haar had neergestoken en ondanks dat er geen mes te bekennen is, stroomt er bloed uit de wond.
Aan het bewegen van haar lippen zie ik dat ze “help” zegt, maar ik kan niets doen.
Ze valt op haar knieën en het laatste wat ik zie voordat ik wakkerschrik is een auto die haar raakt en haar schreeuw van pijn.

Ik vlieg overeind, hijgend en klam.
Even realiseer ik me niet waar ik ben, maar zodra ik het doorheb zwaai ik zwaar ademend mijn benen over de zijkant van het bed en ga op de rand zitten.
Ik heb geschreeuwd, of misschien sliep hij heel licht, maar minder dan een halve minuut nadat ik wakker ben geworden gaat de deur open en loopt Evan naar binnen.
Hij loopt zacht naar me toe en knipt het nachtlampje aan.
Wanneer mijn ogen gewend zijn aan het licht en ik weer kan zien, zie ik dat hij voor mij neergehurkt zit.
‘Nachtmerrie?’ vraagt hij.
Zijn haar zit door de war, maar zijn blik staat helder en zijn stem is niet erg slaperig, waardoor ik me afvraag of hij überhaupt al heeft geslapen.
‘Ja,’ antwoord ik schor.
Hij komt naast me op het bed zitten en ik draai me naar hem toe, haal mijn linkerbeen van de grond en ga erop zitten, zodat iets langer lijk, terwijl mijn rechtervoet nog over de rand bungelt.
‘Waar ging het over?’ vraagt hij, maar ik schud mijn hoofd ten teken dat ik het er niet over wil hebben.
Hij strijkt een lok haar achter mijn oor en zijn vingertoppen aaien even over mijn wang.
‘Het komt allemaal goed. Dat weet je, toch?’ maakt hij me duidelijk en ik knik, geloof hem tot mijn grote verbazing ook echt.
Het duurt even voordat het me opvalt dat hij af en toe kort naar mijn lippen staart en ik haal mijn rechterbeen ook van de grond en ga op mijn knieën zitten, waardoor er een zeldzaam moment ontstaat waarop onze gezichten op dezelfde hoogte zijn.
Mijn voeten zijn koud, aangezien ik alleen maar een eentonig hemd en grijze joggingbroek aanheb, maar er gloeit iets op binnenin me.
Ik leun naar voren en druk voorzichtig mijn lippen op zijn mond, waarna hij een hand in mijn nek legt en me heel traag kust.
Mijn handen pakken zijn shirt vast en ik duw me bijna wanhopig tegen hem aan, in de wetenschap dat alles zo veel minder pijn doet als hij dichtbij me is.
Ik voel Evans hand door mijn haar glijden terwijl zijn andere op mijn middel ligt.
Mijn handen trillen, maar het kan me niet schelen, het kan me niet schelen dat hij weet dat ik het eng vind hoe heftig dit voelt.
Het is anders deze keer, echter.
Hij haalt zijn lippen van die van mij en kust zachtjes mijn kaak zodat ik op adem kan komen.
Ik sluit even vermoeid mijn ogen en adem mijn longen in één keer vol, waardoor mijn hemd iets omhoog kruipt.
Als ik zijn hand onbedoeld op mijn blote huid voel, weet ik het ineens weer.
Ik weet weer hoe zijn haar altijd geweldig zit en hij er om de een of andere rede altijd knap uitziet, terwijl ik klein en recht ben, onder de littekens zit, hoe ik mager ben en mijn gezicht verscholen ligt onder een laag sproeten.
Ik weet weer hoe hij zoveel beter kan krijgen dan ik.
En ik trek me in een vlaag van onzekerheid terug.
‘Sorry,’ fluister ik en wend mijn blik af.
‘Dat hoef je niet te zeggen’, valt hij me in de rede,’ Wat is er, Gioa?’
Ik bijt op mijn lip.
‘Ik ben zoveel minder dan dat jij zou kunnen krijgen’, murmel ik en ik weet ook niet precies wat ik allemaal zeg. Ik werp hem een onderzoekende blij toe om te kijken hoe hij mijn woorden opvat,’ Dan jij verdient.’
Als ik bedeesd even naar hem kijk, zie ik dat zijn blik ook op mij gericht is, maar hij kijkt niet naar me alsof hij me keurt om te kijken of ik gelijk heb, of wachtend op meer uitleg. Hij kijkt naar me alsof ik het enige in de ruimte ben waar hij het waard vindt om naar te kijken.
‘Je hebt geen idee hoe ontzettend je ongelijk hebt’, zegt hij ademloos,’ Weet je wel hoe mooi ik je vind?’
Ik voel mijn wangen rood worden en wend mijn blik af, vraag mezelf in stilte af of hij dat alleen maar zegt omdat hij denkt of ik het wil horen, of omdat hij het echt meent.
Ik hoop zo erg dat hij het meent, maar ik kan dat zelf echt niet zo zien.
‘Je haar is leuk. Het is het eerste wat me aan je opviel. Verder heeft niemand anders die ik ken rood haar’, begint hij,’ En je ogen. Je zei dat je vader groene ogen had en die precies op jou leek qua haar en oogkleur, maar dat is helemaal niet waar. Die van jouw zijn blauw. Met grijs. Er zit wel een beetje groen in, maar niet zo erg als bij je vader. En ze hebben een donker randje. Ik vind ze prachtig.’
In mijn ooghoek zie ik hoe hij licht glimlacht, maar ik durf geen direct oogcontact te maken.
‘Je sproeten vind ik verschrikkelijk schattig. En denk je echt dat je littekens me iets kunnen schelen? Denk je dat ik zo oppervlakkig ben?’ vertelt hij me en hij neemt zorgvuldig mijn kin tussen duim en wijsvinger, draait mijn hoofd richting de zijne, zodat ik hem aankijk.
Heel licht kust hij me, zo zacht dat ik het bijna niet voel.
Voor een kort moment voel ik zijn lippen langs die van mij strijken en dan vangen zijn ogen de mijne.
‘Zo mooi.’ fluistert hij.
En ik geloof hem.

Reacties (4)

  • GossipGirl21

    Mooi geschreven

    1 jaar geleden
  • BethGoes

    Hey leuk stukje in the house!

    2 jaar geleden
  • DeNaamIsGideon

    En opnieuw sta ik versteld van hoe subtiel je clichés weet te vermijden.
    Er is evolutie, ze begint hem te geloven.
    Niet het eeuwige dooddrammen met permanent angsty tieners. Dit zijn echte mensen, en daarvoor verdien je opnieuw aplaus.

    2 jaar geleden
  • Luckey

    Grote Meis!!
    Een leuk stukje

    Ze zijn zo lief samen

    2 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen