Foto bij H.90.

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
‘Je haar is leuk. Het is het eerste wat me aan je opviel. Verder heeft niemand anders die ik ken rood haar’, begint hij,’ En je ogen. Je zei dat je vader groene ogen had en die precies op jou leek qua haar en oogkleur, maar dat is helemaal niet waar. Die van jouw zijn blauw. Met grijs. Er zit wel een beetje groen in, maar niet zo erg als bij je vader. En ze hebben een donker randje. Ik vind ze prachtig.’
In mijn ooghoek zie ik hoe hij licht glimlacht, maar ik durf geen direct oogcontact te maken.
‘Je sproeten vind ik verschrikkelijk schattig. En denk je echt dat je littekens me iets kunnen schelen?’ vertelt hij me en hij neemt zorgvuldig mijn kin tussen duim en wijsvinger, draait mijn hoofd richting de zijne, zodat ik hem aankijk.
Heel licht kust hij me, zo zacht dat ik het bijna niet voel.
Voor een kort moment voel ik zijn lippen langs die van mij strijken en dan vangen zijn ogen de mijne.
‘Zo mooi.’ fluistert hij.
En ik geloof hem.

Die ochtend word ik al wakker als het nog maar net licht is en door het raam zie ik dat de lucht nog een beetje oranje ziet.
Ik maak me los van Evan, die zijn armen om me heen geslagen heeft alsof hij me af wilt schermen tegen alles wat me pijn zou kunnen doen.
We lagen over de breedte van het bed, bovenop de dekens, zijn na een tijdje praten gewoon in slaap gevallen.
Zenuwachtig kijk ik of hij nog echt slaapt en kleed me dan heel snel en zo zacht mogelijk om, bang dat hij wakker wordt en me ziet, wat gelukkig niet gebeurt.
Zorgvuldig mijn voeten neerzettend om zo min mogelijk geluid te maken loop ik de trap af, naar beneden.
Een beetje doelloos kijk ik om me heen.
Ik heb niet eens een beetje honger en ik wil de tv niet aanzetten om het nieuws te kijken, bang dat ik Evan wakker maak, of misschien nog wel banger dat ik mezelf op het scherm zal zien.
Dexter staat op zijn mand zodra hij ziet dat ik beneden ben en sjokt naar me toe.
Ik hurk voor hem neer en neem afwezig zijn kop in mijn handen, aai zijn fluweelachtige, grijze vacht.
Mijn bloeddruk daalt gestaag door zijn haren tegen mijn vingers, maar dan kijkt de hond met een ruk naar de voordeur en ik volg gealarmeerd zijn blik.
Wat er ook aan de hand is, "wíé" er ook aan de hand is, staat nu voor het huis.
En ik verwacht geen bezoek.
Ik hoor voetstappen en het lijkt alsof mijn hele keel dichtgeknepen word.
Zou het James zijn?
Mijn moeder?
Het lijkt wel alsof hij of zij veel moeite doet om zo zacht mogelijk te zijn en ik weet dat dat geen goed teken is.
Even overweeg ik naar boven te rennen en Evan wakker te maken, maar ik doe het niet.
In eerste instantie bevries ik alleen maar.
Dan herinner ik mijzelf eraan dat ik Dexter bij me heb en dat hij als pitbull zijnde best wel indruk maakt, net zoals dat eerst bij mij ook het geval is.
Ik loop naar de deur en besluit hem te openen voordat de persoon erachter dat kan proberen.
Verrassingseffect is mijn beste kans.
Intuïtief slik ik de realisatie weg dat mijn eerste reactie is dat ik verwacht aangevallen te worden, maar dat is iets dat zelfs ík mezelf niet kwalijk kan neme, houd ik me voor.
Met een ruk open ik de deur, word onaangenaam begroet door de koude lucht.
Het is mijn vader, in politieuniform.
Scherp adem ik in en zet een stap achteruit.
'Goedemorgen.' zegt hij en ondanks dat het een poging is om niet zo harteloos over te komen als ik hem maar al te goed ken, blijkt dat zijn stem gewoon altijd hard en kil is - of in ieder geval als hij tegen mij praat.
Ik slik en wacht een paar seconden voordat ik mijn stembanden genoeg vertrouw om te praten.
'Wat is er?' vraag ik en ondanks dat mijn stem doodsbang klinkt, ben ik al blij genoeg dat ik niet stotter.
Hij loopt het huis binnen zonder dat ik hem uitnodig en voor elke stap die hij naar me toe zet, zet ik er een achteruit.
'Gioa...' begint hij bijna smekend, maar zijn emotie is geveinsd: ik onderschep het meteen.
Opeens vraag ik me af of hij een psychopaat is.
Ik herinner me dat we het er op school eens over gehad hebben.
"Psychopaten vinden vaak dat ze recht hebben op een bepaalde positie en kunnen moeilijk anderen hun rechten toekennen." hoor ik de stem van mijn docente ineens weer voor me.
Hij is net zomaar het huis binnengelopen.
"Ze kunnen emoties als woede of ergernis moeilijk onderdrukken en beheersen. Vaak neigen ze anderen de schuld te geven van hun eigen tekortkomingen."
Hoeveel littekens heb ik wel niet op mijn lichaam die me vertellen dat dat ook bij hem van toepassing is?
"Ze staan vooral bekend als professionele leugenaars en kunnen ontzettend manipulatief zijn."
Bijna schieten de tranen in mijn ogen als ik me herinner hoe ik elke keer machteloos toe moest kijken hoe hij zo normaal tegen anderen deed, hoe niemand ook maar íéts vermoedde van wat hij thuis deed.
"De meesten zijn niet in staat om empathie te voelen. Enkele uitzonderingen kunnen zijn dat ze zich toch in een situatie begeven waar ze om één of een kleine, selecte groep mensen kunnen geven."
Als ik gelijk heb, zou zijn reactie toen hij erachter kwam dat Ammay dood was ook gespeeld zijn?
En op de crematie?
'W-wat wil je van me?' breng ik dan uit en mijn ademhaling versnelt.
Hij loopt verder naar me toe en ik struikel bijna naar achteren.
Ik hap naar adem als mijn rug de muur ontmoet.
'Ik kom vertellen dat ik vandaag ingeschakeld ben om jullie te bewaken.'
Een knoop vormt zich in mijn maag.
Hij zal niet naast het huis staan, maar in een wijde kring eromheen.
Toch krijg ik er nu al een verschrikkelijk opgesloten gevoel van.
Ik hervind mezelf weer.
'Dat is niet mijn probleem.' vertel ik hem, maar sluit daarna meteen mijn mond, bang hem boos te hebben gemaakt.
Hij krijgt een blik in zijn ogen die ik maar al te goed herken.
Het is de blik die hij steeds kreeg voordat hij ontplofte.
Maar hij wordt uit het moment gehaald door Evan, die de kamer binnenloopt.
Hij moet al gehoord hebben wat er aan de hand is.
Voordat Evan iets kan zeggen, vestigt mijn vader zijn blik weer op mij.
‘Je hebt een tattooage’, merkt hij op en er huist een toon in zijn stem die ik niet kan plaatsen,’ Je weet dat die permanent zijn, toch?’
Ik slik, voel me iets dapperder nu Evan erbij is, nu er getuigen zijn.
‘Hetzelfde geldt voor littekens.’ sis ik.
Mijn vader reageert niet en kijkt mij alleen maar strak aan, zijn smaragdgroene ogen helder en hard.
Evan maakt gebruik van de stilte om een poging te doen Callaways motieven te achterhalen.
Zijn gezicht staat strak en hij kijkt meteen mijn vader recht aan.
'Wat doe je hier?' vraagt hij, zijn stem zo ijzig dat ik er zelf een naar gevoel van krijg.
'Ik kom vertellen dat ik vandaag ingeschakeld ben om jullie te bewaken.' antwoordt hij en het valt me op dat hij exact dezelfde woorden gebruikt als toen hij tegen mij uitlegde waarom hij me opzocht.
'Waarom ben je dan hier en niet op je post?' vraagt Evan alsof hij het echt niet weet, maar het is voor iedereen in de ruimte duidelijk wat de situatie is.
Mijn vader knikt zachtjes naar hem en verlaat dan zonder nog iets te zeggen het huis, laat de deur openstaan, waarschijnlijk om het gevoel te hebben dat hij de strijd die hij helemaal zelf ingebeeld heeft, niet volledig heeft verloren.
Ik doe snel de deur dicht en haal even trillerig adem.
Zelfs nu hij weg is, blijft het kippenvel mijn huid bedekken.
Na een paar seconden kijk ik door het raam naar buiten en zie dat hij net bij de bosrand staat, naar het huis te kijken.
Hij moet gezien hebben dat ik mijn blik op hem gevestigd heb, want bijna direct draait hij zich om en loopt weg.
'Waarom heb je hem binnen gelaten?' vraagt Evan verhit, zijn kaken op elkaar geklemd.
Ik slik opnieuw en draai me met een angstige blik in mijn ogen naar hem om.
'Dat heb ik niet.'

Reacties (2)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen