Foto bij Romy en Julian

‘Je ziet die jongen niet. Punt uit.’ Haar vader vertrok geen spier toen die woorden zijn mond verlieten. Hij nam een hap van zijn pasta, zonder zijn dochter een blik waardig te gunnen. Vanop een afstand leek hij de enge vader die niets liever deed dan zijn dochter het leven zuur maken. Als je hem kende zoals Romy hem kende, wist je dat hij enkel bezorgd was. Vaders waren nooit goed in het uitdrukken van hun emoties.
      ‘Maar ik houd van hem.’ Romy’s stem was niet wankel en had geen smekende ondertoon. Ze zei simpel een feit. Niemand zou haar kunnen stoppen.
      ‘Hij is slecht voor je.’
      ‘Denk je dat ik slechter ben geworden op ook maar één manier sinds ik hem zie?’
      ‘Ik weet niet waar je die gozer van de straat hebt gepikt, maar ik weet wel dat je hem niet meer ziet.’ Hij legde zijn vork aan de kant en nipte van zijn glas water. Zijn blik verzachte een beetje. ‘Ik wil dat je gelukkig wordt. Je mag thuiskomen met iedere jongen, Room, maar zorg dan dat hij een beetje degelijk is.’
      ‘Je beantwoordde de vraag niet.’
      ‘Ik ben een vader, ik hoef mezelf niet te verantwoorden.’ Hij grijnsde speels. ‘Maar je ziet hem dus niet meer.’
      Romy kwam van tafel. ‘Wat ga je doen om me te stoppen?’ Ze slikte de brok in haar keel weg en verzamelde al haar moed om de volgende woorden te zeggen. ‘Hij is niet zoals zijn moeder.’
      ‘Kinderen zijn altijd zoals hun ouders, Room. Dat is het hele principe van evolutie.’ Hij kwam ook overeind. ‘Moet ik je serieus huisarrest geven?’
      Romy klemde haar kaken op elkaar. ‘Helemaal niet nodig,’ bromde ze. Ze sloeg haar armen over elkaar en keek haar vader eigenwijs aan. ‘Ik bedoel, waarom dacht ik zelfs dat ik je zou kunnen overtuigen? Je zit vol vooroordelen.’
      ‘Misschien omdat zijn moeder een moordenaar is.’
      ‘Je hebt geen bewijzen.’
      ‘Moordenaars brengen moordenaars voort, geloof me.’
      ‘Je kent er helemaal niks van.’
      ‘Nee.’ Zijn stem had nooit eerder zo fel geklonken. Haar vader bewaarde bijna altijd zijn kalmte. Woede was een begrip dat hij simpelweg niet leek te kennen. Maar als er ooit een moment zou komen waarop Romy hem woest zou noemen, dan was het nu. ‘Jij weet er helemaal niets van. Dus luister naar mij, jongedame. Je ziet die jongen niet. Voor je eigen veiligheid.’ Hij was met zijn vinger beginnen wijzen, maar besefte dat het onbeleefd was en liet zijn hand weer zakken. ‘Zitten we op één lijn?’
      Romy was een beetje achteruit gedeinsd door de uitbarsting van haar vader. Ze herstelde haar stand en probeerde de tranen te verdringen. ‘Helemaal,’ perste eruit, voordat ze naar haar kamer sprintte. Haar vader kwam haar nog achterna gelopen, maar ze sloot de deur recht in zijn gezicht. Hij praatte wat tegen haar achter de deur, maar zijn woorden bereikten haar niet door haar eigen gesnik. Het leek een eeuwigheid te duren voordat haar vader terug naar beneden ging en nog een tweede eeuwigheid voordat ze haar tranen droogde aan de mouw van haar pull.
      Ze staarde wezenloos voor zich uit, totdat een zacht getik tegen haar raam haar uit haar trance wekte. Het was Julian, die op haar balkon was gekropen en haar met enthousiaste oogjes aankeek. ‘Raad eens wie chocolade voor je heeft?’
      Julian was al half naar binnen gekomen. Romy duwde haar hand in zijn gezicht om hem terug naar buiten te jagen. Ze sloot het raam zachtjes achter zich, waardoor ze tegen elkaar werden gedrukt op het kleine balkonnetje. Julian hield een doosje pralines voor haar gezicht. ‘Normaal reageer je enthousiaster op chocolade, ik dacht…’
      ‘Niet nu, mijn vader is hier. Kom een andere keer terug.’
      ‘Ik kan met hem praten,’ stelde Julian voor.
      Ze schudde haar hoofd triest. ‘Dan vermoordt hij je.’
      ‘Niet als ik eerst ben.’ Julian had het als grap bedoeld en glimlachte breed. Het deed Romy pijn dat hij de ernst van de situatie niet begreep. ‘Ik zal…’
      ‘Naar huis gaan,’ vulde Romy zijn zin af. Ze wurmde zichzelf terug naar binnen en sloot haar raam voor Julians gezicht, waardoor hij helemaal alleen achterbleef op het balkon, de chocolade nog in zijn hand. Ze hoorde hoe hij haar naam nog een paar keer riep met die prachtige, verliefde stem. Het duurde een tijdje voordat hij effectief vertrok. Het brak haar hart om te weten dat ze een eeuwigheid zou moeten wachten om hem opnieuw te kunnen zien.

Julian stond voor Romy’s huis en staarde neerslachtig naar de chocolade in zijn hand. Zijn ogen gingen van de chocolade naar de voordeur, en bleef even bij de voordeur hangen. Hij fatsoeneerde zijn vest, klopte het zand van zijn broek en rechtte zijn rug. Hij zette welgeteld één stap, twijfelde toen en maakte zich klaar om terug naar huis te gaan. Hij voelde echter de brandende ogen van Romy’s voordeur in zijn rug en besloot te doen wat hij al lang had moeten doen.
      Hij klopte aan. Geen weg meer terug.
      Zoals verwacht deed Romy’s vader de deur open. Even wist Julian totaal niet wat te zeggen, toen duwde hij zijn chocolade bijna letterlijk in gezicht van Romy’s vader. ‘Ik heb chocola bij,’ zei hij met een onschuldige glimlach.
      Romy’s vader nam Julians handen bijna teder vast en forceerde hem de chocolade weer te laten zakken. ‘Chocolade?’ hij trok één wenkbrauw op. ‘Een zeer ongewoon cadeau.’
      ‘Voor de gastvrijheid.’ Julian probeerde naar binnen te stappen, maar Romy’s vader blokkeerde hem de weg. Hij had een intimiderende persoonlijkheid, waar zijn moeder hem meermaals voor had gewaarschuwd. ‘Je kijkt naar die man en je ziet geen man; je ziet een ijzige reus die je zal vertrappelen bij de eerste kans die je hem geeft. Dus wat doen we? We vermijden hem, juist ja.’
      ‘Welke gastvrijheid?’ Romy’s vader zuchtte. ‘Julian, ga naar huis. Ik wil je hier niet. Ik wil je niet in de buurt van mijn dochter. Weet Romy dat je hier bent. God, laat haar niet weten dat je hier bent.’
      ‘Romy weet van niets.’ Julian probeerde nogmaals binnen te raken in de villa, maar Romy’s vader blokkeerde hem opnieuw. ‘Ga jij ook de chocolade afwijzen? Wat is er mis met jullie, in hemelsnaam?’
      ‘Het gaat niet om de chocolade, Julian. Scheer je hier weg. Komaan.’ Hij gaf een lichte tik tegen Julians schouder, niet erg overtuigend.
      ‘Ik ben erg volhardend.’
      ‘Ja, helaas.’ Romy’s vader zuchtte nog een laatste keer, deed toen een stap opzij en liet Julian aan hem passeren. ‘Kom niet in de woonkamer met die vuile schoenen van je. Ik zei… niet in de woonkamer. Julian, spreek je Nederlands?’
      Julian negeerde zijn woorden en zette zich in de sofa, waar hij bewonderend keek naar de indrukwekkende kroonluchter, die uit duizend kristallen leek te bestaan. Hij had ook aandacht voor de flatscreen. Hij had altijd geweten dat Romy een rijk meisje was, maar haar huis was mogelijk nog duurder dan het paleis.
      ‘Ik heb mijn dochter vernoemd naar Romeo, uit het script van Shakespeare. Je weet dat Romeo en Juliet doodgaan in dat theater, toch?’
      ‘Maar goed dat ik niet Juliet heet dan.’ Julian opende het doosje pralines en nam er zelf eentje uit. Hij bood Romy’s vader ook eentje aan, maar die weigerde.
      ‘Daar draait het niet om.’
      ‘Draait hem om mijn moeder?’
      ‘Julian…’
      ‘Mijn vader?’ Romy’s vader kromp in elkaar en Julian wist dat hij een pijnlijke plek had geraakt. ‘Ik weet dat je van mijn vader hield en ik weet dat ik op mijn vader lijk. Meer dan op mijn moeder. Maar goed ook, want die vrouw is echt goed gek in haar bovenkamers. Wil je écht geen chocolaatje?’ Opnieuw schudde hij zijn hoofd. Julian haalde zijn schouder op en speelde nog een praline naar binnen.
      ‘Je moeder heeft iemand vermoordt waar ik heel veel van hield.’
      ‘Weet ik.’ Julian zette de pralines op de salontafel en kwam overeind. ‘“Oh, George, liefde van mijn leven. Laten we je zoon ontvoeren en vluchten naar het verre Hawaï, om daar een nieuw gezin te stichten.” Klonk het zo, de laatste woorden die je tegen mijn vader zei? Is het te pijnlijk, om te zien dat die klote moeder van me me heeft opgevoed in een vrij degelijke kerel? Ach, doe normaal. Stop met het slachtoffer uit te hangen en stop met iemand anders te beschuldigen van jouw tekortkomingen.’
      ‘Ik heb je vader niet vermoord.’
      ‘Je hebt hem ook niet gered, ofwel? Je hebt het niet eens geprobeerd.’ Julians stem sloeg over en hij bedekte zijn mond. Hij liet zijn handen weer zakken en beet op zijn lip. ‘Sorry, ik kwam niet om ruzie te maken over mijn dode vader en mijn gestoorde moeder. Ik kwam alleen om te zeggen dat ik van Romy houdt en ik beloof plechtig dat ik haar niet de dood in leid.’
      Romy’s vader stapte naar voor en legde zijn hand op Julians schouder. ‘Julian… het is niet Romy’s leven waar ik voor vrees.’

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen