28.

(2024)

Tegen de tijd dat Audrey en Styles het restaurant verlieten was het donker. Op straat bruiste het van het leven met de neonverlichting, volle cafés en slenterende mensen die van de zwoele avond genoten.
      Ineens botste er iemand tegen haar schouder, waardoor ze haar evenwicht verloor.
      “Hé Styles, wie is deze mooie dame?”
      Er gleed een arm om haar middel en ze werd tegen een hard, gespierd lijf getrokken. Haar neus vulde zich met de scherpe geur van vers zweet en nog iets anders, een zoete, weeïge lucht waarvan haar maag in opstand kwam. Ze ving een glimp op van glad achterover gekamd zwart haar en een glinsterende oorbel; toen was ze weer los.
      Styles had de man met zijn gezicht naar voren de schaduwachtige portiek van een bloemisterij in geduwd en zijn arm op zijn rug gedraaid.
      “Hé, man.” De handtastelijke kerel probeerde zich los te rukken uit Styles’ greep. “Ik wilde alleen maar even hallo zeggen.”
      “Als je zo graag gezelschap wilt, Tom, kan ik wel iets voor je regelen. Ik durf te wedden dat Sander en Bart je zonder meer laten zitten. Zoals het er nu voor staat, hebben we bijna genoeg voor een aanhouding.” Hij wrong de arm nog wat hoger. “Waar is je mes?”
      Angst fonkelde in Tom’s ogen.
      Styles herhaalde de vraag, zijn uitdrukking kalm en kil.
      Het zweet parelde op Tom’s bovenlip en hij grauwde iets in het Cajun. Styles verstrakte zijn greep en haalde met een soepele beweging het mes tevoorschijn - een kort, smal lemmet dat in een verborgen zijzak van Tom’s broek verscholen zat. Met een vlugge polsbeweging plantte hij het in de houten deurpost. Haast tegelijkertijd pakte hij zijn eigen mes uit een enkel schede en hield het tegen Tom’s keel. “Nog steeds zin om te stoeien?”
      Tom trok zich terug van de scherpe rand, zijn tanden in een grimas ontbloot. “Je bent van de politie. Je steekt toch niet.”
      “Reken daar maar niet op.”
      Vloekend probeerde Tom zich los te worstelen. De punt van Styles zijn mes zonk in zijn huid en er liep een druppel bloed langs zijn hals. Abrupt staakte hij zijn verzet. “Oké, oké, jij wint.”
      Soepel trok Styles het mes terug, stapte achter en liet Tom gaan. Hij sloeg zijn arm om Audrey heen, trok haar tegen zijn zij, een mannelijk en bezitterig gebaar. Tom schuifelde naar zijn eigen steekwapen, dat nog steeds in de deurpost vast zat.
      Er ontsnapte Styles een binnensmondse vloek in een taal die onthulde dat zijn houding en accent dan wel Brits mochten zijn, maar dat hij zijn wortels in het zuiden had. “Afblijven.”
      Tom’s ogen schoten vuur en rond zijn kaak trok een spiertje. Hij grauwde iets grofs, draaide zich toen om en verdween zigzaggend de inmiddels nieuwsgierige menigte in.
      Styles stak zijn mes terug in zijn enkelholster. Zijn blik ving die van Audrey, fel en koud, en met een vloeiende beweging trok hij haar verder de portiek in. Een fractie van een seconde voor het gebeurde, besefte Audrey dat hij haar wilde kussen. Hij greep haar bij haar middel en drukte zijn mond op de hare, verhit en gretig. De schok van zijn tong die over haar lip gleed, zond vlammen door haar buik en haar tepels werden meteen hard. Met een rilling sloeg ze haar armen om zijn nek, kantelde haar hoofd en liet zich meevoeren.
      Net zo meedogenloos als hij Tom had aangepakt, profiteerde hij ook van haar veranderde houding. Hij duwde haar met haar rug tegen de muur, wrong zijn dij tussen haar benen, het gewicht van zijn lijf zwaar tegen het hare. Ze voelde elke harde spier, de bobbel van zijn opwinding die tegen haar bekken duwde en een honger die ze had gedacht nooit meer te zullen ervaren flakkerde op. Opeens kon het haar niet meer schelen dat ze werden gadegeslagen, kon het haar niet meer schelen dat hij haar waarschijnlijk kuste om de aandacht van de vechtpartij met Tom af te leiden. Ze wilde alleen maar meer.
      Audrey had het gevoel dat met een blinddoek om had gelopen en de stof nu werd opengescheurd. Haar hele lichaam gloeide, haar huid tintelde. Ze stond in vuur en vlam.
      Het drong tot haar door dat ze serieus overwoog met hem naar bed te gaan en die gedachtesprong overrompelde haar. Nog maar een paar dagen geleden had ze geen enkele interesse gehad in mannen en seks; op de een of andere manier was dat in die hele korte tijd veranderd. Als ze eerlijk was, moest ze erkennen dat ze al na die ene directe blik van Styles in de verhoorkamer om was geweest.
      Met Styles naar bed gaat zou gelijk staan aan van de regen in de drup belanden. Ze had met haar man altijd op veilig gespeeld en zich toch gebrand, maar Styles was veel gevaarlijker dan haar tamme ex ooit was geweest.
      Tussen de toeschouwers huilde iemand als een wolf; een andere voorbijganger floot en Styles trok zijn hoofd terug, zijn uitdrukking doordringend. Deze keer was de kus tederder en trager. Rusteloos ging ze op haar tenen staan en strekte zich tegen hem uit. Zijn handen gleden onder haar t-shirt over haar huid en het was alsof ze een stroomschok kreeg.
      Toen hij eindelijk ophield, waren zijn oogleden zwaar, zijn gezicht gespannen. “Tijd om te stoppen.”
      Met een laatste gestolen kus pakte hij haar hand en stapte uit de portiek. “Doorlopen mensen, de show is over.”
      Er steeg een applaus op en binnen een paar tellen loste de kluwen toeschouwers op.
      Styles hield zijn vingers met de hare verstrengeld terwijl hij Tom’s mes uit de deurpost haalde en in zijn zak stak.
“Tom hoort bij de Foster-bende. Die twee broers die de leiding hadden zijn vorige week de cel in gegaan wegens drugshandel. Hij staat ergens onderaan in de pikorde. Ze denken dat ik de regels niet ken omdat ik niet van hier ben. Als ik hem over me heen laat lopen, kan ik hier wel inpakken.” Hij keek haar aan. “En jij ook.”

Nadat Styles de oprit van de Knights op was gereden, wilde hij haar per se tot aan de deur brengen. Zijn gedrag was ingetogen, maar Audrey durfde te wedden dat dat zou veranderen zodra er iets uit de struiken opdook. Ze zou bijna wensen dat ze stalker zich liet zien.
      Sinds Styles bij het motel was gearriveerd, was hij onophoudelijk bij haar in de buurt gebleven. Hij had Martin en de andere belagers verjaagd, ander onderdak voor haar gevonden, haar mee uit winkelen en uit eten genomen. Styles had haar kalm en beheerst door het proces geleid, alsof het helpen van dames in nood voor hem dagelijkse kost was, maar op een zeker punt was hij verdergegaan dan zijn plicht voorschreef en had hij het territorium van de romantiek bestreden. Hij deed geen poging te verbergen dat hij zich tot haar aangetrokken voelde.
      Audrey zette haar tassen neer en stak de sleutel in het slot. Het was een avond vol bizarre wendingen geweest, maar kennelijk had Styles er geen moeite mee. Hij was net zo op zijn gemak geweest in de modezaak als toen hij aan het werk was geweest bij Martin en haar vernielde hotelkamer.
      Ze knipte het licht in de gang aan en draaide zich naar hem toe om afscheid te nemen, maar Styles was haar voor.
      Zijn handen gleden om haar middel en hij trok haar tegen zich aan. Als ze al twijfels had gehad over zijn motieven, verdwenen die als sneeuw voor de zon.
      De kus was indringend, verhit en schaamteloos gretig en het was niet genoeg. Met een gesmoord geluid schoof hij haar een halve stap naar achteren. Audrey voelde de stevige koelte van de deurpost in haar rug, de warmte van zijn palmen op haar naakte huid terwijl hij haar t-shirt over haar borsen omhoog schoof.
      Hij boog zijn hoofd en zijn mond sloot zich door de stof van haar beha heen om haar ene tepel en vervolgens om haar andere en alles om haar heen leek te smelten.
      Een hele poos later trok Styles zich terug, zijn uitdrukking fel terwijl hij haar t-shirt weer omlaag trok. “Ik kom niet mee naar binnen. Als ik je op een bank of bed neer kan leggen, wordt dat ons fataal en ik denk dat we allebei wat tijd nodig hebben. Trouwens, ik heb geen condooms bij me en jij vast ook niet.”
      Hij stak zijn hand in zijn zak, haalde een visitekaartje tevoorschijn en schreef iets op de achterkant. “Hier, mijn privénummer en mijn mobiel. Als iemand je lastigvalt of als je het gewoon benauwd krijgt, bel me dan - al is het midden in de nacht.” Zijn rusteloze blik ving de hare. Hij mompelde iets onverstaanbaars en boog zich weer naar haar toe voor een snelle kus. “Bel me sowieso maar.”
      Audrey staarde naar de twee nummers die hij haar had gegeven en begon hem te bedanken, maar hij was al halverwege het tuinpad. Ze hoorde zijn auto starten en het grind knerpen terwijl hij de oprit af reed.
      Beverig droeg ze haar boodschappen naar binnen. Ze sloot de deur, draaide hem op slot en schoof de ketting ervoor.
      Haar borsten drukten pijnlijk gespannen tegen de stof van haar beha. Haar ogen sluitend zoog ze haar longen vol met lucht. Zoenen met Styles was als het meegesleept worden door een maalstroom. Het duizelde haar nog steeds, haar hele lichaam tintelde.
      Ze wachtte tot het geluid van zijn auto was weggestorven en liet zich toen in de woonkamer in een fauteuil zakken. De tuin in starend sloeg ze haar armen om haar knieën. Ze was zo euforisch en kwetsbaar als een tiener en eerlijk gezegd even onzeker. Los van het ongecompliceerde verlangen om met Styles te vrijen, waren haar gevoelens voor hem zo rudimentair en zo breekbaar dat ze bang was ze te benoemen.

Styles sloot de zijingang van het huis en liep naar boven, langs de plechtige schilderijen van generaties Styles en het ingelijste borduurwerk van zijn grootmoeder.
      Wat kunst aanging had hij, anders dan zijn stiefvader, geen greintje creativiteit. Zijn enige toevoeging aan de galerie was een oliedoek dat Leroy op de zolder van zijn huis had gehad, een vredig tafereel van bomen en lucht dat weinig deed om het trappenhuis op te vrolijken.
      Bij het weergalmen van zijn voetstappen trok hij een grimas. In zekere zin had hij het huis aangehouden uit plichtsbesef tegenover zijn familie. Als hij daadwerkelijk definitief weg wilde uit de grote stad, zou hij zich op de tuin moeten werpen. Hij had geen hekel aan buitenwerk - hij deed het zelfs graag - maar aan de echo’s kon hij maar niet gewend raken.
      In zijn kindertijd had hij altijd met zijn vader in kleine woningen gewoond en als volwassene had hij steevast een appartement gehuurd.
      Een kwartier later, toen hij had gedoucht, liep hij in een spijkerbroek weer naar beneden, te rusteloos om te slapen. Hij haalde zijn koffertje uit de auto, schonk een glas ijswater in uit de koelkast en ging aan de keukentafel zitten. Doelloos begon hij door de notities over de Waltman-zaak te bladeren, tot hij in een impuls de kopie van Audrey’s dossier pakte en begon te lezen.
      Audrey Callaghan was een vreemde mengeling. Op het eerste gezicht was ze knap maar wat bedeesd, maar ze had een innerlijke kracht waarmee hij zich verbonden voelde. Ze liet zich niet klein krijgen.
      Ze had niet met hem geflirt. Integendeel, ze was op haar hoede geweest, maar toen ze iets te zeggen had gehad, was ze helder geweest en had ze zich niet ingehouden.
      Het was lang geleden dat hij iets meer had gehad dan een vrijblijvende date. Nadat zijn huwelijk een paar jaar terug op de klippen was gelopen dankzij zijn carrière, had het zinloos geleken zich opnieuw aan iemand te binden, zich weer zo te laten belemmeren. Maar op de een of andere manier was hij vandaag geëindigd met kaarslicht, zachte muziek en een mooie vrouw.

Reacties (1)

  • Manonxxx

    Ahh ze zijn samen zo onhandig, maar tegelijkertijd zo cute.

    Snel verder x

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen