29.

(2024)

“Een autoverhuurder aan de lijn” zei Helene. “Er is iets raars aan de hand.”
      Growner leunde achterover in zijn stoel en gaf het op een glimp van Tamara op te vangen, die over de lichttafel gebogen naar afdrukken stond te turen. “Waarom krijg ik steevast de maffe telefoontjes in plaats van de spannende?”
      “Schat, Styles heeft officieel de leiding over de spannende klussen. Jij die over de maffe.”
      De maffe situatie bleek een doodnormale Sedan te zijn, die volgestouwd was met mobiele telefoons.
      De chef van het verhuurbedrijf opende het voertuig. “We kregen een telefoontje van iemand uit Melville Street. Kennelijk stond deze wagen al bijna twee dagen bij ze voor de deur.” Hij wees op een man in een overall. “Jeroen hier heeft hem naar de garage gereden, maar verder heeft er niemand aangezeten. Zodra ik al die mobieltjes in de kofferbak zag liggen, heb ik jullie gebeld. Aangezien ze er allemaal gebruikt uitzagen, ging ik er van uit dat Lars, de vent die hem had gehuurd, ze moest hebben gestolen.”
      Growner bestudeerde het huurcontract. Zijn polsslag versnelde. “Waar zei je ook weer dat je hem had opgepikt?”
      “Melville Street. Een zijstraat van Landry.”
      “O-o. Is het goed als ik een kopietje maak van de papieren?”
      Terwijl hij ze door het apparaat haalde, pakte hij zijn mobieltje en toetste een nummer in. Deze zaak was zojuist van maf in spannend veranderd.
      Tien minuten later liepen Styles en Manet de garage in.
      Manet staarde naar de berg toestellen in de kofferbak. Growner had ze inmiddels geteld: het waren er meer dan veertig.
      Manet krabde aan zijn kaak. “Wat moet hij hiermee? Verwachtte hij soms een telefoontje?”
      “Of hij pleegde ze.” Nadat Styles latex handschoenen had aangetrokken, zette hij met het puntje van zijn pen behoedzaam een van de toestellen aan en haalde de voorgeprogrammeerde nummers boven. Hij fronste. Hij was er zeker van dat dat van Audrey’s vaste lijn thuis ertussen stond. Als hij zich niet vergiste, was het geen toeval dat het voertuig bij haar hotel in de buurt had gestaan. De huurauto was van de 'fan' geweest die haar stalkte.
      Growner wapperde met een kopie van de huurovereenkomst. “Zo te zien logeert hij in het Plantation Motel op River Drive.”

Het Plantation Motel was een oud, verbouwd huis met een rij goedkope studio’s aan de achterkant, waarvan er een voor een week aan Lars was verhuurd. De beheerder was Arnold Carper, een plaatselijke legende op leeftijd. Volgens de mythe in Lassiter had hij zich al voor de eeuwigheid geconserveerd met een regelmatig infuus van goedkope rum. Om het feit dat hij Lars al een paar dagen niet had gezien maakte hij zich niet druk. Wat hem betrof mocht Lars zich blind drinken of wegrotten in een greppel, zolang de rekening maar werd betaald en dat had hij van tevoren gedaan.
      Lars kamer was afgesloten, alle gordijnen waren dicht en het niet-storen bordje hing aan de knop.
      Schelden op de vliegen en de hitte deed Carper de deur van het slot en duwde hem wijf open.
      Styles en Growner stapten de donkere, bedompte kamer in en trokken de gordijnen open, ervoor wakend gladde oppervlakken aan te raken. Styles nam de voorkamer, Growner het slaapvertrek.
      Nog geen drie tellen later kwam Growner alweer terug. “Hij is er niet, maar er liggen wel allerlei spullen.”
      Binnen twee uur had de technische recherche twee dozen vol bewijsmateriaal meegenomen. Een indrukwekkende hoeveelheid. Ze hadden bovendien Lars’ huurwagen, de motelkamer en de parafernalia die bij zijn obsessie met Audrey hoorden: exemplaren van haar boeken, foto’s en krantenknipsels.
      Styles sloot de deur van de studio. “Nog steeds geen spoor van Audrey’s sieraden of laptop.”
      Tamara wachtte terwijl Rowan de kofferbak van haar auto opende. “Als Lars de sieraden heeft gestolen, hadden ze erbij moeten liggen.”
      Growner stapte naar voren, paraat om de doos van Tamara over te nemen. “Tenzij hij ze draagt.”
      “Jakkes, doe niet zo smerig.” Ze trok haar neus op en duwde de doos in zijn armen.
      Growner bloosde en Styles probeerde zijn belangstelling te verbergen.
      Om een grijns te verbergen, boog Manet zijn hoofd, sloeg zijn notitieboekje dicht en stak het in zijn jaszak. “Het spijt me als ik de illusie verstoor, maar misschien heeft hij de sieraden laten opsturen naar de steen waar hij onder vandaan komt.”
      Styles gebaarde met zijn hoofd naar Growner, die er gekweld uitzag. Hij geloofde niet dat hij ooit zo wanhopig was geweest. “We kunnen het navragen, maar volgens mij heeft hij daar geen tijd voor gehad.”
      De situatie rond Lars Carmichael zag er niet best uit. Hij was niet in zijn motel en hij zat niet in zijn auto. Styles dacht niet dat hij nog ergens was waar ze hem konden bereiken.
      Lars had een verleden van alcohol- en drugsmisbruik, veroordelingen voor kleine diefstallen en openbare schennis en hij had gezeten voor een mislukte roofoverval op een apotheek.
      In hun systeem zaten zijn vingerafdrukken en DNA, een standaard arrestatiefoto en een gedetailleerd psychiatrisch rapport. Het was gestaag bergafwaarts gegaan met Lars. Hij was onbekwaam en disfunctioneel geweest, had de kost verdiend als verkoper van keukenapparaten en had in bijna alles gefaald, zelfs in de misdrijven die hij had gepleegd.
Iemand moest de sieraden en de laptop hebben, maar Styles durfde erom te wedden dat het niet Lars Carmichael was.

Seniorencomplex Charpentier lag in een van de oudste, meest welgestelde wijken van Lassiter. Het was een majestueus pand van drie lagen erop gebouwd om de tand des tijds te doorstaan en het terrein eromheen was een heus park.
      Audrey liep de hal in en vroeg naar Aaron Walsh. Ze werd naar de tuin gestuurd, waar Aaron met de zichzelf opgelegde taak bezig was de uitgebloeide rozen uit de struiken te knippen, voor zover hij daar bij kon vanuit zijn rolstoel.
      De pientere blik waarmee hij haar opnam, kwam uit de heldere, felblauwe ogen van een kind. Hij leunde voorover en snoeide nog een dode roos weg. “Jij ben Audrey Callaghan, het meisje die niemand kon identificeren. Ik vroeg me al af wanneer je eindelijk eens langs zou komen.” Aaron kapte haar af voor ze de vraag kon stellen. “Damian heeft me ingeseind. Damian Campbell, die verslaggever. Hij komt vrijwel elke week bij me op bezoek. Hij zei dat je wat problemen had gehad in je hotel. Het Palm Court.” Hij schudde zijn hoofd. “Als het aan Martin ligt, ben je mooi de pineut. Die vent is een buitenlander, helemaal uit Mississippi. Hier beland door te trouwen.”
      Zoals hij het deed voorkomen, zou Martin nooit de staatsgrens over hebben gemogen als hij niet met een vrouw uit Lassiter was getrouwd.
      Hij gebaarde naar het geometrische rozenperk. “Heeft iets van een uitvaartcentrum, als je het mij vraagt, maar het is aardig. Zodra mijn heup genezen is, ben ik hier weg. Mijn zus past nu op de tuin, maar tussen ons gezegd en gezwegen, Vera bakt er niks van.”
      Er kwam een verpleegster met een dienblad een zijdeur door en ze riep Aaron’s naam.
      “Tijd voor de medicijnen. Ze proberen het appetijtelijk te maken met wat lekkers erbij, maar ja…” Hij haalde zijn schouders op, liet de rozen voor wat ze waren en wenkte Audrey met zich mee.
      Toen hij eenmaal achter zijn thee zat, kwam hij direct ter zake. “Je wilt meer weten over het ongeluk.” Hij nam een slok, veegde zijn mond af en zette zijn glas neer. “Ik heb er in de loop der jaren veel over nagedacht. Het feit dat niemand je is komen halen maakte me woest. Het enige wat ik kon verzinnen, was dat je hier dan wel aangereden was, maar dat je heel ergens anders vandaan kwam.”
      Hij schudde zijn hoofd. “Toen je eindelijk bijkwam uit die coma, ben ik naar je toe gegaan. Je herinnert het je vast niet meer, omdat er zoveel mensen in- en uit liepen en je bleef maar wegzakken, maar ik weet nog als de dag van gisteren dat ik je hoorde praten. Je was misschien je geheugen kwijt, maar je kon nog prima communiceren en je had geen zuidelijk accent. Ik heb het er met de politie over gehad en die probeerden het verder uit te zoeken, maar dat leverde niets op. Ik gokte erop dat je van buiten de staat kwam, misschien Virginia of Ohio en dat je op de een of andere manier je ouders was kwijtgeraakt.”

Reacties (1)

  • Manonxxx

    Hopelijk voor haar komt ze erachter wat er in haar verleden is gebeurt.

    Echt weer top dit hoofdstuk!
    Snel weer verder aub? X

    2 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen