31.

(2024)

Lassiters tweede lijk binnen twee dagen dook net na zonsondergang op.
      Een kwartier later stond Styles het opgezwollen lichaam van Lars Carmichael te bestuderen. Het was in een ravijn gegooid.
      “Zo te zien is dat onze man.” Growner hield afstand. “Geen mysterie hoe hij aan zijn eind is gekomen.”
      Styles inspecteerde het gebied rond het lijk. Het gat in Carmichael’s borstkas wees op de doodsoorzaak en de onnatuurlijke houding waarin hij lag, suggereerde dat hij niet hier was gestorven. Het was de vraag hoe hij was getransporteerd. Er waren geen banden- of sleepsporen te zien. Degene die hem hierin had laten vallen, had hem vanaf de weg moeten dragen. Carmichael was niet dik, maar wel stevig gebouwd; voor zoiets was een sterke kerel nodig, wat Audrey uitsloot - bijna.
      Er was altijd nog een heel kleine mogelijkheid dat ze een handlanger had, al geloofd Styles daar niet in. Audrey leek hem niet het type dat een man nodig had. “Maar wanneer? Zo te zien heeft hij hier de hele nacht gelegen.”
      Growner trok een wenkbrauw op en Styles wist wat hij dacht. Pas vier dagen na de moord op Mischa Waltman. Eén moord in Lassiter was nieuws. Twee was een epidemie.
      Styles tuurde naar de wond in de borst. Een schot dwars door het hart en te oordelen naar het ontbreken van bloed op slag fataal. “Professioneel.”
      “Huurmoordenaar?”
      Styles haalde zijn schouders op. “Gewoon vlug en efficiënt. Wie de trekker ook heeft overgehaald, hij wist wat hij deed.”
      “Denk je dat er een verband is met Mischa Waltman?”
      “Misschien” antwoordde Styles terwijl hij overeind kwam. “In elk geval is het een andere methode.”
      De moordenaar van Mischa had er ruim de tijd voor genomen en er een heel ritueel van gemaakt; deze dader was juist klinisch en snel te werk gegaan.
      “Maar we hebben nu in elk geval en verdachte.”
      “Ja.” Audrey Callaghan.
      Het besef maakte Styles niet vrolijk. Hij had het aanknopingspunt van het kamermeisje gevolgd, zonder er veel van te hopen. De vrouw beweerde dat toen ze had gezien dat de kamer vernield was, dat het excuus was geweest dat ze zocht om ontslag te nemen, dus ze was opgestapt zonder het te melden. Martin had haar leven zuur genoeg gemaakt. Wat haar betrof was het verliezen van een dag loon beter dan het vooruitzicht uren aan te moeten horen hoe hij zanikte over de schade - wat Styles terugbracht bij Audrey. “Ze heeft gisteren haar huurwagen ingeruild. Bel het bedrijf en laat beslag leggen op de SUV die ze eerst had. Met een beetje geluk hebben ze hem nog niet schoongemaakt.”
      “Denk je serieus dat zij het heeft gedaan?”
      Styles pakte zijn jasje op. “Wat ik denk doet er niet toe. Ik doe gewoon mijn werk.”
      “O-o.”
      Styles wierp hem een blik toe.
      Growner probeerde onschuldig te kijken. “Ik heb alleen gehoord dat jullie gisteren samen in het centrum zijn gezien, dat is alles.”
      Hoofdschuddend deed Styles zijn auto van het slot. “Dat geroddel ook in die gehuchten.”
      “Hé, hoezo ‘gehuchten’? Het is hier geen Engeland, maar we komen er wel.”
      “Met twee moorden in één week?” Styles gooide zijn documenten op de achterbank. “Jullie zullen nog wat beter je best moeten doen.”

      Styles vroegde zich in het verkeer, zijn vingers ongeduldig tikkend terwijl hij wachtte voor een stoplicht. Ze zouden de monsters moeten laten vergelijken, maar hij durfde te wedden dat het bloed van de dode uit het ravijn hetzelfde was als dat uit het karpet in Audrey’s hotelkamer. Martin had er over geklaagd dat het was verdwenen, wat de theorie zou staven dat Carmichael daar was vermoord. Hij was zelfs bereid aan te nemen dat de dader Carmichael had gedwongen op Martin’s gestolen karpet te gaan liggen, zodat er minder vlekken rondspatten. Het enige minuscule druppeltje dat erbuiten terecht was gekomen kon wel eens een grote doorbraak in de zaak vormen.
      Een uur later had het laboratorium de overeenkomst bevestigd en zat hij op zijn kantoor met een hete, bittere kop koffie op een huiszoekingsbevel te wachten. Om half acht tekende rechter Baker de documenten en konden ze op pad.
      Manet verschoof zijn schouderholster en trok zijn jasje aan. “Wie rijdt er?”

Audrey was net klaar met de afwas van het avondeten toen er op de deur werd geklopt. Haar hart sloeg een slag over en het glas dat ze met ijswater stond te vullen gleed bijna uit haar vingers.
      Ze zette het neer, keek op haar horloge en trippelde toen op blote voeten de gang in. Het was al tegen achten, te laat voor spontaan bezoek.
      Styles was duidelijk zichtbaar in de gloed van de beveiligingslamp, maar toen ze opendeed, zag ze niets intiems of persoonlijks in zijn uitdrukking. Zijn blik gleed over het zijden haltertopje en de broek die ze na thuiskomst uit de stad had aangetrokken, maar er viel geen emotie af te lezen in zijn ogen. Zijn woorden waren kortaf en bondig. Ze hadden de stalker gevonden - dood - en ze wilden haar wat vragen stellen.
      “Hier?”
      “Liever op het bureau.”
      Hij wachtte buiten terwijl ze een paar luchtige sandalen aantrok en haar handtas pakte. Toen ze klaar was, liep ze over het sierlijk bestrate pad naar de oprit. De zon zou over een uur ondergaan en de tropische tuin van de Knights gonsde nog van de vogels en zoete geuren. Ergens links van haar hoorde ze een fontein tinkelen. Gisteren had ze genoten van de schoonheid - het was hier net een oase - maar nu opereerde ze op de automatische piloot.
      Styles stak zijn hand op naar Barry Knight, die haar met openlijke nieuwsgierigheid gadesloeg. Ze vermoedde dat er niet elke dag gasten werden opgehaald voor verhoor.
      Ze slikte, plotseling nerveus. Ze had inmiddels al maanden geregeld contact met de politie, maar altijd om aangifte te doen. Als de signalen niet verkeerd interpreteerde, was ze nu een moordverdachte. “Sta ik onder arrest?”
      “Nee, maar we willen het huisje onderzoeken.”
      Er stond een tweede auto achter die van Styles. Manet en een vrouw met donkere krullen stapten eruit. Ze herkende de vrouw als de technisch rechercheur die de hotelkamer had onderzocht. “Waarom? Nog meer lijken?”
      Styles’ blik was onbewogen. “Het is een kwestie van de procedures volgen. Als we jou van de lijst willen schrappen, is dit de enige manier.”
      “Ga vooral je gang” zei Audrey schouderophalend. “Er valt toch niks te vinden.” Ze wist hoe de politie te werk ging; ze had hun methodes bestudeerd voor haar boeken. Styles volgde de procedure niet, daarvoor behandelde hij haar veel te zachtzinnig. Hij had natuurlijk een gerechtelijk bevel; haar toestemming vroeg hij alleen uit beleefdheid.
      Haar maag kromp ineen. Ze rommelde in haar tas, haalde er een bos sleutels uit en gaf die aan hem. Terwijl het tweetal in de richting van haar huisje liep, hield Styles het rechter portier voor haar open. Hij was hoffelijk, zorgzaam zelfs, maar de ongedwongen warmte en charme van de vorige avond waren verdwenen.
      Op het moment dat ze wilde instappen, blies de wind zijn jasje open en zeg ze een vuurwapen zitten. Plotseling viel alles op zijn plaats. Jarenlang was hij een frustrerende ontbrekende link geweest in haar verleden. Nu was hij levensecht, mannelijker en gecompliceerder dan waar ze op had gerekend - en rechercheur.
      Terwijl ze haar gordel om deed, werd de gewaarwording van kou die ze had gevoeld toen ze het wapen zag, sterker. Haar vingers klemden zich om het hengsel van haar tas, die op haar schoot stond.
      Ze merkte dat Styles haar onder het rijden observeerde. Hij zette de verwarming aan en de hitte stroomde over haar benen, maar hoe behaaglijk het ook werd in de auto, vanbinnen bleef alles bevroren.

Reacties (1)

  • Manonxxx

    Eigenlijk best onmogelijk dat zij het gedaan heeft,maar oké wie weet idd.

    Snel weer verder? X

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen

Add Your Banner Here