32.

(2024)

Styles voerde haar mee naar dezelfde verhoorruimte als waar ze had gezeten tijdens het gesprek met zijn collega Manet.
      “Koffie?”
      “Nee, dank je.”
      Hij gaf haar toch een mok. Ze klemde haar vingers eromheen, putte troost uit de warmte. Toen ze een slokje nam, merkte ze dat hij er, net als eerder, heel veel suiker in had gedaan.
      Een oudere, zwaardere man voegde zich bij hen. Hij werd voorgesteld als Dennis Bower, commandant van het district. Styles stem was mild terwijl hij de vragen stelde, zijn houding ontspannen, maar zijn blik bleef afstandelijk. Hij was onmiskenbaar in de eerste plaats politieman.
      Toen hij haar op de hoogte bracht van de kale feiten van de misdaad, was Audrey blij dat ze zat. “Je wilt dus zeggen dat er nog iemand in mijn hotelkamer is geweest?”
      “Carmichael is neergeschoten. Het kan zijn dat de moord geen verband houdt met jou.”
      “Lijkt me onwaarschijnlijk.” Ze ving een verandering op in Styles uitdrukking. “Wat hebben jullie nog meer?”
      “Ene Mrs. Wilson van een van de huizen die aan de achterkant van Palm Court grenst zegt dat ze in alle vroegte wakker werd doordat haar hond blafte. Ze zag een vrouw over haar terrein lopen.”
      Audrey kreeg het alsmaar kouder. Alle wat ze had gedaan suggereerde dat zij de schuldige was. Haar escapade bij zonsopgang zag er hoogst verdacht uit en ze had geen alibi behalve voor de paar minuten bij de autoverhuurder en gedurende haar ontmoeting met Esmee Carner langs de snelweg. Niemand had haar de kamer zien verlaten en ze had de dag grotendeels alleen doorgebracht. Alsof dat nog niet erg genoeg was, had ze haar auto ingewisseld en een andere verhuurder genomen.
      Haar verklaring klonk zwak.
      Ze schudde haar hoofd. “Misschien was het dom, maar op dat moment leek het me het verstandigst.”
      Bower boog zich naar voren. “Waarom ben je niet via de voordeur naar buiten gegaan?”
      “Ik dacht dat iemand me in de gaten hield. En voordat je het vraagt: Nee, ik heb er geen hard bewijs voor, het was puur intuïtief.”
      “Wat voor verschil maakte het om onopgemerkt weg te gaan?”
      Ze haalde haar schouders op, voelde zich hopeloos en onnozel. “Ik was ergens wakker van geworden. Ik werd eerst bang, toen kwaad. Ik wilde overal vanaf zijn, al was het maar voor een paar uur.”
      Styles raadpleegde zijn notities. “Waar werd je wakker van?”
      De frustratie welde op. “Dat weet ik niet.”
      Er viel een korte stilte. Styles uitdrukking veranderde niet. Bower zag eruit alsof hij uit steen was gehouwen.
      “Waarom heb je je wagen ingewisseld?” vroeg Styles, haar blik vasthoudend.
      Audrey’s maag verkrampte. Ze had het gedaan om meer controle te krijgen, maar het kwam verdacht over. “Ik wilde de stalker ontlopen. Het enige wat ik wilde, was mijn spullen pakken en ergens anders onderdak zoeken, maar dat kon natuurlijk niet ongemerkt. Ik moest wel terug.”
      Bower sloeg zijn armen over elkaar. “Hoe laat ben je precies teruggegaan?”
      Vinnig keek Audrey hem aan. Die vraag had ze al minstens tweemaal beantwoord. “Mijn sieraden en laptop zijn verdwenen” zei ze vlak, “en ook de aantekeningen voor mijn nieuwste boek. Dat is allesbehalve grappig voor een schrijver. Het is mijn broodwinning. De verzekering zal de kosten dekken, maar ik kan niets zonder die computer. Als jullie iets willen onderzoeken, onderzoek dat dan.”
      Nu keek Bower opgelaten. “De laptop is te vervangen en het boek zit in je geheugen. Die aantekeningen kun je zo opnieuw noteren.”
      Als door een wesp gestoken schoot Audrey overeind. Het woord ‘eikel’ hing in de lucht en ze wist niet zeker of ze het hardop had uitgesproken of niet. “Als je verder wilt met die verhoor, zul je me officieel moeten arresteren en nu we het toch over onopgeloste zaken hebben: probeer hier eens wat meer energie in te steken.”
      Ze tilde haar t-shirt een paar centimeter op en trok de tailleband van haar broek ver genoeg naar beneden om de littekens rond haar middenrif te onthullen. Ze wees op de streep op haar heup. “Die is van de motorkap van een auto.” Ze wees naar een web van dunne lijnen op haar buik. “Die schijnen van de vooruit te zijn - waardoor ik ook mijn rug heb gebroken - maar dat is nog te verklaren. De meeste verwondingen passen bij een aanrijding, maar op de een of andere manier had ik ook gebroken ribben. Weten jullie hoe moeilijk het is om de ribben van een jong kind te breken? Er waren geen sporen van harde klappen, alleen van rubberen banden. Nadat hij me had geraakt, is hij over me heen gereden. Om dat te doen, moest hij eerst achteruit, mijn lichaam vinden in het donker en zijn auto heel precies sturen. Volgens jullie rapport is wat vijfentwintig jaar geleden is gebeurd “doorrijden na aanrijding”. Ik noem het poging tot moord.”
      Van buitenaf ging de deur open. Manet stond in de opening met een vel papier in zijn hand. Daarmee doorbrak hij het moment en trok de aandacht.
      Styles stapte naar buiten en nam het verslag dat Manet hem gaf vluchtig door. Hij richtte zich op het enige detail dat hem nu bezighield. Het tijdstip van overlijden was tien uur de vorige ochtend, ongeveer toen Audrey op Sugar Hill Road met Esmee Carner had staan praten. Gegeven het feit dat ze tussen negen en kwart over negen op de beveiligingsband van de autoverhuurder stond en vervolgens naar Sugar Hill was gereden, kon ze onmogelijk Carmichael hebben vermoord.

Audrey slaakte een zucht van verlichting toen Styles zijn collega vanuit de deuropening wenkte. Bower sloot het verhoor af, in elk geval voorlopig.
      Wat ze had gedaan, was misschien melodramatisch geweest, maar ze was zo razend. Het was altijd mogelijk dat ze na de eerste aanrijding door een andere wagen was overreden, maar plotseling was ze er zeker van geweest dat het zo niet was gegaan.
      Ze staarde naar het raam, zag tot haar verbazing dat het al donker was. Toen ze op haar horloge keek, schokte het haar te ontdekken dat het inmiddels over tienen was.
      Styles kwam de kamer weer in. “Dat is het voorlopig. Je mag naar huis.”
      Ze keek naar haar handen, die gevouwen in haar schoot lagen. Na haar uitbarsting voelde ze zich merkwaardig onthecht. “Je neemt me niet in hechtenis?”
      “Het bewijs was maar indirect.”
      Haar blik bleef hangen op Styles zijn kleding. “Er moet iemand anders in de kamer zijn geweest.”
      De implicaties drongen tot haar door, verkilden haar tot op het bot. Iemand moest hebben ingebroken om te wachten tot ze terugkwam, maar door een onvoorziene wending van het lot had Carmichael ingebroken in haar kamer.
      Twee stalkers. Zelfs in haar eigen oren klonk dat onwaarschijnlijk. Het enige sprankje hoop was dat die mogelijkheid nadat griezelige telefoontjes al in een aangifte was opgenomen.
      Styles ging zitten en legde een map op tafel. “Er is bewijs dat er twee verschillende inbrekers waren. Ken je iemand behalve Lars Carmichael die je iets zou willen aandoen?”
      Audrey hief haar hoofd op en staarde hem aan.
      Ze zou opgelucht moeten zijn dat ze wegkwam met een moordaanklacht, maar in plaats daarvan kon ze er alleen maar aan denken dat Styles haar aan het lijntje had gehouden terwijl hij het al had geweten. Ze ontspande haar opeengeklemde kaken. “Hoort deze vraag nog bij het verhoor?”
      “Audrey…”
      Ze duwde haar stoel naar achteren, stond op en haakte haar tas over haar schouder. “Als je een lijst met verdachten wilt, laat ik die wel door mijn agent opstellen. Ik weet niet wat de verhouding tussen fan- en hatemail is, maar er zal wel een percentage voor zijn. Uiteraard kunnen we Carmichael nu schrappen, want die is dood. Dan heb je mijn ex nog, maar zelfs als Dylan het verschil tussen de achter- en voorkant van een vuurwapen zou weten, zou hij het vast nog steeds verkeerd doen en zichzelf neerschieten.”
      Styles mompelde iets onverstaanbaars.
      Audrey keek naar het raam. “Misschien wilde de moordenaar alleen Carmichael maar pakken, had het helemaal niks met mij te maken.”
      “Dat is heel onwaarschijnlijk.”
      “Ja” zei ze mat, “dat zou te makkelijk zijn.” En het zou al haar problemen oplossen. “Het enige wat ik ooit heb gedaan dat aandacht heeft getrokken, is een boek schrijven.”
      “Heb je er toevallig een bij je?”
      Haar mond vertrok. “Nee” zei ze bitter, “als je er een wilt hebben, Styles, zul je het moeten kopen.”

Onderweg naar het parkeerterrein probeerde Styles haar gelukkig niet aan te raken.
      Alsof ze vandaag nog niet genoeg had doorstaan, onderscheidde ze het rijzige silhouet van Damian Campbell. Er flitste een camera.
      Styles sloeg zijn arm om haar heen, schermde haar af terwijl hij het rechterportier van zijn wagen openhield.
      Hij schoof achter het stuur, draaide de sleutel om in het contact, maar reed nog niet weg. “Ik wist wel dat jij het niet had gedaan” zei hij onomwonden. “Het was te professioneel en jij hebt de lichaamskracht niet om zo’n lijk in het ravijn te gooien. Bovendien zou het onlogisch zijn dat je Carmichael via allerlei juridische kanalen probeert tegen te houden en dan je toevlucht zou zoeken tot zo’n koelbloedige moord.”
      “Het geeft niet. Je hoeft het niet uit te leggen.”
      Hij wierp haar een gefrustreerde blik toe. “Jawel. Ik probeer werk en privé gescheiden te houden, maar ik wilde jou zo snel mogelijk van de lijst kunnen schrappen.”
      Audrey kreeg het warm en meteen weer koud. Ze deed haar best haar razernij te bedwingen. Vandaag had ze haar haren en haar nagels laten doen, ze had mooie kleren gekocht en sexy lingerie. Ze had zich de hele dag verheugd op de spannendste date van haar leven. Maar inplaats daarvan was ze door de politie verhoord omdat Styles had besloten niet met haar naar bed te gaan tot haar onschuld was bewezen.

Reacties (1)

  • Manonxxx

    Kom op Styles! Maak er werk van. Hihi

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen

Add Your Banner Here