Ik loop ze maar achterna, de gedachten over jou die heel mijn dag vorm geven. Het gevoel wat me vertelt dat ik alles moet vertellen. En zijn tegengewicht, een angst zo sterk dat het me mijn stem iedere keer opnieuw weet te ontnemen voordat ik ook maar kan toegeven.
'Vertel me eens, ik ben nieuwsgierig, waar ben je bang voor?' Vroeg ze onschuldig.
Ik keek op vanuit het boek wat ik aan het lezen was, ze voelde zich schijnbaar goed genoeg bij me dat ze wilde blijven, zelfs al deed ik iets wat niks met haar te maken had. 'Dat is een hele goede vraag.' Zei ik ontwijkend.
Ze kantelde haar hoofd en zette grote ogen op, een smekende blik die me deed smelten. Alsof ze de stormram was die mijn poorten uit hun scharnieren sloeg.
'Goed, goed.' Ik zuchtte en legde het boek naast me neer, dit zou een lang gesprek kunnen worden. Als ik het zo ver zou kunnen krijgen zou het een gesprek worden met grote gevolgen. 'Mijn eerste punt is misschien heel erg kinderachtig, maar ik ben als de dood voor onweer.' Ik probeerde mijn stem neutraal te houden, en ik faalde. Ze wilde dieper in me gaan, dieper graven in wie ik werkelijk was. Het maakte me een beetje ongemakkelijk, maar ik kon haar niet weerstaan. Ik kon geen nee zeggen.',
Ze knikte en legde haar hand op haar knie. 'Je noemde dat je eerste punt, ik neem aan dat er meer is?' Vroeg ze terwijl ze een pluk haar achter haar oor stopte. Haar ogen waren gedeeltelijk serieus, gedeeltelijk speels.
'Ja, er is veel meer. Ik hou niet van spinnen.'
Dat bracht een kleine glimlach op haar gezicht. 'Die hebben we gemeen, dus wie gaat in de toekomst de spinnen doden?' Ze bracht het opnieuw op haar onschuldige toon uit, een stem zo licht als de eerste zonnestralen van de lente.
'De man waar je heel veel van houdt.' Grapte ik, het ongemakkelijke gevoel begon langzaam weg te ebben. Ze gaf me de grootste glimlach die ik ooit gezien had maar besloot om niks te zeggen. Ik herkende de korte verandering in haar ogen. Jou, zei het. Ik wist het wel, het was me zeer duidelijk wat ze voelde, die gevoelens voelde ik zelf immers ook.
'Ga verder.' Vroeg ze toen het leek alsof ik in mijn gedachten was verzonken.
'Ik ben eigenlijk, als ik eerlijk ben, bang om mensen dichtbij me te laten. Om ze echt diep te vertrouwen.'
Haar ogen veranderden opnieuw, alsof die woorden, die waarheid haar pijn deed. Het was maar voor heel even maar een schuldig gevoel overmeesterde me. 'Ik ben niet meer bang om jou te vertrouwen.' Zei ik snel, dat was de waarheid, en die was er nu mooi uit. Dat was het eerste van alles wat ik eigenlijk wilde zeggen.
Ze slaakte een zucht. De toon: opluchting. 'Goed, dat kan ik begrijpen. Ik weet niet veel over jouw verleden, maar ik kan me denk ik inleven in hoe het voelde.'
Daar heb je het denk ik mis. Ik schudde mijn hoofd om de gedachte het zwijgen op te leggen.
'Is er nog iets?' Vroeg ze, opnieuw nieuwsgierig.
Ik sloot mijn ogen, wat ik wilde zeggen was tegelijkertijd ook wat ik totaal niet wilde zeggen. 'Vraag me eens iets?' Vroeg ik toen ik merkte dat mijn gedachten vastliepen.
Ze stond op en plofte naast me neer waarna ze haar voorhoofd tegen de mijne drukte. Ik haar lijf tegen het mijne voelen, opnieuw die hevige vlammenzee die mijn lijf deed schreeuwen naar koelte. Ik kon haar adem op mijn lippen voelen.
'Durf je me aan?' Vroeg ze met een toon die ik niet herkende in haar stem.
Ik sloot mijn ogen even. 'Ik ben bang voor je.' Fluisterde ik. Dat was nog een waarheid, maar dit keer hield het haar niet tegen. Ze drukte zachtjes een kus tegen mijn voorhoofd en stond weer op.
'Dat is een angst waar we aan kunnen werken.' Haar woorden gingen verloren in de kolkende zee van mijn gedachten, in mijn ademhaling die al zijn ritme verloren was.
Je kent me, veel te goed.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen