||Volturi Castle||



Het zat mij niet lekker, Gianna, de menselijke vrouw, een of andere vreemde bediende, loopt leugens over mij rond te strooien. Leugens, over dat ik haar zou hebben gebeten. Waarom zou ik een wild vreemde vrouw bijten?! Wie weet wat voor soort leugens ze nog niet meer de wereld in had geholpen. Een zucht rolde traag, teleurgesteld over mijn lippen.
Ik was ontzettend dankbaar dat de kasteelheer, de baas van Dimitri, mij heeft weggehaald bij die vreselijke doktoren.
Dat ik nooit of te nimmer meer terug hoefde naar het Laboratorium, inclusief de wezens die mij zo gemaakt hebben nooit of te nimmer meer hoefde te zien. Ze waren verdwenen, voorgoed. Zouden nooit meer terug komen, ik had het vele bloed geroken. Zelfs me gevoed van mijn arts, maar niet gedood. De blonde man heeft dat gedaan, op het moment dat Dimitri mij wegdroeg.
Opnieuw gleed er een zucht over mijn lippen.
De dag ging vandaag erg sloom voorbij, ik was redelijk moe maar slapen wilde ik niet.
Bang dat ik weer voor dagen out zou wezen, dat Dimitri mij na zoveel dagen en nachten eens een keer gewekt kreeg.
Ik zou wakker blijven, net zolang tot Dimitri terug zou komen. Daarna mocht de jongeheer willen, schaken, dammen, kaarten of een ander gelijk soort spel. Het was altijd afwachten in welke stemming de jongeheer Dimitri was, soms was hij wat aangebrand, knorrig of erg geheimzinnig. Kon ik de heer niet plaatsen en of ontrafelen. Wetende dat de volwassene zoals de jongeheer Dimitri was, hier de lakens en besluite nissen uitdeelde.
Deed je niet wat er je werd opgedragen werd je gestraft, en de straffen waren niet mild.
Een mevrouw die eerst nog de kamer van Dimitri schoonmaakte, heb ik heel erg luid horen gillen, schreeuwen tot het ineens doodstil was. Het gaf mij de rillingen, en boezemde een lichte angst op. Niet voor de mensen waarbij ik nu woonde, nee zei waren aardig, vriendelijk, bezorgd en leken mij wel te willen. Op de blonde man na, de man met de naam: Caius. Hij mag mij niet, vanaf het begin van onze ontmoeting al niet.
Ik vond het tot nu toe maar een griezelige man, waarvoor ik toch wel op mijn hoedde ben.
Het was niet zo dat ik gelijk niets meer vertrouwde, nee ik vertrouwde gewoon de blonde man niet als ik alleen met hem zou zijn. Wie weet wat hij zou doen als ik hem per ongeluk boos maak, of nog erger teleur stel.
Opnieuw gleed er een zucht over mijn lippen, een vermoeide, verveelde zucht.
Van Felix, Dimitri en Alec moest ik wachten tot ik het volgende boek mocht pakken om te leren. Ze wilde me eerst overhoren, zien wat ik ervan wist en vergeten was en dan het opnieuw tot mij inprenten. Het simpele leren was in dit geval niet te proberen. Nauwlettend werd er gekeken of je wel je taken verrichtte, zo was ik één keer te laat in de bibliotheek.
Marcus was niet boos maar hij vertelde me wel dat hij een afspraak die gemaakt is, erg waardeert dat je het nakomt.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen