Ik kijk even naar de modder die tegen mijn enkels klotst, maar dan dwaalt mijn blik terug naar Axel, die het niet eens lijkt te merken en door de modder rent alsof het een normaal veld is. Dit zijn de laatste drie dagen training die we nog hebben, en dan is de wedstrijd. Over minder dan een week raak ik Axel kwijt, maar ergens voelt het alsof hij al weg is. Hij kijkt niet naar me, hij praat niet met me, het is alsof ik niet meer besta. Zelfs nu hij nog maar enkele meters van me verwijderd is, lijkt hij aan de andere kant van de wereld te zijn. Hij is niet de jongen waar ik zo veel om geef. Dit is iemand die alles heeft opgegeven, inclusief mij, inclusief ons.

Cassi hoor ik nauwelijks, maar ik denk dat ze dat wel weet. Haar pogingen om me op te vrolijken gaan nu niet werken en dat weet ze heus wel, maar ze blijft het desondanks proberen. Zij haat deze hele situatie ook.

Het enige dat me nog rest is deze wedstrijd winnen en het niet nog verdrietige laten eindigen, maar zelfs de gedachte aan Paolo die op ons wacht, daar op het WK, maakt me niet zo enthousiast als het normaal zou doen. Natuurlijk, ik wil hem graag zien, heel graag zelfs, maar zonder Axel naar het WK klopt gewoon niet, het kan gewoon niet. Het team heeft de vlammenspits nodig en ik heb mijn vriendje nodig.

De bal komt mijn kant op en ik neem hem zonder na te denken. Er spat wat modder op mijn shirt, maar als ik om me heen kijk zie ik dat het bij de andere teamleden - die inmiddels ook het veld op zijn gekomen daadwerkelijk aan het spelen zijn in plaats van dat ze zielloos voor zich uit staren zoals ik - veel erger. Archer ziet er zelfs uit alsof hij gevallen is, wat me niet heel erg zou verbazen, en ook Jordan heeft de modder tot in zijn haar zitten. Ik zie ook Thor en Hurley onderuit gaan en vervolgens van top tot teen onder de modder overeind komen.

Als Cassi struikelt en Xavier per ongeluk in haar val mee trekt, moet ik onwillekeurig toch een beetje lachen, wat ik beter niet had kunnen doen, aangezien ze het opmerken, op me af rennen en me tackelen.

Heel erg vind ik het niet, aangezien het me uit mijn vicieuze cirkel van negatieve gedachten haalt en me mentaal terugbrengt naar de training.

De modder spat bij ieder schot alle kanten op, dus van echt trainen is niet echt sprake en op slagende supertechnieken hoeven we niet te rekenen, maar niemand voelt er veel voor om tegen de coach in te gaan - zelfs Jude is, dus hoop ik dat hij een idee heeft wat het nut hiervan zou kunnen zijn.

Wat me niet vrolijker maakt, is dat Tori en vooral Sue langs de zijlijn staan en commentaar leveren. Ik moet zo meteen maar kijken of ik die vervelende troela in de modder kan trekken. Héél zielig voor haar dat ze niet in de selectie zit. Als troost mag ze toch een beetje meedoen met de training - door een modderbad te nemen.

Ik glimlach flauwtjes en schiet de bal naar Austin, die op Marks doel af rent, achter Axel aan. Hij passt de bal naar hem en hij schiet, maar de kunsten van Mark komen er niet eens aan te pas en de bal vliegt over het doel heen.

Onmiddellijk wordt de sfeer op het veld grimmiger en ook mijn glimlach vervaagt weer. Iedereen voelt dat er iets mis is, de vlammenspits zou onder normale omstandigheden het doel niet missen. Het is aan hem om het team te vertellen wat er staat te gebeuren, maar hij maakt geen aanstalten dat te doen en ik heb zo het vermoeden dat hij ermee wil wachten tot na de finale. Aan de ene kant is dat logisch: Hij wil niet dat de anderen zich zorgen gaan maken om hem en om zijn probleem. Aan de andere kant hebben ze het recht om het op tijd te weten. Bovendien maken ze zich nu ook zorgen, ook al weten ze niet precies wat er mis is. Want dat er iets helemaal niet klopt, is overduidelijk.

Gelukkig is Mark er nog, in zelfs nu nog een stralend humeur en van top tot teen onder de modder vanwege de duikvluchten die hij gemaakt heeft om schoten te stoppen. Hij haalt de bal, gooit hem naar Jude en schreeuwt aanmoedigingen en complimenten naar iedereen, zoals alleen onze blije, gestoorde aanvoerder dat kan.

Na een tijdje zijn we erachter dat het beter gaat en we allemaal minder vies worden als we de bal hooghouden, zodat hij niet in de modder valt, maar nog steeds worden geen succesvolle supertechnieken gebruikt en missen bijna al Axels schoten, net als die van mij. Ook Cassi en zelfs Mark lijken er af en toe niet helemaal bij te zijn, maar dat maakt geen verschil voor onze deadline en drie dagen is het toch echt zo ver: de wedstrijddag. De laatste wedstrijd, mijn laatste dag met Axel.

Ik zwijg, de hele rit naar het stadion, terwijl Cassi tegen me praat over dat we gaan winnen en dat we Paolo weer gaan zien en Mark ratelt over dat het een geweldige wedstrijd gaat worden. Ja, het wordt een geweldige wedstrijd. Ik zou willen dat ik ervan zou kunnen genieten.

Met piepende remmen komt de bus tot stilstand, midden op de weg. Mark, die geen gordel om had, valt voorover en de managers -inclusief Willy- slaken een kreet.

Ik klik mijn eigen gordel los en loop door het gangpad naar voren. “Wat is er a-” Verder kom ik niet, als mijn stem blijft steken in mijn keel en mijn bloed bevriest als ik de gestalte van de motor door de voorruit zie. Ik kan de hand om mijn pols weer voelen en wankel verschrikt achteruit, met grote ogen en knikkende knieën.

“Fay! Oh...” Ik hoor Cassi’s stem sterft langzaam weg, maar hij lijkt van ver te komen, onbereikbaar ver.

Ik moet hier weg, naar de veilige armen van Axel, weg van de jongens die de herinneringen aan die ruzie op straat terughalen.

Een hand sluit zich om mijn pols, net als toen, en instinctief slaak ik een kreet en trek ik mijn arm in, voordat ik me realiseer dat de donkerbruine ogen voor me die van Axel zijn.

“Sorry,” zegt hij zacht en hij slaat zijn armen om me heen. “Het is oké. Hij is daarbuiten en jij bent hier bij mij.” Hij brengt me naar een lege stoel naast Jude. “Het komt goed, Fay.” Hij kijkt Jude indringend aan. “Die jongen greep haar laatst vast op straat, toen we bezig waren met die kwestie rondom Austin.” Jude knikt begripvol en Axel richt zich weer tot mij. “Geen zorgen, het komt goed.” Daarna draait hij zich om en loopt de bus door naar voren, waarna hij samen met Mark, Archer, Hurley en Thor uitstapt.

“Gaat het een beetje?” vraagt Jude. “Het zag er niet heel goed uit. Je verstijfde helemaal, je leek wel verlamd.”

Ik huiver. “Het gaat wel,” mompel ik. “Alleen geschrokken.” Ik wrijf over mijn pols en sluit mijn ogen. Ademen, Fay, rustig blijven. Er kan je niets gebeuren hier. Ze komen vast niet voor jou. Eerder voor Archer waarschijnlijk. Niets aan de hand, het komt wel goed. “We moeten weg hier,” mompel ik.

Jude knikt. “Als er nu een gevecht uitbreekt, kunnen we de finale wel vergeten, maar als we niets doen, komen we te laat en dan liggen we er ook uit. We moeten snel iets bedenken.”

Ik knik. “We moeten de finale spelen… en winnen.” Dat klopt, Axel moet deze wedstrijd spelen, voor het geval dat het echt zijn laatste is, wat we ook proberen. En we moeten winnen, we moeten naar Paolo en tegen de Italiaanse selectie spelen op het wereldtoernooi, en winnen. We moeten zoveel, en dat alles mag hier niet stoppen. Ik til lang zijn mijn hoofd een stukje op. “Cassi, ik…” Ik kijk de bus door op zoek naar mijn zus, maar zie haar nergens. Dan valt mijn blik door de voorruit en ik slik. Ze is mee naar buiten gegaan.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen