“Cassiane!” Mijn stem schalt door de bus terwijl mijn zusje me schuldbewust aankijkt. “Waar dacht je in hemelsnaam mee bezig te zijn? Kun je dan echt niet voor één keer gewoon nadenken voordat je iets doet? Jij stomme-" Verder kom ik niet, want ik voel de tranen in mijn ogen prikken en de spanning en woede valt in één keer van me af. Het volgende moment heb ik haar in een omhelzing getrokken. “Doe alsjeblieft voorzichtiger.”

“Sorry,” mompelt ze. “Ik was gewoon kwaad. Die gast… Hij… En jij…” Ze zucht. “Hij moest gewoon van mijn zus afblijven.”

“Cassi, dat was riskant,” hoor ik de stem van Jude achter me zeggen, waarop ik mijn zusje loslaat en me omdraai. “Als je hem had aangevallen, had je uit het team gelegen. Dat niet alleen, je was er waarschijnlijk niet heelhuids vanaf gekomen.”

“We moeten naar Paolo,” zeg ik zacht en ik kijk haar aan. “We zijn zo dichtbij nu. We kunnen geen risico's meer nemen. We moeten naar het WK.”

“Geen zorgen,” zegt Axel opeens. Hij legt een hand op mijn schouder en trekt me tegen zich aan. “Ik zorg ervoor dat jullie erheen kunnen.”

“Bedankt,” mompel ik met gemengde gevoelens. Natuurlijk het is fantastisch dat hij zo zijn best doet voor ons en voor het team, nog meer dan anders. Maar de motivatie erachter is gewoonweg verkeerd. Hij hoort niet alles te geven omdat dit zijn allerlaatste wedstrijd is. Hij hoort juist alles te geven zodat we samen naar het WK kunnen. Zodat we er zeker van kunnen zijn dat we nog veel meer samen kunnen voetballen. Zodat hij bij me kan blijven.

De bus komt tot stilstand en iedereen stapt snel de bus uit, waardoor we tegenover Camillia en een ongeduldige en chagrijnige coach komen te staan.

“Sorry voor de vertraging, coach,” verontschuldigt Mark zich namens het hele team.

De coach reageert er niet op en laat zijn strenge en chagrijnige blik over de groep glijden. “Goed, ik zie dat het team compleet is. We gaan.”

Vanuit de groep klinkt opgewonden instemmend gejuich en al snel zitten we allemaal te stretchen en op te warmen langs de rand van het veld.

Markt roept ons in een kring bij elkaar voor zijn gebruikelijke toespraak als onze aanvoerder. “Jongens, de finale gaat eindelijk beginnen. Als we naar het WK willen moeten we deze wedstrijd winnen.”

“Ja!”

“Jullie lijken in topvorm,” klinkt een bekende stem achter ons.

Het gejuich verstomd en ik draai me met een ruk om. Mijn ogen worden groot en niet alleen mijn verbazing, maar die van het hele team is duidelijk voelbaar.

“Jullie lijken in topvorm,” gaat de jongen verder. “Dat is mooi. Als jullie in topvorm zijn, maakt dat onze overwinning nog waardevoller.”

“Huh… Ben jij dat, Byron?” vraagt Mark.

Die conclusie hadden de meesten waarschijnlijk al getrokken, op basis van zijn stemgeluid en zijn nog altijd even lange, blonde haren, ook al lijkt het rode shirt dat hij aan heeft in niets op zijn tenue van Zeus of Raimon.

Dit verandert de hele wedstrijd. Byron is een vorige vijand, maar net zo goed een vorige vriend. De tijd van Alius en de wedstrijden  tegen Diamond Dust en Chaos lijken schaduwen uit een ver verleden en de tijden van Zeus zijn helemaal verloren gegaan in de herinneringen. En vaag herinner ik me hoe hij ons halve team naar de zijlijn trapte, maar ook hoe hij Cassi hielp toen ze net terug was van Alius. Maar de Byron die hier voor ons staat is helemaal anders. Het is niet de Byron die drugs gebruikte om te kunnen winnen, noch de jongen die zichzelf kapot maakt om zich te kunnen bewijzen. Voor ons staat een jongen die gekomen is omdat hij van het spel houdt.

De twee jongens die achter hem vandaan stappen, maken nog veel meer verbazing los in de groep, maar in mijn geval ook nog eens een hoop woede die ik de afgelopen maanden gekoesterd heb. Naast me voel ik Cassi verstijven, terwijl ikzelf juist al mijn zelfbeheersing nodig heb om de jongens niet aan te vliegen.

“Eindelijk zien we elkaar weer,” klinkt de nog altijd even kille stem van Bryce.

“Dat is goed. Als jullie een wisten hoe we ons verveeld hebben met onze vorige tegenstanders…” vult Claude hem aan.

Ik kijk hem heel nijdig aan en ga met een overduidelijke blik des doods voor Cassi staan.

“Het zijn Torch en Gazelle…” mompelt Xavier, zijn oude schoolgenoten bij hun speciale bijnamen noemend.

Ja, het zijn aliens. Aliens die mijn zusje ontvoerd hebben en specifieker gezegd is een van hen de alien die een relatie met haar had. Cassi kennende voelt ze zich nog schuldig omdat ze het heeft uitgemaakt ook. Hij verdient haar niet, nog niet eens een beetje. Mijn zusje kan veel beter krijgen dan een kille, gemene gast die maandenlang vernietiging als zijn favoriete hobby had.

“Wat doen zij in dat team?” stelt Jordan de vraag waarop we allemaal het antwoord wel zouden willen weten.

Naast me staat ook Izzy met een mengeling van schok en ongeloof naar de jongens te kijken. “Wat…” stamelt ze. “Maar…”

“Ik stel je voor aan Claude Beacons, Bryce Withingale, en alle andere spelers die bij mijn team horen,” gaat Byron onverstoorbaar verder. Hij praat niet tegen het hele team, hij richt zich rechtstreeks tot Mark.

“Ja, maar, eh…” Mark kijkt hem versuft aan. “Wil je zeggen dat-”

“Inderdaad. Wij zijn het team van Korea. Wij zijn de Fire Dragons.”

“Jamaar… Hoe kunnen jullie nou in dat team zitten?” De verwarring druipt van Marks gezicht af.

“Ik begrijpt dat het vreemd overkomt. Ik ben geselecteerd omdat Korea mijn vaderland is,” legt Byron uit.

“Je vaderland?”

“Bryce en ik hebben geen seconde getwijfeld toen Byron ons vroeg om bij zijn team te komen,” verklaart Claude met een zweem van trots in zijn stem.

“Ja, omdat we graag nog een wedstrijd tegen jullie wilden spelen,” vult Bryce hem aan, net als in de tijden van team Chaos.

“Denk niet dat wij nog hetzelfde niveau hebben als vroeger. We hebben heel hard gewerkt om met jullie te kunnen concurreren.” Even werpt Byron een blik op een lange jongen uit zijn team, die de aanvoerdersband om zijn arm heeft. “En bovendien hebben we nu Changsu Choi aan onze kant.”

“Hallo, Inazuma Japan, mijn naam is Changsu Choi,” stelt de aanvoerder van de Fire Dragons  zichzelf nog een keer goed voor. “Ik hoop dat we samen een mooie wedstrijd spelen.” Hij draait zich om en loopt weg, maar staat plotseling stil. “Maar let op, hè… Er is een draak op het veld.”

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen