Foto bij H.93.

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
‘Het komt wel goed.’ vertelt hij me dan.
Ik maak me los uit zijn armen en veeg de tranen van mijn gezicht.
‘Evan, begrijp het dan!’ stoot ik uit - hard, maar niet boos, eerder verloren,’ Ik ben geen gebroken vaas die je gewoon weer aan elkaar kan lijmen en dat alles dan weer gewoon... gewoon góéd is. Zo werkt het niet! Zo werkt het gewoon niet.’
Zacht trillend kijk ik hem aan en hij wendt zijn blik af.
‘Het spijt me.’ mompelt hij.
‘Het is niet jouw schuld.’
Dan kijkt hij op, zijn donkerbruine ogen gefrustreerd.
‘Van wie dan wel?’
Even ben ik stil.
‘Weet ik niet.’

Die nacht drijf ik al vrij snel weg, maar ik slaap heel licht, ben me er uiterst van bewust dat ik van het zachtste geluid wakker zal worden, ondanks de slaappillen.
Voor het eerst in tijden komt dat goed uit, want rond drie uur in de nacht word ik wakker van iets waar ik het mezelf nooit van zou hebben vergeven als ik er doorheen zou hebben geslapen.
Het gedempte geluid komt van Evans kamer.
Stilletjes sta ik op, loop zo geruisloos mogelijk naar de deur.
Voor een moment valt het me op hoe veel kouder de gang is dan de slaapkamers, maar aangezien het niet eens een klein beetje relevant is, weg van dat het me een gevoel geeft dat al mijn zintuigen aanscherpt, besluit ik het te negeren.
Als ik de deur open en Evan zie, kijkt hij op.
Hij zit op de rand van het bed, zwaar ademend, zachtjes bevend.
Zijn gezicht is rood en vlekkerig, zijn ogen vochtig.
Nachtmerrie. schiet er door mijn hoofd.
Zowel uit ervaring als door het bij Ammay gezien te hebben herken ik het in een fractie van een seconde.
‘Gaat het?’ vraag ik zachtjes, mijn stem een beetje hees van het slapen.
Hij slikt even.
‘Nee,’ antwoordt hij dan schor en hij klinkt net zo gebroken als ik elke keer klink wanneer ik, gejaagd door herinneringen, wakkerschrik. ‘Nee.’
Zijn reactie zorgt voor een knoop in mijn maag en een halve seconde van bevriezen.
Nog nooit heb ik Evan toe horen geven dat het slecht met hem ging.
Ik loop zacht naar zijn bed en zodra ik binnen bereik ben, pakt hij mijn handen vast en begeleidt me naar hem toe, alsof hij bang is dat ik verdwijn, of langs hem heen loop.
Ik kom vlak naast hem zitten en net wanneer ik mijn armen om hem heen wil slaan, doet hij dat al bij mij.
Hij drukt me tegen zich aan alsof ik het medicijn ben tegen zijn ongeneeslijke ziekte.
Hij voelt warm aan, maar niet op de veilige, vertrouwde manier die ik ken.
Dit is een klam, paniekerig, koortsachtig soort warm.
Te warm.
Hij trekt me zo ver tegen zichzelf aan dat ik praktisch op zijn schoot zit en ik dein mee op zijn zware, haast moeizame ademhaling, voel zijn hijgende adem op mijn huid waar hij zijn gezicht in mijn hals gelegd heeft.
Ondanks dat ik het al eerder gedaan heb, vraag ik opnieuw of hij oké is.
‘Nee’, is opnieuw zijn reactie,’ Maar het gaat beter nu jij er bent.’
Ik slik en ben even stil, kijk over zijn schouder naar de donkere muur terwijl mijn vingertoppen zachtjes over zijn nek en haargrens aaien, teken figuurtjes op de huid.
‘Waar ging je nachtmerrie over?’ informeer ik, net iets specifieker dan nodig, zodat ik weet dat als hij me niet verbetert, mijn conclusie de juiste was.
‘Ik raakte je kwijt.’ is zijn enige antwoord, alsof hij er niet te veel over wilt vertellen.
‘Het is oké. Ik ben er nu. Ik ben bij je.’ zeg ik en blijf het een tijdje herhalen.
Langzaam maar zeker wordt hij rustiger en als zijn hartslag minder tegen zijn borstkas hamert, begin ik voorzichtig kusjes op zijn slaap en voorhoofd te drukken, waardoor hij nog verder kalmeert.
Toch blijft er een koortsachtige nervositeit achter die zich in elke vezel van zijn lijf heeft genesteld.
‘Hoe laat is het?’ vraagt hij dan en zijn stem klinkt nog schorder dan eerst.
Ik werp een korte blik op de alarmklok.
‘Iets over half vier. Drie minuten, om precies te zijn.’ antwoord ik.
Dat doe ik wel vaker; besluit eerst een wat halfslachtig, afgerond antwoord te geven, om dan toch toe te geven aan die drang om de specifieke tijd te noemen.
‘Wil je dat ik hier blijf slapen?’ vraag ik dan en ondanks dat ik het vraag alsof ik er volledig onverschillig naar kijk, vind ik het geen prettig idee om hem alleen te laten als hij er zo aan toe is.
‘Ik... ik wil je niet dwingen om... het is echt niet dat...’ sputtert hij vaag.
‘Ik kan wel blijven, hoor.’ maak ik het iets makkelijker voor hem.
‘Dankjewel.’ murmelt hij.
Hij houdt mij nog steeds stevig in zijn armen, als een kooi om me in leven te houden.
Als hij uiteindelijk gaat liggen, laat ik me gewoon meeglijden, help hem wat met de lakens.
Een paar minuten liggen we daar gewoon in stilte, zijn borstkas tegen mijn rug aan, zo dichtbij dat ik het ritme van zijn hart kan voelen.
Ik voel zijn gezicht bijna angstvallig in mijn haar en nek geduwd, zijn armen stevig om mijn middel geklemd.
Ik voel dat hij heel zacht huilt.
Plotseling verzwakt zijn grip in een fractie van een seconde, komt hij een klein stukje overeind.
‘Oh my God, Gioa. Het spijt me. Ik had niet aan je ribben gedacht.’ ratelt hij een reeks verontschuldigingen, verwijzend naar mijn kneuzingen.
‘Maak je geen zorgen. Het doet echt geen pijn. Ik red me echt wel.’ lieg ik en hij is verward genoeg om het te geloven, al is zijn omhelzing lang niet meer zo wanhopig als eerst en probeert hij me te ontlasten.
Het doet pijn, maar het kan me niet schelen.
Ik kalmeer pas als ik zijn spieren voel ontspannen en ik zeker weet dat hij slaapt.
De rest van de nacht kan ik zelf de slaap nauwelijks vatten, al ga ik dat niet toegeven als hij er morgen naar zal vragen.
Wanneer ik hem na een tijdje ineens onrustig voel worden in zijn slaap, laat ik zacht mijn handen over zijn armen glijden, voor zover ik dat kan.
Ik blijf het doen totdat hij weer ontspant en dat is het moment waarop ik ineens snap dat hij mij elke keer dat ik me rot voelde beloofde dat het wel goed zou komen: niet omdat hij denkt dat ík het nodig had om te horen, maar omdat híj het op dat moment nodig had om dat te geloven.

Reacties (2)

  • GossipGirl21

    Mooi geschreven.

    2 jaar geleden
  • Luckey

    Evan is gewoon een schatje

    2 jaar geleden
    • BethGoes

      Eens met Luckey

      2 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen