“Axel,” doe ik nog een hopeloze poging om tot mijn vriendje door te dringen. “Hé, Axel.”

Hij reageert niet, maar staart afwezig het publiek in. Ik volg zijn blik, en zie dat die uitkomt bij Julia en een lege stoel. Ik weet meteen voor wie die stoel bedoeld is en ik voel me onmiddellijk nog veel minder goed.

Ik leg mijn hand op Axels schouder. “Hij is niet gekomen, hè?”

Hij kijkt langzaam mijn kant op en schudt zijn hoofd, terwijl hij me met gefrustreerde en droevige ogen aankijkt. “Ik weet niet wat ik verwacht had. Hij komt nooit, ik kan me de laatste keer dat hij naar een van mijn wedstrijden is gekomen niet eens meer herinneren. Deze wedstrijd is voor hen echt geen uitzondering. Waarschijnlijk is hij blij als het over is.”

Ik trek hem tegen me aan. “Als het ook maar een kleine troost is… Voor mij betekend deze wedstrijd wel heel erg veel. En niet alleen omdat het onze kans is om naar het WK te gaan of om Paolo weer te zien. Dit is belangrijk voor me omdat dit mijn laatste wedstrijd met jou is en omdat ik je ga missen en omdat ik niet goed weet wat ik moet doen als jij straks aan de andere kant van de wereld zit en…” Mijn stem, die al trilde, breekt en ik voel de tranen in mijn ogen opwellen.

“Stil maar,” sust hij en hij veegt een traan van mijn wang. “Ik geef ons echt niet zomaar op. Ik laat je niet gaan. Weet je wat, Fay? Ik ga zometeen scoren, voor jou. Deze keer gaat het lukken. Beloofd.”

Ik schud kleintjes mijn hoofd. “Jij hoeft niet het hele team te dragen. We doen het allemaal samen, oké? Het hele team. Jij gaat niet winnen. Wij gaan winnen. Kun je me dat beloven? Dat we het samen doen?”

Hij kijkt me even in mijn ogen en kan de emoties in de zijne aflezen. Maar dan schenkt hij me een waterige glimlach en knikt. “Dat beloof ik.” Hij trekt me stevig in zijn armen, alsof hij me nooit meer los gaat laten en dat is precies wat ik wil. Blijf bij me, Axel.

Hij laat me echter toch los, als iemand achter hem een beetje ongemakkelijk kucht. “Ehm, Axel? Mag ik Fay heel eventjes van je lenen?”

Ik kijk op en zie Nathan, die onmiddellijk een stapje achteruit deinst als onze blikken kruisen. Ik wil net een stroom verwensingen over hem uitstorten, maar Axel knijpt sussend in mijn hand en kijkt de jongen dan aan. “Zolang je niets doet dat haar kwaad of van slag maakt,” antwoordt hij en dan richt  hij zich tot mij, mijn nu al boze en verontwaardigde blik - heb ik ook nog een keuze in deze situatie? - beantwoordend. “Fay, probeer met hem te praten. Heel even alles wat er gebeurd is laten gaan. Als een team, zei je toch? Daar maken jullie allebei deel van uit, dus jullie zijn allebei nodig en dus kun je hem niet blijven haten. Voor de overwinning, Fay. Kijk maar eens naar Jude: iedereen weet dat hij Caleb echt niet uit kan staan, met reden, maar hij doet zijn uiterste best om redelijk te blijven. Kun jij dat ook proberen? Praten is een goede eerste stap, Fay. Je hoeft hem nog niet te vergeven als je daar nog niet klaar voor bent, maar je kunt in ieder geval proberen hem te begrijpen.”

Ik wil iets zeggen, maar ik heb niets, niets dat hier tegenin kan brengen. Dus ik zucht en knik, al is het met wat tegenzin. “Ik zal mijn best doen.”

“Meer vraag ik ook niet van je.” Hij glimlacht en geeft me een kus op mijn voorhoofd. Hij lijkt zich in ieder geval iets beter te voelen, en ik ook, ook al zit deze conversatie met Nathan me best wel dwars.

“Dus, wat wilde je zeggen, Nathan?” vraag ik hem, met opgetrokken wenkbrouw.

“Ik, eh…” Hij werpt een nerveuze blik op de rest van het team. “Kan het ergens anders? Het is best wel… persoonlijk.”

Ik zucht nogmaals. “Prima. Het maakt niet echt uit, of wel?”

“Bedankt,” mompelt hij, duidelijk opgelucht, en hij gaat me voor, de gangen van het stadion in. Na een tijdje staat hij stil. “Het gaat over… Nou ja, ik denk dat je het best weet. Sinds dat ene gevecht, toen met de Dark Emperors, je hebt me niet vergeven en-"

“Natuurlijk niet,” val ik hem in de reden. Het kost me ontzettend veel moeite om niet tegen hem te gaan schreeuwen. “Heb jij enig idee wat voor effect jouw woorden op Cassi gehad hebben? Ze voelde zich zó schuldig, Nathan. Opeens sta je in een gloednieuw team op ons te wachten, onder het effect van de Aliusrots nog wel, en begin je mijn zusje daar de schuld van te geven. Wij dachten dat je onze vriend was. Maar vrienden gaan elkaar niet zo'n schuldgevoel aanpraten.”

“Ik weet het, alles wat er gebeurd is…” Zijn blik dwaalt naar de grond, maar dan kijkt hij me opeens weer recht aan en verheft hij zijn stem. “Vrienden vergeven elkaar.”

“Is het ooit in je opgekomen dat we geen vrienden zijn?” Ik bal mijn vuist en kijk hem nijdig aan.

Hij zet een stapje achteruit. “Ik… Nee! Fay, ik-  Het spijt me, oké? Sorry. Sorry dat ik al die dingen gedaan en gezegd heb. Ik zat fout, dat weet ik. Het was ontzettend laag, ook dat weet ik. Cassi verdiende mijn beschuldigingen niet. Het is… Het is waar dat ik naar Alius ging om haar te zoeken - Jij weet hoe dat is, toch? Maar alles wat er daarna gebeurde… Dat was mijn eigen schuld. Het waren mijn fouten. En het spijt me heel erg. Ik wil echt niet dat je boos op me bent. Op dat moment wilde ik jullie hele team kwetsen, maar meteen daarna… Ik voel me schuldig over wat ik heb gedaan.”

Ik voel de woede, die ik net wilde gebruiken om een kwade opmerking te maken, van me afglijden en ik zucht diep. “Dankjewel voor de excuses, maar had je dat niet wat eerder kunnen zeggen? Of het op zijn minst aan Cassi kunnen vertellen? Nu lopen jullie allebei met een schuldgevoel rond en dat lost sowieso niets op.”

Hij slaat zijn ogen neer. “Ik weet niet goed hoe ik haar onder ogen moet komen. Vrijwel meteen na dat incident begon ze zich weer normaal tegen me te gedragen, alsof het nooit gebeurd was en we nog altijd even goede vrienden waren. Het moest haast wel door haar schuldgevoel komen. Alsof ze dacht dat zij het recht moest zetten en me moest helpen, omdat ik haar had wijsgemaakt dat het allemaal haar fout was.”

“Op zoiets kan ik niet namens haar antwoorden. Je zult het haar zelf moeten gaan vragen en haar dan meteen vertellen wat je mij net verteld hebt.” Ik zucht nogmaals erg diep. “Maar niet nu. Laat haar deze wedstrijd spelen zonder nog iets aan haar hoofd te hebben. Ze heeft het al wel lastig zat, met… Nou ja, Claude.” Ik bijt even op mijn lip en kijk Nathan dan weer aan. “Oh, en als ik eerlijk ben… Ik denk niet dat ze je zo behandelde uit schuldgevoel. Niet alleen maar, in ieder geval. Ik kan natuurlijk niet voor haar spreken, maar ik denk dat ze je gewoon graag mag.”

Hij knikt langzaam en het is een moment stil, terwijl we allebei het gesprek laten bezinken. “Fay? Kun je me alsjeblieft vergeven?” vraagt hij dan.

Ik sla mijn ogen neer terwijl ik aan zijn woorden denk, en aan die van Axel. Dan schud ik kleintjes mijn hoofd. “Vergeven nog niet,” antwoord ik dan. “Niet zolang je nog niet met Cassi hierover hebt gepraat. Maar ik denk dat ik je nu wel beter begrijp.”

Hij zwijgt een poosje en knikt dan. “Dat begrijp ik. Dankjewel.”

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen