‘Nou, wat was nu je nieuwe gestoorde idee?’ Ze hadden die ochtend samen hun roes uitgeslapen van de vorige avond, maar het begon nu echt tijd te worden dat ze echt wakker werden en dingen gingen doen, ondanks de kater.
Alexander rekte zich uitgebreid uit voor hij zich weer tegen Hephaistion aan nestelde.
‘Ik wil er nu niet over nadenken,’ mopperde hij en verborg zijn hoofd tussen de dekens en Hephaistions lichaam in. ‘Ik kan niet denken met deze hoofdpijn,’ klonk het gedempt, wat Hephaistion deed lachen. Alexander voelde zijn lichaam tegen zichzelf aan trillen en genoot hiervan, al was dit maar voor korte duur. Het trillen verergerde zijn hoofdpijn en hij vervloekte zichzelf omdat hij gister zo ver was gegaan. Hij had een nogal hoge alcoholgrens en hij kreeg minder gauw last van een kater dan de gemiddelde persoon. Maar toch was deze wel heel erg.
‘Hephaistion, hou me de volgende keer alsjeblieft tegen als ik dreig weer zoveel te drinken.’ Dit deed Hephaistion slechts grinniken, gezien zijn kater een stuk minder erg was. Hij had op een gegeven moment doorgehad dat hij maar beter kon stoppen wilde hij de volgende dag niet volledig waardeloos zijn.
‘Ik wil het wel proberen, maar ik ben bang dat het me niet zal lukken. Je bent namelijk nogal moeilijk over te halen of te stoppen. Al helemaal als je veel alcohol op hebt. Je zal toch echt zelf moeten leren je grenzen te trekken en je hieraan te houden.’ Alexander kreunde luid en verstopte zichzelf weer extra onder de dekens en Hephaistion.
‘Ik haat alcohol!’ En Alexander hield ervan. Hij had er een haat-liefde relatie mee die hij maar niet kon stoppen. Hij haatte zichzelf erom. De Ontwakening had het alleen nog maar erger gemaakt. De katers na een avond flink zuipen waren nu echt verschrikkelijk. Zo erg dat Alexander zelfs overwoog om te stoppen met drinken. Maar hij zou nog een hoop tijd en nare ervaringen nodig hebben, voordat hij zichzelf daartoe echt kon zetten.
‘En toch houd je ervan,’ zei Hephaistion nog, de spijker op zijn kop slaand.
‘Hou op.’ Het was Hephaistion duidelijk dat hij nog een tijdje zou moeten wachten tot Alexander weer volledig aanspreekbaar was. Hij legde een arm onder zijn hoofd en de ander sloeg hij om Alexander heen, waarna hij uiteindelijk in een betrekkelijk comfortabele positie lag. Alexander wisselde op een gegeven moment ook van positie en kroop tegen Hephaistion aan. Zo lagen ze nog een lange tijd samen. Alexander sukkelde zelfs op een gegeven moment weer in slaap. Maar hij vond dit niet erg. Hij had een dag rust ingelast vanwege het feest van de vorige avond en hij had geen verplichtingen vandaag. De route stond al vast, de bijbehorende plannen al gemaakt. Het enige wat hij vandaag van zichzelf moest doen, was zijn idee met Hephaistion bespreken en het perfectioneren.
‘Hephaistion, wat vind je van het idee om een massabruiloft te houden?’ Hephaistion was ook een beetje ingedommeld en schrok wakker van Alexanders vraag. Deels omdat het zo plots was, deels om de inhoud.
‘Waarom wil je dat nu weer doen?’ vroeg hij toen hij van de schrik bekomen was.
‘Ik ben steeds maar op zoek naar manieren om de volkeren te verbinden. Ik ben nu ook koning van Perzië en ik wil dat mijn Macedonische mannen zich ook verbonden gaan voelen met dat deel van mijn rijk. Ik hoop dit voor elkaar te krijgen door een groot deel van de top van het leger te laten trouwen met Perzische vrouwen. En weet je wat het allerbeste deel van dit plan is? Wij zullen twee zussen trouwen, Stateira en Drypetis. Dit zal ons familie maken Hephaistion! Wat we nu hebben zal nooit iets officieels kunnen worden, maar familie kunnen we wel worden! Onze zoons zullen neven van elkaar zijn!’ Hephaistions ogen werden groot van verbazing.
‘Wacht even Alexander, je wilt wat? Je wilt nog een vrouw trouwen en mij trouwen met haar zus? Waarom? Ik heb helemaal geen behoefte aan een vrouw! Ik heb meer dan genoeg aan jou. Ik wil niemand anders!’
‘Hephaistion, even rustig en laat me het uitleggen. Het is allemaal politiek gezien. Ik wil meer eenheid tussen de Macedoniërs en de Perzen en het allerliefst zie ik een gemengd volk. Die eenheid heb ik nodig in mijn rijk. Maar daarbij moet ik wel het goede voorbeeld geven. Moeten wij het goede voorbeeld geven. Je hoeft niet van haar te houden mijn lieve Hephaistion, het enige wat ik van je vraag is om haar te trouwen en een zoon bij haar te verwekken. Want geef toe, nageslacht heb je nodig.’ Hephaistion was even stil na zijn woorden en Alexander vermoedde dat hij tijd nodig had om het te laten bezinken.
‘Ja, oké, ik snap je redenatie. Maar alsnog, ik hoef geen vrouw! Ik heb daar gewoon totaal geen interesse in. Ik hoef niet perse kinderen.’
‘Waarom zou je geen kinderen willen? Wil je dan dat je naam vergeten wordt, omdat er op een gegeven moment niemand meer is die je herinnert? Geen nakomelingen die jouw naam herdenken?’
‘Alexander, ik heb jouw verlangen om herinnerd te willen worden niet. Ik ben blij met de rol die ik nu vervul. En daar heb ik geen kinderen voor nodig.’
‘Toch zou ik maar al te graag zien dat je op zijn minst een zoon krijgt. Hij zal nodig zijn voor de voortbestaan van dit rijk! Ik wil dat mijn zoon later een beste vriend heeft, een trouwe adviseur, zoals jij dat voor mij bent. Niemand is daar beter geschikt voor dan jouw eigen zoon.’
‘Waarom heb jij nu altijd zulke grootse toekomstplannen,’ verzuchtte Hephaistion. ‘Geef me alsjeblieft tijd om hierover na te denken.’
Alexander knikte en gaf Hephaistion toen een kus.
‘Dank je dat je er in ieder geval over na wilt denken. Het zou echt heel veel voor me betekenen als je dit zou doen.’
‘Jij manipulatief stuk stront,’ mopperde Hephaistion en draaide zich om. Alexander was het daar echter niet mee eens en gaf Hephaistion een mep met een kussen.
‘Neem dat terug!’ riep hij en gaf Hephaistion nog een mep voor hij weg kon kruipen. Alexander wist wel dat Hephaistion hem slechts aan het plagen was, hoewel wat ruw. Toch had hij zin om er een groter drama van te gaan maken dan het was, gewoon omdat dat grappig was. En om Hephaistion terug te pakken.
Helaas voor Alexander was Hephaistion nu in een bui die tussen chagrijnig en speels in zat. Gauw had Hephaistion ook een kussen te pakken en begon hij daarmee op Alexander in te meppen.
‘Hé, dat is niet de bedoeling!’ wierp Alexander nog tegen, maar Hephaistion grijnsde slechts en Alexanders zicht daarop verdween ten gevolge van een kussen dat vol in zijn gezicht terecht kwam.
‘Genade!’ riep Alexander op een gegeven moment. Het kussengevecht eindigde in een hoop rondvliegende veren en lege kussens. De mannen lachten samen om hun idiote gedrag.
‘Hephaistion, je bent verschrikkelijk,’ zei Alexander, nog nahijgend van hun kussengevecht.
‘Ik wilde net mijn woorden gaan terugnemen, maar nu je dit hebt gezegd doe ik het toch maar niet.’ Hephaistion grijnsde en gaf Alexander nog een zachte por na om vervolgens het bed te verlaten.
‘Maar nu is het toch echt tijd om op de staan en onze gezichten in het kamp te laten zien. We kunnen niet de hele dag in jouw tent blijven niksen.’ Alexander trok een beteuterd gezicht en liet zich languit op het bed vallen.
‘Ik wil niet!’ klaagde hij. Hoewel hij heel lang uit had kunnen slapen, bleef de kater hangen. Het kussengevecht was een leuke afleiding geweest, maar de hoofdpijn kwam des te harder weer terug.
‘Je moet wel. En als je binnen een minuut niet op je benen staat, kom ik daar eigenhandig voor zorgen.’ Hephaistion klonk dreigend, maar de grijns bleef op zijn gezicht.
‘Jaja, ik kom al!’

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen