Dit werkt niet. Het lukt niet zo. De keeper van de Fire Dragons gooit de bal weer in en het spel gaat verder, maar wij hoeven niets te doen. Caleb speelt dit hele spel wel gewoon in zijn eentje. Hij blijft de verdediger maar dekken en weet uiteindelijk de bal af te pakken. Op zich een hele goede actie, alleen verpest Caleb het door weer in zijn eentje naar voren te rennen.

Nathan rent achter hem aan, duidelijk kwaad. Net zoals iedereen. "Pass de bal, Caleb.” De jongen rent gewoon door. “Caleb!"

"Als je die bal zo graag wilt, dan probeer je hem toch lekker af te pakken?" vraagt hij treiterend. Nathan werpt hem een kwade blik toe, maar Caleb negeert hem en schiet recht in de handen van de keeper. Alweer.

Ik kijk even naar de zijlijn en al mijn vermoedens worden bevestigd door de strakke blik van Percy en Mark geconcentreerde blik naar het veld. Een bezorgde frons ligt op zijn gezicht. Op deze manier gaan we niet winnen, dat is meer dan duidelijk. Verdorie, we kunnen niet verliezen. Niet de laatste wedstrijd voor het FFI, niet de laatste wedstrijd voordat we Paolo zien, niet juiste de wedstrijd tegen Claude en Bryce. We mogen niet verliezen.

De keeper van de Fire Dragons gooit de bal weer in, maar Caleb pakt hem af. Hij is echt een goede speler. Als hij niet zo’n eikel was geweest dan was hij zeker een goede toevoeging voor het team. De Fire Dragons beginnen om Caleb heen te draaien, de Perfecte Zone Druk is terug.

"Caleb! Denk aan onze training in de modder!” roept Nathan hem toe. “Je moet de bal over hun hoofd schieten."

"Hou je mond, Swift!" gromt Caleb enkel terug. Hij negeert Nathan, en raakt daardoor bijna de bal kwijt. "Verdorie!"

Changsu Choi grijnst. Ook hij weet dat ze op deze manier zullen winnen. "Niemand kan in zijn eentje uit de Perfecte Zone Druk komen." Weer wordt er uitgehaald en dit keer wordt de bal van Caleb afgepakt. De bal wordt naar Bryce gepasst, maar Nathan grijpt in. Met een sliding weet hij de bal voor Bryce zijn voeten vandaan te trappen, over de zijlijn. Het eerste gevaar is geweken, maar het probleem is er nog steeds. En hij zit in ons team.

"Zo is het wel genoeg, Caleb,” zegt Nathan. Hij is duidelijk kwaad. “Speel de bal af. Je moet met ons samenwerken."

Ik val hem kwaad bij. “Inderdaad, wat is jouw probleem, Stonewall?” grom ik in zijn gezicht. “We zijn een team, weet je nog? Dat betekent dat we sámen spelen. Ik weet niet wat jij wil, maar ik wil deze wedstrijd wel winnen en dat ga ik niet laten verpesten door jouw stomme, egoïstische gedrag. Speel die bal gewoon, je hebt zoveel kansen!”

"Hé, jullie geven mij geen bevelen,” zegt Caleb arrogant. Hij grijnst vals em legt niets uit. Geen verklaring, geen verantwoording, een excuses. Ik had het kunnen weten, maar toch had ik de valse hoop dat hij zou luisteren en dat we nu als team kunnen spelen. “Als ik zin heb om te passen zal ik het doen."

"Doe maar wat je wilt,” zegt Nathan nijdig, maar ik ben niet van plan het zo maar te laten gaan.

“Verdorie, Caleb, ik haat dit, maar we hebben je nodig om dit te winnen. Jij bent ook deel van dit team, toch? Wil jij dan niet winnen? Het interesseert me niets dat je ons haat of dat samenspelen niet bij dat arrogante imago van je past. Je moet die bal overspelen. Doe niet zo stom en speel die ba-"

Nathan legt zijn hand op mijn schouder en onderbreekt mijn tirade. “Cassi, iedereen staart naar je, behalve Caleb, dus ik denk niet echt dat dit het gewenste effect heeft.” Als ik rood word en een kwade blik op Caleb werp, grijnst Nathan. “Kom op, laat hem maar. Zo gemakkelijk als dit laten wij ons niet inmaken.”

Ik zucht en knik instemmend. “Als het nodig is dan pakken we die bal gewoon wel van hem af,” zeg ik nukkig. Ik richt me tot Xavier. “We moeten scoren, Xavier! We moeten onze supertechniek gebruiken, als het deze wedstrijd niet lukt dan lukt het misschien wel helemaal niet meer!” Want als we verliezen dan liggen we uit de wedstrijd. Geen kwalificatierondes om het goed te maken, geen mogelijkheid meer tot het FFI. We moeten dit winnen.

Xavier kijkt even verschrikt op en knikt dan vlug. “Ja!” zegt hij, iets te laat. Hij zat met zijn gedachten duidelijk ergens anders - net zoals de meesten nu. Iedereen ziet het doemscenario van verliezen al voor zich. Ik glimlach even en hij wordt rood.

Izzy en Fay schieten ondanks alles in de lach en ik kijk ze verbaasd aan. “Wat hebben jullie tweeën de laatste tijd toch?” verzucht ik. “Jullie doen zo vaag.”

“Vaag?” herhaalt Isabelle onschuldig. “Het is juist overduidelijk,” zegt ze, terwijl ze breeduit glimlacht. Dat levert haar een por in haar zij op van Fay, maar ook zij glimlacht veelzeggend.

“Jullie zijn verschrikkelijk vaag,” klaag ik, terwijl ik weer naar mijn positie loop. Een speler van de Fire Dragons gooit de bal weer in, maar Caleb weet hem meteen te onderscheppen. Hij rent weer naar voren, in zijn eentje, zoals iedere keer. Hij is ingesloten. Twee middenvelders voor hem, drie aanvallers achter hem.

“Je teamgenoten haten je, maar wij hebben veel waardering voor je,” zegt Claude honend. Hij grijnst.

“Oh ja?” vraagt Caleb, niet onder de indruk. “Omdat ik zo sterk ben, is dat het?”

“Hè, wat? zegt Claude verbaasd. Hij fronst, maar voordat hij kan protesteren, gaat Caleb alweer verder.

“Ik heb wel genoeg met jullie gespeeld,” zegt hij grijnzend. “Het is over.” En dan doet hij juist datgene wat ik niet verwacht had. Hij passt de bal. Eindelijk.

“Een pass?” zegt Changsu verbaasd, en hij is niet de enige die verbaasd is. Misschien kunnen we het spel nu eindelijk draaien, misschien kunnen we eindelijk winnen. Ik wil bijna gaan juichen van opluchting, maar dan mist de pass. Caleb passt veel te hard. Te vroeg gejuicht.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen