Foto bij [71] Red Dawn

Pov. Damon Salvaore
Hoewel Zero onder het bloed zat leek hij niet dodelijk gewond te zijn. Natuurlijk had hij weer de broze botten in zijn arm gebroken maar hij hield zich staande aan Ichiru die oplettend rond keek. ‘Achter deze deur hebben de kinderen zich verstopt die de aanval overleefd hebben. De overige weerwolven zijn richting de leerlingenkamers getrokken.’ Meteen rende de groep Schouwers, die James en Scorpius hadden meegenomen, en Beau en Darius de Grote Zaal door om de monsters op te sporen en uit te roeien. Bonita was meteen samen met haar capall een rondje over het schoolterrein aan het maken om. Zodat mochten er nog overlevende weerwolven zijn ze deze kon uitroeien.

Ongerust bekeek ik een paar van Zero’s wonden. Onrustig duwde hij mijn handen weg en keek zoekend om zich heen. “Waar is Ter’r? Hij was hier net nog.’ Zwijgend wisselde ik een blik met Ichiru. ‘Darius en Beau hebben hem uit zijn lijden verlost. De weerwolven hebben hem gigantisch toegetakeld…’ ontsteld duwde hij Ichiru helemaal van zich weg en richtte zich op. Wankel begon hij richting de deur te lopen van de Grote Zaal. ‘Ichiru, kun jij de rest helpen de weerwolven uit te roeien en de overlevenden naar het Zwerkbalveld te brengen?’ De onsterfelijke jongen knikte en haastte zich achter de groep Schouwers aan.

Net op het moment dat Zero naar buiten wankelde haastte Hermelien zich de zaal binnen, gevolgd door Harry die zich meteen naar Marcel haastte die omgeven werd door Schouwers.

Pov. Harry Potter
Marcel bloedde als een rund dankzij een wond die zijn gezicht en hals helemaal bedekte. De huid langs de randen van de wond waren zwartgeblakerd en krulden om als verbrand papier. Hij had zijn ogen open en leek te luisteren naar de informatie die een van de Schouwers hem gaf.

Langzaam baande ik me een weg door de groep Schouwers zodat ik dichterbij hem kon komen. ‘Harry.’ Mompelde hij moeizaam toen hij me opmerkte. ‘Marcel, Bonita komt zo terug, ze is een rondje rond de school aan het maken mochten er nog levende weerwolven ontsnappen. Dit mag dan wel een wond zijn door een weerwolf maar ik weet zeker dat zij iets kan betekenen voor je.’ Marcel knipperde langzaam met zijn ogen. De oogleden waren ook aangetast en kapot. ‘Heb je Zero al gevonden. Hij was erg gewond geraakt. Hij bewaakte de kinderen die het overleefd hebben.’ Ik knikte. Natuurlijk had ik Zero al gezien. Ik was ten slotte een van de eerste die Zweinstein betrad na het ontvangen van de noodkreet van James.

‘Harry, misschien moet je even Zero achterna. Ik vind het geen goed idee dat hij is zijn staat alleen is.’ Hermelien klonk dodelijk vermoeid en de donkere kringen onder haar ogen spraken boekdelen. Ik knikte en baande me een weg naar buiten waar Bonita inmiddels ook aangekomen was. ‘Hij ligt in de Grote Zaal. Hij is er behoorlijk aan toe.’ Het was een gek idee. Ongeveer tweeëndertig jaar geleden lag Zweinstein ook in puin en hoewel ik tweeëndertig jaar verouderd was leek Bonita geen dag ouder dan zeventien. Behalve haar ogen, die verraden de levenservaring die ze opgedaan had. ‘Oké, dankje Harry.’ Ze gaf mijn arm een zacht kneepje en ging de Grote Zaal in.

Bij de hoofdpoort vond ik eindelijk Zero. Hij was naast het lichaam van zijn dode capall gaan zitten. Hij huilde niet, hij keek niet op en vertoonde eigenlijk helemaal geen enkele gedachten. ‘Zero.’ Het leek erop alsof hij niet zou reageren maar na een paar seconden draaide hij dan toch zijn gezicht naar me toe. ‘Harry… Hebben ze alle monsters al afgemaakt?’ ik haalde mijn schouders op en ging naast hem tegen de muur zitten. ‘Ik weet het niet. Ik was bij Marcel.’ Ik zweeg even om naar de rood kleurende horizon te kijken. ‘Het was net wel redelijk stil binnen.’ Omdat hij niet reageerde en ik niets wist te zeggen vervielen we in een gezamenlijke stilte terwijl de zon deze gruwelijke nacht verdreef.


Pov. Darius Zy

Er waren nog maar enkele weerwolven te vinden in het kasteel, de meesten waren al in de Grote Zaal gesneuveld. Ondertussen werden de kinderen in groepen geëvacueerd naar het Zwerkbalveld iets gelegen buiten de school. Hier stonden groepen met helers, reporters en bezorgde ouders. Wonder boven wonder was er geen enkel dodelijk slachtoffer gevallen. Wel enkele gewonden maar deze waren voornamelijk onder docenten en de examenstudenten die de jongere leerlingen beschermden.

De zon scheen stralend aan de hemel, een schril contrast met deze horrornacht. Albus Potter en Teddy Lupos hadden allebei wat krassen maar hadden het overleefd. Natuurlijk was Ginny meteen gekomen. Haar zoon mocht dan wel volwassen zijn, het was en bleef haar jongste zoon.

Beau, Damon en ik hadden samen het lichaam van Ter’r in het wagentje van de tweede draak gelegd die later opgeroepen was. Zero had behalve zijn ogen zich niet verroerd en had geen woord gesproken. Hoewel ik bezorgd was over de jongen kon ik er op dit moment niet teveel bij stilstaan. Vele mensen hadden mijn aandacht nodig.

Hermelien had ons gezegd niet te praten met de pers. Ja, ze mochten foto’s van ons maken maar we mochten er niets over zeggen totdat de regering een persconferentie gehouden had.

‘Laten we maar naar huis gaan Darius. We kunnen hier niet veel meer doen, er zijn genoeg Schouwers aanwezig om hier de boel onder controle te houden.’ Beau verscheen naast me en keek uit over de vele mensen die door elkaar heen krioelden. Ik knikte langzaam zonder me naar hem toe te draaien. ‘Kom, we gaan.’ Toen Beau Zero omhoog wou hijsen keek hij zo kil en afstandelijk dat Beau hem het liefste met rust wou laten.

Eenmaal staande op eigen voeten schraapte hij zijn keel. ‘Ik neem de capall mee en ga terug naar Thule.’ Ik had het al zien aankomen en had er al voor gezorgd dat de draken klaar stonden en de capall allemaal ingeladen waren. ‘Dat is goed Zero. Wij gaan wel nog eerst langs huize Nightshade. Kress is nog op Thule, hij zal vast nog wel even blijven.’ Zero zei niets meer, gaf geen teken dat hij Beau gezien had, en stapte in het wagentje bij Ter’r. Beau had heel zorgvuldig een laken over de hengst heen gelegd. Na een teken van Zero stegen de draken op, cirkelden even boven Zweinstein om hun koers te bepalen waarna ze al snel nog maar een stipje aan de horizon waren.

Pov. Kress Malfidus

De paar weken die ik op Thule doorgebracht had waren tot zover prachtig. De lente op het eiland bracht vele mooie dingen met zich mee. Niet alleen waren er een aantal capall veulens geboren, nee alle dieren hadden jongen en de natuur hier was prachtig. De stoeterij was gelegen vlakbij een klif waar de zee bij vloed langs likte, de rotsige bodem was bedekt met planten en prachtige bloemen die zachtjes wuifden in de zeewind.

De draken die nestelden in de bergen die in het binnenland liggen zag ik bijna nooit, hier en daar hoorde je ze brullen maar meer dan dat niet. En toch kwamen er nu twee draken aanvliegen vanaf zee. Uiteraard had ik al bericht gehad van mijn vader, nu iets meer dan vierentwintig uur geleden was Zweinstein aangevallen. Natuurlijk was Nightshade hierbij betrokken geraakt. Deze keer geen menselijke doden. Maar dat Ter’r daar het leven gelaten had was niet iets dat gemakkelijk viel. Het dier was ten slotte de leider geweest van de capall.

Onder luid geklepper van vleugels landden de draken, daarbij voorzichtig hun wagentje neerzettend. Snel liep ik naar de wagen om de capall uit te laden. De deur van het andere wagentje werd geopend en Zero strompelde naar buiten. Zijn kleding was kapot en zat onder het bloed, de wonden leken al wel geheeld te zijn. ‘Zero. Waarom ga je je niet even opfrissen? Ik zet de capall we op stal. Zonder me aan te kijken mompelde hij zijn antwoord; ‘Dankje Kress.’

Nadat ik de dieren op stal gezet en ze gevoerd had zorgde ik ervoor dat het lichaam van Ter’r op een platte wagen lag. Het eens witte laken was bevlekt met bloed, voornamelijk bij zijn hoofd. Met een morbide nieuwsgierigheid tilde ik het laken een stukje op en liet het meteen kokhalzend weer vallen. Er was bijna niets over van zijn hoofd. Nog een hele tijd bleef ik naar het lichaam onder het laken staren.

‘Conordh,’ de draak tilde zijn kop op om naar me te kijken. ‘zou je willen helpen een gat te graven voor Ter’r?’ De draak humde en kwam overeind. Maar natuurlijk. Sprak hij. Waar?
Met mijn geest vroeg ik dit ook aan Zero die daarop naar buiten kwam. ‘Daar.’ Hij wees naar een bloemenveldje vlakbij de klif. De draak snoof en met een paar halen van zijn klauwen had hij een mooi diep gat gemaakt waar Ter’r met gemak in paste. Op Zero’s verzoek pakte de draak Ter’r voorzichtig op in zijn rechtervoorpoot en liet hem in het gat zakken. Op dat moment schenen de laatste zonnestralen op het graf en boog Zero zijn hoofd. Ik voelde me niet op mijn gemak bij dit verdriet dus na een kneepje in Zero’s schouder liet ik hem alleen bij de laatste rustplaats van Ter’r.

Pov. Beau Grigot

Het ministerie was chaos toen we daar aankwamen. Reporters, Schouwers, ministers iedereen schreeuwde om aandacht. Hermelien omgeven door de rest baande zich een weg door de menigte tot we de rust van de vergaderzaal bereikten. De zaal was inmiddels al gevuld met mensen die gevraagd waren te komen. Bijna het voltallige Nightshade familie was aanwezig zonder Kress en Zero natuurlijk.

Hermelien ging bij de voorzitterstafel staan en maande iedereen tot stilte. ‘Beste mensen. Dank voor de grote opkomst voor deze vergadering. Zoals iedereen wel weet is Zweinstein twee dagen geleden aangevallen. Hierbij zijn enkel de vijandige weerwolven omgekomen en zijn alle docenten en leerlingen gelukkig ongedeerd gebleven.’ Ze zweeg even en liet haar ogen over de aanwezigen glijden. ‘We kunnen dit niet zomaar over onze kant laten gaan. Met dank aan de informatie die Ichiru ons gegeven heeft over de “zwarte lijst” weten we wie de targets zijn…’ met een haal van haar toverstok verspreide ze de kopieën van de lijst met namen. “Deze lijst is gemaakt door een Japanse organisatie bestaand uit voornamelijk Lycans. Maar ook enkele vampierclans werken met hun samen. Voornamelijk in Azië.’

‘Ik vraag dus ook iedereen om nogmaals de krachten te bundelen om het kwaad terug te drijven.’ Een rilling trok door mijn rug toen Hermelien haar ogen op ons, Nightshade, richtte. ‘Ik, en het ministerie, vragen jullie hulp.’ Damon keek ongemakkelijk naar Bonita. ‘Eigenlijk… zijn wij al een hele tijd bezig om Kurodji te volgen.’ Onmiddellijk gingen alle ogen naar Stephan die met zijn verhaal dertig jaar terug in de tijd ging.

Pov. Darius Zy

Na de urenlange vergadering bleef enkel Nightshade in de ruimte over. Iedereen was stil en in gedachten verzonken. Ik wilde hun nog even de tijd geven te denken. We zouden niemand dwingen om te vechten en hun leven te riskeren. Het moest een eigen keus zijn. Damon en ik keken elkaar aan en in zijn ogen herkende ik de vastbesloten blik. Hij had de keus al gemaakt.

Beau verbrak de stilte met een kuchje. ‘Ik doe mee. Ik weet niet wat jullie keus is maar ik ga Kurodji stoppen. Zero’s leven staat op het spel. En met hem iedereen die nu hier staat.’ Bonny knikte. ‘Mee eens…’ Ichiru, Damon en Stephan knikten ook. ‘Darius? Wat denk je?’ Bonny’s zilveren ogen boorden zich in de mijne, onderzoekend. Langzaam knikte ik. ‘Ja, we hebben weinig keus denk ik?’ ze glimlachte bitter. ‘We hebben een keus Darius. Maar als we besluiten niets te doen gaan er meer slachtoffers vallen en de volgende keer is het iemand van ons…’ zwijgend haalde ik mijn schouders op. ‘Laten we eerst met zijn allen naar Thule gaan. We moeten ons groeperen. En een plan maken.’

‘Goed, laten we de minister ons antwoord geven en dan zullen we gaan.’ Bonny riep Hermelien binnen en stelde haar op de hoogte van ons besluit. Vaag begreep ik dat er een groep Schouwers ook naar Thule zullen komen en dat zij geheel onder Nightshade zullen vallen en dat wij als losse groep gaan functioneren.

Boven in de zaal vielen de laatste stralen zonlicht door de hoge ruiten. Waar hadden we ons nu weer in godsnaam in begeven…

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen