Op een drafje lopen Naeve en ik naar de opening, en houden zo’n vijf meter voor de uitgang halt om te controleren of het geen valstrik is. Misschien dat ik altijd al een beetje achterdochtig ben geweest, maar de achterdocht heeft zich hier in minder dan twaalf uur omgezet in absolute paranoia. Niet zo heel gek ook, als bijna iedereen het op jou in het bijzonder gemunt heeft.
      Maar het andere team is ondertussen alweer halverwege de open plek, schat ik. Ondanks dat ze niet meer kunnen weten van de Arena dan wij, overleggen ze vrijwel niet en lijken in één keer te weten waar ze heen willen gaan.
      Argwanend wil ik voorzichtig de gang uit komen, als Naeve ongeduldig snuift en er in volle vaart uitsprint, zonder ook maar een tweede keer na te denken over eventueel gevaar. Het lijkt wel alsof ze graag dood wíl. Maar goed, er gebeurt niets met haar, zeg ik tegen mezelf, mijn irritatie opzij zettend, dus eens zien of we de jongens kunnen bijhouden.
      Ondanks het donker hebben we wel een aardig idee waar ze heen zijn gegaan en bovendien is er maar één uitgang aan die kant van de ‘’grot’’. De Hoorn zelf is, net zoals vanmiddag, compleet verlaten.
      Een geruime tijd voordat de lichten zwakker werden, zijn Naeve en ik nog naar de Hoorn des Overvloeds geweest. We waren er immers zo dichtbij. Er was helemaal niemand, maar het was niet moeilijk om uit te vinden waarom. De Hoorn was helemaal leeg. Alles, wapens, voedsel, touw, het was weg. Zowel in de Hoorn, als erom heen, waren alle spullen van de aardbodem verdwenen.
      Ietwat geïrriteerd waren we weer teruggegaan, om vervolgens te concluderen dat we de juiste spleet niet meer terug konden vinden. Gelukkig hadden we wel alles meegenomen, maar de holte die we daarna vonden was toch aanzienlijk kleiner geweest.
      Naeve is de gang al in, achter de jongens aan.
      Zuchtend volg ik haar, me elke keer weer meer irriterend aan haar roekeloze gedrag. Een nare gedachte komt echter in me op, die me stil doet staan. Stel dat Naeve Samuel te erg onderschat. Als ze hen in haar eentje aanvalt, legt ze het loodje. Mijn bezorgdheid wordt echter opzij gezet door een andere, minder aardigere gedachte. Ze heeft hier toch ook voor getraind? Dan is het ook haar eigen schuld als ze roekeloze dingen gaat doen, ervan uitgaand dat ik het wel weer opruim. Ze zoekt het maar uit.
      Ik vertraag mijn pas, totdat ik bijna slenter. In dat uiterst trage tempo volg ik de drie tributen de gang in. Opwinding en irritatie wisselen elkaar af, bij elke stap die ik zet. Het achtervolgen van Samuel en Florian zorgt voor de adrenaline kick, de roekeloosheid van Naeve voor de irritatie. Maar het duurt niet lang voordat een derde emotie dan ineens de overhand krijgt.
      Een flinke ruk aan mijn navel doet me vooruit struikelen en in de eerste instantie schrik ik me helemaal dood. Binnen een halve seconde heb ik mijn zwaard getrokken en me omgedraaid, gespannen zoekend naar de dader. Het duurt een seconde of vijf en twee nieuwe rukken, voordat ik besef dat er hier niemand is, en dat ik Naeve al een tijdje niet gezien heb. Dus dát gebeurt er als je de honderd meter bereikt. Het valt me eigenlijk nog best mee.
      Opgelucht en ergens ook tevreden grijnzend stop ik het zwaard weer terug. Nog een flinke ruk achter mijn navel, vertelt me dat Naeve niet blij is met mijn vertraging.
      ‘Ja-ja,’ mompel ik tevreden, ‘ik kom al.’ Op een drafje begin ik de gang door te rennen, om Naeve in te halen. Ongetwijfeld zal ze enorm pissig zijn, dat staat als een paal boven water. Ik kijk er nu al naar uit.

Reacties (1)

  • Slughorn

    Je kijkt ernaar uit dat iemand pissig op je is? (': Ik zie adey er ook nog echt voor aan om dat leuk te vinden (:

    2 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen