Het hoge gewas wuift vredig een beetje in de wind. Met een door afkeer vertrokken gezicht kom ik iets voor de wildernis tot stilstand. Werkelijk iedere willekeurige tribuut zou zich hier in een hinderlaag kunnen hebben gelegd, klaar om de nietsvermoedende slachtoffers aan te vallen zodra ze de gang uitkomen.
      Bovendien ziet het er zo ontzettend dichtbegroeid uit –de benaming ‘’gras’’ is hier niet op zijn plaats, maar riet ook niet- dat je er met geen mogelijkheid in stilte doorheen kan komen. Niet echt een geschikte plaats om mensen onopvallend te volgen.
      Naeve deelt mijn wantrouwen niet. Zonder enige aandacht te schenken aan het feit dat ik het lange ‘’gras’’ met een argwanende blik bekijk, loopt ze arrogant langs me heen het gebied in. Ze was niet zo heel erg te spreken geweest over mijn vertraging en had na de zachte maar toch verhitte discussie haar haren over haar schouder gegooid en snibbig de gang verder gevolgd. Ik doe nog een halve poging haar tegen te houden en woordeloos over te seinen dat ik het niet vertrouw, maar ze ontwijkt me met een simpele stap naar rechts. Aangezien we zo dicht op het andere team zaten toen we vertrokken, durf ik niet te roepen dat ze terug moet komen. Die jongens zijn ook niet helemaal dom. Ondanks de vertraging van mij en onze discussie, zag ik ze er zeker voor aan om een hinderlaag te leggen.
      Binnen drie seconden ben ik mijn teamgenote uit het zicht verloren, na nog eens tien seconden kan ik haar niet eens meer horen. Geïrriteerd rol ik met mijn ogen. We kunnen toch niet verder uit elkaar dan honderd meter. Op een gegeven moment moet ze wel terug.
      Met een zucht doe ik een stap naar voren. De groene stengels lijken me haast toe te grijnzen. Voorzichtig steek ik een hand uit en laat die langs de stengels glijden, hopend dat het niet te erg lawaai maakt. Dat anderen me horen lijkt nog wel mee te vallen, heb ik net met Naeve gemerkt. Ik ben er echter minder gerust op, of ik anderen nog wel kan horen boven het geluid dat ik zelf maak uit. Een zacht, zinderend geluid, trekt door de lucht als ik mijn beide zwaarden tevoorschijn trek.

Met een bombastisch geluid, begint het volkslied te spelen. Ik spring haast een halve meter de lucht in van schrik, veronderstellend dat het geluid het einde van mijn leven aankondigde. Wat natuurlijk niet zo is, maar de dichte begroeiing geeft me de kriebels. Zelfs na de korte tijd dat ik me erin bevindt, is het nog steeds even naargeestig.
      Aan de hemel verschijnt het embleem van het Capitool, dat in de lucht lijkt te zweven. In werkelijkheid is het een hovercraft, die een enorm scherm met zich meedraagt, waar we naar kijken. Het volkslied speelt elke avond en gaat vooraf aan de opsomming van de doden van de afgelopen dag.
      Deze Opsomming verschijnt elke dag, en ook elke dag precies om twaalf uur in de nacht. Zonder klok of iets wat de tijd aangeeft, weet je eigenlijk alleen bij de Opsomming écht hoe laat het is. In deze Arena is het zelfs nog erger, aangezien er geen echte zon lijkt te zijn waaraan je kunt merken hoe laat het is.
      Thuis zouden we precies zien hoe elke tribuut om het leven is gekomen, maar hier in de Arena niet. Men is van mening dat de levende tributen een oneerlijke voorsprong zouden krijgen, als je zou weten wat het geheime talent van de ander is. Daarom gebruiken ze simpele portretten, dezelfde als bij het toekennen van de cijfers voor onze privésessies. In plaats van het scorecijfer, zetten ze nu alleen het nummer van het district eronder.
      De laatste tonen van het volkslied klinken, waarna het geluid langzaamaan wegsterft en de hemel eventjes zwart wordt. Cabe verschijnt als eerste. Met een stalen gezicht staar ik in zin grijze ogen, tot het moment dat zijn foto weer zal verdwijnen. Bij de Opsomming laten ze eerst het meisje verschijnen en dan de jongen. Cabes gezicht aan de hemel, is voor de rest een stille boodschap dat ik nog steeds in leven ben.
      Met mijn gezicht volledig in de plooi getrokken, zie ik hoe Cabes gezicht vervaagt. Het meisje uit District 3 neemt zijn plek in. Mary Jones, als ik het me goed herinner. Haar verschijning betekent dat Samuel het ook overleefd heeft voor vandaag. Het meisje flikkert even, en vervaagt.
      Zoals Naeve al gezegd had; Hendrik uit District 4. Dat May de eerste dag gehaald heeft, verbaast me niet echt. Dat de jongen uit 3, Parveen, nog steeds in leven is, is wel een waar wereldwonder. Met opgetrokken wenkbrauwen kijk ik naar de jongen aan de lucht. De dood van de districtsgenoot van May doet me vrij weinig. Misschien dat er zelf meer over rouwt, maar ik kende de jongen amper. Even hoop ik dat ook Alex aan de hemel verschijnt, maar helaas. Het meisje uit 5, Bethany, of iets in die trant, verschijnt nou weer wel. Even hoop ik nog dat hij volgt, maar helaas.
      Het beeld gaat over naar de twee tributen uit 6, die het beiden niet gehaald hebben. Het meisje, Caithlynn, kijkt een tikje schaapachtig de camera in. In tegenstelling tot haar districtsgenoot; de bruine kijkers van de mannelijke tribuut staren bijna bezorgd de Arena in. Het doet me vrij weinig dat ik zijn naam me niet meer herinner. Het meisje uit 7, Jade nog-wat, volgt.
      Daniel heeft het ook gehaald, evenals Florian. Terwijl ik naar het lachende gezicht van de jongen uit District 10 kijk, besef ik opeens dat ook Flynn de eerste dag is doorgekomen. Helaas. Eigenlijk had ik liever gehad dat hij was omgekomen. Een zware tegenstander minder. En dan te bedenken dat ik er zelf de kans voor heb gehad, maar het niet gedaan heb. Wezenloos staar ik naar het meisje uit 10, dat ik zelf in de Hoorn om het leven heb gebracht, en daarna naar de net verschenen jongen uit 12, de laatste dode. Het valt me nog mee dat het meisje er ook niet bij staat. Zij was – is ook al zo ontzettend waardeloos. Tien doden op de eerste dag. Tien dood, nog dertien te gaan.

Reacties (2)

  • Samanthablaze

    10 doden alleen al op de eerste dag is eigenlijk heel erg veel, nu ik er zo over nadenkxD

    2 jaar geleden
  • Slughorn

    Nice ^^

    2 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen