Haastig grijp ik me aan Samuel vast, om te voorkomen dat ik val. Vliegensvlug duw ik het kleine mesje in zijn nek en trek het er vervolgens ruw uit, waarna ik hem zo snel mogelijk loslaat om te voorkomen dat Cabes zwaard dwars door mijn romp slaat. Een tweede, onbeheersbare trilling trekt door mijn lichaam. Angst.
      De jongen uit 2 kan echter niet meer afremmen van zijn poging dwars door me heen te lopen, en een luide schreeuw verscheurt de lucht als de jongen frontaal in het zwaard van Cabe loopt. Happend naar adem zakt de tribuut uit 2 in elkaar, met verschillende stroompjes bloed die vanuit zijn nek in zijn shirt druipen, zijn handen om zijn buik geklemd. Cabe lijkt het niet eens te merken, dat hij zijn nieuwe bondgenoot net heeft neergestoken. In zijn ogen staat een haast krankzinnige blik, die me de rillingen geeft. Maar zijn houding is berekenend, en zijn volgende slag gecontroleerd. Ik duik voor hem weg, maak gebruik van de traagheid die zijn wapen met zich meebrengt. Mijn gedachten zijn weer even helder.
      Echter, ik breng Cabe niet de wond toe die hem vermoord. De pijl van Flynn doet dat, als die mijn hoofd op een centimeter na, mist. Als door een wesp gestoken draai ik me om naar de richting vanwaar de pijl kwam, meteen daarna wanhopig beseffend dat ik Cabe mijn onbeschermde rug heb toegekeerd. Als de jongen niet meteen dood is- Met elke hartslag groeit mijn angst en maakt het moeilijker om alert te blijven. Het beklemmende gevoel vertroebelt mijn gedachten, terwijl mijn aanvallers me geen seconde respijt geven.
      In mijn delirium van angst en adrenaline, krijg ik nog net mee dat Flynn zelf zijn boog en lege pijlenkoker op de grond gooit. Een hartslag voordat hij aanvalt, vangt mijn blik even de nietsziende ogen van Samuel. Er heeft geen kanon geklonken. De jongen is dood, maar er is geen kanon.
      Het duurt een paar dodelijke seconden voordat het kwartje valt en ik mijn heldere manier van denken in ieder geval weer een klein beetje terug krijg, nu ik de situatie eindelijk kan plaatsen.
      Flynn maakt een vreemd, verstikt geluid, als twee werpmessen zich vlak achter elkaar in zijn hoofd boren. Cabe is al dood. Dit waren de echte tributen niet. Bijna tevreden doe ik een stap naar achteren, terwijl ik kijk naar de stervende jongen. Of wat hij dan ook is. Geen paniek. Het is voorbij, en ik ben er zonder kleerscheuren vanaf gekomen. Eigenlijk wil ik juichen. Mijn knieën bibberen nog steeds, maar ik heb de aanval doorstaan. De dreiging is voorbij. Langzaamaan sluipt er weer iets van rust in mijn lichaam. Mijn bonzende hartslag kalmeert iets en mijn ademhaling tracht ik normaal te krijgen, terwijl de adrenaline me nog steeds een beetje licht in mijn hoofd maakt. Maar het is voorbij. Ik ben veilig.
      Fout.
      Zonder waarschuwing omsluiten plotseling twee sterken armen me van achteren, trekken me ruw uit evenwicht en omklemmen mijn borstkas zo stevig dat mijn ademhaling bijna wordt afgesneden. Een klein piepend geluidje verlaat mijn lippen terwijl ik door mijn knieën zak. De giftige doodsangst weerhoudt me ervan ook maar iets te doen. Mijn twee zwaarden liggen vergeten op de grond, de tribuut die me nu vastheeft, zorgt ervoor dat ik niet bij mijn messen kan. Ik ben volkomen ongewapend.
      En dan komt de dodelijke, verlammende angst pas echt.
      ‘Hallo, Honingbijtje van me. Heb je me gemist?’ De griezelige stem van Florian klinkt dreigend in mijn oor. Meedogenloos trekt hij zijn armen nog iets dichter om me heen, als een beklemmende wurggreep. Ongecontroleerd klauw ik naar zijn armen, wanhopig trachtend te kunnen blijven ademen. De wereld begint onder mijn voeten te golven, als het bekende gevoel zich binnen in me nestelt. ‘Ik heb jou wel gemist hoor. Echt, ontzettend.’ Bij elke lettergreep wordt het moeilijker om bij bewustzijn te blijven. Mijn brandende longen snakken naar lucht, die ik niet krijg. Ik kan niets. Ik kan niet wegrennen, mijn zwaarden zijn te ver weg, mijn messen kan ik niet bij. Het enige wat ik kan, is mijn eigen dood in de ogen kijken. Een paar zwarte vlekken dansen voor mijn ogen, terwijl ik de kracht achter mijn wanhopige pogingen voel verdwijnen.
      Ik moet vechten, ik moet weg, ik moet koste wat het kost in leven blijven.
      Ik moet-
      Een traan rolt over mijn wang, voordat ik hem kan stoppen. Zwakjes probeer ik me nog los te wurmen, maar het heeft geen enkele zin. Ergens hoor ik Florian tegen me praten. Snijdende, en kwetsende woorden. Maar de volgorde lijkt nergens op te slaan. De woorden vervormen en dansen weg in het zwart dat mijn blikveld domineert. De zinnen lopen in elkaar over tot één grote brei van angst en geluid.
      Ineens val ik. De moordende greep rond mijn borst is weg, maar ik heb geen tijd om de levensreddende zuurstof naar binnen te zuigen. De grond komt in een veel te hoog tempo op me af, terwijl ik wanhopig op een magische wijze overeind probeer te blijven. Tevergeefs. Met een harde klap raak ik de aarde, terwijl de wereld in stukjes lijkt te breken. Fragmentarisch denk ik Florian nog weg te zien lopen, maar ik weet het niet eens meer zeker.
      Niet stikken. Je kan gewoon ademhalen. De stilte drukt oorverdovend op me neer. Maar er gebeurt niets meer. Er doemen geen tributen meer op uit het donker, er klinkt geen geritsel meer. Het is volkomen stil. In een laatste, uitgeputte poging sla ik mijn armen zwakjes om mijn knieën en sluit mijn ogen.
      Ik mag geen geluid maken.
Ik verlies al het besef van tijd.

Reacties (2)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen