Het duurt te lang voordat ik mezelf genoeg onder controle heb om mijn klapperende kaken op elkaar te klemmen en mijn handen tot vuisten te ballen om het trillen te laten stoppen. Ik heb geen idee hoe lang ik op de harde grond gelegen heb, maar aan de grijzige tint van de lucht te zien, was het te lang.
      De wond op mijn arm klopt misselijkmakend en stuurt een schrijnende pijn door de wond om de seconde. Langzaam pak ik een mes uit mijn riem en begin in een stuk stof af te scheuren. Het nare geluid draagt veel verder dan ik zou willen.
      Het verbinden gaat langzaam. Het lukt om de fles uit mijn tas te halen en met wat water de wond voor de zekerheid schoon te spoelen, maar snel gaat het niet. Ook het verbinden gaat eerst een keer mis, voordat ik denk dat het provisorische verband blijft zitten. Al die tijd is er geen teken van leven van Naeve. Ik zou het niet eens weten als ze de afgelopen uren vermoordt was.
      De plek waar het lichaam van Cabe gelegen had, is leeg. Zelfs geen grassprietje ingedrukt, op mijn eigen voetstappen na. Met zwakke ongeloof kijk ik naar de volkomen uitgestorven omgeving. Het was niet echt. Lichtjes trillend pak ik mijn zwaard van de grond. De drie werpmesjes weet ik ook uit het onkruid te plukken, nog helemaal schoon. Met een raspend geluid laat ik mijn zwaard terug glijden in zijn schede. Het andere houd ik in mijn hand, hoewel ik momenteel de kracht niet heb om het wapen ook echt te kunnen gebruiken.
      Licht bevend vervolg ik mijn weg, om de paar meter nog struikelend over mijn eigen benen. Maar, na een aantal keer gaat het beter, en komt het struikelen met steeds kortere tussenpozen. Waar Florian en Samuel zijn, is me een raadsel. Als ze me nu verrassen, voor het echt deze keer, ben ik er geweest. Niet echt een heel fijne gedachte.
      ‘Adey!’ De zachte, gesiste woorden maken dat ik bijna door mijn knieën zak van schrik. Flauwtjes draai ik me naar het geluid om, mijn hand wanhopig om het zwarte gevest van mijn wapen geklemd. Het gefluisterde woord wordt herhaald. Dan pas concludeer ik dat de stem me bekend voorkomt, dat de stem geen dreiging vormt. Het is Naeve.
      In het donker zijn haar blonde haren gemakkelijk te herkennen. Beverig slaak ik een zucht van verlichting, terwijl ik mijn half getrokken zwaard weer terug in zijn schede duw.
      ‘Naeve, hier.’ Mijn stem klinkt vaster dan ik gedacht had dat hij zou klinken. Het meisje draait zich om en haar ogen vinden de mijne. Dankbaar dat door het grijze donker mijn teamgenoot niet kan zien dat mijn ogen rood zijn, zwaai ik zwakjes naar haar.
      ‘Waar heb jij gezeten?’ Naeve komt luid naar me toegelopen, hoewel ze haar stem gedempt houdt. ‘Laat ook maar zitten. Ik ben de jongens helaas kwijtgeraakt.’ Vlot laat ze haar mededeling volgen op haar vraag, me een excuus gevend om niet te hoeven antwoorden.
      ‘Geweldig.’ Sarcastisch zet ik de punt van mijn zwaard in de droge aarde en probeer niet om te vallen. ‘Ze kunnen nu dus overal zijn. Wat een vreugde.’ Het meisje tegenover me haalt haar schouders op en lijkt niets te merken van mijn toestand.
      ‘Ik kon er vrij weinig aan doen.’ Even valt ze stil, terwijl ik mijn best doe niet tegen haar uit te vallen. Ik ben ze immers ook kwijt geraakt, dus mij komt de schuld ook toe. Maar in tegenstelling tot Naeve, lijk ik de dreiging erachter wel te merken, en het andere meisje niet. Haar onverschilligheid zou haar eens het leven gaan kosten. Toch grijp ik de kans om het voorval met de vier jongens te vergeten, of op zijn minst te negeren, met beide handen aan.
      ‘Heb je een nieuw plan?’ Arrogant slaat ze haar armen over elkaar, zover ik in het duister kan onderscheiden. Nou, nee. Waarom is het nu plotseling mijn taak om voor een plan te zorgen? Deze samenwerking verloopt erg soepel zeg.
      ‘Waarschijnlijk niet,’ concludeert ze. ‘Ik stel voor om maar gewoon verder te gaan en te hopen dat we ze weer tegen het lijf lopen.’ Ik weet niet wat ik nu erger vind. Dat ze zo ontzéttend dom en arrogant doet, of dat haar doodswens zo ontzettend groot is. Echter, ik klem mijn lippen op elkaar en knik stroef. Met een beetje geluk komen we ze niet tegen en kan ik er daarna op aansturen dat we weggaan van deze helse plek. Elke kleine verschuiving, elke windvlaag jaagt me hier de stuipen op het lijf. Maar waar Naeve ook was toen het gebeurde, zij heeft niet hetzelfde meegemaakt.
      We zeggen niets meer tegen elkaar, als we onze zoektocht voortzetten. In dit donker is het moeilijk om anderen te kunnen vinden, als de twee jongens zich doodstil houden, zouden we zelfs op maar vijftig centimeter afstand straal langs hen heen lopen. Bovendien zouden ze maar twee goede klappen uit te delen, en ik ben al niets meer waard. Zelfs de wind kan me ongeveer van mijn sokken blazen. De paniekaanval was dan wel weer voorbij, de effecten ervan niet.
      Naeve lijkt het niet te begrijpen, dat jagen als een roedel moordlustige wolven alleen werkt als je ook daadwerkelijk in de meerderheid bent en iedereen wel zo ongeveer in topvorm. Met zijn tweeën is het bijna onbegonnen, en vooral levensgevaarlijk werk.

Reacties (2)

  • Sunnyrainbow

    Ze is in ieder geval realistisch.. ben benieuwd wat er hier na gebeurd!

    Wat raar dat Naeve geen vragen stelt over haar verbonden arm..

    2 jaar geleden
  • Slughorn

    Nawh je kunt het wel Aderyn! (:

    2 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen