Foto bij O31 • Chaos

Rose Evergreen

“Dit voelt vreemd aan.”
Ethan legt net zijn laatste shirt in de kast die zich in de slaapkamer bevindt en draait zich dan naar me toe waarna hij een knikje geeft.
“Het voelt net alsof we de plaats van iemand anders inpikken,” zegt hij. “Maar je moet er rekening mee houden dat er waarschijnlijk mensen zijn die hetzelfde bij onze huizen doen.”
Ik wil hem zeggen dat het mij helemaal niets zou uitmaken als andere mensen in ons huis zouden gaan wonen, maar ik wil het deze keer eens niet over negatieve dingen hebben. Dit is sinds dat we kleding zijn gaan halen het eerste vredige moment tussen ons en ik wil het graag zo houden.
“Ik zou hier wel aan kunnen wennen,” zeg ik tegen hem. “Ik denk dat we het één en ander gaan moeten repareren als we hier echt een tijdje willen verblijven, maar het is beter dan steeds op de vlucht zijn.”
Ethan geeft een snel knikje naar me.
“Ik zal morgen direct eens kijken wat we zowat kunnen doen. Ik heb het buitenterrein nog altijd niet volledig bekeken, maar daar wordt het nu te laat voor. Ik wil geen ongewenste aandacht trekken.”
Een rilling loopt over mijn rug bij het idee dat de jongens waar we voor gevlucht zijn ook maar één idee zouden kunnen hebben waar we nu verblijven. Ik weet zeker dat één van de jongens in de groep me altijd en overal zal weten te vinden, waar ik ook ben.
“Ik denk dat het ook beter is als we ons voorlopig nog even koest houden,” zeg ik tegen hem. “We kunnen misschien na een paar dagen eens voorzichtig proberen of we ergens nog eten en extra kleren in kunnen slaan.”
Ethan heeft de voorraad bekeken en heeft geconcludeerd dat als we niet te veel eten in één keer maken dat we makkelijk een paar dagen vooruit kunnen.
“Ik heb gezien dat hier een bos in de buurt is,” zegt Ethan met een klein glimlachje om zijn lippen. “Ik kan altijd wat gaan jagen voor ons. De voorraad in de supermarkten blijven niet voor altijd goed en ik kan van mezelf best wel zeggen dat ik een goede jager ben.”
Hij heeft gelijk. De voorraden in de supermarkt zullen uiteindelijk over datum gaan, maar de dieren in het bos zullen uiteindelijk ook doodgaan als alles op deze wereld sterft. Ze moeten zo snel mogelijk een tegengif vinden; het zal te laat zijn als het nog jaren blijft duren.
“Ik wilde trouwens even gaan douchen,” zegt Ethan opeens. “Dan kan ik gelijk controleren of we warm water hebben.”
Ik geef een knikje naar hem en kijk toe hoe hij wat kleren pakt en daarna in de kleine badkamer verdwijnt. Ik ga weer terug op het bed zitten en wacht tot hij klaar is. Ik voel mijn wangen rood worden als hij uiteindelijk de kamer binnenkomt en enkel gehuld is in een handdoek die bovendien ook nog eens laag om zijn middel hangt zodat ik vol zicht heb op zijn borstkas.
“Dit ga je niet geloven,” zegt hij met een glimlach. “We hebben warm water.”
Mijn blik glijdt weer terug naar boven en ik ontmoet zijn blik. Ik kan niet zien of hij in de gaten heeft gehad dat ik hem aan het bekijken was en snel sta ik op waarna ik met een rood hoofd wat kleren pak. Ik mompel iets over dat ik zo terug ben en ga dan de badkamer binnen waarna ik mijn rug even tegen de deur laat leunen.
Nadat ik bekomen ben van mijn klein momentje leg ik mijn kleren op de wastafel neer en kleed me uit. Ik glimlach als ik de douchegel van Ethan ruik en stap de kleine cabine binnen waarna ik het water aanzet. Het water is inderdaad warm en terwijl ik een hand laat leunen tegen de muur kreun ik zachtjes van genot.
Ik sis zachtjes als ik iets voel prikken in de buurt van mijn borsten en kijk naar beneden. Kleine nagelafdrukken zijn te zien waar de jongens me aangeraakt hebben toen ze me ruw aan het uitkleden waren. Mijn blik glijdt verder en hoewel ik zeker weet dat bijna niemand het kan zien, zie ik toch de kleine littekens die diep in mijn huid gekrast zijn.


”Hoe kun je zo dom zijn? Hoe kun je zo verschrikkelijk dom zijn?”
Ik hield mijn handen boven mijn hoofd terwijl ik wachtte tot zijn boze bui voorbij zou zijn. Ik wist dat mijn ouders pas over een uur thuis zouden komen en dat tegen dan de sporen uitgewist zouden zijn, dat ik niets kon doen om hem tegen te houden.
“Het was maar één kusje. Het was maar één kusje op de wang,” piepte ik.
Dit was belachelijk. Waarom moest ik mezelf überhaupt verantwoorden tegenover hem? Als mijn ouders dit zouden zien, zouden ze woest worden. Mijn vader zou waarschijnlijk drastische stappen ondernemen. Maar ik kon het niet. Ik kon het ze niet vertellen. Ik was bang voor de schaamte die me zou overvallen, bang dat ze me daarna niet meer aan durfden te kijken.
“Hoe vaak moet ik je nog zeggen dat ik niet wil dat je lichamelijk contact hebt met een andere jongen? Weet je hoe verschrikkelijk ik me voel als ik zie dat je wordt aangeraakt? En geloof me, Rose, kerels die dat soort berichten naar je sturen, zijn meestal foute boel.”
Ik merkte dat ik nog verder in elkaar kromp toen hij dichterbij kwam. Hij legde zijn hand op mijn wang en dwong me om hem aan te kijken, maar zuchtte gefrustreerd toen hij in de gaten kreeg dat ik dit niet deed. En dus weerklonk er niet veel later een harde klap door de ruimte en was ik wel gedwongen om mijn ogen op te doen.
“Ik wil dat je de volgende woorden die ik ga zeggen goed in je opneemt, Rose. Dit is immers de laatste keer dat ik je waarschuw.” Hij snuift. “Jij bent van mij. Van niemand anders. Jij bent mijn zusje, mijn eigendom en ik ben de enige die jou mag liefkozen.”
Hij was ziek. Ik wist het elke dag steeds beter. Ik wist dat hij ziek was. Al sinds Sacha was doodgegaan, was er een knopje in zijn hoofd omgezet en had hij van de één op de andere dag zieke gedachten over me.
Ik miste Sacha. Ik miste het hoe mijn grote zus me altijd wist op te vrolijken als ik me niet goed voelde en hoe ze voor me opkwam als ze vond dat er iets niet in orde was. Als ik haar karakter vergeleek met die van mijn grote broer kon ik niet geloven dat ze ooit een tweeling waren geweest.
De liefde die hij voor Sacha voelde, was op de één of andere manier naar een zieke versie omgegaan naar mij. Ik kon het niet uitleggen, maar er was iets gebeurd waardoor hij begon te denken dat hij me enkel kon beschermen als hij me zou claimen. Alleen de manier waar hij dat op deed, was ziek. En ik kon het met niemand delen, want dan zou iedereen met de vinger naar mij wijzen.
“Mij mijn leven afpakken en me altijd in je buurt houden gaat nooit voorkomen dat mij hetzelfde kan overkomen,” zei ik bot tegen hem.
Ik klemde mijn kaken op elkaar toen hij me eerst heel hard sloeg en daarna naar buiten ging waarna hij de deur achter zich dichtsloeg. Ik begon te snikken en ging op mijn zij op mijn bed liggen. Na zo een poosje gelegen te hebben, pakte ik de foto uit het lijstje dat zich op mijn nachtkastje bevond.
Ik keek eerst naar de personen op de foto. Helemaal rechts mijn moeder, daarnaast Sacha, naast Sacha ikzelf, naast mij mijn grote broer en daarnaast mijn vader. Ik draaide de foto om en mijn ogen vulden zich met tranen toen ik de beschrijving op de achterkant van de foto hardop en met trillerige stem las:
“Familie Evergreen, met op volgorde van rechts naar links: Samantha Evergreen, Sacha Evergreen, Rose Evergreen, Stephen Evergreen en Paul Evergreen.”

Reacties (1)

  • AmeranthaGaia

    Nee. Nee. Neeneeneeneenee. Oh my God. Het is haar broer!? Nee! W?! Echt, serieus?! Ik had het volledig anders gezien. Dit had ik echt niet aan zien komen!:|

    2 jaar geleden
    • Dragonrage

      Nu ben ik eigenlijk toch benieuwd naar wat jij dacht dat het was...?
      En ik ben blij dat het niet zo voorspelbaar was!

      2 jaar geleden
    • AmeranthaGaia

      Ik weet niet wat ik dacht. Overbeschermend vriendje? Kl**tzak van school? I dunno. Iets.
      Je bent inderdaad niet voorspelbaar.

      2 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen