Sorry sorry dit hoofdstuk is shitxD

Het was pas een week en drie geannuleerde shows verder toen we eindelijk weer een show door lieten gaan. Barker wilde het niet graag bekennen, maar we begonnen nu écht inkomsten te verliezen door de geannuleerde shows en klanten wiens geld we moesten teruggeven. Vrijdag werd aangekondigd dat we geen eten meer zouden krijgen van het circus, maar onszelf moesten gaan voorzien. Natuurlijk waren heel veel artiesten hier woedend over, aangezien ze geen eigen inkomsten hebben buiten het circus. Gelukkig kon ik wat eten voor mijn vrienden betalen met het geld van mijn bijbaan, en zei dat ik zelf geen honger had, omdat ik mijn eigen eten toch niet kon betalen.
Het was vreemd, om zo in de piste te staan zonder Emily en zonder het koord die door de tent gespannen was. Het voelde leeg. Toch zat ze op de voorste rij te klappen (met één hand op haar knie) en te juichen alsof ze onze nummer 1 fan was. Misschien was dat ook wel zo.
Ondanks wist ik dat ik het niet moest doen, gluurde ik toch even naar stoel 62 om te kijken of die engerd er weer zat. Ik struikelde bijna over moet voeten toen ik afgeleid van schrik werd toen hij daar inderdaad weer zat. Wie was deze gast toch? Was moest hij van ons?
Opeens kwam er een enge gedachte in me op: Wat als deze man een inspecteur was? Als hij ons kwam beoordelen en er een recensie over zou komen in de krant en we dan misschien echt moesten sluiten?
Maar, hij had geen camera’s, geen schrijfgerei, niks. Hij zat daar alleen maar, te kijken. Met zijn ogen strak op... mij. Ik schudde mijn hoofd en wendde mijn blik af.
Toeval
Maar...Was het toeval?
De volgende show, en die daarna, en de twee daarna. Steeds dezelfde man, dezelfde grijze hoed met de veer, dezelfde lange, bruine jas, en dezelfde donkere ogen die zowat door mijn ziel heen staarden. Zelfs geen inspecteur zou zo vaak komen, en dan ook nog steeds in dezelfde stoel zitten, met zijn ogen maar op één persoon.
Ik had het aan Emily verteld, maar die had het weggewuifd en gezegd dat ik ‘ze zag vliegen’.
En dan was er nog iets... Die hoed. Verdomme, ik wist bijna zeker dat hij dezelfde hoed droeg als die die ik toen in de grot met Tyler en zijn vrienden gevonden had. Het liefste wou ik terug gaan om te kijken of die hoed er nog zou liggen. Maar ik wou en durfde niet. Wat als ‘ie er echt niet meer lag?

Ik gaf het niet graag toe, maar de gedachte van deze man had me toch elke nacht weer wakker gehouden. Ik maakte me zorgen over wat er zou gebeuren, wat hij wou, en waarom hij steeds zo naar mij keek. Een keertje na een voorstelling, had ik Barker gehoord over ‘een freak die bij de tent rond zat te neuzen’, en dat hij die had moeten wegjagen, maar ik wist niet of dat op die man sloeg.

Buiten mijn peinzen over deze enge man, hadden we ook nog steeds de geldschulden om ons zorgen over te maken. Barker liet ons harder en langer doorwerken, meer voorstelling draaien. En omdat iedereen wist dat het nodig was, ging niemand er tegenin. Hij verbood me weer om te eten, maar dat was niet erg nodig, aangezien ik daar toch het geld niet meer voor had.
Het leven in het circus werd zwaarder dan ooit, en ik begon er zelfs af en toe tegenop te zien. Dat deed me pijn, aangezien ik mezelf had gezien als iemand die puur geluk had gehad om in het circus te mogen werken. Ik had het altijd zo leuk gevonden, maar nu begon ik mijn hoop te verliezen.

Het was een zondagavond, vlak na de show. Ik had weer meegeholpen met opruimen, en liep alleen terug naar de kleedkamers toen ik plotseling een harde hand om mijn pols voelde sluiten. Met een ruk draaide ik me om, en mijn hart leek even stil te staan. Bruine jas, grijze hoed, donkere ogen: de man.
Er werd een kaartje in de hand geduwd die hij vast hield, en ik keek er naar. Buiten een slordig neergekrabbeld telefoonnummer, was die leeg. Ik keek de man met een vragende, neutrale blik aan, terwijl er wel duizende vragen op mijn tong lagen. ‘Heb je er nooit aan gedacht om het circus te verlaten?’ ‘Wablief?’ ‘Ik kan je meer bieden dan deze freakshow, weet je?’, zei hij in een rauwe, lage stem. ‘N-Nee dank u..’, stamelde ik. Het circus was dan misschien niet meer in geweldige staat, maar het circus verlaten? Nooit van mijn leven. Dit was waar mijn familie was, waar mijn passie lag. Ik wou niks anders dan later leeuwentemmer worden, en dat zal ik nooit ze niet opgeven.
‘Je bent een geweldige danser. Ik zou je beroemd kunnen maken, en je geven wat je verdient. Voor míj hoef je niet te verhongeren, voor míj hoef je je geen zorgen te maken over je uiterlijk.’
Hoe weet hij...?
‘Ik apprecieer het zeker, meneer. Maar mijn antwoord blijft nee. Dit is waar ik thuis hoor. Ik zou nooit voor een ander circus kunnen werken.’, stamelde ik, nog steeds compleet van slag. Wat moest hij nou weer met míj? Zo bijzonder was ik toch niet? Emily was een geweldige koorddanseres, en Ten danste veel beter dan ik!
‘Prima, dan blijf je maar kunstjes opvoeren tussen deze muffe lappen. Maar als je je nog bedenkt,’ hij tikte op het kaartje ‘bel me.’

Reacties (1)

  • aarsvogel

    Bah. Ga weg stommerd!

    2 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen