"Precies." zeg ik op ijskoude toon. "Ik moet. Ik moet en zal kinderen krijgen, al moet mijn vader me vastbinden zodat jij je ding kan doen. Verdomme, Emma, heb je enig idee - ah." Er schiet een steek door mijn ribbenkast. Emma's reflex is om me te hulp te schieten, maar lijkt zich te bedenken; ze legt haar hand terug op haar schoot. Mijn ogen ontmoeten de hare. "Ik weet dat er veel van jou verwacht wordt. Al jaren. Maar heb je ook maar een seconde bij stil gestaan wat dit voor mij betekend?! Eénentwintig jaar lang ben ik er vanuit gegaan dat ik zou trouwen, en vervolgens zou vertrekken naar het zuiden van het land om daar een oogje in het zeil te houden en militaire missies te leiden." Ik hijg. Mijn verheven stem kost bizar veel energie en de pijn pulseert door mijn lijf, maar Emma wil het hier nu overhebben dus dat doen we dan maar. "Binnen drie weken is mijn hele verdomde leven overhoop gegooid! Mijn broer is dood, ik moet ineens een land gaan leiden, de vrouw met wie ik zou trouwen is verkracht en gaf aan niet met me te willen trouwen, de vrouw met wie ik wíl trouwen wordt misschien mee terug genomen naar Schotland en het enige waar ze het over kan hebben is kinderen, terwijl die vervloekte verloving nog verder weg is dan de wederopstanding van Aleran!"
"Lucien!" Ik weet niet of ze geschokt of boos klinkt. De mix van emoties, pijn en helende kruiden maken het moeilijk om er een vinger op te leggen. Het maakt me niet uit.
"Maar ik moet. Want ik ben de prins. En niet zomaar een prins. Nee, was het maar waar! Ik ben verdomme ineens een kroonprins!" Ik krimp in elkaar wanneer mijn lijf heel duidelijk aangeeft dat het hier op dit moment niet toe in staat is. Ik zag weg in de kussens van mijn bed, mijn goede arm om mijn borstkas geklemd en mijn ogen gesloten. Ik wil haar gezicht niet zien. Wil niet weten dat ze hier is. Ik wil... ik wil...
"Emma. Emmeline. Em." Alle kracht is uit mijn stem verdwenen. Ik voel me zwak en verslagen. "Ik weet het even niet meer. Ik weet dat jij niets liever wil dan kinderen en ik weet dat ik wat dat betreft bijzonder weinig te kiezen heb. Maar dat betekent niet dat ik ineens goed ben met kinderen, dat ik het ineens minder eng vind om vader te worden. Ik ben ook maar een mens."
Ze zegt niks. Ik weet niet eens zeker of ze er nog is. Misschien is ze wel vertrokken, heeft ze zich bedacht over deze hele relatie nu ik heb toegegeven dat ik niks met kinderen heb. Het zou me niet eens verbazen. Mijn hoofd draait, alsof ik dronken ben. Wat zei de chirugijn nou? Het kan zijn dat je van dit mengsel gaat -
Mijn lichaam reageert eerder dan mijn hoofd. Ondanks de snijdende pijn schiet het overeind en leunt over de rand van mijn bed, terwijl mijn maag de toch al minimale inhoud naar buiten stuwt. Pas als ik zelfs geen gal meer kan opbrengen, durf ik weer te gaan liggen. Emma helpt me - zachte handen op mijn schouders en een koele doek over mijn voorhoofd. Wanneer ik mijn ogen half open weet te krijgen, zie ik de bezorgde blik in haar ogen.
"We hebben het er later wel over." besluit ze op zachte toon. De felheid op haar gezicht is verdwenen, maar of het is omdat ze me zielig vind of omdat ze snapt wat ik wilde zeggen, weet ik niet. Ik knik. Althans, dat wil ik. Geen idee of het me ook echt lukt.
Dan ineens een voorzichtige kus op mijn voorhoofd. "Ik zal iemand halen om het schoon te maken. Slaap maar."
Ik slaap. Droom.

"Vanaf het eerste moment, broertje. Ik had vanaf het eerste moment gelijk, of niet dan?" Aleran kijkt me aan met gitzwarte ogen. Als ik beter kijk, realiseer ik me dat het helemaal geen ogen zijn. Lege oogkassen, zwart van het bloed. Over zijn grijsgrauwe huid lopen donkerblauwe adertjes. Zijn lippen zijn droog, gebarsten en eveneens zwart van het bloed. Een wandelend lijk. Hij stapt dichterbij; ik doe een stap achteruit en bots tegen een muur.
Aleran grijnst. Lacht dan. Rillingen lopen me over de rug.
"Je had altijd je zinnen op Emmeline." Zijn stem is zo hol dat hij bijna galmt. "Ik had je de nek om moeten draaien toen ik de kans had. Je verdient haar niet."
Hij heeft niet eens ongelijk. "Je maakte haar ongelukkig." zeg ik schor. Hij lacht weer, zonder enige emotie. Ik proef maagzuur achterin mijn keel.
"Dat deed ze zelf. Als ze gewoon had geluisterd naar me, was er niks aan de hand geweest. Maar daar was jij..." Hij stapt weer dichterbij. Ik kan geen kant op, sta gevangen tegen de muur die ik nu herken als eentje uit de catacomben. "Als jij er niet was geweest, had ze zich niet zo verzet... Had ze geen reden gehad om zich te verzetten..." Ha. Zelfs als een ondode demon heeft Aleran geen hersens. "Het is allemaal jouw schuld. Dat ik dood ben, dat ik mijn zinnen moest verzetten... Door Emma... Dat Emma haar ouders verliest zal jouw schuld zijn. Dat je je geloofwaardigheid verliest tegenover het land zal je eigen schuld zijn. Allemaal jouw schuld, broertje. Lucien. Alles is jouw schuld."
Hij springt, handen uitgestrekt en mond opengespert. Zodra zijn vingers zich om mijn nek sluiten, voel ik niets anders dan vrieskou.


Pas na een paar seconden realiseer ik me dat ik echt wakker ben, opnieuw kotsend over de rand van mijn bed. Mijn hele lijf is koud, kippenvel op mijn huid en rillingen langs mijn ruggengraat. De kamer is donker, het vuur is bijna uit. Ik hijg. Ik kan niet meer. Het beeld van Aleran danst me nog voor de ogen, zijn woorden galmen als een echo in mijn hoofd. Is het mijn schuld? Nee, zelfs voor Emma vond hij altijd redenen om te drinken. Bovendien zou Emma zijn regels nooit volgen, daarvoor is ze veel te koppig. Of misschien is zelfstandig een beter woord. Maar wat als?
Ik zag zo diep mogelijik weg in de kussens. Ik ben alleen. Het is het holst van de nacht, iedereen slaapt. Iedereen behalve Aleran, die door mijn gedachten blijft spoken. Hij is er nog steeds als ik weer in slaap val.
Hij is er nog steeds als ik weer wakker word en er een dienstmeisje de zooi naast mijn bed opruimt en Eailyn op mijn voeteneinde zit met een borduurwerkje. Hoe ze de zure geur weerstaat, kan ik niet begrijpen. Ze glimlacht naar me als ze doorkrijgt dat ik wakker ben. Ik glimlach zwakjes terug.

Ik zie Emma vier dagen niet. Het is vooral Eailyn die me gezelschap houdt. Die vertelt me niet waar Emma is en ik vraag het niet. Ik mis haar. Mijn hart verlangt naar haar. Ik wil niets liever...
Als de arts eindelijk toestaat dat ik weer ga lopen, zet ik direct mijn zinnen op haar vertrekken. Snel gaat het niet. Maar uiteindelijk kom ik haar en tel ik de lange seconden tot haar deur opengaat. Nog steeds enigszins verdoofd door pijnstillers, kom ik niet op de naam van het meisje dat de deur opendoet. Lang heeft ze mijn aandacht toch niet. Door de opening van de deur zie ik haar eindelijk.
Aleran, die me dagen en nachten lang heeft geteisterd met nachtmerries, verdwijnt in zijn geheel. Mijn borst voelt tientallen keren lichter.
Emma.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen