Foto bij Chapter two

De koude vloer van de trainingszaal kleeft aan mijn bezwete armen als ik op de grond lig. Met mijn blik naar het plafond gericht, doe ik mijn best mijn adem onder controle te houden en duw mezelf met mijn ellebogen omhoog. Gran’s team lijkt niet al te veel moeite te hebben, maar het is wel duidelijk dat ook Epsilon enige moeite heeft met de nieuwe ballen. Maar niemand is zo dood op als ik ben. ‘Sta op, Tsuki. De wedstrijd is nog niet voorbij.’ Ik werp een blik op het scorebord en draai mijn hoofd dan naar de roodharige jongen die naast me komt staan. ‘Heb je de score gezien?’ vraag ik hem lachend. Gran werpt me een duistere blik toe. ‘Ja, en geen éen punt daarvan, komt bij jou vandaan,’ sist hij me toe. ‘Als je niet beter je best gaat doen, kun je beter vertrekken,’ kaatst hij er nog achteraan, voordat hij zijn positie weer inneemt. Voordat ik mezelf überhaupt overeind heb gekregen, wordt het spel al hervat en word ik bijna ondersteboven gelopen door Ulvida. Ze werpt me een kwade en minderwaardige blik toe, voordat ze de bal naar Gran schiet, die vervolgens het zoveelste punt bij Epsilon scoort. Ik duw mezelf moeizaam overeind en kan de spieren in mijn lichaam hevig voelen protesteren. Mijn blik dwaalt over het veld. Desarm houdt zich sterk tegenover de spelers van Gaia en dat terwijl ze een enorme achterstand hebben. Hij werpt me een gemotiveerde glimlach toe en werpt me de bal toe. ‘Doe het,’ spreken zijn ogen mij bemoedigend toe. Mijn lichaam wordt omringt door een krachtige energie en de vlakken van de zwarte bal, lichten fel op. Een aquamarijn kleur vult de zaal en mijn donkere haren maken plaats voor glanzende zilveren lokken. Mijn ogen kruisen met die van Desarm en een paar aanmoedigende woorden, worden me toegefluisterd. ‘Je kunt het.’

-

Terwijl de spelers van Epsilon hun aanvoerder onder de ingestorte puin, dat het goal moet voorstellen, vandaan halen, voel ik de ogen van Gaia in mijn rug branden. Mijn lichaam is hevig aan het trillen en ik moet haastig adem halen om genoeg zuurstof binnen te kunnen krijgen. Een hand op mijn schouder, laat een schok door heel mijn lichaam gaan en kijk geschrokken om. Gran kijkt me strak aan, maar zijn ogen zijn overduidelijk bezorgd. ‘Gaat het?’ vragen zijn ogen mij. Ik knik hem kort toe en zodra ik op adem ben, hol ik naar het ingestorte goal toe. Maquia werpt me een kwade blik toe. ‘Je hoeft niet meer te helpen. Je hebt al meer dan genoeg gedaan!’ snauwt ze me toe. Ik knars even zacht mijn tanden op elkaar en werp haar een boze blik toe. ‘Stop met snauwen en help even,’ sis ik tussen mijn lippen door. Terwijl de jongens de zware stukken omhoog houden, help ik samen met Zel, Desarm uit het puin. De jongen hoest een paar keer hevig door alle stof die vrij is gekomen en grijpt dan stevig mijn schouder vast. Door de plotse actie schrik ik en staat er een angstige blik in mijn ogen als ik opkijk naar de jongen die boven mij uit torent. Maar de angst verdwijnt als hij me een goedkeurende glimlach toewerpt. ‘Dat lijkt er meer op,’ grijnst hij. Hij woelt even door mijn haren heen en ik kan in zien dat hij pijn heeft. Pijn die hij onderdrukt omdat Gran en zijn team in de ruimte zijn. ‘Rust uit. Zo lang mogelijk. Ongeacht wat de andere zeggen,’ fluister ik hem zacht toe. Desarm schenkt me opnieuw een glimlach en wordt dan door zijn team de trainingszaal uit geholpen.
Met gebalde vuisten, kijk ik toe hoe Epsilon de zaal verlaat en draai mezelf met een woeste blik om. Op een dreigende manier stap ik op Gran af en stop vlak voor hem. Ik moet omhoog kijken om hem aan te kunnen kijken. ‘Waarom hield je me niet tegen?’ snauw ik hem toe. De jongen voor me trekt even vragend zijn wenkbrauw op en kijkt langs mij heen, naar de ravage die ik veroorzaakt heb. ‘Heel eerlijk?’ begint hij vragend en zijn ogen ontmoeten de mijne. Met dezelfde woeste blik kijk ik terug en knik naar hem. ‘Ik had nooit verwacht dat je het zou kunnen,’ maakt hij verbluft zijn zin af. De vijandige houding die ik aangenomen had, verdwijnt meteen en kijk Gran verrast aan. Een brede grijns krult op, op zijn gezicht en zijn groenblauwe ogen kruisen met mijn matchende groenblauwe ogen. Zijn hand streelt zacht over mijn wang en dan komt hij dichterbij. Mijn adem stokt in mijn keel, maar voordat hij goed en wel zijn lippen op de mijne heeft kunnen drukken, heb ik de jongen ruw van me afgeduwd. Mijn tanden knars ik hard op elkaar en kijk hem strak aan. ‘Klootz-’ maar ik kap mezelf af. Ik bijt hard op mijn tong en draai mijn gezicht weg. Terwijl de woede van binnen ervoor zorgt dat mijn hart hevig in mijn keel bonst, stap ik van het veld af, richting de uitgang. ‘Waar ga je heen?’ vraagt Gran me. De deuren zwaaien open en ik werp een kille blik over mijn schouder. ‘Jij bent de laatste persoon die ik dat ga vertellen,’ sis ik hem toe. Met het laatste beetje zelfbeheersing, stap ik de zaal uit en zodra de deuren zich achter mij gesloten hebben, zet ik het op een rennen, op weg naar de buitenste vleugel van de basis.

Reacties (1)

  • Luckey

    Hahahhaha jammer
    Geen kusje voor jouxD

    2 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen